Een fopkloof negeert alle andere valkuilen in de maatschappij

Margriet Oostveen in Leeuwarden

Hoe pas echt een afgrond loopt tussen twee arme Friese buurten.

Beeld de Volkskrant

Naast de koffiemelkfabriek van Campina in Leeuwarden staat een klein buurthuis: 't Skip-hûs. Binnen is de woensdagse koffieochtend een gezellig zooitje. Mensen van alle leeftijden kwekken luid door elkaar. Plotseling lopen ze als één man naar buiten: dan gaan ze samen roken.

Ik was lukraak binnengelopen en trof Jery de Haan: werkte drieënveertig jaar bij de post en is al bijna veertig jaar vrijwilliger bij het wijkcomité dat dit buurthuis overeind houdt, hij is nu de voorzitter. Jery kan je alles over een kloof vertellen. Niet over 'de culturele kloof' tussen Randstad en daarbuiten, waar je deze week zoveel dwingends over hoort. Wel over een culturele kloof tussen zijn arme wijk en de volgende arme wijk.

Wie het steeds over 'de culturele kloof' tussen Randstad en provincie heeft, tuigt een schijntegenstelling op. Dat heb ik erop tegen. Natuurlijk vind je overal mensen met een hekel aan Randstedelingen en aan roetveegpiet. Ik sprak in Leeuwarden nog een prachtexemplaar, hij wilde zijn naam niet eens noemen van ergernis, in de witte middenklassewijk Camminghaburen. Vertelde dat hij, als gepensioneerd ambtenaar bij Rijkswaterstaat, zelf nog had toegezien op de aanleg van de snelweg waar ze de boel zaterdag stonden te blokkeren tegen anti-Pietactivisten. 'Als Fries zijnde' vond hij de actie ge-wel-dig.

Zijn echtgenote, afkomstig uit Hilversum, luisterde wat vermoeid-geamuseerd - daar ging hij weer. En ja, haar man schreeuwde het nu uit: vroeger bij Rijkswaterstaat drukte de Randstad óók alles door, verdomme. 'Toch wekt u bepaald niet de indruk u te laten ondersneeuwen', zei ik. Vond hij leuk.

We stonden bij de protestants-christelijke Agraschool, waar zwarte Piet zwart blijft: directeur Linda Verhaag had vorig jaar nog persoonlijk 'de buitenlandse mensen' op school opgebeld en die vonden het prima. (Verhaag: 'Oh, zei ik buitenlandse? Dat is helemaal verkeerd, hè? Je moet al-loch-tóne mensen zeggen.')

Maar goed. Ik hoor die weerzin tegen de Randstad natuurlijk vaker, rijdend door Nederland (nooit 'reizen door Nederland' zeggen, Randstadmens: u bent echt zelden langer dan twee uurtjes onderweg). Bovendien groeide ik op tussen Brabanders. Die hadden in die tijd een passief-agressief minderwaardigheidscomplex. Zo is er overal wel wat.

Wie volhoudt dat tussen Randstad en de rest van Nederland 'de culturele kloof' ligt, graaft in zekere zin een fopkloof. Een fopkloof negeert alle andere valkuilen in de maatschappij. De Schepenbuurt in Leeuwarden had ik niet toevallig gekozen: die staat nummer twee op de lijst 'slechtste wijken van Nederland voor kinderen', omdat er in de lage flats zoveel armoede heerst. Ik wist ook dat vlakbij drie andere buurten liggen, die juist hoog staan tussen de beste wijken om in op te groeien: Eagum, Hempens en Teerns. Dus ik was benieuwd welke kloof ze in de arme wijken nou belangrijk vonden. Maar in buurthuis 't Skiphûs leerde ik dat zelfs de kloof tussen arme en rijke buurten te simplistisch is.

Jery de Haan vertelde hoe de Schepenbuurt ontstond in de jaren zestig. Hoe er veel mensen uit voormalig Nederlands-Indië kwamen wonen, fifty-fifty was het en erg gezellig. Daarnaast lag de wijk Wielenpôlle: bleef volledig arbeiderswit. Maar het contact was best goed. Fijne buurten.

Tót de jaren tachtig, toen het rode mode werd om elke bevolkingsgroep zijn eigen buurthuis te geven. Leeuwarden heeft nog steeds een ongekende hoeveelheid buurthuizen en wijkcentra. 'Daar begon iedereen in zijn eigen hokje te leven', zegt Jery.

Vanuit 't Skiphûs kijk je nu uit op een verzorgingshuis. Pal daarachter begint de wijk Wielenpôlle al. De Wielenpôlle is nog armer: dit is de nummer één van slechtste buurten voor kinderen. Hier heerst armoede in kleine rijtjeshuizen.

Wat als mensen in volksbuurten het heft weer zoals vroeger in eigen handen zouden nemen? In 2009 sloeg dit uit Engeland afkomstige idee van de 'Big Society' aan. Dat wilden ze hier in Leeuwarden ook. De Wielenpôlle en de Schepenbuurt zouden het samen gaan doen, bedacht de Leeuwarder politiek. Er kwam een berg subsidie naar de arme wijken.

Maar in de Schepenbuurt is toen iets totaal mislukt. Ze konden het op de een of andere manier maar niet eens worden met de mensen uit de Wielenpôlle. Onkunde, was het. Toen moesten de ambtenaren kiezen. En toen is het meeste geld verderop in de Wielenpôlle terechtgekomen.

60 duizend euro krijgen ze daar dit jaar, volgens Jery. 't Skiphûs moet het doen met 7.500 euro.

Ik vraag of het hielp, in de Wielenpôlle. Jery weet het niet: 'Ik kom er nooit meer.'

Eén verzorgingshuis verderop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.