'Een gasmasker moet je voelen'

Van films en games krijgen jongeren de indruk dat oorlog iets romantisch en heldhaftigs is. Jonge leraren geschiedenis leven zich in een Belgisch museum in hoe het echt was, in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog.

ZONNEBEKE - Een lachsalvo klinkt als de eerste student in legeruniform uit de kleedkamer komt. Zijn kaki broek is te groot, zijn helm wiebelt op zijn hoofd en zijn geweer blijft overal haken. 'Kijk eens in de camera', roept een klasgenoot. 'Dat wordt een mooie profielfoto op Facebook.'

Een voor een worden de 25 jongens en 10 meisjes in uniform gestoken, compleet met munitietassen, beenwindsels en gasmasker. Vandaag zijn zij geen eerstejaarsstudenten van de Fontys Lerarenopleiding in Sittard, maar soldaten van het 40ste bataljon van de 3de Australische Divisie, de 'Tasmanian Devils'. Vandaag is geen mooie zomerdag in 2012, maar het kletsnatte 4 oktober 1917.

De Limburgse geschiedenisleerkrachten in spe nemen deel aan een platoon experience, een inleefdag om de Eerste Wereldoorlog aan den lijve te ondervinden. In het Belgische Zonnebeke, pal op de frontlinie van '14-'18, volgen ze het spoor van de 'Tasmanian Devils' tijdens een belangrijke aanval. De Grote Oorlog in één dag.

Het inlevingsproject werd in 2007 bedacht door het Memorial Museum Passchendaele 1917, een oorlogsmuseum in Zonnebeke, en groeide snel in populariteit. Dit jaar namen al veertig scholen deel, waarvan vijf uit Nederland. Volgens de organisatoren neemt de interesse uit Nederland, destijds geen betrokken partij in WO I, elk jaar toe.

De lerarenopleiding uit Sittard komt al voor de vijfde keer. ' Onze studenten steken er echt iets van op', zegt docent Maurice Heemels. 'Het maakt hun lessen over WO I bezielder. De beklemming van een gasmasker, het gewicht van een geweer, dat kan je niet leren uit een handboek.'

De dag begint met een voedzame soldatenmaaltijd: een prakje van aardappelen, soepgroenten en corned beef, drijvend in een etensblik. 'Dit ziet eruit alsof iemand het al eens gegeten heeft', walgt een van de studenten. Een net benoemde sergeant maakt meteen misbruik van haar status: 'Soldaat, jij doet mijn afwas, of ik laat je tien push-ups doen.'

'Zo is het altijd: in het begin vinden ze het allemaal nog grappig', zegt Guy Vanhaverbeke, een van de twee begeleiders. 'Halverwege de dag komt het besef dat het geen spel is, en op het einde zijn ze blij dat ze hun geweer weer mogen afgeven.'

Na een opsomming van de regels - geen frisdrank, geen mobieltjes en geen sigaretten - trekt het bataljon richting Passendale, het doel van de fameuze Derde Slag om Ieper. Op 4 oktober 1917 boekten de 'Tasmanian Devils' hier drie kilometer terreinwinst, en de studenten doen hen dat vandaag na.

Ze marcheren langs een oude spoorweg, bestuderen de frontlijnen en schatten de afstand tot 'de vijand' in. Ze rukken op in groepjes, zoeken dekking en richten hun geweren. Voorbijgangers kijken vreemd op: in dit weidse landschap, waar honderdduizenden jongens zijn gesneuveld, ligt de oorlog nog steeds gevoelig.

Soms krijgen de platoon experiences dan ook kritiek. Het inlevingsproject wordt gelinkt met re-enactment, waarbij een groep een veldslag tot in de details naspeelt, vaak met meer aandacht voor het militaire spektakel dan voor het menselijk leed.

'Critici vinden dat wij de oorlog verheerlijken', zegt Freddy Declerck, oud-militair en voorzitter van het museumgenootschap. 'Dat klopt totaal niet. Wij zeggen niet met opgeheven vingertje dat de oorlog fout is, maar wij tonen de wreedheden. Door de jongeren met hun neus op de feiten te drukken, beseffen ze dat een oorlog geen pretje is. Dat is een andere manier van vredeseducatie.'

Volgens oud-Fontysstudent Willem Kiggen, mee om de inleefdag als 'luitenant Willem' te begeleiden, slaat de kritiek nergens op. 'Veel jongeren hebben een romantisch beeld van oorlog. Hun referenties zijn films en computerspelletjes, ze zien alleen het heldhaftige. Hier wordt dat wow-effect ontkracht.'

Dat blijkt bij een Duitse bunker, waar elke student in de huid kruipt van een Australische soldaat die deze bunker in 1917 hielp veroveren. Een van hen is soldaat Gavin, die hier door een scherpschutter in het hoofd werd geschoten. Een ander is boodschapper McKinley, die in de nek werd geraakt maar overleefde. Onderluitenant Hart werd op slag gedood door een granaatscherf.

De twee begeleiders tonen foto's van het landschap in 1917, een modderpoel vol bomkraters. 'Kun je je voorstellen hoe de toestand hier was?', vraagt begeleider Bart De Groote. 'De lijken bleven hier liggen en zonken weg in de modder. Waarschijnlijk liggen hier nog duizenden lichamen in de grond.'

Het is het aangekondigde keerpunt van de dag. De studenten zijn vermoeid, hun geweer en rugzak beginnen zwaar te wegen, hun rug en voeten voelen pijnlijk aan. 'Maar wij hebben geen recht om te klagen', zegt Stella Entjes (19). 'Vroeger droegen de soldaten 35 kilo uitrusting, wij hebben slechts 15 kilo.'

Uitgeput komen de studenten aan op Tyne Cot. In 1917 was dit het eindpunt van de aanval, nu is het het grootste Britse soldatenkerkhof van België, met 12 duizend graven en een monument voor 35 duizend vermisten. 'Waar waren ze mee bezig?', zegt Stella Entjes tussen de witte grafstenen. Ze wil haar legerplunje liefst zo snel mogelijk uittrekken. Met een brok in de keel: 'Ik voel me opgelaten, alsof ik niet het recht heb om hun uniform te dragen.'

Zie ook: Reizen pagina 5 oorlogsmuseum in Ieper vernieuwd

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden