Column

Een gedicht tegen de zomer

Het zomert. In zomerwarmte gedijt de poëzie niet. Of speld ik mezelf wat op de mouw? Is het een luie geest in een lui lichaam? Jaren geleden schreef ik een gedicht tegen de zomer:

Beeld thinkstock

'Niets is vernielender dan de warmte.

De kou houdt in stand is statisch

de warmte beweegt met de vernieling mee

en wekt een valse schijn van zon

gezondheid zinvolle zonde (...)

Schenk me liever klare

kou en koffie.

Destructie bevroren duidelijk zichtbaar

en aanvaardbaar.

Wie in de kou zit schept geen illusies

maar schept sneeuw vrij en ongenaakbaar

in de menselijke soms bovenmenselijke winter.'

Wat kan een mens toch zeker van zijn zaak zijn, vooral in poëzie. In het dagelijks leven heb ik dat niet. Ik sta midden in de kamer en twijfel. Wat wilde ik ook alweer, waarom sta ik hier? Dit schijnt een verschijnsel van de ouderdom te zijn. Het hier geschrevene moet geen dagboek worden. Wie legt wie toch zulke regels op? Het is allemaal een kwestie van doorschrijven tot je ergens aanspoelt. Zo leef ik mijn hele leven al. IJsschotsspringen met de ogenblikken. Nu weet ik waar ik, midden in de kamer staande, naar op weg was. Ik was op weg naar een van mijn vele dode dichtersvrienden, Hugo Claus.

In Stèle schrijft hij:

'Alhoewel verstrooid en uiteindelijk vernietigd door rede

blijven zij toch in leven, die momenten die je rangschikt

tot zoiets als een bestaan.

Hoezeer je wilt vergeten en verliezen, het is te veel gevraagd,

een onbestaan, rare sporen blijven over.

Wat wij leren als wij zoeken naar een wezen tussen ziel

en vel, het is de wet: weg wezen!

Hadden wij kunnen kiezen tussen mens of steen, o dan, o dan...

Maar de ellendeling verkoos mens te zijn, dat zal hem leren.'

Uit een nawoord van Sigrid Bousset bij de bundel Restanten (De Bezige Bij, 2016) van de theatermaker Jan Fabre, citeer ik: 'Het zijn teksten die getuigen van een radicale eenzaamheid, omringd door echo's van personages die leven in een hiernamaals, spookaanwezigen in een onbestemde tijd.'

Een zo'n tekst:

Slaap is net het sluitstuk

van de oude dag

Wanneer ik slaap

vallen de maan en de sterren naar beneden

in mijn open ontspannen mond

en verspreid ik licht van buitenuit

Slaap is het vertrekpunt

van de nieuwe dag

En wanneer ik ontwaak

valt de zon

in mijn open verbaasde mond

en verbrand ik van binnenuit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.