Een geboren redenaar

JOHN ADAMS, Amerikaans revolutionair en van 1797 tot en met 1800 de tweede president van de Verenigde Staten, heeft nooit over aandacht van historici te klagen gehad....

Wat was de rol van Adams? In zijn biografie John Adams noemt David McCullough hem the voice of independence. Die typering is goed gekozen en niet alleen omdat Adams in 1776 tijdens het tweede Continentale Congres van afgevaardigden van de Amerikaanse kolonies de Onafhankelijkheidsverklaring hartstochtelijk verdedigde en weifelaars wist over te halen om in feite hoogverraad te plegen en zich in een hachelijk avontuur te storten door de strijd aan te binden met het machtige Britse wereldrijk.

De uit het puriteinse Massachusetts afkomstige John Adams (1735-1826) studeerde rechten te Harvard en ontpopte zich in zijn rechtspraktijk als een geboren redenaar. Zonder voorbereiding kon hij uren achtereen spreken en zijn gehoor geboeid houden. Hij kon politiek manoeuvreren, overtuigen en onderhandelen. Die vaardigheden zouden hem goed van pas komen tijdens de onafhankelijkheidsstrijd.

De Amerikaanse kolonies hadden in de zeventiende en een groot deel van de achttiende eeuw een hoge mate van vrijheid genoten. Ze hadden hun eigen vertegenwoordigende lichamen en ze betaalden in feite alleen de door lokale wetgevende vergaderingen opgelegde belastingen. Ze leverden nauwelijks een financiële bijdrage aan de oorlog die Engeland van 1756 tot 1763 tegen Frankrijk voerde, waarbij de Fransen van het Noord-Amerikaanse continent werden verdreven. In de hierop volgende oorlogen tegen de indianen moesten de Britten opnieuw het ijzer uit het vuur halen. De Britse regering trachtte de kolonisten hun steentje aan de kosten te laten bijdragen door hen belastingen op te leggen. Deze pogingen stuitten op verzet. Het Britse parlement had volgens de kolonisten niet het recht belastingen op te leggen zonder hen inspraak te geven. No taxation without representation - de beroemde frase is afkomstig van John Adams.

Vanwege het verzet werden de maatregelen ingetrokken. Toen de in financiële nood verkerende East-India Company de Britse regering wist te overreden haar een monopolie te geven op alle in de kolonies geïmporteerde thee, vlamde het verzet weer op. Amerikaanse theehandelaren werden in deze lucratieve handel immers buiten spel gezet. De door de Amerikanen afgekondigde boycot bereikte een hoogtepunt met de Boston Tea Party in 1773, waarbij een groep Amerikanen kisten met thee vanaf de Britse schepen in het water wierp. De Britse regering sloot daarop de haven van Boston en verbood lokale verkiezingen. De wetgevende vergadering van Massachusetts zou bovendien niet langer door de lokale bevolking worden gekozen maar door de Britse kroon worden benoemd.

Deze en andere maatregelen waren in wezen de oorzaak van de opstand. Als de Britten Massachusetts het recht op zelfbestuur konden ontzeggen, zouden ze hetzelfde kunnen doen in andere kolonies. Veel Amerikanen waren van mening dat hiermee hun traditionele vrijheden op het spel stonden en de opstand kreeg geleidelijk een meer ideologische lading.

Eensgezind waren de kolonisten allerminst. Tijdens het eerste Continentale Congres in 1774 bleek er grote verdeeldheid te bestaan over de wijze waarop moest worden gereageerd op de Britse pogingen de greep op de kolonies te verstevigen. Het was John Adams die een compromis wist uit te werken tussen de radicalen, die het gezag van het Britse parlement in het geheel niet erkenden, en de gematigden, die wilden dat het Britse parlement samen met een nieuw te vormen Amerikaanse assemblee over de wetgeving zou beslissen. Het door Adams opgestelde compromis behelsde dat de kolonisten zich alleen zouden onderwerpen aan 'bona fide' wetgeving die zich zou beperken tot de handel met het buitenland. Beide partijen konden zich in deze formulering vinden en daarmee was in ieder geval tegenover de Britten de eensgezindheid bewaard gebleven.

Het is merkwaardig dat McCullough dit voor Adams tekenende optreden negeert. Hij besteedt wel uitvoerig aandacht aan het eerste Continentale Congres, maar verliest zich, zoals wel vaker in deze studie, in sfeerbeschrijvingen en anekdotes. De bindende rol die Adams enkele jaren later speelde, komt duidelijker uit de verf. Ook in de weergave van de volgende fase in het leven van Adams is McCullough beter op dreef.

Het was gezien de verbale kwaliteiten van Adams niet verwonderlijk dat hij, samen met Benjamin Franklin en Thomas Jefferson, als diplomaat naar Frankrijk werd gezonden om een bondgenootschap tot stand te brengen. Het leger van de opstandelingen was slecht uitgerust en de oorlog kon alleen met Franse hulp worden gewonnen. Door het in 1778 gesloten bondgenootschap leverden de Fransen munitie en troepen. Bovendien werd, op aandringen van Adams, het aandeel van de Franse marine vergroot. Het gevolg was de slag bij Yorktown, waarbij de Britten definitief werden verslagen. In 1783 erkenden ze de Amerikaanse onafhankelijkheid.

Adams vertoefde toen al vijf jaar in Europa. In totaal zou hij gedurende tien jaar, met enkele onderbrekingen, bij Europese mogendheden steun proberen te verwerven voor de jonge natie die aan de andere zijde van de oceaan om haar bestaan vocht. Bij zijn terugkeer in 1788 werd Adams voor zijn verdiensten beloond met het ambt van vice-president onder George Washington.

Toch kwam Adams ondanks zijn aanvankelijke populariteit geleidelijk in een politiek isolement terecht. De oorzaak lag ten dele in een conflict met Thomas Jefferson over de Franse revolutie. Adams sympathiseerde met de vrijheidsdrang van de Fransen, maar hij voorzag dat de revolutie op chaos, terreur en tirannie zou uitlopen. Jefferson sprak daarentegen zijn onverdeelde steun uit voor de Franse revolutie en gaf openlijk kritiek op het standpunt van Adams. De voormalige vrienden werden aartsrivalen.

Het meningsverschil kon zo hoog oplopen, doordat de opvattingen over de Franse revolutie nauw verbonden waren met de binnenlandse politiek. Jefferson en zijn aanhangers wilden grotere bevoegdheden voor de staten en meer in het algemeen een grotere vrijheid. Adams was daarentegen voorstander van een krachtige en efficiënte federale regering.

Vanwege de grote populariteit van Jefferson en van de Franse revolutie in de VS raakte Adams politiek beschadigd. Hij had niettemin voldoende krediet over om in 1796 de presidentsverkiezingen te winnen, zij het met de hakken over de sloot. Tijdens zijn presidentschap kreeg hij het ook aan de stok met zijn eigen politieke groepering, de federalisten. Problemen over onder meer de buitenlandse politiek zorgden ervoor dat de aanhang van Adams slonk en dat hij in 1800 niet werd herkozen. Tot aan zijn dood in 1826 zou hij ambteloos burger blijven.

'Ik heb voortdurend in een land met vijanden geleefd', klaagde Adams in 1812. Hij voelde zich niet alleen politiek, maar ook intellectueel geïsoleerd. Het gedachtegoed van John Adams krijgt in de biografie echter nauwelijks aandacht; zij heeft in dat opzicht weinig diepgang. Er is in de historische literatuur wel gesuggereerd dat Adams als intellectueel steeds meer uit de pas begon te lopen met zijn tijdgenoten. De Amerikaanse historicus Gordon Wood stelde aan eind jaren zestig dat Adams zich keerde tegen de tijdens de onafhankelijkheidsstrijd opkomende mythe dat de VS anders waren dan andere naties, een mythe die tot op de dag van vandaag een hardnekkig bestaan leidt. Zijn puriteinse achtergrond en vooral zijn langdurige verblijf in Europa hadden Adams ervan overtuigd dat zijn landgenoten hetzelfde waren als alle andere volkeren en dat hun natie zich niet van andere onderscheidde. De veel voorkomende gedachte dat de VS een unieke, egalitaire samenleving zouden zijn of worden, moest het bij Adams ontgelden. Ongelijkheden waren in zijn opvatting onvermijdelijk. Verschillen in rijkdom en in aangeboren talenten waren daarvan de oorzaak. Hebzucht, ambitie en machtswellust waren in de VS even sterk ontwikkeld als elders. Juist daarom pleitte Adams voor een krachtige centrale regering die deze passies moest intomen en chaos zoals in het revolutionaire Frankrijk moest voorkomen. Terwijl Jefferson rekende op de unieke deugdzaamheid van zijn landgenoten en erop vertrouwde dat onderwijs en opvoeding een remedie waren voor de resterende onvolmaaktheden in hun karakter, vertelde Adams hem ooit dat de sociale orde alleen door macht en dwang kon worden gehandhaafd.

Geen enkele revolutionaire leider was dan ook zo somber gestemd over de toekomst van de gelijkheidsidealen van 1776 als John Adams. Dat maakte hem in intellectueel opzicht tot een enigszins eenzame figuur. The voice of independence was er niet in geslaagd zijn landgenoten ervan te overtuigen dat de VS een natie waren als alle andere.

Dat McCullough dergelijke vragen laat liggen, doet niets af aan het feit dat hij een fraai geschreven biografie heeft afgeleverd, die in populariteit in de VS niet onder doet voor zijn al even enthousiast ontvangen biografie van president Truman. Er is wel opgemerkt dat McCullough de populariteit van de grote Amerikaanse historica Barbara Tuchman begint te benaderen. Dat is ongetwijfeld juist: McCullough heeft dezelfde gelukkige hand van schrijven, maar de prikkelende analyses die Tuchman soms kon geven, ontbreken in zijn werk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden