Een getekend museum

De collectie van Peter de Grotes Kunstkamera, een van de oudste musea, leeft voort in ruim tweeduizend tekeningen. Nu in boek en op dvd te bezichtigen....

Innovatiebeleid is geen moderne uitvinding. De Russische tsaar Peter de Grote pionierde er al in. Hij was gefascineerd door westerse wetenschap. Om die in zijn feodale rijk te introduceren, stichtte hij in Sint Petersburg in 1724 een academie van wetenschappen en een museum.

Deze Kunstkamera, een bonte verzameling planten, mineralen, anatomische preparaten, munten, oudheden en etnografische gebruiksvoorwerpen, was een van de eerste als zodanig opgezette openbare musea. De indertijd beroemde collectie, gehuisvest in een nog bestaand gebouw aan de Neva, is verdwenen. Een deel ging verloren bij een brand in 1747, de rest is over andere musea verspreid of in de loop der tijd zoek geraakt. Maar toch leeft het museum voort, want de hele collectie werd vanaf 1725 in tekeningen vastgelegd. Nederlandse en Russische wetenschappers hebben sinds 1999 gewerkt aan een complete uitgave van de 2050 bewaard gebleven icones pictae. Het resultaat, The Paper Museum of the Academy of Sciences in St. Petersburg c. 1725-176 0, boek en dvd, wordt donderdag gepresenteerd in het Amsterdams Historisch Museum.

Het plan werd geboren na de expositie Peter de Grote in Nederland van het AHM en de Hermitage in 1996, waarop een aantal tekeningen was te zien. Het was een zware klus, verzuchten drs. Renée Kistemaker (AHM) en dr. Debora Meijers (Kunsthistorisch Instituut, Universiteit van Amsterdam), mederedacteuren van het boek. ‘Je moet veel taalproblemen en cultuurverschillen overbruggen.’

Preparaten

Het door onderzoeksorganisatie NWO gefinancierde Russisch-Nederlandse project maakt wel een cirkel rond. Want Kunstkamera en tekeningencollectie hadden van meet af aan een Nederlands tintje. Het hart van Peter de Grotes museum waren de collecties die hij in de Republiek had aangekocht, zoals de anatomische preparaten van Frederik Ruysch en de naturaliaverzameling van Albert Seba. En Nederlandse tekenaars zoals Maria Dorothea Gsell, dochter van de bekende Maria Sybilla Merian, leverden een belangrijke bijdrage aan de tekeningenverzameling.

De waarde van de tekeningen, zeggen Kistemaker en Meijers, kan moeilijk worden overschat. Ze vormen een rijke bron voor cultuurgeschiedenis, wetenschapsgeschiedenis en museologie. En ook voor de Russische kunstgeschiedenis. Want ze vormen mede het begin van de westerse tekentraditie in Rusland. Ze werden gemaakt in de ateliers van de Academie van Wetenschappen, die waren opgezet als een soort kunstopleiding.

De kwaliteit van de tekeningen, meestal ongesigneerd, is dan ook wisselend. Sommige zijn onbeholpen, andere ware meesterwerken. Ze werden gemaakt om Academie- publicaties te illustreren en om op expedities verzamelde objecten te documenteren. Maar de tekeningen als geheel, vermoedelijk ooit vierduizend stuks in 58 fraaie dozen, waren op hun beurt deel van het museum en stonden dan ook in de gedrukte catavan 1741-45 vermeld. Een soort Droste-effect, zegt Kistemaker.

Elke doos bevat een soms wonderlijke verzameling afbeeldingen. Zo telt de afdeling Oudheden, Zeldzaamheden en Kostbaarheden onder meer een 18de eeuws wassen beeld van een kind in een wieg, een zwempak met kurkvulling (‘ad natandum’), wat Romeinse olielampjes, een Indische kris, een overhemd van Peter de Grote en archeologische sieraden. ‘De 18de eeuwse museumopzet valt niet samen met onze moderne disciplines’, zegt Meijers. ‘In het boek hebben we toch de oorspronkelijke catalogusindeling gevolgd.’ Het is overigens een misverstand om de Kunstkamera te beschouwen als een Kunst- und Wunderkammer, een encyclopedisch rariteitenkabinet.

‘Je ziet wel allerlei misvormde embryo's op sterk water, maar die waren wel degelijk bedoeld voor wetenschappelijk onderzoek. Peter de Grote had de knapste koppen vanuit Duitse universiteiten naar Rusland gehaald. De voorhoede van het internationaal embryologisch onderzoek werkte in Sint Petersburg.’

Zo waren de vele etnologische objecten, zoals Siberische en Chinese kledingstukken en gebruiksvoorwerpen, geen exotische curiosa, maar op expedities verzameld studiemateriaal. Het gaat bijvoorbeeld om de oogst van de grote Kamtsjatka-expeditie van de Duitse ontdekkingsreiziger en natuurvorser in Russische dienst Georg- Wilhelm Steller (1733-'43).

Meijers benadrukt dat je de verzameling niet als 2050 losse tekeningen maar als ‘corpus’ moet beschouwen. ‘Het is een uniek getekend museum, een schaduwmuseum op papier. Ik ken geen ander voorbeeld van een vroegmoderne collectie die zo goed gedocumenteerd is. Je kunt met de tekeningen, de catalogus en oude prenten met aanzichten van wanden en interieurs de verdwenen Kunstkamera bijna helemaal reconstrueren.’ Sommige raadsels blijven. Zoals die charmante tekening van een jongetje met misvormde handen en voeten. Het is het levende ‘monstrum’ Foma of Thomas. Het bijschrift vermeldt verder nog dat hij in de Kunstkamera woonde. Als een levend museumstuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden