Een festival over oorlogen die nooit ophouden

Op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA), dat vanavond begint, eisen producties over oorlog en terrorisme de aandacht op. Het filmfestival begint waar televisie en kranten stoppen....

José Saramago wantrouwt beelden. In zijn optiek heeft Plato's grot in 2001 definitief vorm gekregen. 'Onze audiovisuele wereld is een grote herhaling van beelden. De toeschouwers zitten als geketenden in de grot te kijken naar schaduwen die ze voor echt aanzien.' De Portugese schrijver, in Janele da alma van João Jardim en Walter Carvalho geïnterviewd over de subjectiviteit van de menselijke blik, kijkt spottend in de lens. 'We bezitten nou eenmaal niet de gave de werkelijkheid te zien zoals zij is.'

De subjectieve blik - het is iets waarover IDFA-directeur Ally Derks de laatste weken veel moet hebben nagedacht. Hoe gaan festivalbezoekers reageren op Startup.com van Chris Hegedus (The War Room) en Jehane Noujaim, de real life-soap over de opkomst en ondergang van een internetondermeming? Een geijkte opening, dacht Derks, met het oog op Nasdaq, nieuwe media en globalisering. Totdat op 11 september 2001 de kijk op de wereld kantelde.

Startup.com oogt na de aanvallen op Amerika als een verhaal uit de goede oude tijd, toen veiligheid nog werd geassocieerd met koopsompolissen. Na een uur maakt verveling zijn opwachting en rijst ergernis over het clichématige beeld van jonge zakenmannen, powertalks en bosdagen. Als Hegedus en Noujaim in Nederland woonden, zouden ze een operette maken waarin Nederlanders tegen de wind in fietsen om net op tijd hun vinger in een dijk te stoppen.

IDFA 2001 is een festival dat bekeken gaat worden door ogen die door terrorisme zijn bevangen. De reikwijdte van het programma loopt van Tupperware-parties tot en met domestic violence, maar de aandacht wordt als vanzelf gezogen naar de producties die gaan over oorlog, terreur en de gevolgen daarvan.

De invloed van het dagelijkse nieuws besmet de keuze van Derks allerminst. Het werkt juist andersom. Wie door het IDFA zwerft, krijgt een bredere blik op religies, haat en fanatisme. Het festival begint waar media ophouden.

Kampvuren

Haat in onversneden vorm is de hoofdmoot in Riben Guizi van de Japanner Minoru Matsui. De regisseur laat voormalige soldaten - oude, grijze heren inmiddels - verhalen over de Japanse bezetting van China tussen 1931 en 1945. Hun getuigenissen zijn ingebed in beelden van een herdenkingsdag, waarbij sympathisanten van de oorlog botsen op tegenstanders.

In Riben Guizi wordt een Japanse mythe - de soldaten zouden eervol hun opdracht hebben voltooid - gekielhaald. Uiterst gedetailleerd doen de oud-strijders verslag van de gruweldaden die zij begingen, inmiddels tot hun eigen ongeloof. Schone oorlog? Levende baby's worden op kampvuren gegooid, meisjes voor de ogen van hun vaders verkracht en vermoord en ingewanden omwille van medische experimenten uit niet verdoofde lichamen gehaald.

Matsui haalt daarbij een effectieve truc uit. Hij wisselt de herinneringen af met feitelijke mededelingen over de vorderingen op het slagveld. Zodoende ontstaat een contrast tussen de monsterlijke feiten die normaliter - uit lijfsbehoud - worden genegeerd en de officiële geschiedschrijving.

Coco Schrijbers First Kill, een van de twee Nederlandse films die meedingen naar de Joris Ivens Award, lijkt in zekere zin op Riben Guizi. Anders dan Matsui, die wordt gestuurd door honger naar de waarheid, is Schrijber gefascineerd door de fragiele scheidslijn tussen goed en kwaad. Zij sprak met oorlogsfotograaf Eddie Adams (ging gewoon lunchen na het maken van bekroonde foto waarop een generaal een Vietcong doodschiet), met oud-oorlogscorrespondent Michael Herr en enkele veteranen.

First Kill ziet er goed uit, met zijn referenties aan Apocalypse Now. Diepgaand is het mengsel van nare verhalen en vrolijke toeristen in een oorlogsmuseum niet. Schrijber probeert het publiek ervan te overtuigen dat in iedereen een moordenaar schuilt - op zich al niet zo'n verrassend uitgangspunt. Om de stelling kracht bij te zetten, krijgt veteraan Billy Heflin veel ruimte, wat de film geen goed doet. Heflin, die trots vertelt dat hij de oren van zijn slachtoffers aan zijn riem gespte, wekt een freaky indruk - beschadigd door de oorlog vanzelfsprekend, maar als bron een zwakke schakel.

Kijken naar oorlog is het werk van fotograaf James Nachtwey, die door de Zwitser Christian Frei twee jaar werd gevolgd. Het motto van War Photographer is van Robert Capra: 'Als je foto's niet goed genoeg zijn, sta je er niet dicht genoeg op.'

Frei volgt Nachtwey naar Jeruzalem, de zwavelbergen in Indonesië, Oost-Europa en Tsjetsjenië. War Photographer is een indrukwekkende productie, een ode aan een 'single-minded loner' die altijd boven op het nieuws staat en toch cynisme buiten de deur houdt.

Door de camera aan Nachtwey's werktuig te koppelen, maakt Frei de blik van de fotograaf tot die van de bioscoopbezoeker. Als de fotograaf ('ik wil laten zien wat oorlog doet met gewone mensen') in Kosovo op een begrafenis van oorlogsslachtoffers belandt, zoekt de camera mee naar het rake moment. Op slag wordt duidelijk hoe Nachtwey's blik afwijkt. Terwijl de ogen van de bioscoopbezoeker weg willen van de doodskist en het geschreeuw, maakt Nachtwey nog een stap naar voren, om de pijn beter te kunnen vastzetten.

Skeletten

Terrorisme, dood en verderf - Black Box BRD van Andres Veiel staat er bol van. De film vertelt een zwarte passage uit de geschiedenis van naoorlogs Duitsland aan de hand van twee uiteenlopende levens. Alfred Herrhausen, directeur van de Deutsche Bank, wordt tegenover Wolfgang Grams geplaatst, een kind van gevluchte Oost-Duitsers en RAF-lid. Herrhausen werd vermoord door de RAF. Grams kwam bij een vuurgevecht met de politie om het leven.

Stapsgewijs, voortgestuwd door verhalen van nabestaanden, maakt Veiel duidelijk dat beide mannen minder van elkaar verschillen dan op het eerste gezicht lijkt. Beiden hadden hun idealen. Beiden werkten aan een betere wereld. En beiden werden onnodig van het leven beroofd door onbegrip, angst en fanatisme.

Hoe lang oorlogen en terreurdaden nagalmen, wordt tastbaar in Aftermaths: the Remnants of War van Daniel Sekulich. De Canadese regisseur bezoekt mensen die dagelijks met de gevolgen van oorlogen te maken hebben - van explosievenruimers in Verdun en een man die naamplaten zoekt van de gesneuvelde soldaten nabij Stalingrad tot en met kinderen in Vietnam, die gehandicapt ter wereld komen omdat de Amerikanen in de Vietnam-oorlog chemische wapens gebruikten.

Sekulich verzamelde desolate beelden, stillevens van menselijke onmacht. 'We leven in gevaarlijke tijden, want we hebben oorlogen gecreëerd die nooit eindigen', spreekt de voice-over belerend.

Over die nooit eindigende oorlogen gaat IDFA 2001 (alleen al 12 films over voormalig-Joegoslavië).

Net zoals het ook nog gaat over aids, China, de stuurloosheid van voormalige kolonieën en, inderdaad, internetbedrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden