Een gewone man die ver kon springen

Jonathan Edwards (38) won in Sydney eindelijk zijn gouden medaille. Vorig jaar stopte hij...

Nu maakt hij religieuze programma's voor de BBC. Een monoloog over geloof, succes en de schoonheid van de hinkstapsprong.

r is altijd veel te doen geweest over 'Emijn geloof. Ik begrijp dat wel. Ik ben Brit, gelovig en sportte lange tijd niet op zondag. Dan wordt er snel een romantische link gelegd met Eric Liddell, de Britse sprinter die in 1924 bij de Spelen van Parijs ook niet op de zondagen liep. Dat werd later verfilmd in Chariots of Fire.

Ik ben vaak afgeschilderd als een orthodoxe christen, die streng in de leer is. Dat beeld klopt niet. Ik probeer volgens de bijbel te leven, maar ben afgelopen zondag niet naar de kerk geweest. Er zijn vele wegen die naar God leiden. Bidden is voor mij heel belangrijk, maar een samenkomst op zondag om precies elf uur, is daarvoor niet per se noodzakelijk.

Ik heb nergens in de bijbel gelezen dat sporten op zondag verboden is. Toch heb ik het aan het begin van mijn carri nooit gedaan, want zo waren de regels thuis. Toen daar verandering in kwam, was mijn vader, die dominee is, het niet met me eens.

Maar God heeft me dit talent gegeven en als er belangrijke wedstrijden zijn, moet je iets met die gave kunnen doen. Mijn vader en ik hebben er veel over gediscussieerd. Hij was teleurgesteld, maar respecteerde mijn keuze.

Daarmee werd de religie niet uit mijn leven gebannen. Natuurlijk niet! Het bleef mijn hoofddoel in het leven om een goede dienaar van God te zijn. Via mijn sport kon ik Zijn woord ook verkondigen, zo zag en zie ik dat.

Dat maakt me nog geen religieuze fanaticus. Thuis zijn we liberaal. Mijn zonen Samuel en Nathan gaan naar een gewone, openbare school. Onze levensstijl is modern. We leven volgens christelijke regels, maar de televisie hoeft het huis niet uit. We zijn geegreerd, hoor.

Ik ben een laatbloeier. Pas op 21-jarige leeftijd ben ik serieus met hinkstapspringen begonnen. Ik was als schooljongetje al op jonge leeftijd in veel sporten actief ik heb gevoetbald, aan rugby gedaan, cricket, golf en atletiek. Ik won als elfjarige al eens nationale schoolkampioenschappen met springen. Maar pas veel later, op de universiteit, ben ik me er echt op gaan toeleggen. Ik vond de sport niet, het springen vond m

Hinkstap is geen discipline die jongeren aanspreekt. Het is, zeggen ze, niet sexy genoeg, maar dan vergissen ze zich toch. Het ritme alleen al. Het gaat vloeiend van de ene stap over in de andere, het is net dansen. Het voelt helemaal goed als je in vorm bent, dan is het de mooiste sport die er bestaat.

Veel mensen vinden het een bedachte discipline, maar dat is niet waar. Ik heb er veel over gelezen en ik denk dat er bij de klassieke Spelen van Olympia ook al hinkstapspringen, als onderdeel van de vijfkamp, werd beoefend. Er zijn verterecords bekend van rond de zestien meter. Dat kan alleen maar een sprong geweest zijn met meerdere stappen.

Wist je dat de allereerste gouden medaille tijdens de eerste moderne Spelen van Athene in 1896 een plak bij het hinkstapspringen was? Gewonnen door James Connolly, met een sprong van 13,71 meter.

Ik sprong mijn wereldrecord van 18,29 meter tijdens de WK in Gorg in 1995. Het was een magische avond, alles liep goed. Op de avond van de finale sprong ik binnen twintig minuten tweemaal een record. Het was geen lucky jump.

Ja, 1995 was echt mijn jaar, mijn annus mirabilis. Alle wedstrijden verliepen fantastisch. Hinkstapspringen kan pijnlijk zijn, vooral als je beroerd landt, maar, gosh, wat ging het dat jaar goed.

Ik ben nog steeds verbaasd dat ik dat ik dat record heb. Kijk naar mij, je ziet een gewone man. Ik val niet op. En toch had ik dat talent om heel ver te springen. Is het niet verbazingwekkend?

Het geeft ook hoop in tijden dat er steeds meer over doping gesproken wordt. Al¿ik zo'n wereldrecord kan springen, zonder ooit iets illegaals gebruikt te hebben, dan is datzelfde ook mogelijk voor andere sporters. Dus nee, ik zie niet alleen maar gedrogeerde atleten in het stadion. Er topsport mogelijk zonder dopegebruik.

Ik was in de jaren negentig de beste. Dat is geen grootspraak, zo was het nu eenmaal. Dat ik in Atlanta in 1996 geen goud won, maar slechts zilver, bracht me hevig aan het twijfelen.

God had me dit prachtige talent gegeven. Ik was wereldkampioen, bezat dat mooie wereldrecord, maar mocht van Hem klaarblijkelijk geen olympisch kampioen worden.

Ik vroeg me na Atlanta af waarom ik deze sport eigenlijk beoefende. Moest ik niet iets anders met mijn leven gaan doen, iets zinvollers? Ik was elke dag aan het trainen om weer wat centimetertjes verder te springen, maar waar g het eigenlijk over?

Het heeft even geduurd voordat ik weer ging trainen, maar toen was het goede gevoel snel weer terug. Ik was nog niet klaar met mijn sport.

Ik ging in het jaar 2000 onder een slecht gesternte naar Sydney. Mijn schoonmoeder overleed op de dag dat ik in Australiankwam. Ik voelde me ontzettend schuldig en egoisch dat ik niet bij haar begrafenis kon zijn.

Ik had daarnaast lichte blessures, de twijfels slopen weer in mijn hoofd. Maar ik ging in mijn derde poging naar 17,71 meter en dat was goed genoeg voor goud.

Na Sydney werd ik eigenlijk weer gewoon amateur. Ik trainde toch al nooit veel, maximaal eenmaal per dag, maar na de Spelen ging ik nog meer in trainingsarbeid terug.

Ik ben nooit een trainingsbeest geweest, vond het vervelend en eentonig allemaal. Je deed het voor dat ene grote doel, de wedstrijd, en dat maakte dat je wel moest trainen. Maar 's avonds in je eentje in de mist trainen er zijn leukere zaken in het leven.

Maar weet je, ook met die lagere trainingsomvang ging het sporten nog heel soepel. Ik werd opnieuw wereldkampioen, in 2002 won ik de Gemenebest Spelen. Toen had ik alle grote titels gewonnen die in mijn sport te verdienen waren.

Ik had heel graag in Athene mijn olympische titel willen verdedigen, maar vlak voor de WK in Parijs raakte ik vorig jaar geblesseerd. Ik heb nog wel gesprongen, maar het ging niet. Dat ik daar sprong was al een wonder op zich. Ik was een week eerder in Londen bij een wedstrijd in Crystal Palace helemaal verkeerd terechtgekomen. Ik dacht dat ik mijn enkel had gebroken.

Het was al met al een duidelijk signaal. Dit was het tijdstip om te stoppen. Dan maar niet naar Athene. Ik heb in Parijs mijn afscheid bekend gemaakt en heb daarna op de persconferentie een bijbelspreuk voorgelezen.

Sommige journalisten vonden dat pedant van mij, maar het hoort bij de missie die ik in dit leven heb. Ik heb lang gezocht in de bijbel en vond Spreuken 16, vers 9, wel toepasselijk: 'De Mens zoekt zijn weg, maar de Heer heeft hem bepaald.' Zo is het.

Het is verbazingwekkend dat je met sporten tegenwoordig zoveel geld kunt verdienen. Toen ik begon, eind jaren tachtig, waren er alleen voetballers en enkele tennissers die in Engeland goed van hun sport konden leven. Nadat ik van de universiteit kwam, was ik zelfs een tijdje werkloos, kreeg ik bijstand. Daarna ging ik in een ziekenhuis werken.

Ik deed aan sport omdat ik het leuk vond. Toen ik er vervolgens goed in bleek te zijn, werd het een baan! Wat een prettige verrassing. Ik kon sporten en had meteen leuk werk! Ik zal niet ontkennen dat ik in die tien jaar verbazingwekkend veel geld met de sport heb verdiend.

Nu gaan veel getalenteerde jongeren sporten omdat ze er veel geld mee kunnen verdienen. Kijk naar Russische tennissers, naar Oost-Afrikaanse hardlopers. Daar is niks mis mee, maar er sluipt al snel een houding in van: ik ben goed in mijn sport, dus het is mijn recht veel geld te verdienen. Sporters worden popsterren, met alle, al dan niet nare verschijnselen die bij die status horen.

Ik geef toe, ik heb me ook wel eens laten gaan. Ik heb ooit, in een moment van misplaatst ijdel vertoon, een rode Porsche gekocht. Ik heb die wagen snel weggedaan. Het paste niet bij mij. Mensen gingen raar kijken. Is dat Jonathan Edwards? In een Porsche?

Laten we wel zijn, wat stelt het allemaal voor? Ik sprong 18,29 meter, maar dat is natuurlijk geen grootse prestatie in de geschiedenis van de mensheid.

Wie herinnert zich Jonathan Edwards over vijftig jaar, wie praat er dan nog over Tiger Woods? Misschien is Mohammed Ali de uitzondering, maar in het algemeen duurt de roem zolang je actief bent, daarna is het snel voorbij.

Je leeft als topsporter toch al bij de waan van de dag. Je leidt een egocentrisch bestaan, waarvoor je alles opoffert, zelfs de relatie met je familie, om maar de beste te zijn.

We zijn een soort kunstenaars, we leveren amusement, maar we zijn geen schrijvers of componisten die grootse levenswerken, boeken of symfonie nalaten.

Daarom hoop ik dat ik de komende twintig, dertig jaar nog iets zinvols met mijn leven kan doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden