Een gevaarlijk man voor alle despoten

Gene Sharp is 83 en heeft geen vrouw. Alleen met zijn te dikke hond Sally woont hij in een sober huis in de arbeiderswijk van East Boston. Voorzichtig schuifelt hij daar door zijn met boeken volgestouwde vertrekken. Zijn bewegingen zijn traag, zijn stem zwak. Terwijl de verwarming haar best doet de kou buiten te houden, is hij soms moeilijk te verstaan. Aan niets is te merken dat hij een gevaarlijk man is voor alle despoten en dictators van deze wereld.


Dat hij dat was, was niet bij zoveel mensen bekend. Maar sinds The New York Times hem vorige week portretteerde als de man die met zijn boeken over geweldloze actie de hand heeft gehad in Mubaraks val in Egypte, bellen er elke dag journalisten bij hem aan. Allemaal verbaasd hoe het kan dat deze broze, zonderlinge studeerkamergeleerde heeft kunnen uitgroeien tot de schrik van de Iraanse mullahs, de Birmaanse generaals, de Russische potentaten en Hugo Chávez van Venezuela.


Zij scholden Sharp uit voor een agent van het Witte Huis, noemden hem een bedreiging van de nationale veiligheid of vielen winkels binnen die zijn boeken verkochten. Die boeken zijn vertaald in meer dan dertig talen en dienen wereldwijd als leidraad voor mensen die zich verzetten tegen onderdrukkers.


In Servië inspireerden ze de jongerenbeweging Otpor die Milosevic ten val hielp te brengen. En ook nu, in Tunesië en Egypte zouden workshops over zijn werk een rol hebben gespeeld. De BBC zag hoe Egyptenaren kopieën bij zich droegen van Sharps lijst met 198 methoden om zonder geweld repressieve regimes omver te werpen.


'Dat hebben we gehoord, ja', zegt Sharp. 'De mensen in Egypte haalden dingen van het internet. Ze hadden van tevoren hun huiswerk gedaan.' Maar hij weigert zichzelf te zien als de geestelijk vader van de opstand. 'Ik wil ze niet vertellen wat ze moeten doen. Ik ken hun maatschappij niet.' Het ligt ook gevoelig bij de Egyptenaren, die de afgelopen week gepikeerd reageerden op westerse media die hun succes herleidden tot een Amerikaanse bron.


Toch is één blik in de boeken van Sharp voldoende om te voelen welke aantrekkingskracht ervan moet uitgaan op dissidenten. De politicoloog is geen man van meeslepende filosofische vergezichten over de onstuitbare opmars van vrijheid en democratie. Hegel en Fukuyama? 'Heb ik niet gelezen.'


Ook is hij geen geitenwollen zwever. 'Sommige pacifisten organiseren demonstraties die een rampzalige mislukking worden. Toch noemen ze die een succes, omdat ze er een goed gevoel van hebben gekregen. Daar kan ik niets mee. Je moet verandering bereiken, en dan moet je weten wat je doet en heb je kennis nodig.'


En die kennis levert Sharp. Zo blijkt uit de acht boeken die hij me laat meegeven aan het einde van het gesprek. Terug in de trein naar New York, ontdek ik al lezende dat we hier te maken hebben met een realist, een messcherp analyticus van hoe macht werkt. Sharps centrale stelling is dat autocratische machthebbers kwetsbaarder zijn dan ze denken en hun ondergeschikten machtiger dan ze beseffen.


Cruciaal voor iedereen die macht uitoefent, is de bereidheid van het volk om te gehoorzamen en samen te werken. Die bereidheid kan zijn ingegeven door de angst voor straf, eigenbelang, gewoonte, onverschilligheid, gebrek aan zelfvertrouwen of het idee dat de regeerder een God of 'waarheid' vertegenwoordigt.


Op het moment echter dat het volk besluit vanwege hardnekkig wanbeleid niet meer te gehoorzamen, is de machthebber in problemen. Hij zal escaleren en overgaan tot straf, ontslag, gevangenis, executie en ander geweld. Maar als de ondergeschikten volharden in hun ongehoorzaamheid, zal uiteindelijk het regime het onderspit delven. Want de bereidheid van het volk tot gehoorzaamheid is de belangrijkste bron van macht voor de machthebber. Als dat weg, is hij weg.


Maar waarom bestaat er dan nog onderdrukking? Volgens Sharp omdat mensen niet door hebben hoezeer machthebbers van hen afhankelijk zijn. Daarnaast moeten demonstranten hun angst overwinnen en voldoende kritische massa ontwikkelen. Dat is moeilijk af te dwingen. 'Hoe werp je je angst af? We weten het niet. Maar de Egyptenaren deden het. Het is verbazingwekkend', zegt Sharp.


Zijn boeken maken dissidenten in elk geval bewust van hun onvermoede macht en reiken geweldloze technieken aan om verandering te bewerkstelligen. Verder moeten ze het zelf doen, elke situatie is anders. Dat blijkt in Libië, waar Kadhafi zwaar geweld gebruikt. Volgens Sharp moeten demonstranten daar geen geweld tegenover zetten. 'Want dan vecht je met zijn wapens. En dat verlies je. En als er zoveel doden vallen, is dat de strijd niet waard.'


Hij zweert bij geweldloosheid. Hij heeft daarvoor uitgebreid onderzoek gedaan in de geschiedenis. Nederland duikt herhaaldelijk op in zijn boeken. Het verzet tijdens de Duitse bezetting, vooral de illegale pers, en ook de strijd tegen de Spaanse koning in de 16de eeuw - het heeft hem materiaal opgeleverd voor zijn boeken.


Door zijn inzicht in de macht, is Sharp vergeleken met Machiavelli. Maar die was vooral bezig met hoe de vorst de macht kon behouden. Sharp denkt na hoe het volk de macht kan afpakken van de vorst. Hij is de anti-Machiavelli.


Een effectieve. Want hoewel hij zachtjes lachend van zichzelf zegt 'ik ben een beetje vreemd', lijkt de huidige nervositeit van het Chinese bewind te bevestigen dat zijn analyse van de macht van het volk niet onrealistisch is. Een paar dagen geleden werd hij zelfs gebeld door een premier van een volgens hem democratische regering in een West-Afrikaans land. Die vreesde een coup en vroeg Sharp, auteur van het boek The Anti-Coup, hoe zijn regering zich daartegen kon verdedigen. Wie dat was, daarover zwijgt hij mysterieus.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden