Interview Jacques Tichelaar, oud-commissaris van de koning

‘Een fout toegeven? Dat is in de politiek slechts een enkeling gegeven’

Jacques Tichelaar stapte vanwege een integriteitskwestie twee jaar geleden op als commissaris van de koning in Drenthe. In de te boek gestelde terugblik op zijn loopbaan overheerst de onbarmhartigheid van politiek als beroep. ‘Toen ik afgetreden was, zei iedereen plotseling: dit had niet zo gemoeten.’

Jacques Tichelaar: ‘Ik vind dat mensen een tweede kans verdienen.’ Beeld Kiki Groot

‘Hebben jullie zondag Buitenhof gezien?’ De ogen van Jacques Tichelaar beginnen te glinsteren. ‘Zo snel kan het gaan: je koopt aandelen Air France-KLM en opeens ben je premierskandidaat. Alsof Wopke Hoekstra dat in z’n eentje heeft besloten. Maar ja, hij sprak Frans op de persconferentie. Dan ben je plots de gedoodverfde minister-president.’

Jacques Tichelaar (66) kan de politiek niet laten. ‘Ik kijk daar met plezier naar. Het is een spel, een mooi spel.’ Terwijl juist hij aan den lijve ondervond hoe meedogenloos het politieke bedrijf voor zijn arbeiders is. ‘Verslavend’, noemt hij de politiek: je gaat er aan onderdoor, maar kunt er ook niet zonder.

De man die vanwege een integriteitskwestie opstapte als commissaris van de koning in Drenthe ontvangt op de Havixhorst, een landgoed in zijn woonplaats De Schiphorst, net buiten Meppel. Twee ooievaars hebben een nest gebouwd op een schoorsteen van de havezathe. Twee jaar geleden verdween Tichelaar van het politieke toneel. Maar nog steeds wordt hij elke morgen om 5 uur wakker met de onrust: wat zullen de kranten schrijven? Het zijn de afkickverschijnselen van een politieke junkie.

CV

1952 geboren op 2 januari in Heerenveen

1973-1976 studie aan Pabo

1976-1989 onderwijzer en adjunct-directeur school in Joure en Leeuwarden

1989-1994 algemeen secretaris Algemene Bond voor Onderwijzend Personeel

1994-2002 voorzitter Algemene Onderwijsbond

2002-2009 lid Tweede Kamer voor PvdA

2009-2017 commissaris van de ­koning in Drenthe

Al in 1976, amper 23, werd Tichelaar lid van de Partij van de Arbeid. Hij begon zijn werkzame leven als leraar, klom snel op tot adjunct-directeur en werd actief in de onderwijsbond, waarvan hij in 1994 voorzitter werd. In 2002 kandideerde hij zich als Kamerlid voor de PvdA. ‘Toen zei niemand: weet je wel waar je aan begint?’

Als parlementariër was hij tamelijk onopvallend, maar zijn rol als secondant van Wouter Bos tijdens de formatie van het kabinet-Balkenende IV werd in 2006 beloond met het fractievoorzitterschap. Die functie bleek ‘de weg naar de eenzaamheid’. Hij ging ten onder in wat hij noemt de ‘Bermuda-driehoek’ van het kabinet, het coalitieoverleg en zijn eigen fractie.

‘Nergens hoor je meer helemaal bij. Je kunt niet meer zeggen wat je wilt. De woordvoerders, persvoorlichters, spindoctors – het is een betonnen vat. Je persoonlijkheid gaat naar de klote.’

Het eiste fysiek zijn tol. Na een hartoperatie moest hij in 2008 vanaf zijn ziekbed op Teletekst lezen dat hij niet op zijn post zou terugkeren. ‘Ze wisten nog niet eens of ik het overleefd had en de discussie over mijn opvolging was al gaande.’

Tichelaar zocht rust en medialuwte in Drenthe, waar hij in 2009 commissaris van de koningin werd. Die functie moest hij in 2017 noodgedwongen neerleggen vanwege een integriteitskwestie. Hij had de naam van zijn schoonzus genoemd toen er een provinciaal pand heringericht moest worden. Terwijl hij op meer krediet rekende, liet het Drents Parlement hem niet begaan.

‘Ik was altijd de eerste die zei: politiek is heel hard en genadeloos’, zegt hij in het deze week verschenen boek Slagkracht – Het verhaal van Jacques Tichelaar. ‘Als het jezelf overkomt, geeft zo’n feitelijke constatering weinig troost.’

Het is een onthutsend boek; een portret van de Werdegang van een beroepspoliticus. Soms toont Tichelaar zich zelfkritisch (‘Ik had er nooit aan moeten beginnen, aan het fractievoorzitterschap’), vaak wijst hij op het harde, onpersoonlijke politieke bedrijf. ‘In de politiek vraagt niemand ooit: hoe is het eigenlijk thuis?’

Aan de menselijke maat ontbreekt het vaak in Den Haag, vindt Tichelaar. Als hij iets leerde tijdens de coalitieonderhandelingen in 2006 was het dat: ‘Het gaat erom dat je oprecht geïnteresseerd bent in wie er tegenover je aan tafel zit.’ Dus vroeg Tichelaar Balkenende naar zijn paardrijdende dochter, de infectie die de CDA-voorman bijna het leven kostte en diens inspiratiebron, de socioloog Amitai Etzioni.

Hij zag nieuwkomers vermalen worden in de Tweede Kamer. Met nobele intenties en torenhoge ambities deden ze hun intrede. ‘Maar daar is nauwelijks aandacht voor. De senioren in de fractie verdelen onder elkaar de portefeuilles, als nieuweling zit niemand op je te wachten. Ze waren de Kamer ingegaan met het idee: ik word machinist. In plaats daarvan belandden ze in de laatste wagon. Ik zag dat het aan hen vrat. Ze kregen te horen dat ze nooit in de media waren, thuis vroeg men zich af wat diegene toch in Den Haag deed. Eigenlijk moet je dan tegen die mensen zeggen: “Ga alsjeblieft iets leuks doen voor jezelf. Ga terug naar je oude beroep, daar was je heel goed in.” Maar dat zeggen we niet.’

De Haagse stolp is een gesloten systeem, niet in staat tot zelfreflectie. Thierry Baudet – wat je ook van hem vindt – wordt weggehoond als hij de Algemene Beschouwingen een rituele dans noemt, terwijl hij daarmee volgens Tichelaar best een punt heeft.

Jacques Tichelaar Beeld Kiki Groot

Neem ook de reacties op het boek van het ongelukkige oud-VVD-kamerlid Ybeltje Berckmoes, Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn. Ze snijdt met de extreme volgzaamheid – ze beschouwde zichzelf als stemvee – een wezenlijke kwestie aan, vindt Tichelaar. ‘Maar wat is de reactie van politici en pers? Die smalen: “We hebben nooit wat van u gehoord.”’

Tichelaar groeide op in een middenstandsgezin in Heerenveen. Zijn vader had een schildersbedrijf, met op het hoogtepunt vijftig medewerkers. Een verstokte VVD’er die fulmineerde tegen de bureaucratie en belastingen. Hij voelde zich verantwoordelijk voor zijn personeel, maar wel tegen een zo laag mogelijk tarief. ‘Daarvan dacht ik wel eens: dat kan ook op een andere manier.’ Dan zijn moeder, die als het druk was voorstelde wat te drinken op een terrasje achteraf, dat nog niet vol zat. ‘Die mensen moeten er ook van leven, zei ze dan.’

Juist in zijn eigen partij heeft hij oprechte betrokkenheid vaak gemist. De solidariteit waar de PvdA ideologisch voor staat, is in de eigen gelederen volgens Tichelaar vaak ver te zoeken. ‘Dat heb ik aan den lijve ondervonden, en niet alleen ik. Het succes van Diederik Samsom was dat hij zei: ik vertel u het eerlijke verhaal, ik wil geen valse verwachtingen wekken. Maar diezelfde Samsom werd door zijn eigen partij finaal afgeknald omdat hij zei: ik heb afspraken gemaakt met Rutte en daar hou ik me aan. We hebben onze mond vol over anderen. Maar als het over onze eigen mensen gaat, dan gelden andere regels en krijg je uit het niets een dolk in je rug.’

Want zo heeft hij het twee keer ervaren. Het Teletekstbericht dat hij niet zou terugkeren als fractievoorzitter in 2008, maar ook de telefoontjes van toenmalig partijvoorzitter Hans Spekman naar hemzelf en PvdA-Statenleden in Drenthe, dat hij moest opstappen. De NOS was meteen op de hoogte. ‘Achter je rug om. Terwijl je jaren hard gelopen hebt voor de partij.’

Hij zegde er zijn partijlidmaatschap door op. Al kwam hij daar op terug na een openhartig gesprek met de nieuwe partijvoorzitter, Nelleke Vedelaar. ‘Ik vind dat mensen een tweede kans verdienen. Je kunt haar niet verantwoordelijk houden voor haar voorganger. Een fout toegeven? Dat is in de politiek slechts een enkeling gegeven.’

Is het u gegeven?

‘Het fractievoorzitterschap had ik achteraf gezien nooit moeten doen. Het was een combinatie van verantwoordelijkheidsgevoel en ijdelheid. Ook bij mijn vertrek in Drenthe heb ik gezegd dat ik fout zat. Ik word er verdrietig van. Hoe heb je met zo veel ervaring zo’n fout kunnen maken? Later kan ik dat wel reconstrueren. Je bent vol ambitie, wilt doorpakken en je ziet dat er niks gebeurt terwijl er belastinggeld over de balk wordt gekeild. ‘Nou ben ik het zat. Neem dat bedrijf maar, er moet nu iets gebeuren’, zei ik. Maar als je de film terugdraait, weet je: dat had ik niet moeten doen, ik had tot tien moeten tellen.’

Na uw aftreden raadpleegde u een psychologe. U wilde zo snel mogelijk weer aan de slag. Maar zij zei: ‘Jij hoort er niet meer bij.’

‘Dat was een harde confrontatie. In sociaal opzicht belandde ik niet in een zwart gat, maar politiek deed ik er plotseling niet meer toe. Het had een bevrijding kunnen zijn, maar ik heb er nooit zelf voor gekozen. Acceptatie kost tijd. Ze vroeg ook: wil je weer aan het werk omdat je dat zelf wilt, of omdat je denkt dat anderen het van u verwachten? Toen dacht ik: ja verdraaid, waarom eigenlijk? Die vraag had ik me eigenlijk nooit gesteld.’

U beschrijft een paradox: men vraagt om dadendrang, maar als je dat toont kom je erachter dat niemand meer achter je staat.

‘In de profielschets werd gevraagd om slagvaardigheid. Ze zochten de grootste activist van Nederland om de Drentse belangen te behartigen. Statenleden vonden het prachtig dat ik hoog spel speelde om de kazerne in Assen en de gevangenis in Veenhuizen op te houden. Toen Phillips een fabriek in Emmen sloot en ik sprak daar schande van, vond men dat geweldig. Niemand zei ooit tegen mij: even dimmen. Maar blijkbaar – al is dat me nooit rechtstreeks gezegd – werd doorpakken toch niet zo gewaardeerd door de Staten. Ik heb in het debat over de integriteitskwestie de eer aan mijzelf gehouden omdat ik merkte dat het vertrouwen er niet meer was, en zonder vertrouwen ben je nergens. Opeens werden allerlei oude kwesties opgerakeld, was ik plots te vaak te eigengereid geweest. Het was een optelsom, de koek was op.’

Jacques Tichelaar. Beeld Kiki Groot

Liet u wel ruimte voor tegenspraak?

‘Als mij gevraagd wordt: je moet een boegbeeld zijn, er moet reuring komen, u moet voorop lopen, dan kun je het krijgen. Ik kon fel zijn tegen Statenleden als ik zei: u moet wel uw dossiers kennen. Dat is niet leuk om te horen natuurlijk. Dat had ik misschien anders moeten doen. Maar is dat waarom de rest achterblijft als je de hoek omslaat? Toen ik afgetreden was, zei iedereen plotseling: dit had niet zo gemoeten.’

Nog een dubbelzinnigheid dus: de man die zoveel moeite had met de kilte van de politiek, stond zelf ook te boek als een macher die op momenten bikkelhard kon zijn. Hij erkent ruiterlijk: zijn drift is zijn kracht en zijn zwakte.

Zijn emotie en politiek wel een gelukkige combinatie?

‘Ik hoop niet dat mensen die emoties tonen ongeschikt worden verklaard voor politiek. Maar je moet emoties wel goed kunnen beheersen. Ik kan me erdoor laten meeslepen. Sinds de operatie aan mijn hart word ik echt heel snel emotioneel. Het zit meer aan de oppervlakte, het komt sneller naar buiten. Ik kan heel slecht tegen onrecht. Dan wordt emotie een vorm van boosheid.’

Uw boek leest als een desillusie. En toch schrijft u: ik zou zo weer teruggaan naar Den Haag.

‘Het is niet dat ik terug verlang naar de cultuur en de omgangsvormen. Maar waar Den Haag verslavend in is: je bent er wel bij, je kunt problemen oplossen, zaken regelen, je ambities nastreven.’

En tegelijkertijd is het vernietigend.

‘Dat botst, daarin hebben jullie gelijk. Het schaadt je gezondheid, thuis denken ze: is er nog een leven buiten de politiek? Natuurlijk heb ik ook gedacht: wat doe ik hier? Maar je dient de belangen van het land, met vallen en opstaan, dan geef je niet snel op. De aantrekkingskracht is zo groot. Je zit middenin de draaikolk van de actualiteit. Zelfs in de stiltecoupé onderweg naar Den Haag. “Dat is de man die dat besloten heeft”, zeiden ze dan, net zo hard dat ik het kon horen. Je hebt nooit rust. Alleen de nacht is voor jezelf, dat wil zeggen: tot 5 uur. Dan schrik je wakker en denk je: dadelijk komen de vragen van de media weer, dadelijk wordt mij weer de maat genomen.’

Slagkracht – Het verhaal van Jacques Tichelaar. Opgetekend door Birte Schohaus. Koninklijke Van Gorcum, Assen. € 24,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.