Een expositie van klankarbeid

In 1930 probeerde een zekere Cassius, een vergeten Hollywood-regisseur, in het decor van een Laurel & Hardy-komedie een film over Benito Mussolini te draaien....

EERSTE GEDACH

verkeerde hal. Werk in uitvoering. Mannen in pilo-pakken klossen rond. Langs alle zijden staan ijzeren steigers. Hijskraantjes, ladders en steekkarretjes op de vloer. Er wordt driftig gelast en gepuft. Gepuft? Jazeker, uit een antieke stoommachine. Verder is er een reuzenschoep te zien, stroboscopische lichtstralen, mannen die filmcamera's op de schouders torsen, en een houten blok dat wordt opgetakeld en met een luide boem in een houten kist ploft. Aha, we zitten goed. Eén minuut binnen, en de eerste val staat genoteerd. Dit moet de hal van Raaijmakers zijn.

Ruim zeventig jaar geleden zette Ludwig Wittgenstein zijn Tractatus logico-philosophicus in met 'Die Welt ist alles, was der Fall ist'. Zo kloek geformuleerd, is het een even gedurfde als onomkeerbaar lijkende vaststelling. Draai haar echter voor de grap eens om - 'Der Fall ist alles, was die Welt ist' - en daar krijgen we zomaar zicht op een niet minder verstrekkend idee, dat de onnavolgbare Dick Raaijmakers (1930) nu al jaren aan het onderzoeken en uitwerken is.

Deze in Maastricht geboren componist en docent aan het Haagse conservatorium, die in de jaren vijftig onder de artiestennaam Kid Baltan de eerste elektronische amusementsmuziek maakte, leverde reeds in het Holland Festival 1984 een serie produkties waarin het begrip 'de val' in verschillende muzikale en theatrale vormen werd gethematiseerd.

En daar spreken we meteen in ergerlijke abstracties, iets wat onafwendbaar is zodra de beweegredenen van soundman Raaijmakers moeten worden geëxpliceerd. De programmakrant voor het Holland Festival, waarin de wereldpremière van Raaijmakers' muziektheatrale passiespel in vier akten en dertien staties De val van Mussolini staat aangekondigd, biedt slechts ruimte voor luttele toelichtende tekst, en vervalt ook al noodzakelijkerwijs in machteloze geheimtaal.

Meer houvast biedt het programmaboek, dat opent met een fascinerend en rijk geïllustreerd essay dat Raaijmakers elf jaar geleden in het tijdschrift Raster publiceerde. Hierin beschrijft hij dat een regisseur, van wie alleen de artiestennaam 'Cassius' overgeleverd is, in 1930 in de Hollywood-studio's van Hal Roach opnamen heeft gemaakt voor een film die nooit zou worden voltooid: De val van Benito Mussolini. Op dezelfde lokatie was kort tevoren Night Owls gedraaid, de eerste geluidsfilm van Laurel & Hardy. Cassius, een naar Amerika gevluchte Italiaan, wilde een film maken waarin de ondergang van Mussolini werd voorspeld, compleet met ophanging ondersteboven, zoals dat barre werkelijkheid zou worden toen de aan flarden geschoten Duce op 28 april 1945 naast zijn maîtresse Claretta Petacci op de Piazzale Loreto in Milaan aan het dak van een garage kwam te bungelen.

Hoezeer óók als artistiek produkt bedoeld, was Cassius' film bovenal een antifascistische groteske. Om het karikaturale van de bestudeerde poses die Mussolini aannam uit te beelden, wilde de regisseur hem in zijn film vergelijken met Oliver Hardy. In Night Owls probeert het komische duo een nachtelijke inbraak, maar weet natuurlijk niet stil genoeg te blijven. De soundtrack bestaat voor een groot deel uit gesis, naast het geraas van het onverhoeds stoten en vallen van mens en obstakel. De Dikke en de Dunne worden betrapt, en nemen de benen.

Hardy heeft wel wat weg van Mussolini, meende Cassius, met dit verschil dat de laatste probeerde 'in te breken' in de vrijheden van minstens een heel volk. Vandaar dat hem een pijnlijker straf zou wachten.

Dick Raaijmakers denkt met de vergeten Cassius mee. Nadat hij in verschillende produkties (onder andere het slagwerkstuk Ow!, of The Microman, waarin een Oliver Hardy-pop op vuilnisbak-achtige troep valt en een oorverdovend elektronisch geraas teweegbrengt) zich voornamelijk met de soundtrack van Night Owls bemoeide, heeft hij zijn ideeën nu tot een grote muziektheater-produktie uitgebouwd.

Lokatie is het gigantische Zuiveringsgebouw op het Amsterdamse Westergasfabriek-terrein. Daar zal vanaf woensdag 31 mei gespeeld worden dat het 1930 is. In een nagebouwde Hollywood-studio worden opnamen gemaakt voor een film, waarin de struikelingen van Laurel en Hardy overgaan in de val van Mussolini, die op zijn beurt wordt afgelost door de kruisiging van de arme glazenmaker El Vidriero. Een vondst van Raaijmakers, dit personage dat we kennen uit de wrange korte roman De opstand van Guadalajara (1937) van 'the Dutch writer Hans Slauerhoff', zoals de krant van het Holland Festival onze enige gedoemde poëet en schrijver aan het buitenlandse publiek voorstelt. In het boek van Slauerhoff wordt de Mexicaan El Vidriero voor de Heiland aangezien, een persoonsverwarring die hij uiteindelijk met een kruisiging moet bekopen. Hij zal het er, gevallen en wel, nog juist levend van af brengen.

Raaijmakers is, in tegenstelling tot Stan & Ollie, een beroepskraker. In zijn muziekprodukties ploft en dreunt alles dat het een aard heeft. Het ontregelende geluid van 'de val' zet de toon van zijn recente werk.

In De val van Mussolini zal ook weer heel wat gedonder door de ruimte klinken, mede dank zij de stoommachines die de firma Strik Stoomketelverhuur BV naar het Zuiveringsgebouw heeft getransporteerd. De acteurs van Theatergroep Hollandia en Toneelgroep Amsterdam worden niet enkel ingezet om twee Amerikaanse komieken, een Italiaanse dictator en een Mexicaanse glazenmaker-met-messiaanse-allure te vertolken. Ze staan ook achter de machines, bouwen stellages op en af, en de meisjes onder hen gaan rond met koffie-bier-limonade voor het publiek, dat op een vier meter hoge omloop blikken mag komen werpen op dit onconventionele schouwspel.

Raaijmakers denkt dóór op Cassius, en ontdoet diens opzet van de moraliserende strekking. De Hollander, die de slagwerker Paul Koek (1954) als co-regisseur bij zijn project betrok wil alleen een filmische buitenkant tonen. De geluiden die de mensen produceren zijn even belangrijk als die van de machines, die de musici vervangen. Het gaat 'meer om de preparatie van klank dan om het finale klinkende resultaat ervan', net zoals de acteurs uitsluitend 'tekst zeggen als vorm van actie', niet als uitdrukking van een of andere inhoud. Interne dramatiek is afwezig.

Wat we aangeboden krijgen, is 'een expositie van klankarbeid'. Zegt de bedenker, in het programmaboek. Men wordt er stil van. Aandoenlijk zijn Raaijmakers' krabbelschetsjes die de synopsis van De val van Mussolini verluchten. Het tekeningetje van 'de Emmermachine' bijvoorbeeld, die emmertjes ophijst en ze onder leiding van een soundmannetje in slow-motion laat kukelen, of van 'de Balkonmachine', de roterende brandweerladder waarop Mussolini een toespraak staat te playbacken, ze lijken regelrecht overgenomen uit het schetsboek van een knutselende jongen die spaart voor een meccano-doos.

De wetenschap dat deze droom binnenkort uitgevoerd gaat worden, maakt het programmaboek nog onwaarachtiger. Toch staat het er, zwart op wit: een coproduktie van Hollandia, Toneelgroep Amsterdam en het Holland Festival. Ook de acteurslijst voorin oogt authentiek: Jacqueline Blom speelt 'de regisseur' (een mixture van Cassius en Raaijmakers), 'Mussolini 2' en 'Claretta'. Betty Schuurman is 'omloopmeisje 3' (met versnaperingen) benevens lid van het 'Mexico-orkest'. Hajo Bruins is 'partizanenhoofd 1'.

Een week voor de try-out is het hoog tijd poolshoogte te gaan nemen, om zeker te weten dat dit niet alles schone schijn is. En ik zal het Zuiveringsgebouw niet verlaten voordat ik stoommachines, bolhoeden, een kruisiging en een dictatoriale dikkop heb gezien. Elke speeldag kan weer anders zijn, beweert Paul Koek in het programmaboek: 'De keuze kan ook zijn: ik speel niet. De stilte laten klinken is óók improviseren.' Maar zo zijn wij niet getrouwd. Boter bij de vis. U draait, en wij schouwen toe. Wat hadden de heren ervan gedacht, als het publiek eens luchtigjes improviserend zou besluiten: wij kijken niet. En nu jullie weer.

Spelen zullen ze! Ferm been ik op het Zuiveringsgebouw af, beklim het ijzeren trappetje naar de omloop op vier meter hoogte - waar straks driehonderd man moeten kunnen staan - en tuur door de balustrade.

Jacqueline Blom, korte broek, bril op het hoofd, script onder de arm, laat een groepje mensen over de grond kruipen. Een van hen, een vrouw, wordt door een takel de lucht in gehesen. Ze heeft de linkerarm omhoog gestrekt, en zwaait ook even mijn tribune voorbij. 'Dat is Mussolini', fluistert een man naast me, die zich voorstelt als Dick Raaijmakers. Zo'n uitlegger in de buurt is geen overbodige luxe.

'Mussolini wil vluchten naar Duitsland, maar wordt ontdekt. We hijsen hem op, als een gesloopt Lenin-beeld. Daarna kan hij verhoord worden. En vallen. We tonen geen gruwelen op het toneel. Het moet puur plastische schoonheid zijn. De actrice lijkt ook niet op Mussolini. Anders hadden we wel een stevige vent genomen, Johan Simons of Titus Muizelaar.' Ik vraag hem hoe ik kan weten 'wanneer of dat het begonnen is'. Het betreft hier immers een repetitie, van een stuk waarin gerepeteerd wordt ten behoeve van een film. 'Dat weet ik ook niet. 't Is allemaal preparatie. Ruikt lekker hier hè, die stoom. De acteurs die aan die machines gaan staan, hebben eerst een machinistendiploma gehaald.'

Moet het dan allemaal echt lijken, vraag ik later, als ik me met het duo heb afgezonderd. Raaijmakers: 'Wij willen niet de wedloop winnen, wie het meest reëel theater kan maken. De realiteit is dat je een plan uitvoert voor een publiek. Het repeteren is geen illusie. De acteurs moeten eerst moeren en bouten vastzetten op de vloer, anders kan de scène niet doorgaan. Niet dat dat beter theater oplevert, maar wel ánder theater. Dat uitgangspunt is, hormonaal gesproken, belangrijk voor onze cultuur.'

Koek: 'Voor de acteurs is het in dit stadium lastig tweeëneenhalf uur de spanning te behouden. Op een filmset moeten mensen nu eenmaal vaak lang wachten. Dat is moeilijk voor ze: ze gaan spélen dat ze wachten - zouden een bezem willen pakken, om er iets van te maken. Nee, echt wachten, dat moeten ze de komende dagen goed onder de knie krijgen. Luisteren moeten ze. Alles op de oren. Als je die concentratie hebt, kun je stukken makkelijker wachten.'

Raaijmakers: 'Het affiche voor de voorstelling is in de kleuren rood en zwart gedrukt. We zijn dit hele voorjaar al aan het herdenken. Wij komen met Mussolini op de proppen. Toch willen we geen boodschap uitdragen. Voorop staat het artistieke concept.' Koek: 'We hebben het niet direct over een fascist, maar over een muziektheater-produktie. Alles is vorm. Van daar uit kwam ook die glazenier van Slauerhoff erbij.'

Raaijmakers: 'Het is een drietrapsraket. Van Laurel & Hardy naar Mussolini is al een vreemde overgang - overigens, Mussolini was een fan van Laurel & Hardy -, en vervolgens komt die Messias erbij, om verwarring te stichten. Daarna herstelt de orde zich. De Messias wordt gekruisigd. Zo voltrekt hij de roterende valbeweging die is ingezet met die van Laurel & Hardy. Het model klopt. Mijn slot is een beeld: een Mexicaanse troubadour zingt een lied, opgedragen aan de glazenier. Op dat moment trekt een processie langs die figuur. Een theatraal slot, bedoeld om ontroering op te wekken. Afscheid van de machines. De schoonheid heeft het laatste woord.

'Hier komt een opschepperige vergelijking. Ravel zei: 'Die Boléro kan iedereen maken, maar de modulatie in de laatste maten, die had ik alleen kunnen schrijven. Welnu, De val van Mussolini heeft een onafwendbaar verloop, maar de komst van de glazenier is een theatraal besluit. Een compositorisch element. Daar kan ik mijn handtekening onder zetten.'

Mussolini van Dick Raaijmakers, uitgevoerd door Theatergroep Hollandia en Toneelgroep Amsterdam. Regie Dick Raaijmakers/ Paul Koek. Westergasfabriek, Amsterdam. 31 mei (try-out), do 1 t/m za 17 juni (behalve ma 5 en ma 12).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden