Een fatale sprong voorwaarts

Tussen 1958 en 1962 vond een bizar experiment plaats om van China een industriële wereldmacht te maken. Mao's Grote Sprong Voorwaarts kostte 45 miljoen mensen het leven.

In het midden van de jaren zeventig converseerde Zhou Enlai, nummer twee van de Volksrepubliek China, met Saloth Sar alias Pol Pot, nummer één van de zojuist in Cambodja aan de macht gekomen Rode Khmer. Kameraden, leer van onze fouten, zei Zhou. Een communistische samenleving creëer je niet in een vloek en een zucht. Het is raadzaam veranderingen geleidelijk door te voeren.


Dat Pol Pot de raad in de wind sloeg met killing fields als gevolg, is hoegenaamd bekend. Dat het Cambodjaanse experiment uit de jaren 1976-1978 weinig anders was dan een kleinschalige herhaling was van wat zich tussen 1958 en 1962 in de Volksrepubliek China had afgespeeld, is dat minder. Pol Pot ligt op de vuilnisbelt van de geschiedenis, zijn bejaarde vazallen worden berecht. Mao hing vroeger op westerse studentenkamers en hangt nog steeds in fors formaat op het Plein van de Hemelse Vrede. De Voorzitter ziet tot op de dag van vandaag toe op het spreekgestoelte van Chinese leiders bij wie westerse staatsmannen graag in de gunst komen. Westerse toeristen ondertussen nemen van China-reizen niet zelden Mao-buttons mee naar huis.


Anderhalf miljoen doden kostte het experiment van Pol Pot. Tenminste 45 miljoen doden kostte het experiment van Mao, stelt Nederlands-Britse sinoloog Frank Dikötter in Mao's massamoord - De geschiedenis van China's meest vernietigende catastrofe 1958-1962. Het Britse origineel, Mao's great famine, werd op 6 juli bekroond met de BBC Samuel Johnson Price.


De grootste catastrofe uit de Chinese geschiedenis heette in de tijd dat die zich voltrok de Grote Sprong Voorwaarts. Schattingen van onderzoekers over het dodental liepen tot nog toe uiteen van 15 tot 32 miljoen. Dikötter (1962), die zowel in Hong Kong als Londen doceert, legde de afgelopen jaren zijn hand op meer dan duizend documenten uit archieven van de Communistische Partij die dankzij een nieuwe archiefwet toegankelijk zijn geworden - rapporten van de Dienst voor Openbare Veiligheid, notulen van bijeenkomsten van de partijtop, ongecensureerde toespraken van partijleiders, geheime opinie-onderzoeken, verslagen van geheime onderzoeksmissies, klachtenbrieven en meer. Uit dit materiaal doemen de contouren op van een catastrofe die beduidend groter was dan tot nog toe werd vermoed.


De Grote Sprong Voorwaarts was geen 'minder geslaagde' episode uit Mao's 27-jarige heerschappij, maakt Dikötter duidelijk: de Grote Sprong was de essentie ervan. De negen jaren die eraan voorafgingen waren de voorbereiding. Het decennium dat erop volgde was de afwikkeling - zonder Grote Sprong geen Culturele Revolutie. In de Culturele Revolutie (1966-1973) opende Mao de aanval op de hem vanwege het echec van de Sprong ontrouw geworden partijleiders - en vernietigde en passant het leeuwendeel van het Chinese culturele erfgoed.


Aan de basis van de Grote Sprong Voorwaarts lagen Mao's eerzucht en competitiegevoel, stelt Dikötter. De Voorzitter wilde de Sovjet-Unie onttronen als leider van de communistische wereld, en wraak te nemen voor de vele kleinerende opmerkingen aan zijn adres van Stalin en Chroesjtsjov. Een andere obsessie vormden de cijfers van de staalproductie in Groot-Brittannië. Heil zou ieders deel worden als de Volksrepubliek China over die productie heen zou gaan.


De Grote Sprong Voorwaarts behelsde de onmiddellijke opstuwing van de Volksrepubliek naar de moderniteit met een radicale industrialisatie met 'achtertuinovens'. Eerst zou de Sovjet-Unie worden ingehaald, daarna zouden de kapitalistische landen worden overtroefd. Mao was dan behalve de nummer één van de Volksrepubliek ook die van de wereld.


Zhou Enlai, Mao's adjunct, heeft zich na 1962 veelvuldig voor de Grote Sprong verontschuldigd. Echter: in de aanloopfase trachtte hij Mao's plannen vergeefs te matigen. Als in al zijn eerdere aanvaringen met de Voorzitter verloor Zhou. Maar hij maakte als uitstekend bestuurder vervolgens wel genocidaal beleid mogelijk. Er waren flink wat interne zuiveringen en executies nodig om het verzet in de partij tegen een alles ondersteboven kerend experiment te breken.


De eerste fase van de Grote Sprong was de collectivisatie van de landbouw oftewel 'lemen hutten afbreken en communisme opbouwen'. De miljoenen boeren die hun land en bezittingen verloren, slachtten hun dieren, verborgen hun graan en vraten hun voorraadkelders leeg.


Met hulp van achtertuinovens begonnen zij daarna een nieuw leven als staalproducenten. Hun hoogovens à la chinoise voedden zij met kookgerei en landbouwgereedschappen. De recordproductie die de Volksrepubliek ermee behaalde, bestond voor een aanzienlijk deel uit metaalslakken en onbruikbare stukken broos ijzer - en uit statistische fantasieën.


Angstige lokale leiders stuurden systematisch veel te hoge cijfers naar Beijing. Om niet te worden gestraft meldden velen ook recordoogsten. Dit terwijl in werkelijkheid grote delen van het land onbewerkt waren gebleven. Mao zag zich door de statistieken bevestigd in zijn visionair leiderschap. Twee decennia later zou ook Pol Pot berichten over hongersnood in Democratisch Kampuchea wegwuiven door te wapperen met uitmuntende cijfers van angstige ondergeschikten.


Een Sovjet-gezant reisde in de herfst van 1958 door China en zag de eindeloze rijstvelden waarop het eten voor 1959 had moeten staan er braak en verwaarloosd bijliggen. Al in 1958 werden de eerste tekenen van hongersnood waargenomen. Mao reageerde op de 'praktische problemen' met een oproep tot een stevige (zhuajin) en meedogenloze (zhuahen) aanpak: 'Het is beter om de helft van de bevolking dood te laten gaan, opdat de andere helft zich vol kan eten.' Immers: 'Revolutie is geen gezellig etentje.'


In de overtuiging dat de kracht van de massa de natuur kon bedwingen, kwam Mao vervolgens met een methode voor het uitroeien van de graanzaden etende mussen. De massa roffelde op trommels, sloeg op gongen en liet potten kletteren. Het lawaai hield de mussen in de lucht tot ze neervielen. Toen de Partij in april 1960 officieel erkende dat mussen een functie hebben, namelijk het eten van sprinkhanen en andere insecten, waren miljoenen hectaren aan landbouwgewassen al door sprinkhanenplagen verwoest.


Een der diehards van de Partij, maarschalk Peng Duhai, raakte gealarmeerd door berichten van familieleden. In het voorjaar van 1959 maakte hij een onderzoeksreis door zijn geboortestreek. Hij stuitte op een humanitaire ramp. In juli 1959 opende hij op het Partijcongres van Lushan de aanval op Mao. Had Peng in Lushan de geïntimideerde kaders aan zijn zijde gekregen, stelt Dikötter, dan was het dodencijfer van de Grote Sprong opgelopen tot enkele miljoenen. Mao won in Lushan, Peng viel in ongenade. Gevolg: 'De laatste resten redelijkheid die de dwaasheid van de Grote Sprong Voorwaarts hadden weten te overleven, werden weggevaagd in een waanzinnige heksenjacht, waardoor de boeren weerlozer dan ooit waren voor de onverbloemde macht van de partij.' Het dodental ging van zeven naar acht cijfers.


Dat kwam ook doordat het regime, bevreesd voor gezichtsverlies, consequent elke voedselhulp weigerde. Terwijl de hongersnood zich uitbreidde, ging ook de schuldaflossing aan de Sovjet-Unie door - in natura, in de vorm van de export van rijst, graan en spijsolie. In de woorden van Zhou Enlai: 'Ik heb liever dat we niet eten of minder eten en minder consumeren, maar dat we wel de contracten nakomen die we met buitenlanders hebben ondertekend. (...) Goederen accepteren zonder daar iets voor terug te geven, past niet bij het socialisme.',


Ambassades kregen de opdracht geen donaties in ontvangst te nemen. Zelfs kleding die schoolkinderen in Oost-Berlijn hadden ingezameld werd geweigerd. In een noodmaatregel gebruikte Zhou wel de buitenlandse valutavoorraad van de Volksrepubliek om graan te importeren uit Canada en Australië. China was, zo luidde verhaal voor het buitenland, getroffen door een reeks natuurrampen.


In april 1961 vielen bij Liu Shaoqi, het staatshoofd van de Volksrepubliek, de schellen van de ogen. Op een verificatiemissie in zijn geboortestreek hoorde hij over kannibalisme en stuitte op modder en boomschors etende wanhopigen. Een paar uitgemergelde overlevenden vertelden hem: 'Door de mens veroorzaakte catastrofes zijn de belangrijkste reden, niet natuurrampen' In januari 1962 herhaalde Liu dat voor 7.000 afgevaardigden op de partijconferentie in de kolossale, zojuist gereed gekomen Hal van het Volk in Beijing. Zhou Enlai trachtte de boel te sussen en deed waarin hij het beste was, het Mao vrijpleiten van elke schuld. 'Dit is mijn fout', zei Zhou. Er hadden zich 'tekortkomingen' voorgedaan op plaatsen waar was afgeweken 'van de waardevolle instructies van Voorzitter Mao.' In de jaren 1962-1965 werd de Sprong teruggedraaid.


Zhou was er niet bij toen het in juli 1962 bij het zwembad van Mao tot een rechtstreekse aanvaring kwam tussen de Voorzitter en Liu. Het Chinese staatshoofd pareerde een scheldkannonade van de Voorzitter met de woorden: 'Er zijn zoveel mensen omgekomen! De geschiedenis zal u en mij beoordelen, zelfs kannibalisme komt in de boeken!' Mao zon op wraak. Drie-en-half jaar later begon de Culturele Revolutie. Liu Shaoqi werd bestempeld als 'Volksvijand nummer een'. Hij overleed in 1969 mishandeld in de gevangenis.


Frank Dikötter: Mao's massamoord - De geschiedenis van China's meest vernietigende catastrofe, 1958-1962.


Uit het Engels vertaald door Tiny Mulder en Ronald Kuil.


Spectrum; 496 pagina's; € 30,-.


ISBN 978 90 491 0649 2.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden