Een gewaagde sprong over het IJ uit het rijk der illusiën

Het was al niet meer zo erg als vroeger, toen de verbinding over het IJ bestond uit kleine zeilscheepjes, die de boeren met hun boter naar de markt brachten en de Amsterdammer voor een dagje uit naar landelijk waterland....

Van onze verslaggever

Willem Ellenbroek

AMSTERDAM

Meer dan dertig jaar lang bestookte de timmerman/aannemer het gemeentebestuur, boeren, burgers, buitenlui en zelfs Zijne Majesteit de Koning met zijn fantastische ideeën over een overbrugging van het IJ. Hij droomde van bruggen als steden - tussen de bewegende delen volgetast met honderden pakhuizen, woningen, kantoren, koffiehuizen en bekroond met kasteeltorens en belvedères - en tekende ze 's avonds bij gaslicht in detail uit, inclusief de schaduwval van een lantaarnpaal of de stoomsliert van een slepertje.

Niets kon hem uit het veld slaan, hij voorzag de toekomst. Op elke afwijzing reageerde hij met een nieuwe aanpassing. Op de aanleg van het Noordzeekanaal had hij een even passend antwoord als op die van het Centraal Station. Zijn droom pareerde de werkelijkheid, maar zijn ideeën zijn nooit verder gekomen dan ontwerpschetsen.

De stad, waaraan hij zijn levensideaal opdroeg, wilde er niet van weten. Civiele en waterstaatsingenieurs van zijn dagen zagen er

merkwaardig genoeg wel iets in. Op de mogelijkheid de plannen uit te voeren, werd niet afgedongen. De financiering hoefde ook geen probleem te zijn. Hij nam dat zelf, gesteund door een consortium, in de hand, in ruil voor tolgelden en bouwrijp land aan de overkant van het IJ. Hij kreeg de burgemeesters van half Noord-Holland achter zich, maar Amsterdam richtte zich alleen op de haven en hechtte geen belang aan een vaste verbinding met een armetierig achterland.

Wie zijn plannen bekijkt ziet een groots droombeeld, door een onverzettelijke geest uitgedrukt in meterslange adembenemende tekeningen, prachtig ingekleurd en uitgewerkt in bevallige details. Een eeuw lang hebben ze een vergeten bestaan geleden in de depots van het Gemeentearchief, waar een enkeling zich nog wel eens verbaasde over die onhandelbare grote kartonnen rollen met tekeningen. Maar niemand wist in de loop der jaren precies meer waar het om ging.

Ze zijn weer van die vergetelheid bevrijd, door conservator Guido Hoogewoud, opnieuw bestudeerd en beschreven. In een tentoonstelling in het gemeentearchief en het boek De sprong over het IJ zijn Galmans idealen gereconstrueerd, in het perspectief van zijn dagen gezet en in de toekomst die er op volgde. Er blijkt iets merkwaardigs uit. Hij was zowel een visionair als een leek: in wisselend tempo was hij zijn tijd vooruit of holde in ademnood achter de ontwikkelingen aan.

Stap voor stap zijn Galmans gedachten te volgen. We kunnen zien wat hij voorzag en hoe hij op de ontwikkelingen reageerde. Van zijn leven zelf is weinig bekend, hij is stilletjes achter zijn plannen verdwenen. Uit gunningsregisters blijkt dat hij als timmerman/aannemer op een enkel uitstapje na - een telegraaflijn tussen Amsterdam en de Zaan, het station van Middelburg, het voetstuk voor een standbeeld van Willem de Zwijger in Den Haag, een kanaal in Meppel - vooral in Amsterdam met het onderhoud van bruggen en sluizen zijn brood verdiende.

Er is één foto van Jan Galman (1807-1891) bekend, gemaakt rond zijn zestigste, die een markante kop laat zien met geloken ogen, het haar achterovergekamd tot een matje. Van een militaire keuring weten we dat hij zeven el en zes duim mat, een hoog voorhoofd had, blauwe ogen, spitse neus, grote mond, ronde kin en blond haar. Buiten die foto ligt op de tentoonstelling nog één tastbaar bescheid van zijn werkzaam leven, een kleine handzaag waarvan hij de houten greep eigenhandig maakte.

Maar hij is de geschiedenis ingegaan, en er nu weer uitgediept, als de visionair van de gewaagde sprong over het IJ. Zijn portret is vervaagd geraakt, zijn gedachten zijn gebleven - uitgedrukt in die magische tekeningen en op de expositie in vitrines vol brieven, requesten, adressen en brochures. Zijn werk wordt getoond in een perspectief van alle brug- en tunnelplannen, die er in de loop der tijden, voor en na hem, zijn gemaakt. Ze vallen alle in het niet bij wat hij heeft bedacht: van zijn eerste kilometers lange, door rijen pakhuizen gedragen brug tot de laatste variant, een dubbele Towerbridge, verbonden door opritten versierd met elegante tuinen.

Tussen 1851 en 1886 werkte hij zijn idealen in 36 varianten uit. Af en toe leidde een ontwerp tot een pennenstrijd, die reacties opriep als deze: 'Het spijt ons dat een in vele opzichten verdienstelijk man, als het ware zijnen tijd verbeuzelt met eene idee fixe, welke tot niet goeds kan leiden.' Hij was zo gepassioneerd, dat hij in zijn ongeduld een keer in een adres aan de gemeente al een voorgedrukt bewijs meesloot van instemming met de aangevraagde concessie.

Galman sprong op alle ontwikkelingen in. Hij schetste een kopstation aan de overkant van het IJ toen in Nederland het spoorwegnet in ontwikkeling kwam, trok de lijn door over zijn brug naar het Centraal Station in aanbouw en via een luchtspoorbaan dwars door de oude stad naar het Weesperpleinstation. Hij plande de havendokken in Noord, die er pas in onze eeuw zouden komen en ontwierp later een complete stad aan de overkant van het IJ. Waar hij, naast zijn brug, van droomde was 'het kapitaal, hetwelke aan de overzijde van het IJ ligt te sluimeren, met glans te doen ontwaken.'

Hij werd in zijn dagen, en meest spottend, betiteld als 'den Hollandschen Ferdinand de Lesseps', de ontwerper van het Suezkanaal. Hij wordt nu, postuum, na nadere bestudering van zijn werk geprezen als 'de enige ontwerper die geprobeerd heeft om van beide IJ-oevers een echte stedebouwkundige eenheid te maken'.

Amsterdam is zich altijd tegen zijn plannen blijven verzetten en niet alleen uit praktische bezwaren. 'Het moet worden erkend', schreef een stadsingenieur als commentaar, 'de plannen van Galman mogen aanspraak maken op eene zorgvuldige, nette en uitvoerige behandeling, groote en frissche denkbeelden, jammer echter dat zij, zoo komt het mij althans voor, tot het rijk der illusiën overslaan.'

Amsterdam was bang dat aanslibbing bij brugpijlers de toch al ernstige verzanding van de haven zou verergeren, hield vast aan een onbelemmerde doorgang voor grote schepen en vond een verbinding met het toen nauwelijks ontwikkelde Noord-Holland van geringe betekenis. Galmans plannen verdwenen, in zijn eeuw nog, in het archief. De stad richtte zich, met het Noordzeekanaal, op een open weg naar zee en keek niet naar noord. Amsterdam groeide, breidde uit, dempte grachten en bouwde in oost een nieuwe haven die temeer om een vrije doorgang vroeg.

In die grote stadsvernieuwing rond de eeuwwisseling sneuvelden toevallig vrijwel alle bruggen waar Jan Galman als aannemer daadwerkelijk aan had gewerkt. Van wat hij met zijn handen maakte, rest nauwelijks meer iets. Alleen in Meppel, waar hij een kanaal groef tussen de Meppeler Sluis en de Hoogeveense Vaart, werd hij niet vergeten. Nog bij zijn leven kreeg een jaagoever zijn naam, het Galmanpad. Meer was er, lange tijd, niet aan nagedachtenis over.

De bezwaren tegen zijn Sprong over het IJ waren niet onterecht. Zijn droombrug zou, uit nautisch oogpunt bekeken, een hindernis zijn geweest. Zelfs op zijn tekeningen is dat te zien. De brugopeningen zijn heel iel, helemaal voor de grote mastschepen van die dagen. Bij een beetje wind en zicht zouden ervaren schippers met kleine schepen nog wel onder zijn kasteelbrugbogen door hebben kunnen zeilen, hoewel het massief van de bruggigant weer onverwachte verstoringen van de wind opriep. Grote schepen zouden Galmans basculebruggen alleen gesleept hebben kunnen passeren en dan nog met moeite. Voor de zeekastelen van onze eeuw zou Galmans brug helemaal niet te nemen zijn geweest.

Maar wie zijn tekeningen ziet, blijft er, met hem, voorgoed van dromen. Wat hij - in de eeuw van de toverlantaarn - ontwierp, was een cinemascopische, fantasmagorische Ponte Vecchio over het IJ.

De Sprong over het IJ, visionaire ontwerpen van Jan Galman. Gemeentearchief Amsterdam, t/m 2 december. Catalogus, uitgeverij Thoth, ¿ 65,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.