Een gewelddadige viriele mannenwereld

In Cesena wordt gedanst op de Codex Chantilly: middeleeuwse pauselijke muziek. Vrijdag opent het Festival Oude Muziek in Utrecht hiermee. Correspondent Ariejan Korteweg zag Cesena al in het pauselijk paleis in Avignon en sprak er met dirigent Björn Schmelzer (35).

We zijn zojuist getuige geweest van een muzikale thuiskomst. Zo'n 650 jaar geleden klonken deze liederen hier voor het laatst, aan het pauselijk hof van Avignon. Dat hof verloor de strijd met Rome, de liederen raakten bedolven onder het stof der eeuwen. Latere generaties hoorden er niets dan moeilijkdoenerij in.


En nu, bij de dageraad van een zomerochtend, keert die muziek terug naar het Cour d'honneur. Tweeduizend mensen ervaren een voorstelling die aan een zijden draadje hangt. Zelden was er zo weinig te zien op de binnenplaats van het pauselijk paleis, zelden ook was het er zo stil. De eerste vogels fluiten verderop in de platanen, je hoort het schuifelen van de bezemwagentjes die de festivalresten van de vorige dag bijeen vegen.


Voor het Festival van Avignon wilde de Belgische choreografe Anne Teresa de Keersmaeker de ars subtilior herontdekken, de muziek die ontstond in de periode (1309 - 1376) dat de pausen hof hielden in Frankrijk. Een jaar geleden zette De Keesmaeker op de binnenplaats van het klooster der Celestijnen de eerste stappen. Dat was bij het vallen van de avond en de voorstelling heette En Atendant, een energieke, uitbundige en tegelijk intieme dans op blote voeten. Begeleid door een precieus Belgisch ensemble.


Het pauselijk paleis vraagt om iets anders. Voor Cesena werkt ze samen met haar landgenoot Björn Schmelzer en zijn onverschrokken ensemble graindelavoix dat de muziek haast lijfelijk tegemoet treedt. In Cesena zingen de dansers en dansen de zangers. In de ochtendschemering vormen ze een kluwen die pas geleidelijk kan worden ontward.


Het is acht uur 's morgens, Cesena is voorbij. In de salon van een hotel vlak achter het Palais des papes zit Björn Schmelzer (35) na te suizen van wat hij zojuist heeft gezien en gehoord. Slaapgebrek, een ontregeld dag- en nachtritme en de spanning van een grote première zonder veel gelegenheid om ter plekke te repeteren - het is een optelsom die bij hem tot een gloedvol betoog over de schoonheid van de 14de eeuw kan leiden.


Schmelzer vertelt wat we vandaag niet te zien kregen: het zonlicht dat tegen het einde van de voorstelling door een grote spiegel op de dansvloer wordt gereflecteerd: zonsopkomst in het pauselijk paleis, terwijl op de dansvloer het lied Le Ray au Soleyl (de zonnestraal) wordt gezongen. Maar het was bewolkt, er hing regen in de lucht. Berustend: 'De voorstelling is geen twee keer hetzelfde.'


Het begon allemaal met een telefoontje van De Keersmaeker, nu twee jaar geleden. 'Ze wilde wat met ars subtilior doen', vertelt Schmelzer. 'En voor de Cour d'honneur wilde ze zich minder op de formele kant van de muziek richten en meer de kwetsbaarheid ervan en het gevoelsmatige benadrukken.'


Het moet de fysieke power van zijn zangers zijn die haar heeft overtuigd, denkt hij. Zijn graindelavoix - de naam is aan filosoof Roland Barthes te danken en wordt dwarsig met een kleine beginletter geschreven - is een divers gezelschap. 'Lang niet iedereen maakte het conservatorium af, de een is eigenlijk acteur, een ander legde zich toe op Zuid-Europese meerstemmigheid. We hebben de viriele power voor mediterrane polyfonie, maar kunnen ook heel fragiel repertoire doen.'


Al snel werd duidelijk dat het onderscheid tussen zang en dans moest vervagen.' Dat past bij De Keersmaekers opvatting. Ze vat dans toch op als movement, beweging. Zingen is dat in zekere zin ook. Ik ben zelf opgeleid als ethnomusicoloog. Musicologie is gewoonlijk sterk gericht op de westerse orkestrale traditie. Eigenlijk zou geluid de basis voor de studie moeten zijn. Alle geluid is in potentie expressief.'


Die opvatting keert in de voorstelling terug vanaf de eerste scène, wanneer danser Mikael Marklund een lied zingt dat klinkt als een oerschreeuw. Fluitend haalt hij adem, barst dan los in zijn klaaglijke zang over het vertrek van paus Gregorius XI naar Rome. Ook het slot bevat zo'n moment, als danser Matej Kejzar een Servisch lied aanheft.


Schmelzer: 'Dat zijn jongens die bijna geen toon kunnen houden. In plaats van hen aan de kant te schuiven hebben we gezocht naar wat ze wel kunnen. Die ademhaling van Mikael is iets ongelooflijks. En Matej kwam zelf met dat lied aan. Hij heeft het als kind in Montenegro bij de zigeuners geleerd. Als hij zingt, begint dat lichaam zomaar te schudden.'


Meer zingen, maar minder dans - dat maakte het werkproces niet altijd gemakkelijk. 'Er zijn dansers die bijna niet dansen, terwijl je hen zo graag zou willen zien bewegen. De zangers hebben op hun beurt moeten aanvaarden dat mensen die niet kunnen zingen de liederen overnemen. Dat was frustrerend soms. Je krijgt er iets anders voor in de plaats. Het gaat niet om virtuositeit hier, maar om een ander contact met dit repertoire.'


Schmelzer ziet in Cesena verschillende lijnen samenkomen. Naast de grote sacrale traditie is er die van de gewone mensen, wat terugkeert in dat Servische lied. Een historisch moment wordt gemarkeerd: het westers schisma, als Paus Gregorius XI terugkeert naar Rome om daar orde op zaken te stellen, waarna er veertig jaar lang twee pausen zouden zijn. 'Het was vooral een territoriale kwestie', vindt Schmelzer. 'Gregorius wil het pauselijk grondgebied terugveroveren. Daar komt de strijd van de pauselijke feodaliteit tegen de meer democratische stadstaten bij. De titel verwijst naar het bloedbad bij de Italiaanse stad Cesena, waar op gezag van de paus vierduizend burgers werden gedood.'


'Dat idee van territorium', zegt Schmelzer, 'zit sterk in de voorstelling. 'Het is afbakenen en verkennen, opgaan en neergaan. Mensen kringelen omhoog, als om hun territorium te ontstijgen. In zekere zin is het ook een alternatief scheppingsverhaal, met aan het einde de Cypriotische codex die staat voor de dageraad die uit het oosten komt, maar ook voor de ontmoetingen met de Grieks-Byzantijnse cultuur waardoor de renaissance verhevigd zal worden.'


In de vormgeving was een hervonden soberheid het uitgangspunt. 'Er was een ecologisch belang: geen decor, sobere kostuums; meer laten zien door minder licht te gebruiken. Het is terug naar de essentie, zoals de Fraticelli, een afsplitsing van de Franciscanen, dat in die tijd predikten: de kerk zonder rijkdom, de mens in zijn naaktheid.'


In muziekhistorische termen rekent Schmelzer de ars subtilior tot de tijd tussen de twee 'Guillaume-componisten' - De Machault en Dufay, zeg maar de periode van 1360 tot 1410. 'Het is alsof de erfenis van De Machault op een vreemde manier verwerkt is, vol dissonanten en verspringende ritmen die tegenwoordig eerder aan jazz doen denken. De liederen weven een tapijt van stemmen dat kan klinken als contemporaine muziek. Een tijdlang is het als rotzooi beschouwd, maniërisme, mathematische spelletjes. Dank zij de avant-gardisten kwam de waardering op gang. Die complexiteit is een soort ondergrondse lijn in de westerse muziek. Je vindt dat terug bij Alexander Agricola, maar ook bij Bach, die door zijn tijdgenoten voor zot werd verklaard.'


Hoe die muziek heeft geklonken, valt niet meer te achterhalen. 'Een viriele, gewelddadige mannenwereld', zo omschrijft Schmelzer de sfeer van die tijd. Die sfeer komt in Cesena terug. 'Als je zingt wat op papier staat, lijkt dat authentieker dan als je het savoir-faire uit die tijd gebruikt. Zoals mensen een witgekalkte kerk authentieker vinden dan een met kleuren. Hoe ouder iets is, hoe meer het verwordt tot monument. Wij proberen de notatie uit die tijd als een expressiemiddel op te vatten. Dissonanten zetten we extreem aan, terwijl Engelse ensembles dat eerder maskeren.'


'Het is een affirmatieve benadering. Die halve noot die je vaak hoort, dat is een blue note. Zing je die als ornament, dan ontstaat de emotie die je nodig hebt om de muziek te kunnen waarderen. Dat maakt de voorstelling misschien wat donkerder dan En Atendant, dat engelachtig en tegelijk afstandelijker was.'


Voor Schmelzer is de 14de eeuw rijker dan de renaissance. 'De denkers waren waaghalzen. Ze ontwikkelden concepten die niet empirisch te onderzoeken waren. Zoals over tijd: is dat een continuüm, of kun je die opdelen? Hetzelfde onderzoek gebeurde in de muziek. Je kunt het vergelijken met het einde van de 19de eeuw, de uitvinding van de cinematografie. Bij 24 beeldjes per seconde kan het oog ze niet meer volgen en ontstaat de illusie van beweging.'


'Iets soortgelijks hoor je in Le Ray au Soleyl. Er is een canon van drie lijnen. De onderste stem zingt lange noten, de middelste deelt dat in drieën, de bovenste stem in vieren. De stemmen raken elkaar en lopen weer uiteen, zo krijg je de ervaring van tijd. Da Vinci, en later Simon Stevin en Antoni van Leeuwenhoek borduren door op wat in de 14de eeuw werd ingezet. En zoals in de schilderkunst wordt ontdekt hoe voorgrond en achtergrond zonder contourlijnen in elkaar overlopen, zo hoor je in de muziek ook hoofdlijnen en omgeving die samenkomen.'


Schmelzer zingt een liedregel uit Cesena: Espoir dont tu m'as fayt partir. Hij doet dat met veel krullen na espoir, en een lang aangehouden partir. 'Emblematische woorden worden als het ware in muziek omgezet, de klanken gaan klimaatzones vormen voor de woorden, zoals een draperie rond een geschilderde figuur. Je gaat nadenken: ja, espoir, zo voelt dat. O ja, partir klinkt zo. Geheugen en verbeelding worden daardoor in gang gezet.'


Waarmee voor hem bij de ars subtilior de luisteraar een actieve rol krijgt. Heel anders dan in de 18de eeuw, waar alles kant en klaar wordt aangeleverd, is het de luisteraar die de muziek inkleurt en afmaakt, 'Om dat te waarderen, hoef je niets van muziek te weten. Dit is een nieuwe sleutel tot de 14de eeuw.'


Zijn ensemble is al lang naar bed, Schmelzer wil zelf ook graag slapen. Lachend: 'Ik ben in een soort delirium aan het raken. Dat krijg je van die korte, onregelmatige nachten.'


Cesena van Anne Teresa de Keersmaeker en Björn Schmelzer, uitgevoerd door Rosas en graindelavoix. Festival Oude Muziek Utrecht op 26 augustus, 20.00 uur.


Het festival duurt tot en met zondag 4 september. oudemuziek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden