'Een fik geeft aandacht die dader mist'

Het oppakken van pyromanen lukt de politie vaak niet. In 'Opsporing Verzocht' staan vanavond branden in Drenthe en Weert centraal.

AMSTERDAM - Gefrustreerd en aangeschoten verlaat de pyromaan het café. Weer zag niemand hem staan. Niet zo gek, want wat heeft hij nou om trots op te zijn? Geen baan, geen vriendin, hij woont zelfs nog bij zijn moeder. Terwijl hij in het pikkedonker over straat loopt, capuchon over zijn hoofd getrokken, speelt hij met de aansteker in zijn jaszak. Van binnen voelt hij die weer drang opborrelen, er moet iets in de fik.


Forensisch psycholoog Ernst Ameling beschrijft het als een simpele misdaad voor simpele jongens. Eén aanmaakblokje in de grille van een eenzame geparkeerde auto is genoeg. Vanuit de bosjes kijkt de pyromaan toe hoe de vlammen steeds hoger reiken. Als het dorp straks wakker schrikt van de loeiende sirenes, doet hij er weer toe. Even staat hij volop in de belangstelling, al is het anoniem.


'Het IQ van pyromanen ligt flink onder het gemiddelde', zegt Ameling, die ruim vijftig brandstichters onderzocht. 'Lege auto's of panden affikken is een eenvoudige manier om aandacht te trekken. Brandstichters die om religieuze redenen kerken afbranden of uit wraak bewoonde huizen in de hens steken, zijn slimmer én gevaarlijker.' Eén op de vijf binnenbranden is aangestoken, blijkt uit een CBS-rapport uit 2010. Ook zijn in twee jaar tijd 77 rijksmonumenten afgebrand, zegt de brandweer.


Gepieker

Tien rechercheurs in Drenthe piekeren al weken over de oorzaak van de brand in twee monumentale boerderijen in de gemeente Aa en Hunze. 'Ze zijn tot de grond afgebrand, er zijn geen sporen', zegt een woordvoerder van politie Drenthe. Sinds juni 2011 gingen er in de provincie zeven boerderijen in rook op. De politie houdt extra toezicht, 'opvallend en onopvallend'. Vooral in het weekeinde, toen ontstonden de laatste vier branden .


De gemeenten Vught, Weert en Haarlem hebben hun handen vol aan autobranden. Vorige week ging in Vught auto nummer 41 in vlammen op. Wederom aangestoken aan de voorkant, verzucht een woordvoerder van politie Brabant-Noord. De dader, of daders, lopen nog altijd vrij rond. 'Moedeloos' wordt burgemeester Bernt Schneiders van de situatie in Haarlem. 'We zijn het beu', zei burgemeester Jos Heijmans van Weert onlangs. Daar vlogen sinds juni 2009 ruim 50 auto's in brand.


Een beroep doen op de oren en ogen van buurtbewoners, meer kunnen burgemeesters en politiekorpsen niet doen. Dat gaat steeds vaker via Twitter, al wordt vanavond in het tv-programma Opsporing Verzocht ook gezocht naar getuigen van de branden in Drenthe. Ook zullen beelden worden getoond van drie verdachten die mogelijk betrokken zijn bij een autobrand in Weert. Een teken van onmacht? Politie Drenthe ziet dat anders: 'Het is lastig om aanwijzingen te vinden in een rustig en wijds gebied. Wij hebben burgers uit de omgeving echt nodig.'


De brandweer, meestal als eerste ter plekke, fungeert als belangrijke 'informant' van de politie, die pas het onderzoek kan beginnen als de brand is geblust. 'Als een brandweerman twee vuurhaarden ontdekt, een jerrycan in de buurt vindt of van omstanders hoort dat er net iemand wegrende, wordt dat aan de politie gemeld', zegt Ricardo Weewer, lector brandweerkunde aan de Brandweeracademie. 'Maar de meeste brandstichters laten geen sporen achter.'


Puzzel

Uiteindelijk moet de politie de puzzel oplossen. Dat gebeurt 'achter de schermen', aldus de politie in de regio Brabant-Noord, waar Vught onder valt. Voor de buitenwereld hanteert het korps een 'passieve communicatiestrategie', om het kopiëren van brandstichtingen tegen te gaan. 'We houden burgers op de hoogte, tegen de media zijn we terughoudend.'


Aanwijzingen worden verzwegen, zodat de politie het onderzoeksgebied rond een brandstichter kan verkleinen, om hem in te sluiten. Psycholoog Ameling: 'Een pyromaan laat vaak een handtekening achter: één type auto, niets anders dan coniferen, een vast tijdstip. Dat helpt. Vrouwen kun je uitsluiten. En mannen boven de 40 hebben er geen energie meer voor.' Het gevecht tussen anonimiteit en erkenning leidt ertoe dat pyromanen via omwegen de media opzoeken. 'Dan laten ze zich als toeschouwer interviewen, zoals de pyromaan van 't Zandt deed.'


Als de brandstichter wordt gepakt en berecht, is rehabilitatie vaak makkelijker dan gedacht, zegt Ameling. 'Als het probleem is dat de brandstichter aandacht tekort komt, moet je hem assertiever en socialer maken, naar de kapper sturen en een baan geven. Als jongens eenmaal status ontlenen aan hun werk of relatie, vervaagt de behoefte tot brandstichting.'


Toch vervallen sommige pyromanen op den duur in hun oude gedrag. In 2008 werd de toen 20-jarige Johnny B. veroordeeld voor brandstichting in het Groningse dorp 't Zandt. Hij gebruikte kaarsen en wasbenzine. Inmiddels wordt de pyromaan van 't Zandt opnieuw verdacht van zeven brandstichtingen en negen inbraken. Zijn zaak wordt donderdag behandeld.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden