Een fijn infrastructuurtje

Als de alleenstaande vrouwen straks met pensioen gaan, moeten ze kunnen wonen in een Begijnhofje, vindt hoogleraar Jan Latten. Hoe is het leven daar? 'Geen mannen, lekker rustig.'Door Anna van den Breemer

Ik zeg altijd maar: je kunt nooit met veertien vrouwen tegelijk bevriend zijn. Bij sommige bewoonsters heb ik nog nooit een voet binnen gezet.' De 82-jarige Anna Janssen, stok bij de hand, zegt het kordaat. En als degene die het langst woont in het Hof van Wouw in het centrum van Den Haag weet ze waarover ze het heeft. Vanuit 'haar hoekje' in een grote fauteuil kijkt ze uit op de binnentuin die ze deelt met de andere alleenstaande dames van het hofje.


Ieder heeft zijn groepje. Met Désirée van een paar huizen verder, die met haar 65 jaar een stuk jonger is, spreekt ze drie keer per week af. 'Kletsen met een kop koffie. Maar na een tijdje zeggen we tegen elkaar: 'Genoeg gepraat, tijd voor een cryptogram.' We houden beiden van puzzelen.'


Janssen woont al achttien jaar in het Hof van Wouw. In 1647 werd het hofje opgericht door Cornelia van Wouw, lid van een vermogende drukkersfamilie, met als doel de huisvesting van alleenstaande vrouwen die het niet breed hadden. Veelal waren het dienstbodes die hun hele leven hadden gesleten bij hun families. Nog steeds biedt het hof ruimte aan vrouwen vanaf 50 jaar die alleenstaand zijn. Janssen: 'Ik zou er niet aan moeten denken om ergens alleen in een flat te zitten. In het voorbijgaan klopt er altijd wel een van de vrouwen op mijn raam. Ik zal hier geen drie dagen dood liggen.'


Vrouwen onder elkaar


Zodra je de binnenplaats door de rode poort vanaf de Lange Beestenmarkt binnenstapt, vallen de geluiden van de stad weg. Daar, omringd door de hoge muren, staan de liefelijke huisjes met donkerrode luiken van het Hof van Wouw.


Op deze woensdagochtend is het rustig op de met buxusperken beplante hof. Op het eerste gezicht oogt het misschien als een ingedutte boel. Het tegenovergestelde is echter waar: een aantal 'hofdames' werkt nog en is overdag de poort uit. Werkmannen zijn op een stellage met de dakgoot bezig. 'Er zijn nog nooit zo lang mannen geweest hier', zo gaat de grap onder de Van Wouwdames.


Van vrienden en kennissen hoort bewoonster Josephine van Aerssen (57) het vaak: een groep vrouwen die bij elkaar woont, dat moet heisa opleveren. Die gaan elkaar bespieden - wie houdt zich aan de regels? - om er vervolgens met anderen over te beppen.


Daar kan Van Aerssen zich enorm kwaad over maken. Vurig: 'Dat stoort me echt. Het idee zit diep in onze cultuur. Vrouwen kunnen prima samenleven.' Sterker nog, ze vindt het een verademing. 'Geen mannen, lekker rustig.'


Later komt ze hier nog even op terug. Ze vertelt dat ze sinds haar 43ste zonder man door het leven gaat. Dat je als alleenstaande vrouw veel ongewenste aandacht krijgt. 'Daar heb ik hier geen last van.'


Eerder die ochtend duurt het even voordat ze op de bel reageert. Met een verbaasde blik doet ze de bovenkant van de rode deur open. In pyjama en witte badjas. 'Ik lag boven met een goed boek onder de elektrische deken', verontschuldigt ze zich. In haar kleine huiskamer heeft ze de kachel dan ook nog niet aangezet. Op de witte muur hangt een kaart met de afbeelding van Cornelia van Wouw. 'Van nature ben ik niet zo van de historische verhalen, maar voor Cornelia maak ik een uitzondering. Ik ben geen feminist. Maar ik ben Cornelia om wat zij gedaan heeft in 17de eeuw eeuwig dankbaar. Want ze was ongetrouwd, had geen kinderen en bepaalde zelf wat ze met haar geld deed. Dat koester ik.'


Sociale controle


Was vroeger de pomp en het washok de ontmoetingsplek voor de dames van het hofje van Wouw, tegenwoordig beperken de gemeenschappelijke momenten zich tot speciale bijeenkomsten met Pasen, Kerst en de verjaardag van stichtster Cornelia. Dan komen de vrouwen bij elkaar in de regentenkamer of de tuinkamer. Sociale controle gold van oudsher als een van de nadelen van het wonen in een hofje, volgens de bewoonsters gaat dat bijna niet meer op. Bij elkaar de deur platlopen, dat gebeurt niet.


Daar had Josephine van Aerssen zich in het begin een beetje op verkeken. Het was voorjaar toen ze met de verhuisdozen aankwam en iedereen zat veel buiten. Verjaardagen werden in de tuin gevierd. 'Ik dacht dat het altijd zo ging', vertelt Van Aerssen. 'Ik was misschien iets te voortvarend in het contact zoeken.' Maar ze werd als vanzelf afgeremd door de anderen. 'Nu weet ik ook: uiteindelijk heb je niet altijd zin in een praatje als je door de binnentuin wandelt.'


Toch is het fijn om een infrastructuurtje te hebben, meent Josephine, van huis uit psycholoog. Door omstandigheden op haar werk was de eis 'minder vermogend' te zijn om op het hofje te mogen wonen opeens op haar van toepassing. Binnen drie maanden verhuisde ze van een groot huis in het centrum van Gouda hierheen. 'Er zijn veel vrouwen van mijn leeftijd die kinderen hebben en veel met hen doen. Die heb ik niet. Ik red het zelf ook wel, dat is het niet. Maar alleen op een flatje zou ik me niet prettig voelen.'


Hier krijgt ze van haar overbuurvrouw, met wie ze over politiek praat, de krant door de bus. Haar buurvrouw links is een boekenwurm en leent haar dikke pillen. En dan is er nog de mevrouw schuin tegenover die geïnteresseerd is in religie. Afgelopen zondag bezochten ze een katholieke hoogmis, want daar was ze nog nooit naartoe geweest.


Geen huisdieren of logés


Niet iedereen is welkom als bewoonster op het Hof van Wouw. Tot op heden worden de bewoonsters nog gekozen aan de hand van de regels uit het testament van Cornelia van Wouw. In de praktijk betekent dat: geen huisdieren en geen langdurige logés. Krijgt een bewoonster toch een relatie met een man die wil blijven overnachten, dan zoeken ze een ander onderkomen.


Toch blijven de kinderen van mevrouw Janssen af en toe slapen. 'Dat geef ik wel door aan Joke, de binnenmoeder.' Grinnikend: 'Maar voor zevenen binnen zijn omdat de poort anders op slot is, zoals vroeger, dat is er echt niet meer bij.'


Leven op een mooi historisch plekje als dit betekent echter ook concessies doen. Hier zal je geen lakens en onderbroeken zien wapperen, de was buiten hangen is niet toegestaan. Bloembakken en andere prullaria idem dito. 'Ik zet in de zomer wel eens een tafeltje en stoeltje neer, maar die moeten aan het eind van de dag wel weer naar binnen', zegt mevrouw Janssen. Dit om de eenheid te bewaren.


Wonen in een museum


In de tuinkamer is regentesse Jeanne Kamerlingh Onnes ondertussen druk in de weer met koffie en het koken van eitjes voor een brunch met de boekhouder. Als afstammelingen van de broer van Cornelia is ze samen met haar zus de veertiende generatie regenten. Tegen de zin van haar oude vader werden de huren iets verhoogd, hoewel nog steeds onder de commerciële prijzen. 'Mijn vader vond dat je daarmee verder af kwam te staan van de oorspronkelijke bedoeling. Maar we hebben geld nodig.'


Nu is de tuin openbaar en zijn er open dagen. Die bezoekers van buitenaf, bepakt en bezakt met rugzak en fototoestel, hebben soms een vreemd beeld van het leven op een hofje. 'Kijk, daar staat er een de bel te poetsen', hoorde mevrouw Janssen ooit eens een bezoeker zeggen, terwijl ze bezig was met haar maandelijkse poetswerkje van haar eigen bel en die van Desirée. Alsof ze de decoratieve aankleding was in een museum.


'Ik heb wel eens meegemaakt dat er een bezoeker in mijn slaapkamer stond, die was gewoon naar binnen gelopen.' Nu staan er tijdens de open dagen mooie paaltjes met rood koord ertussen voor de huizen. Ter afscherming. 'Soms wordt vergeten dat wij hier gewoon wonen.'


Experimenten met een eeuwenoud instituut

De meeste hofjes in Nederland werden gebouwd in de 16de en 17de eeuw als liefdadigheidswoningen voor oudere vrouwen. In de 19de eeuw kwamen daar de arbeidershofjes bij, speciaal gebouwd voor naar de stad getrokken arbeidersgezinnen. Tegenwoordig telt Nederland nog zo'n 200 hofjes. De meeste hofjes bevinden zich in steden als Den Haag, waar nog meer dan honderd hofjes zijn te vinden. Amsterdam heeft 47 hofjes en Leiden 37. Maar ook in steden als Haarlem, Alkmaar, Delft en Hoorn komt deze eeuwenoude woonvorm voor.


In Haarlem werd recent al geëxperimenteerd met het bouwen van moderne hofjes voor ouderen. Met de Gravinnehof (2001), ontworpen door Dolf Floors, hoopte de stad dat het hedendaags Hofje als de ouderenwoning van de toekomst, meer navolging zou krijgen. De Gravinnehof is niet enkel bedoeld voor vrouwen, ook oudere mannen zijn welkom in de 26 seniorenwoningen.


Later ontwierpen architecten Joost Swarte en Henk Döll in Haarlem het Johannes Enschede Hof, wat grenst aan het oudste hofje in Nederland: de Bakenesserkamer. In dit hofje is plek voor acht alleenstaande vrouwen ouder dan 65 jaar en twee bejaarde stellen.


'We bewijzen ermee dat zo'n oud woonconcept heel goed kan functioneren in deze moderne tijd', aldus Gerard van Noort van woningcorporatie Ymere.


'Meer hofjes nodig'

Nederland heeft meer Begijnhofjes nodig, voor als de generatie 'Sex and the City'-vrouwen over twintig, dertig jaar met pensioen gaat, zei hoogleraar demografie Jan Latten in de Volkskrant. Het aantal kleine huishoudens neemt toe. Dat vraagt om 'nieuwe' woonvormen, zoals het hofje. In Duitsland is het hofje voor gelijkgestemde oudere vrouwen al populair. Latten: 'Die trend zal ook in Nederland doorzetten.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden