Een gifdebat vol venijn

Nederland loopt voorop bij de beoordeling van de meest riskante bestrijdingsmiddelen. Die gaat vanaf nu veel sneller dan in de rest van Europa....

Veertig jaar geleden verscheen Silent Spring, het boek over bestrijdingsmiddelen van de Amerikaanse biologe Rachel Carson dat hele generaties milieubewust heeft gemaakt. DDT had niet alleen een funeste uitwerking op het milieu, maar ook op de mens, beweerde de schrijfster. Het boek was weergaloos succesvol, ook al probeerde de chemische industrie Carson neer te zetten als een hysterische vrouw.

Veertig jaar later – DDT is in de westerse wereld allang verboden – werken de Nederlandse boeren en tuinders met een keur van andere bestrijdingsmiddelen, 1367 om precies te zijn, om een goede oogst te krijgen van de zesduizend gewassen.

De voorzitter van de Commissie Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB), oud-D66-politicus dr. Dick Tommel, roemt Silent Spring. 'Carson heeft groot gelijk gekregen, veel gevaarlijke middelen zijn verdwenen.'

Vorige week dinsdag was het feest bij Tommels bureau in Wageningen. De Eerste Kamer stemde in met een voorstel dat het mogelijk maakt met grote spoed een aantal zogeheten riskante bestrijdingsmiddelen te beoordelen op de vraag of ze risico's opleveren voor de consument, het personeel dat met de middelen werkt en het milieu. Daardoor kan het CTB de minder riskante stoffen voorlopig op de plank laten liggen. Die mogen intussen wel worden gebruikt.

Nederland loopt met die snelle beoordeling vooruit op de rest van Europa. Daar had de overheid goede redenen voor, vindt Tommel. 'Het gebruik per hectare is hoog. We wonen in een waterrijk land en veel middelen spoelen uit naar het water, waar we uiteindelijk van moeten drinken.'

Voor de Nederlandse toelating moeten fabrikanten onderzoeksgegevens inleveren, die in Europa pas in een later stadium worden gevraagd. Fabrikanten zijn daar niet altijd toe bereid, omdat de kleine Nederlandse markt niet interessant is. Zij ontwikkelen liever middelen voor teelt op grote schaal zoals rijst en niet voor aardbeien en frambozen.

De maatregel stuit ook op grote bezwaren bij de milieubeweging. Bijvoorbeeld bij Hans Muilerman, expert bij de Stichting Natuur en Milieu. 'Alle stoffen zijn belangrijk, ook die het CPB onder de minder riskante categorie rekent. Dit gaat geheel de verkeerde kant op.'

Tommel heeft geen goede woorden over voor de bezwaren van Muilerman. 'Natuur en Milieu maakt geen onderscheid tussen stoffen, ze willen geen enkel chemisch bestrijdingsmiddel. Er is geen goed gesprek met hen te voeren over een nieuwe beoordeling van stoffen.'

Bovendien opereren ze op het randje van de waarheid, vindt Tommel. 'Ieder jaar, tegen komkommertijd, komt het bordje gif weer op tafel. Dan komt naar buiten dat er restanten van bestrijdingsmiddelen in sla, worteltjes, aardbeien en druiven zitten. Maar residuen van bestrijdingsmiddelen vinden, betekent nog niet dat de norm is overschreden.

'Wij hebben het gevoel dat er een soort stemming wordt gemaakt, die niet op objectieve normen is gebaseerd. En dan moet je niet vreemd staan te kijken dat de maatschappij roept dat het maar eens afgelopen moet zijn met al die beroepszaken die de boel stagneren. Want dat is het geluid dat je nu hoort in politiek Den Haag.'

Muilerman: 'Niemand kan in onze rapporten een gat schieten. Alterra niet, het RIVM niet en de Keuringsdienst van Waren niet.'

Ook de producenten verenigd in Nefyto, kunnen Muilerman niet waarderen. Zijn geprocedeer houdt de goedkeuringen op, zegt Ton van der Wees, voorzitter van Nefyto.

Nefyto wil het liefst dat Nederland geheel met Europa in de pas gaat lopen. Dat betekent dat de meeste bestrijdingsmiddelen weer in Nederland zijn toegestaan, totdat uit Europees onderzoek blijkt dat het gebruik te riskant is voor mens en milieu.

Muilerman vindt dat geen goed idee: 'Eerst heeft het dertig jaar geduurd voordat de beoordeling op gang kwam in Nederland. Toen dat eenmaal ging lopen, lag de Tweede Kamer dwars en stelde dat bepaalde, verboden middelen toch eigenlijk onmisbaar waren. Nu gaan we voor veel middelen toch weer wachten op Europa.

'Het meest funeste is dat, wanneer één lidstaat een middel accepteert, alle landen eraan vast zitten. Maar toelating in Griekenland kan gebaseerd zijn op een heel beperkte toepassing, bijvoorbeeld in een gesloten kas. Daar kan de milieubeoordeling achterwege blijven omdat er geen stoffen in het milieu terechtkomen.'

Maar voor Monique en Wim Kees Kloet, die in het Zeeuwse Rilland granen, spruiten, uien, tarwe, suikerbieten en aardappelen verbouwen, zou het een zegen zijn als Nederland weer aansluit bij Europa.

Vorig jaar kon vier van de twintig ton spruiten niet voor consumptie worden verkocht, omdat het middel dorado hier is verboden, 'Daardoor zat er een vlekje op', zegt Wim Kees Kloet. De kans op een mislukte oogst veroorzaakt volgens hem veel stress. In augustus als de uien opkomen, voorziet hij opnieuw een probleem. Normaal wordt met mancozeb tegen de meeldauw gespoten, maar dat is nu ook verboden.

Gek worden de telers ervan als de rechter midden in het teeltseizoen een middel verbiedt. Kloet: 'Je teeltplan wordt een jaar tevoren gemaakt. Je kunt niet zomaar overstappen op bijvoorbeeld suikerbieten, omdat daar een quotum voor geldt.'

De verleiding is groot om in België de in Nederland verboden middelen te kopen, maar daar doet hij niet aan.

'Ik wil heel graag verantwoord werken, ook door buitenstaanders beoordeeld worden door te werken met een certificaat waaruit blijkt dat ik spaarzaam spuit. Een streng beleid is niet verkeerd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden