Een gelikt stukje artwork zegt meer dan duizend formules

De cover van Science of Nature halen is voor onderzoekers de hoofdprijs. Goed onderzoek is daarvoor essentieel. Pakkend beeld nauwelijks minder.

In het lichte vergaderzaaltje van zijn moderne kantoorgebouw aan de winderige zuidkant van Delft heeft webdesigner Luuk Platschorre er een reeksje van aan de muur hangen: covers van de wetenschappelijke topbladen Science en Nature met zijn eigen artwork. Gemaakt, in de loop van pakweg tien jaar, voor wetenschappers die hem als grafisch ontwerper weten te vinden. Met name de nanofysici van de TU Delft, die hij vaak persoonlijk kent.


We zien dna-strengen, die zich al dan niet door piepkleine openingen wurmen. Nanobuisjes. Micro-elektronica. Kluwen moleculen en eiwitten. Allemaal gemaakt met geavanceerde 3D-software. Een kick, vindt de beeldenmaker nog steeds, je beeld op de cover van een groot blad.


Platschorre, ooit als industrieel ontwerper in Delft opgeleid, doet het illustratiewerk er in feite bij. Zijn brood verdient hij met zijn eigen internetbedrijf Tremani. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, een of twee keer per maand. Dan pakt hij een illustratie-opdracht aan en kan hij intens genieten van de gesprekken met onderzoekers die hem proberen duidelijk te maken wat ze gevonden hebben en hoe precies. 'Dat eerste gesprek, als je wat schetst en doorvraagt, voelt echt als een voorrecht. Ik hoor de wetenschap heet van de naald. En uiteindelijk bedenken we hoe je het nieuws het beste grafisch vertelt.'


Toonaangevende bladen als Science en Nature publiceren na een scherpe selectie en beoordeling (peer review) wekelijks elk tientallen wetenschappelijke artikelen. In de waslijsten van instructies voor de auteurs van geaccepteerde papers is er ook een hoofdstuk illustraties, met de nadrukkelijke uitnodiging om vooral ook markant beeldmateriaal in te zenden. 'Iedereen beseft: dit is een kans om de cover te halen', zegt art-director Yael Fitzpatrick van Science in Washington. 'En dus zie je iedereen enorm zijn best doen. Vaak met heel professioneel materiaal.'


Net als in Washington leidt dat bij Nature wekelijks tot een stortvloed aan vaak fantastisch beeldmateriaal, zegt chief artdirector Kelly Krause van het Britse blad. Het commercieel uitgegeven Nature wil toonaangevend zijn in het wetenschappelijke nieuws. In de kiosk liggen ze geen van beide, maar meer nog dan het Amerikaanse Science (het blad van wetenschapsvereniging AAAS) oogt Nature tegenwoordig als een volwassen glossy.


De cover is daarbij uiteindelijk haar domein, zegt artdirector Krause. 'De redactie bepaalt uiteraard wat het belangrijkste nieuws is. Het begint dus met de allerbeste, meest spraakmakende wetenschap. Maar markante beelden, geschikt voor een niet-specialistisch publiek, maken vervolgens zeker de meeste kans. Dat kunnen echte afbeeldingen uit het onderzoek zijn. Of art work. Als het voor mij als ontwerper maar werkt.'


Sterker, zegt co-ordinating editor Charles Wenz van Nature, het komt voor dat belangrijk onderzoek toch de cover niet haalt omdat er geen lekker beeld bij bestaat. 'Ik probeer me de covers voor te stellen op de coffee table, en of dat zou werken. Of tegenwoordig ook op de website, waar het misschien vooral zaak is om niet op de cover van vorige week te lijken. Zo geef je daar aan dat er nieuws is.'


De macht van de artdirector reikt daarbij ver, vooral richting wetenschappers en hun plaatjesmakers. Ontwerper Platschorre kan ervan meepraten. Hij richt zijn illustraties per definitie al zo in dat ze op een cover zullen passen. Dat betekent: de nadruk in het beeld onderin, niet op de plek van de bladtitel. Eventuele actie diagonaal. Ruimte laten voor eventuele teksten op het omslag.


En soms meer. 'Ik maak het wel mee dat je het verzoek van een blad krijgt om de kleuren nog aan te passen. Omdat ze al weken blauwe omslagen hebben gehad. Nou, als ze geel willen, krijgen ze geel.'


Wat hem verder niet echt uitmaakt, aangezien de kleuren in veel van zijn ontwerpen volkomen willekeurig zijn. En zijn opdrachtgevers geven er doorgaans ook niet om. 'Moleculen hebben in het echt nu eenmaal toch geen kleur.'


Maar het kan ook nog veel verder gaan. Zo haalde de Delftse ontdekking van het zogeheten majoranadeeltje in mei de voorpagina van het Amerikaanse Science. Daarop is de microschakeling waarin het deeltje werd gecreëerd weergegeven als een Star Trek-achtig apparaat met glimmende metalen oppervlakken, fotorealistisch 3D, uitgevoerd in geel goud en blauw staal. Made in Delft. Maar het was niet de cover die het team van nanofysicus prof. Leo Kouwenhoven in eerste instantie voor ogen had gehad, vertelt Guenevere Prawiroatmodjo, met Alex de Mulder de ontwerper van de sciencefictionachtige cover.


Prawiroatmodjo, oud-student bij Kouwenhoven en 'gewoon handig met Photoshop': 'Ik had op Leo's verzoek een microscoopopname van hun device mooi ingekleurd en opgestuurd, maar Science vond dat niks. Vervolgens belde Leo dat hij beeldmateriaal nodig had voor zijn optreden in Pauw & Witteman en hebben Alex en ik een nacht doorgehaald om een filmpje en 3D-beelden te maken. Alex bedacht ter plekke die metalen look, dat vonden we wel cool. En toen Science dat zag, waren ze meteen om.'


Waarbij - dat dan weer wel - de artdirector van Science een typisch Delfts nerd-grapje volledig over het hoofd zag. In een glimmende gouden punt in de schakeling hebben de makers het gezicht laten weerspiegelen van de spoorloos verdwenen Italiaanse fysicus Ettore Majorana (1906-1938), naamgever van het gevonden deeltje. 'Het begon als een geintje in de gesprekken met het onderzoeksteam. Maar toen dacht ik: waarom ook niet. Eindelijk een glimp van Majorana, als hommage.'


Garanties, zegt in Delft ontwerper Luuk Platschorre, heb je in het ingewikkelde spel van wetenschap, vormgevers en artdirectors nooit in de slag om de cover. 'We hebben weleens iets heel hots aangeleverd bij een fantastische paper, dat het uiteindelijk toch niet werd. Toen stond er opeens een foto van een kanarie op de voorkant. Geen idee wat hen bezielde.'


Pakkend beeld, zegt ook directeur prof. Albert Polman van het onderzoeksinstituut Amolf in Amsterdam, is tegenwoordig cruciaal in de wetenschap. Hijzelf publiceert geregeld over licht in nanomaterialen, en laat dat bij voorkeur ook zo realistisch mogelijk in beeld brengen, net als veel van zijn groepsleiders. 'Er is in de wetenschap een overload aan informatie. Een goed plaatje raakt meer lezers en trekt de aandacht. Dat realiseren de bladen zich. En wij dus ook.' Voorheen besteedde zijn lab het illustratiewerk nog weleens uit, bijvoorbeeld bij Platschorre in Delft. Tegenwoordig is beeld zo structureel dat het een extra taak is geworden voor zijn designafdeling die toch al handig is met moderne 3D-software. Zoiets betaalt zich zeker uit, schat Polman.


In hetzelfde Amolf is lichtfysicus prof. Ad Lagendijk tegenwoordig een van de luidste critici van de macht van de plaatjesmakers. Ooit beschreef hij in een column in de Volkskrant hoe hij zijn metingen eigenhandig bijregelde zodat de lichtpiekjes alvast keurig pasten tussen de letters op de cover van Science. Maar eigenlijk was dat al waanzin, vindt hij nu. 'Daarmee kies je voor vormgeving in plaats van wetenschappelijke inhoud en worden de bladen plaatjesboeken. Het is de aanpak van de reclamemaker. Maar die moet je gebruiken als je zeep wilt verkopen, niet wetenschap.'


Hoe ver, is de vraag, mogen de plaatjesmakers van de wetenschap dan wel gaan? Nano-biofysicus prof. Cees Dekker in Delft relativeert de kritiek van collega's als Lagendijk. 'Het is goed je te realiseren dat eigenlijk alle beelden die je maakt, slechts een beperkte weergave zijn van de realiteit. Zelfs een foto is in die zin niet echt. Plaatjes zijn metaforen. Je maakt beelden die de kern van je resultaat illustreren.'


Uiteindelijk, zegt Dekkers illustrator Platschorre, draait het bij een wetenschappelijke illustratie niet om de realiteit, maar om het vertellen van een verhaal. 'Het is een kwestie van communicatie. De kunst is goede beelden te maken die je als kijker inzicht geven in wat er is ontdekt. Daarbij mag je best over de top gaan en manipuleren, rangschikken, kleuren gebruiken, textuur aanbrengen, lichtval, beweging. De hele trukendoos van de vormgever. Als het maar overkomt. En gaaf oogt natuurlijk, zodat je gaat kijken.'


Momenteel ligt er bij Science een extreem concept van zijn hand voor een cover bij nieuw onderzoek van Dekker aan dna-strengen. Dekker ontdekte dat krullen in de opgedraaide moleculen razendsnel van plek naar plek kunnen overspringen, en legde dat in Platschorres kantoor uit door het voor te doen met een telefoonsnoer op tafel. De ontwerper keek bij dat gesprek vooral naar Dekkers handen en wist: daarmee moeten we iets. Uiteindelijk ontwierp hij voor Dekker een beeld van kronkelend dna, dat naadloos overgaat in de kluwen klimtouw van een alpinist op een bergkam. En silhouet, tegen een vurige avondlucht. Gewaagd, beseft Platschorre terdege.


Te gewaagd wellicht.


Een week na het gesprek wordt bekend dat het ontwerp van het kronkelende dna het toch niet geworden is voor de cover van Science die op 5 oktober verschijnt. Nét niet, weet opdrachtgever Cees Dekker echter ook. 'Ik hoor dat ze onze figuur gaan gebruiken voor de inhoudsopgave van dat nummer. Samen met meer beelden die deze week de cover ook niet hebben gehaald. Ook mooi. Maar jammer.'


WAAR TE PUBLICEREN?

Wetenschappers publiceren het liefst in tijdschriften die vaak door andere wetenschappers worden geciteerd. Een maat daarvoor is de impactfactor, een getal dat aangeeft hoe vaak een artikel in het blad gemiddeld wordt aangehaald. Volgens informatiemakelaar Thomson Reuters scoort het Amerikaanse kankerblad CA momenteel het allerbeste, met liefst 101,8 citaties per artikel. Tweede op de lijst is het New England Journal of Medicine (53,3). Bekende titels als Nature (36,3), Cell (32,4), Science (31,2) en JAMA (30,0) staan respectievelijk op plaats 11, 16, 18 en 20. Het veelgenoemde medische tijdschrift The Lancet staat op nummer 7.

DE COFFEE TABLE

Het Britse weekblad Nature is een van de best gelezen wetenschappelijke tijdschriften ter wereld, met een oplage van rond de 450 duizend exemplaren. Het blad is nadrukkelijk niet-gespecialiseerd, en straalt dat graag uit met spectaculaire covers. 'Ik stel me altijd voor hoe het eruit zal zien op de coffee table', zegt co-ordinating editor Charles Wenz. Het blad verscheen in 1869 voor het eerst als 'illustrated journal of science'. Tot eind jaren zestig van de vorige eeuw stonden er alleen advertenties en een index op voorpagina. In de jaren zeventig gaat het roer om, en krijgt Nature een echte beeldcover, wat later ook met journalistieke koppen. Los is Nature nergens te koop, maar het zou inmiddels niet misstaan tussen de glossy's in de kiosk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden