Een geteisterde stad herleeft

Dubrovnik pronkt weer met haar cultuurschatten. Na de oorlog zette de Kroatische regering alles op alles om de schade te herstellen, zodat de buitenlandse toeristen met de dikke portemonnees zouden terugkomen....

Moet een schutspatroon zijn stad ook daadwerkelijk beschermen? Je zou zeggen dat hij daarvoor is benoemd, zeker wanneer hij overal waar hij zich laat zien een schaalmodel van die stad bij zich heeft - je zou denken dat de kaarsen, gebeden en offerandes aan zijn voeten bedoeld zijn om hem te paaien, zodat hij rampspoed zal weren en vijanden buiten de deur zal houden. Maar je weet het nooit met heiligen. Sint Blasius van Sebaste, schutspatroon van de stad Dubrovnik, heeft sinds hij een millennium geleden in functie trad, niet kunnen voorkomen dat de stad werd geteisterd door aardbevingen, stadsbranden en oorlog.

In 1991 raakte de heilige - hoewel verdekt opgesteld in een nis van de kathedraal - zelf gewond toen Joegoslavische troepen vanuit de omliggende bergen en vanaf de oorlogsbodems voor de kust hun granaten op de stad afvuurden. Tijdens de ergste beschietingen sloegen zeshonderd granaten per dag in, gemiddeld één per twee minuten.

Van de gebouwen in het centrum, in zijn geheel een Unesco-monument, liep 86 procent schade op. Eeuwenoude schilderijen, rijk versierde interieurs en bibliotheken gingen voorgoed verloren in de vlammen, driekwart van de daken hield het niet.

De Servische granaten legden niet alleen een monument van wereldklasse in puin, ze vernietigden ook een zeer belangrijke inkomstenbron van de nieuwe natie Kroatië die zich in 1990 onder leiding van Franjo Tudjman had afgescheiden: het toerisme. In het voormalige groot-Joegoslavië was toerisme goed voor 17 procent van de staatsinkomsten. Deze bedrijfstak was vrijwel geheel en al geconcentreerd in de Kroatische kustprovincies, met Dubrovnik als trekpleister nummer één.

Vijf naoorlogse jaren en elf miljoen dollar later kijkt Sint Blasius weer minzaam neer op een slenterende menigte gewapend met reisgidsen en camera's. De Kroatische overheid zette na de oorlog alles op alles om de schade zo snel mogelijk te herstellen en aldus ook de deviezenstroom van het toerisme weer te activeren. Grote industriële centra heeft het land niet. Toerisme is ongeveer de enige lucratieve sector, maar ook meteen de kwetsbaarste.

In Dubrovnik is naar schatting tweederde van de oorlogsschade hersteld, volgens Dubravka Zvrko van het instituut voor de restauratie van de stad. 'We hadden ook nog indirecte oorlogsschade. In 1979 was er een aardbeving en door de oorlog kregen we niet de kans om alles te repareren. Die schade is ondertussen alleen maar verergerd.' Unesco-experts en andere buitenlandse specialisten werden ingeschakeld, en de internationale gemeenschap droeg 10 procent bij aan de kosten.

Vanaf de stadsmuren die het oude Dubrovnik als een schelp omsluiten, ziet de stad er nu hoogstens wat gevlekter uit dan voor de oorlog, en haar daken zijn hier en daar wat roder. Het steen waarmee de gaten in de middeleeuwse muren en ornamenten zijn gerepareerd, is nog nieuw en schoon. Vandaar de kleurverschillen. De oorspronkelijke groeven bleken niet voldoende steen te kunnen leveren, zodat een alternatief moest worden gezocht. Evenmin bleek het mogelijk 'oude' dakpannen in exact dezelfde perziktinten te fabriceren. Details voor kniesoren, de tijd zal het benodigde patina wel leveren om de optische verschillen weg te werken.

Op de muren die een prachtig uitzicht bieden op het deksel van daken en de staalblauwe zee, is inmiddels weer het metalige gezoem te horen van fototoestelletjes. In de Stradun, de hoofdstraat met zijn gladde marmeren wegdek waarover een laagje van glas lijkt gegoten, verdiepen gebruinde stelletjes zich in de etalages van de juweliers. Twee werkmannen dragen een glimmende koperen dakgoot in de richting van het Fransiscus-klooster waaruit geen gregoriaansch gezang, maar bouwgeluiden de straat bereiken. Even verderop kwettert het Italiaans weer van de terrassen tegenover het Rectoren Paleis, dat met zijn gotische Renaissance-architectuur een groet lijkt te brengen aan Venetië, de Italiaanse zusterstad aan de overkant van de Adriatische zee. Het leven is kortom teruggekeerd in de geteisterde stad.

Get in before the crowds return!, beveelt de Kroatië-gids van Lonely Planet uit 1999. Nu is het te laat. De Kroatische kranten juichten afgelopen zomer dat het aantal buitenlandse toeristen met 30 procent is gestegen. Maar 1999 was in dit opzicht niet representatief. Door de Kosovo-oorlog maakte de opgaande lijn van de laatste jaren een duikeling, van 4,1 miljoen toeristen in 1998 naar 3,4 miljoen vorig jaar. Politieke onrust in de buurlanden heeft direct gevolgen voor de hele regio. Maar het herstel zette dit jaar door. Het aantal toeristen zal in 2000 naar een schatting van het Kroatisch Verkeersbureau uitkomen op 80 procent van de topseizoenen voor de oorlog, de inkomsten op 3,5 miljard dollar.

Naar de economische maatstaven van het ministerie van Toerisme zat Kroatië dus nog niet vol deze zomer, maar daarvan was in augustus weinig te merken in de aan Italië en Slovenië grenzende provincie Istrië. De schilderachtige haven van het stadje Rovinj is hartje zomer een en al bedrijvigheid. Elke ochtend vaart een vrolijke vloot vol dagjesmensen uit naar de met loofbomen en cipressen begroeide eilanden voor de kust. Ook in het even verderop gelegen recreatiedorp Villa Rubin wordt vakantie gevierd dat het een aard heeft. Parasailers glijden door de lucht, speedbootjes trekken witte krullen in het water, het kiezelstrand ligt vol badgasten, er wordt getennist, gevolleybald, gezwommen, gebarbecued en gediscood. 'We hebben nu zevenduizend vakantiegangers in de bungalows en op de camping', vertelt Drago, beheerder van Villa Rubins sportvelden. 'Vroeger was dat wel eens het dubbele. Dat was te veel. Tienduizend zou mooi zijn.' Hij spreekt vanuit zijn beheersperspectief, de meeste toeristen zullen het zo waarschijnlijk wel genoeg vinden.

Met de terugkeer van de toeristen is de stroom kuna's - zoals de nationale en niet al te stabiele munteenheid heet - weer op gang gekomen, maar de auto's op de campings verraden een adder onder het gras: opmerkelijk veel bumperstickers vermelden H, PL, R, CZ, SLO en BiH (Bosnië-Herzegovina). Het zijn oude kameraden uit Oost-Europa die sinds de val van het ijzeren gordijn wat makkelijker kunnen reizen. 'Aan hen verdienen we niet veel. Ze brengen al hun eten mee van thuis', moppert Jadrana Vukovic van hotelcomplex Pliva op het eiland Brac, Midden-Dalmatië.

Het verhaal gaat dat een Tsjechisch gezin niet alleen met een complete proviand-voorraad kwam aanzetten, maar ook de koelkast zelf het appartement insjouwde. Waarna tevens een compleet gasfornuis uit de bestelbus kwam; ook vakantie vieren moet je leren. 'West-Europeanen associëren Kroatië nog steeds met oorlog, onrust en de negatieve kanten van het Oostblok', verzucht Vukovic.

Ook in Dubrovnik heerst onbegrip over de terughoudendheid van rijkere mede-Europeanen. Mirjana Darrer heeft vanuit haar raam in het VVV-kantoor uitzicht op de markt op een van de middeleeuwse stadspleinen. Aan de voeten van een bronzen dichter stallen boerenvrouwen hun koopwaar uit: zwartblauwe pruimen, slingers van aaneengeregen vijgen, piramides van granaatappels, perziken als tennisballen zo groot. 'Wanneer ik naar buiten kijk, voel ik me een bevoorrecht mens', zegt Darrer. 'Dit is een van de mooiste steden ter wereld. Toeristen gaan wel naar Spanje, waar voortdurend bomaanslagen worden gepleegd. Ze gaan wel naar Italië waar ze gegarandeerd worden bestolen. Vooral Nederlanders laten het afweten.'

Het lijkt echter wat al te simpel om de verklaring voor de West-Europese tegenzin alleen te zoeken in het onterechte oorlogsimago. Erg goedkoop is Kroatië niet meer en de vakantie-industrie vertoont hier en daar nog trekjes van het oude regime. Hotelkamers in het bruin en oranje van de jaren zeventig, te weinig moderne uitgaansgelegenheden in de omgeving van hotels en campings, of zoals in het Pliva-complex op Brac, een propere, maar enigszins oubollige uitstraling. Het hotel is eigendom van het farmaceutisch bedrijf Pliva dat zijn werknemers een voordelige vakantie aanbiedt en tevens nog andere gasten herbergt, zoals meer bedrijven doen. Hoewel veel hotels niet onder doen voor hun concurrenten in andere mediterrane landen, kan de sector enige modernisering wel gebruiken.

'Alle hotels in Kroatië zijn te koop.' Directeur Srsen van het nationaal bureau voor toerisme in Zagreb moet lachen om zijn eigen uitspraak. 'Schrijf dat maar niet op. Dat staat zo raar.' Toch is het zo. Een erfenis uit de communistische dagen, de staat wil er vanaf. In Dubrovnik gaat Mario Marusic namens 25 hotels in het zuiden de boer op. 'Iedereen wil ze wel hebben, maar we geven ze niet weg voor een appel en een ei. In enkele hotels zijn vernieuwingen nodig. Voor de oorlog trokken we wat voorzieningen betreft gelijk op met landen als Spanje en Frankrijk. We zijn tien jaar achter geraakt.'

De marketing manager, die in de oorlog als vrijwilliger bij de verbindingen werkte, wil het liefst internationale hotelketens binnenhalen, maar buitenlandse investeerders vinden het voorlopig te woelig in de regio: 'Mensen zijn bang voor oorlog, geld is nog veel banger voor oorlog.' De nadrukkelijke aanwezigheid van de SFOR-troepen in buurland Bosnië en de alertheid die de NAVO tentoon spreidt ten opzichte van de aanpalende Servische provincie Montenegro, zijn daarom indirect weer gunstig voor het toerisme in Kroatië, meent Marusic. Hij verwacht dan ook nauwelijks tegenslag voor zijn land, mocht politieke onrust ontstaan door de Servische verkiezingen van morgen of door de pro-Westerse koers van Montenegro. 'Ze hebben hun les geleerd in Kosovo.'

Vijfentwintig kilometer langs sluimerende baaien en groene bergen naar het zuiden begint Montenegro. In de hoogtijdagen van de jaren tachtig vertrokken busladingen vol dagjesmensen vanuit Dubrovnik naar het Venetiaans aandoende Kotor of het mediterrane Sveti Stefan, het St. Tropez van de Balkan. Tegenwoordig gaat er slechts af en toe een touringcar vakantiegangers heen die een dagje willen rondneuzen in Servië-aan-zee, voor velen een synoniem voor het rijk van het kwaad.

De Montenegrijnse kustplaatsen leverden een mooie bijdrage aan een gevarieerd toeristisch totaalpakket van Dubrovnik. Hetzelfde geldt voor Mostar, op twee uur rijden van Dubrovnik, een Bosnische stad met een islamitisch hart. De uit 1566 daterende brug over de Neretva-rivier werd in 1993 vernield. Tijdens de maanden durende aanvallen van Kroaten en Serviërs op de moslims bleef weinig over van het historische centrum. Anno 2000 zijn de brokstukken van de brug uit de rivier gevist, maar gerepareerd is hij nog niet.

Via een houten voetgangersbruggetje kunnen bezoekers vanuit de westkant van Mostar naar de steile rivieroever aan de overkant. Daar lichten de felle kleuren van een ogenschijnlijk koranschool op in de zon, naast de puinhopen van de huizen bij de brug. De school is een van de weinige gerestaureerde gebouwen. Enkele oude minaretten lijken geknakt als boomstammen in een storm, de bazar is nog maar ten dele hersteld. Ook in het christelijke deel van het centrum overheersen de grimmige ruïnes die de oorlog achterliet.

'Vroeger kwamen hier dertig tot veertig toeristenbussen per dag vanuit Kroatië, nu niet één', zegt Minka, die een reisbureautje runt bij de islamitische wijk. In het smalle straatje naar de brug zijn alweer ansichtkaarten en Perzische tapijten te koop, maar ze zijn niet besteed aan de enkele SFOR-militairen en internationale hulpverleners die een uitstapje maken naar het zwaar gehavende oude centrum, de enige 'toeristen'. De balpennen gemaakt van lege kogelhulzen vinden wel aftrek.

'De restauratie gaat veel te langzaam', klaagt een islamitische koperslager, 'ondertussen zitten wij zonder inkomsten.' Ironisch genoeg heerst hierover ook onvrede onder Kroaten - het waren voornamelijk Kroatische troepen die de brug en het stadsdeel vernietigden. 'Mostar was een geliefde bestemming voor dagjesmensen', zegt een toeristische ondernemer op het Kroatische eiland Brac, 'wij hebben zelf namelijk geen moslimsteden in Kroatië.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.