Een familiebedrijf heeft geduld

Veel salades en vleeswaren in de supermarkt komen uit Sassenheim. De tweede generatie Menken houdt daar een slagvaardig familiebedrijf draaiende.

Bedrijf

de Menken keuken

Waar

Sassenheim

Sinds

1971

Aantal werknemers

220

Jaaromzet

85 miljoen euro

Ajax is vaak een gespreksonderwerp aan de keukentafel als de vier kinderen Menken bij hun ouders zijn. Bovendien zijn er inmiddels de kleinkinderen, ook altijd een dankbaar onderwerp. 'Het lukt steeds beter om het niet over de zaak te hebben', zegt Florine Menken (33).

Met haar broer Quint (38) is ze de tweede generatie binnen het familiebedrijf 'de Menken keuken' in Sassenheim. Familiebedrijven hebben vaak problemen met de opvolging, maar de familie Menken heeft daarvan geen last. Quint en Florine werken voor de Menken keuken, de andere broers Wouter (41) en Thomas (31) zijn net als zij aandeelhouder van het overkoepelende Menken Beheer. Wouter en Thomas hebben allebei een bedrijf in opslag. Vader Alex (68) en moeder Nicoletta (65) hebben zich in 2010 uit de zaak teruggetrokken.

In grote hallen vol roestvrijstalen apparatuur maakt de Menken keuken aan de rand van Voorhout per jaar 180 duizend kilo salades voor bijna alle Nederlandse supermarkten. Met duizend liter tegelijk worden ook basissauzen gemaakt, bijvoorbeeld knoflooksaus.

En dan zijn er de vleeswaren. Grote afgesloten machines snijden en verpakken op jaarbasis 150 duizend kilo vleeswaren, ook weer voor de supermarkten. Daarnaast maakt het bedrijf jaarlijks 40 duizend kilo ham en worst. Vaak als huismerk van de bekende buurtsupers, maar ook de horeca en catering worden vanuit Sassenheim bediend.

De angst om te falen noemen Quint en Florine als belangrijkste overweging waarom je niet voor een familiebedrijf zou kiezen. Ook bij de familie Menken stond niet in steen gebeiteld dat de tweede generatie de eerste zou opvolgen. 'Onze ouders hebben ons altijd vrij gelaten in onze keuze. En je bent al gauw bang om het familiebedrijf schade te berokkenen. Dat horen we ook van anderen', zegt Quint, die na een studie bedrijfskunde aanvankelijk koos voor een carrière bij Joop van den Ende.

'De wereld van het entertainment trok me, en ik zag het helemaal niet zitten om voor mijn vader te werken. Iedereen kent me hier van de vakantiebaantjes en ik was er bang voor dat er ontzettend op me zou worden gelet. Maar toen ik merkte dat het goed ging en ze bij Van den Ende tevreden waren, begon het familiebedrijf steeds meer te kriebelen.'

Florine werkte een paar jaar in de verkoop bij LU, van de koekjes. 'Ik wilde laten zien dat ik het kon, en dat gaat toch beter bij een ander bedrijf. Ik ben pas overgestapt toen er hier een baan in de verkoop vrij kwam.'

Quint, inmiddels algemeen directeur, werkt bijna acht jaar in het familiebedrijf, Florine, innovatie- en accountmanager, bijna vijf jaar. 'Toen we overstapten was mijn vader nog actief, en het is natuurlijk ontzettend leuk om met je vader te werken.'

Menken is geen onbekende naam in het bedrijfsleven. Grootvader Leen Menken begon in de eerste helft van de vorige eeuw een melkfabriek en -winkel achter zijn huis in Oegstgeest. Eerder was hij melkboer, en duwde hij zijn kar met melkbussen door de straten van Oegstgeest. Alex, een van elf zoons, wilde op eigen benen staan en begon een groothandel voor vleeswaren. Aanvankelijk met één succesnummer: leverworst. Maar het assortiment werd snel breder, tot en met salades en het benodigde verpakkingsmateriaal. Toen 25 jaar geleden de buurtslagers het steeds moeilijker kregen, zette Menken sr. de stap naar de supermarkt.

De tweede generatie heeft het assortiment verder verbreed, bijvoorbeeld met tapenades en hummus. En sinds kort met 'broodbeleg uit zee'. De jongere generatie zet voorzichtig stappen over de grens. Met Kerst verkoopt Lidl in België en Frankrijk carpaccio uit Sassenheim. En wie aan de Costa Brava een broodje met salade bestelt, eet ook al uit de Menken keuken.

De tweede generatie Menken is blij met het familiebezit. 'De continuïteit is belangrijk. En we hoeven niet steeds verantwoording af te leggen aan onze aandeelhouders. Dat maakt ons bedrijf slagvaardig en flexibel', zegt Florine. 'In familiebedrijven is tijd en ruimte voor langetermijnvisie. De markt is met de crisis lastiger, maar wij hebben geen investeerders die ons kunnen dwingen bedrijfsonderdelen te verkopen. Een familiebedrijf heeft geduld', vult Quint aan.

De betrokkenheid geldt niet alleen voor de familie, ook voor de werknemers. Quint: 'Elke maand hebben we wel een paar jubilarissen. Doorgaans gaat iemand hier binnen een jaar weg, óf hij blijft een leven lang. Dat maakt het ook hun bedrijf. En dat merk je; iedereen is heel betrokken. En dat betekent kwaliteit.'

In een familiebedrijf zijn de lijnen lekker kort, weet Florine uit ervaring. 'We hoeven niet eindeloos te vergaderen. We kunnen snel schakelen, bijvoorbeeld als we nieuwe producten willen ontwikkelen.'

Ze pakt een pakje van de lopende band. De inhoud oogt als gebraden gehakt; het is 'beleg uit zee'. Net zo makkelijk als een plakje ham: een plakje gegaarde vis. 'Dit is makreel, we hebben inmiddels ook zalm en kabeljauw. We hebben dit samen met twee mensen van buiten het bedrijf ontwikkeld, maar binnen een jaar ligt het op de markt. In grote, internationale bedrijven duurt zoiets twee, drie jaar. Hier maken we zelf onze eigen keuzen. Een van de prettige bijkomstigheden van werken in een familiebedrijf.'

De zaak van pa en ma is meestal niet in trek

Overal ter wereld kampen familiebedrijven met opvolgingsproblemen, maar bijna nergens is de interesse van ondernemerskinderen in het bedrijf van hun ouders zo laag als in Nederland.

Dat concludeert Ernst & Young na onderzoek. Wereldwijd heeft ruim driekwart van de kinderen geen interesse in overname van het familiebedrijf; in Nederland is dat zelfs 90 procent. 'Zorgwekkend', vindt Arjen Brussé van Ernst & Young. 'In Nederland is namelijk 70 procent van de ondernemingen familiebedrijf en bij veel van die bedrijven speelt op korte termijn de opvolging.'

Een rol speelt volgens de onderzoekers dat Nederland een sterk individualistisch land is. 'Hoe individualistischer het land, hoe liever studenten hun eigen carrièrepad kiezen. In Nederland krijgen ze daarvoor ook veel gelegenheid', zegt Brussé.

Ook de welvaart speelt mee. 'In arme landen is de opvolgingsbereidheid hoog.'

Veel familiebedrijven hebben volgens Ernst & Young juist succes doordat er meerdere generaties aan het roer hebben gestaan. Brussé: 'De intentie het bedrijf over te dragen aan een volgende generatie geeft familiebedrijven een voorsprong omdat met een langetermijnvisie wordt gewerkt. De investeringen, de relaties met cliënten en met werknemers zijn doorgaans duurzamer.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden