Een essay is net een windwagen

Journalist Henk Hofland is de komende maand gastschrijver aan de TU Delft, knutselhoofdkwartier van Nederland. Zelf schept hij onbedaarlijk plezier in het bouwen van karretjes en zeilbootjes met op straat gevonden afval....

'WAT gebeurt er als Bin Laden met een of andere Bin Laden-straal komt, waarmee hij alle electriciteit platlegt?' Henk Hofland kijkt bezorgd over de rand van zijn bril. 'Wie weet dan nog, hoe hij moet overleven?'

Hofland zelf zou het wel weten. Naast columnist, essayist, intellectueel en eminence grise van de Nederlandse journalistiek, is hij een verwoed handwerker. Twee jaar geleden schreef hij Rederij Hofland, een doe-boek voor kinderen die lege luciferdoosjes, verroeste schroeven, plastic zakken en andere op straat gevonden voorwerpen nog op waarde weten te schatten. Aan de hand van Hoflands boek (De Bezige Bij, ISBN 90 234 3877 9) zijn er altijd nog zeilbootjes, windwagens en muziekmolens van te maken.

Waarschijnlijk om die reden is hij gevraagd om een maand gastschrijver te worden aan de TU Delft, knutselhoofdkwartier van Nederland. Tussen 7 februari en 14 maart zal hij twee lezingen en een serie werkcolleges gaan geven, waarin hij met de studenten aan het bouwen gaat.

'Ik weet ook niet precies waarom ze mij gevraagd hebben', zegt Hofland. 'Maar ik voel me zeer vereerd opgenomen te worden in de heilige orde der technici. Daar in Delft werken mensen die constructies bouwen die nooit instorten; ik heb ontzag voor hen.' Zijn enige angst is dat ze hem als autodidact beschouwen en niet serieus zullen nemen. 'Dat ze me als een soort postzegelverzamelaar zien.'

Op 14 maart sluit hij zijn verblijf aan de universiteit af met de Vermeer-lezing, waarvan hij de titel al wel klaar heeft: 'Het voorgekookt bestaan'. Daarin zal hij een pleidooi houden tegen het gemakzuchtige consumentisme, en voor meer inventiviteit. Als overlevingsstrategie, maar vooral ook als bron van levensgeluk.

Op de boekenkast in zijn werkkamer, op de NRC-redactie in Amsterdam, staat een van zijn maaksels: een vogelveer, gestoken in het plastic omhulsel van een bic-pen, die is bevestigd op een motortje. Hofland stopt een batterijtje in het apparaat; de veer draait stapsgewijs rond. 'Een nep-Tinguely', zegt Hofland, die het motortje opduikelde in een rommelzaak in New York, en de andere onderdelen op straat vond.

Een bezoek aan Basel, aan het museum van Tinguely, de Zwitserse bouwer van mechanische kunstwerken, is één van de onderdelen van zijn programma in Delft.

Hofland (Rotterdam, 1927) is al vanaf zijn jeugd gefascineerd door techniek. 'Mijn vader was een tijd lang officier bij de Marine Stoomvaart Dienst, hij kon me van alles vertellen over de stoomschuif, de regulateur en de triple expansiemotor. Zijn verhalen maakten me als kind heel nieuwsgierig naar de werking van de dingen. En dan ging ik zelf aan de slag.'

Daar had hij echter zijn moeder voor nodig, want zijn vader kon volgens haar nog geen spijker in de muur slaan. 'Mijn moeder was degene met de gereedschapskist. Ik heb leren denken met mijn handen. Ik heb onmetelijk veel van hen beiden geleerd.'

Toen begon hij zijn eerste pieremegoggels te maken. Klompen met zeiltjes erop. Altijd van je af snijden, drukte zijn moeder hem op het hart. Toch zit er nog steeds een litteken op een knokkel.

De oorlog ging gepaard met een tweeslachtig gevoel, zegt Hofland. Tijdens het bombardement, in mei 1940, zat hij in een kelder in de Rotterdamse wijk Kralingen, die dreigde in te storten toen er een bom in de buurt neerkwam. 'We gingen naar buiten, de grond golfde. De stad brandde af, maar ik zag vliegtuigen in de lucht die ik alleen uit boekjes kende - dat was een enorme bof. Later pakte ik mijn handboek erbij, Vliegtuigen der belligerenten, en wist dat het Heinkels-111 waren die daar waren overgevlogen.'

Hoflands vernuft kwam tot bloei in de oorlog. Vlakbij zijn ouderlijk huis in Kralingen lag in een haven een stel rijnaken die de Duitsers prepareerden voor de invasie van Engeland. Voor de voorstuwing bevestigden ze er twee propellers op. Hofland kopieerde het mechanisme op een van zijn vaarklompen, en testte het uit in de wasteil thuis.

- U vindt nog steeds van alles op straat, en bouwt daar bootjes en karretjes van.

'Het geeft me onbedaarlijk veel plezier. De karretjes worden steeds kleurrijker, groter, gekker. Onlangs heb ik een zeilwagen gefabriceerd van zestien frisdrankblikjes en vier plastic zakken. Ik verlang ernaar die dingen te maken, en ze dan naar de horizon te zien rollen.

- Wel een groot contrast: de schrijver van serieuze artikelen die met zeilklompen en windwagentjes speelt.

'Schrijven en knutselen, het is eigenlijk hetzelfde. Het gaat om messing en groef: het moet passen, het moet aansluiten. Een essay is net als een windwagen: het moet werken. Wanneer Harry Mulisch een stuk heeft geschreven, houdt hij het papier op een armlengte afstand en kijkt hoe het eruit ziet. Het timmermansoog van een schrijver.'

- Wat is de overeenkomst tussen schrijver en handwerker?

'Het plezier van de naïeve perceptie; iets zien wat je nog niet eerder gezien hebt. Ik zag ooit een plastic zak over de weg vliegen en bedacht dat ik die misschien zou kunnen gebruiken als zeil. Zo'n idee veroorzaakt kortsluiting in het hoofd van de bedenker. Het verschaft degenen die het overkomt enorm veel plezier, vergelijkbaar met de ontdekking van een mooie beeldspraak.'

- En de mensen kennen dat plezier niet meer?

'Niemand hoeft meer iets te verzinnen in ons voorgekookte bestaan. Voor elk probleempje ligt een op maat gesneden oplossing klaar. Neem Windows, dat is net als een Zwitsers zakmes: voorgekauwde multifunctionaliteit. Dat sluit creativiteit uit. Eigenlijk heb je maar één instrument nodig, en dat is het mes zelf. Daarmee kun je verder alles doen. Als je tenminste inventief bent.

'Die zelfredzaamheid is handig, en los daarvan: dat vernuft, dat Schaffen neuer Kombinationen schept plezier, en daarvoor zijn we op de wereld: voor ons plezier. Maar niet voor voorgekookt plezier. Ga buiten spelen!'

- Maar de makers van ons voorgekookte bestaan zijn juist ook creatief geweest. En toen hebben zij ons met Windows opgezadeld.

'Dat is niet hun schuld. Creativiteit is een spel, en tijdens het spelen let je niet op de consequenties. Spelen is amoreel - het heeft niets met schuld of onschuld te maken.'

- Ook de uitvinding van de atoombom was onschuldig?

'Bommen, machinegeweren, Windows - je mag het allemaal verzinnen. Pas daarna komt de vraag of zo'n vinding wel nuttig is, en hoe je hem moet gebruiken. Ook ga je dan nadenken over juridische en ethische implicaties.

'De wetenschappers die betrokken waren bij het Manhattan-project hebben feest gevierd toen de eerste atoombom in de woestijn tot ontploffing was gebracht. Ze hebben gedanst op de muziek van Glenn Miller. En dat feestje was terecht: hun idee werkte! Pas daarna hebben enkelen van hen de Pugwash vredesbeweging opgericht, om misbruik van hun vinding tegen te gaan.

- Dus pas achteraf moet je gaan nadenken over de consequenties?

'Je kunt wel voorzorgsmaatregelen treffen. Voor spelende kinderen sluit je een WA-verzekering af. Die schieten ook wel eens een voetbal door een ruit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.