Een erg Duits debat

In Berlijn speelt al twaalf jaar een verhit debat over het Hohenzollern-paleis. Mag het Pruisische barokgebouw weer worden opgebouwd, ten koste van Erich Honeckers DDR-paleis?...

door Philippe Remarque

UNTER DEN LINDEN. Welke stad heeft zo'n mooie naam voor zijn grote boulevard? Volg hem naar het hart van Berlijn en je komt indrukwekkende gebouwen tegen: de Humboldt-universiteit, de oude staatsbibliotheek, de opera, het kroonprinsenpaleis en het roze arsenaal met de beelden op de dakrand. De Pruisische grandeur weet nog steeds te overtuigen.

Dan komt de paleisbrug met de witte standbeelden over de Spree. Door een knik in de boulevard valt de blik automatisch op de kern van dit architectonische ensemble. En wat is daar te zien? Een winderige asfaltvlakte, een aftands gebouw achter een schutting, een parkeerplaats met auto's, een theatertent en wat uitgravingen. Het hart van Berlijn is een rommeltje.

Hier stond eeuwenlang het grote stadspaleis van de Hohenzollern-dynastie, een Duits Louvre met 1200 kamers. In 1950 besloot DDR-leider Walter Ulbricht het door bombardementen en brand beschadigde gebouw op te blazen. Waar eens de Pruisische koningen en de Duitse keizers regeerden wilde hij communistische parades houden, om de 'vechtlust en opbouwwil van ons volk uit te drukken'. De protesten van Oost-Duitse architecten en kunsthistorici mochten niet baten. Slechts één portaal werd gered en toegevoegd aan een DDR-regeringsgebouw, omdat Karl Liebknecht vanaf het balkon de socialistische staat had uitgeroepen.

Nu, in het herenigde Duitsland, veroordeelt iedereen de verwoesting als een 'barbaarse daad'. Maar wat heeft Berlijn daaraan? De historische fout moet worden goedgemaakt, vindt Wilhelm von Boddien. De 60-jarige Hamburgse zakenman ijvert al sinds 1990 voor de wederopbouw van het stadspaleis. Hij staat tussen de auto's op de parkeerplaats. 'Kijk eens naar de gebouwen om ons heen', zegt hij. 'Dat is de reden dat het paleis er moet komen. Alle andere gebouwen stralen in de reflectie van de barokke gevels die er niet meer zijn.' Hij wijst op de machtige zuilenrij van Schinkels classicistische museum, aan de overkant van de Lustgarten. 'De overwinning van Schinkel op de barok is niet meer te zien.' De Pruisische pronkgebouwen krijgen 'hun waardigheid terug' door de wederopbouw van het paleis, voorspelt Von Boddien.

Zijn grootste slag sloeg de actievoerder toen hij in 1993 een neppaleis mocht neerzetten: een staketsel met doek waarop de barokke gevel van de architect Schlüter uit 1700 was nageschilderd. De wederopbouw van het paleis, tot dan een droom van intellectuelen, werd even realiteit voor het grote publiek. De gastenboeken van de tentoonstelling puilden uit van de steunbetuigingen.

Maar Berlijn zou Berlijn niet zijn als over het vermetele plan niet een verhit debat was uitgebroken. Zoals zo vaak bij de Berlijnse architectuur gaat het om veel meer dan alleen een gebouw. Deze historisch beladen plek is niet alleen de oerkern van Berlijn en het scharnierpunt tussen Oost en West. Nu Berlijn weer hoofdstad is, zien velen het als 'het hart van de republiek'.

Wat daar wordt gebouwd, drukt het zelfbeeld van het herenigde Duitsland uit. Mag Berlijn zich met de restauratie van het paleis aansluiten bij de Pruisische glorie? Of is het juist een teken van Duits zelfvertrouwen om er moderne architectuur neer te zetten? Moet er meer respect zijn voor de DDR-erfenis? Het is een erg Duits debat. In krantenkolommen en op discussie-avonden vegen voor -en tegenstanders elkaar al twaalf jaar lang de mantel uit.

Het eerste verzet tegen de wederopbouw van het paleis kwam uit Oost-Berlijn. Op de immense Marx-Engels-Platz die Ulbricht met zijn verwoesting had gecreëerd, werd in 1976 onder Erich Honecker een gebouw neergezet dat de Oost-Duitsers na aan het hart ligt: het Palast der Republik. Het was een socialistische droom in seventies-architectuur. Van buiten oranje rookglas, van binnen een enorme foyer met aan het plafond twintigduizend lampen. 'Erichs Lampenladen', werd de bijnaam van het gebouw. In de grote zaal zetelde het DDR-parlement, de Volkskammer, en werden grote communistische congressen gehouden.

Maar het Palast der Republik was ook voor het gewone volk. Er waren bars, twee discotheken en een bowlingbaan, een theater en een concertzaal. Oost-Berlijners kunnen nog lyrisch worden over de lederen zitgroepen in de voor ieder toegankelijke foyer, de schilderijen van socialistische kunstenaars en het redelijk geprijsde bier en ijs.

Wat een contrast met de trieste betondoos die de Berlijnse planners nu in de weg staat. In 1990 besloot de Volkskammer er tot aansluiting bij West-Duitsland. Kort daarop werd ontdekt dat het gebouw vol zat met asbest. Van het Palast der Republik zijn alleen nog romp en staketsel overgebleven. En dat moet nu ook nog wijken voor de wederopbouw van het Hohenzollern-paleis.

West-Berlijners vonden het gebouw van Honecker altijd al monstrueus, maar Oost-Berlijnse actievoerders verdedigen hun Palast der Republik, dat een symbool is geworden. 'De afbraak zou een Koude-Oorlogstriomf van het Westen betekenen', zegt Lieselotte Schulz, voorzitter van een van de actiegroepen tot behoud van het Palast der Republik. 'Ze kunnen toch niet zomaar het Oosten aan de kant schuiven? Het Palast was een teken dat het land iets voor zijn volk over had. De DDR was niet zo slecht, daar wordt veel te eenzijdig over gedacht.'

Volgens Schulz is opzettelijk gekozen voor de radicaalste variant van asbestverwijdering, om het gebouw te kunnen afbreken. Bij de romp van het gebouw voeren de Palast der Republik-vrienden af en toe actie. Ze mogen niet naar binnen. 'Dan zouden we kunnen vaststellen dat wederopbouw heel goed mogelijk is.'

De Oost-Berlijnse architect Wolf R. Eisentraut, die als jongeman de grote foyer ontwierp, zegt dat met het overgebleven staketsel toch nog een goede helft van een gebouw staat. Hij vindt de discussie over de wederopbouw van het Hohenzollern-paleis te emotioneel. 'De voorstanders lijden aan fantoompijn. Dat paleis wordt nu uitgeroepen tot het belangrijkste barokgebouw in Duitsland, maar het was architectonisch niet zo belangrijk. Wat voor symbolische betekenis heeft het als je in het derde millennium een oud paleis wederopbouwt?'

Daarmee sluit de architect aan bij de West-Duitse tegenstanders, die onlangs demonstreerden tegen het stadpaleis, een symbool van 'de gehate Pruisische militaire staat' en 'onderdanengeest'. 'Van dit paleis zijn altijd alleen bevelen uitgegaan om op het volk te schieten', zei de linkse cabaretier Dr. Seltsam. Een journalist van de Süddeutsche Zeitung noemde de wederopbouw een 'architectonische ruk naar rechts en een enorme aanmoediging voor restauratieve tendensen in de maatschappij'. Von Boddien zegt dat het hem alleen om de schoonheid te doen is. 'Waar zijn ze toch bang voor? Dat de boze Pruisen en de nazi's terugkomen? Als de democratie ten onder kan gaan aan de wederopbouw van een barokpaleis moeten we pas echt bezorgd zijn.'

ARCHITECTEN en publicisten van naam vrezen dat het herbouwde paleis een 'vervalsing' wordt, een soort Disneyland. Von Boddien is daar verontwaardigd over. Zijn vereniging geeft in boeken vele voorbeelden van geslaagde wederopbouw na de oorlog: paleizen in München en Stuttgart, de oude binnensteden van Warschau en Gdansk en tal van Duitse steden. In Berlijn werd het verwoeste paleis Charlottenburg weer opgebouwd, en in de DDR-tijd ook enkele gebouwen om het vroegere stadpaleis heen: het kroonprinsenpaleis was helemaal weg, het museum van Schinkel en de Dom waren zwaar beschadigd. Op dit moment wordt tegenover het vroegere paleis de voormalige Kommandantur heropgebouwd, daarnaast moet de bouwacademie van Schinkel herrijzen. Wederopbouw van de barokke paleisgevel zou het herstel van het grandioze gebouwenensemble in Berlijns centrum bekronen.

Al is het huidige linkse stadbestuur tegen, veel Berlijners lijken ervoor te voelen. Von Boddiens grote overwinning kwam in april dit jaar. De commissie van experts die zich over de kwestie boog, kwam tot de aanbeveling dat er een gebouw moet komen met de afmetingen van het stadspaleis, met aan drie zijden een barokke gevel en binnenin de historische reconstructie van enkele belangrijke ruimtes. Het Palast der Republik moet worden afgebroken, maar waardevolle delen kunnen worden geïntegreerd in het paleis.

Van het oude DDR-gebouw nam de commissie ook de openheid voor het volk over: het nieuwe paleis moet een 'agora' worden, een ontmoetings-, conferentie-, en cultuurruimte voor burgers. In het gebouw moeten verder musea worden gevestigd met de natuurwetenschappelijke verzameling van de Humboldt-Universiteit en de omvangrijke etnologische collectie uit Berlijn-Dahlem.

Met het nabijgelegen 'museumeiland' zijn de grote Berlijnse collecties dan bij elkaar verzameld. Ook de deelstaatbibliotheek wordt in het paleis gevestigd. De kosten voor het project schat de commissie op 670 miljoen euro. Een deel van het geld wil Von Boddien gaan inzamelen onder het volk, zoals dat succesvol is gebeurd in Dresden voor de wederopbouw van de Frauenkirche.

De apotheose van twaalf jaar discussiëren komt morgen, als de Bondsdag beslist of de aanbevelingen van de discussie worden opgevolgd. Over het gebruik en de paleisachtige afmetingen van het gebouw zijn alle partijen het eens. De barokgevel blijft een splijtzwam. De conservatieve CDU en FDP zijn voor. Maar grote delen van de SPD en Groenen willen moderne architectuur. Ze volgen de voorzitter van de Duitse architectenkamer, Peter Conradi, die in de expertscommissie een dissident bleef: 'Ik vind dat de architectuur van deze tijd de kans moet krijgen te laten zien wat zij kan', zegt hij. Volgens Conradi hoeft een nieuw gebouw niet uit de toon vallen. 'Er zijn veel Europese steden die oud en nieuw geslaagd combineren'. Hij beklaagt de 'achterwaarts gerichte moedeloosheid' in Berlijn, die 'geen vertrouwen heeft in de eigen tijd'. Uit angst voor verandering en mondialisering willen de paleis-voorstanders 'een stuk van de goede oude tijd terug'.

Von Boddien antwoordt dat Berlijn al wordt volgebouwd met moderne architectuur. 'Dat is prima. Maar juist op deze ene plaats moet een gebouw komen dat verband houdt met de andere gebouwen in de omgeving. De opera van Sydney of het Guggenheim van Gehry zouden hier niet kunnen.' De voorstanders van het barokke paleis maken in de Bondsdag een goede kans. Want er wordt zonder fractiedwang gestemd en ook enkele vooraanstaande politici uit de regeringscoalitie steunen de wederopbouw. Zoals bondskanselier Schröder, die voor is met zijn eigen simpele redenering: 'gewoon, omdat het mooier is'.

Als het paleis door de Bondsdag komt, moet de slag worden herhaald in de Berlijnse gemeenteraad. Daarna moet de financiering nog rondkomen, vervolgens komt er een architectencompetitie voor het moderne interieur en de achterkant. Paleistegenstander Conradi vermoedt dan ook dat het debat 'zeker nog een paar jaar verder gaat'. Maar Von Boddien is optimistisch. In 2010 kan in het herbouwde paleis met een groot feest de twintigste verjaardag van de Duitse hereniging worden gevierd, hoopt hij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden