Een erfenis met verplichtingen

Met een prijskaartje van 20 miljoen is Jan Vennegoor of Hesselink de duurste speler die tot op heden op de Nederlandse transfermarkt werd verhandeld....

De voorgeschiedenis

'Op mijn dertiende of veertiende werd ik voor het eerst door PSV benaderd. Ik ben hier toen ook geweest om te kijken en om een testwedstrijd te spelen. Mijn ouders hebben daar nog altijd foto's van. Sta ik in dat rode shirt met zo'n wit kraagje en Philips op de borst. Een stoer koppie. In die testwedstrijd maakte ik drie goals. Ik weet nog precies op welk veld we speelden; daar hebben we vanmorgen toevallig getraind.

'De trainers waren toen al heel enthousiast. Ze wilden me graag hebben, maar ik durfde het toen nog niet aan. Dan had ik in het internaat gemoeten en had ik alleen op zondag naar huis gekund. Eindhoven, dat is ver van Oldenzaal hoor als je zo jong bent. Mijn vader zei: jongen, als je echt goed bent, komen ze later nog wel een keer bij je. Met de jeugdelftallen van Twente kwamen we vaak bij PSV. Op één of andere manier wilde ik dan altijd net iets meer laten zien.

'Misschien heeft PSV sindsdien altijd wel een streepje voor gehad ten opzichte van Ajax en Feyenoord. Ze zijn me altijd blijven volgen en dat streelde me toch. Deze club moest het worden. De eerste dag was ik nerveus. Dan denk je toch even: hier ben ik tien jaar geleden als klein ventje ook geweest en nu kom ik als de grote aankoop door dezelfde deur binnen. Machtig mooi.'

De keus

'Feyenoord, Ajax, PSV, Sunderland, al die clubs waren in beeld. En misschien nog wel een paar. Mijn vader heeft alles geregeld, ik probeerde het van me af te zetten. Dat is moeilijk. Het vreemde is: de twee voorgaande jaren was er ook veel belangstelling en gaf al die interesse me een kick. Dan ging ik er beter van voetballen. Afgelopen seizoen, in maart, april, hadden alle geruchten juist een negatieve invloed op mijn spel.

'In het verleden dacht ik: ik hoef niet weg bij Twente. Die interesse van andere clubs was een leuke bijkomstigheid. Nu had ik me voorgenomen bij Twente weg te gaan. Dus zodra er scouts op de tribune zaten, wilde ik ook iets laten zien. Misschien ging ik daardoor forceren. Ik heb me zelfs weleens schuldig gevoeld tegenover Twente. Ze wisten dat ik wegging en uitgerekend in dat laatste jaar liep het soms niet.

'PSV stelde zich heel correct op. Precies zoals toen ik dertien was. Tijdens het seizoen hebben ze me met rust gelaten; de dag ná de bekerfinale belden ze op. Ik heb een gesprek gehad met Arnesen en Gerets en eigenlijk wist ik het toen meteen al. Andere clubs proberen je wel over te halen met allerlei extraatjes. Mooiere auto, mooier huis, dat soort dingen. Maar het gaat mij niet om twee of drie ton meer, het gaat mij om het gevoel. Hier voel ik me thuis.'

De provincie

'Het is een topclub en toch heerst er gemoedelijkheid. Op één of andere manier kon je dat ook altijd merken als we met Twente tegen PSV speelden. Dan stonden alle spelers wat met elkaar te kletsen. Aan die jongens van PSV kon je merken dat het toppers waren, maar ze hadden geen kapsones. Zo ben ik ook, tenminste, dat hoop ik.

'Twente en PSV lijken in dat opzicht wel op elkaar. Qua sfeer en cultuur is de overstap niet zo groot. Ik kan niet goed oordelen over Ajax en Feyenoord, maar ik hoor wel vaak verhalen dat in het Westen de mentaliteit harder en killer is. In het verleden zijn veel Twente-spelers naar PSV gegaan, dat zal wel geen toeval zijn. Noem het maar de provincie voor mijn part. Je kunt alleen goed presteren als je je ergens happy voelt.

'Kijk eens om je heen, dit trainingscomplex. Geen overdreven luxe, maar alles verzorgd. Mooie velden, overal nieuwe netten in de goals, gezellig clubhuis. Het straalt warmte uit. De Herdgang, dat is een begrip. Elk jeugdspelertje in Nederland weet hoe het trainingscomplex van PSV heet. Ik kende altijd maar twee trainingscomplexen bij naam, Milanello en De Herdgang.'

Scoren

'Een spits die niet scoort faalt, dat is in feite wel waar. Je kunt natuurlijk ook een functionele spits zijn die veel assists geeft, maar zèlf scoren geeft toch een net iets beter gevoel. Vorig jaar heb ik vier wedstrijden op rij niet gescoord. Dat gaat in je kop zitten. Op een gegeven moment ging ik tijdens de wedstrijd lopen nadenken: hoe nam ik de bal ook alweer aan, hoe schoot ik ook alweer, wat is de beste hoek? Als je zo gaat piekeren, wil het helemaal niet meer. Ineens ging-ie er weer in. Een bevrijding.

'Naarmate een spits meer naam maakt, wordt het steeds moeilijker om te scoren. In mijn eerste seizoen als basisspeler bij Twente maakte ik er 21. Verdedigers kenden mij nog niet. Een jaar later waren verdedigers al gemener en weer een jaar later probeerden ze me te intimideren. Toch ben ik altijd blijven scoren. 19 goals, 15 goals. Verdedigers leren mij kennen, maar ik leer die verdedigers ook kennen. Het gaat steeds meer om details waardoor je net dat beetje extra ruimte kunt creëren om te scoren.

'Ik ben geen spits die 89 minuten op de rand van het strafschopgebied staat te loeren. Ik moet zeventig minuten sleuren. Op die manier groei ik in een wedstrijd en dwing ik goals af. Ik leer ook door naar andere spitsen te kijken. Tijdens een training met het Nederlands elftal moest ik in de dekking spelen op Kluivert. Dan zie je hoe hij de bal vrijmaakt, aanneemt, net even dat halve metertje ruimte maakt. Sla ik op in mijn hoofd. Ik train er niet op, maar ik onthoud het. Zomaar ineens in een wedstrijd doe ik het dan ook.'

Bruggink, Kezman

of De Jong

'Dat probleem moet de trainer oplossen. Het zijn drie prima voetballers, maar ook drie verschillende types. Ik heb geen voorkeur. Het belangrijkste is dat ik zèlf een basisplaats afdwing. Na onze eerste oefenwedstrijd schijnt Gerets voor Studio Sport gezegd te hebben dat ik zijn eerste man ben, maar zo heeft hij het nooit tegenover mij uitgesproken. En ook niet tegenover de groep.

'Gerets heeft gezegd dat ze veel geld voor me hadden betaald en dat ze dat niet hadden gedaan om me op de bank te zetten. Maar ik moet het natuurlijk wel waarmaken. Van Nistelrooij had het in zijn eerste jaar bij PSV ook niet makkelijk, dus wie ben ik dan om te zeggen dat ik in de basis mòet staan. Kezman schoot er vorig seizoen 24 in, Bruggink 13, dat zijn geen kleine jongens.

'Met Bruggink heb ik bij Twente nog een paar wedstrijden samen gespeeld. En we hebben veel samen in de spits gestaan bij Jong Oranje. Dat klikte wel. Daar hadden we beiden een goed gevoel over. Maar niemand kan bij PSV toch een basisplaats claimen. We spelen competitie, Champions League, beker, interlands, zomaar vijftig wedstrijden. Met zo'n vol programma is het logisch dat een topclub voor elke positie dubbele bezetting heeft. Even uit vorm en je staat er naast. Simpel.'

Twintig miljoen

'Ongeveer twintig miljoen. Natuurlijk schept dat verwachtingen en brengt het druk met zich mee. Daar heb ik geen problemen mee. Als een club zoveel geld voor je betaalt, mogen ze iets van je verlangen. Dat vind ik normaal, maar ik probeer er niet te veel over te denken. Aan één kant is het belachelijk veel geld en aan de andere kant is het nog bescheiden vergeleken met wat ze in Spanje, Italië of Engeland voor spelers betalen.

'Als voetballer ben je handelswaar. Maakt het iets uit wat ik ervan vind? Zo zit dit wereldje in elkaar. Mijn ouders hebben altijd gezegd: laat je niet het hoofd op hol brengen door al dat geld. Tot voor kort woonde ik nog bij mijn ouders. Net als mijn zus. Thuis werd echt niet alleen over voetbal gepraat omdat ik nou toevallig zoveel miljoen waard ben. Of ze nou tien, twintig of honderd miljoen voor me betalen, in Oldenzaal ben ik gewoon Jan.'

De erfenis

'Hier, in de gangen op De Herdgang, hangen allemaal foto's van spitsen die bij PSV hebben gespeeld. Als je om je heen kijkt, besef je pas hoeveel sterren hier gevoetbald hebben. Het zou prachtig zijn als later mijn foto daar tussen zou hangen. Dan ben ik in feite geslaagd. Eigenlijk is het al een eer dat ze in mij een mogelijke opvolger zien.

'Romario, Ronaldo en Van Nistelrooij zijn wel de drie grootsten, dat zijn echte fenomenen. Ik zou niet kunnen zeggen wie ik de beste vind. Met Van Nistelrooij heb ik samen gespeeld en getraind. Ik heb van dichtbij gezien hoe goed hij is. Ronaldo is voor mij haast iemand van een andere planeet. Toen ik nog in de jeugd bij Twente zat, speelde Ronaldo bij PSV en was hij al de beste van de wereld. En we zijn geloof ik even oud. Onwaarschijnlijk, wat hij kan... Die jongen gun ik dat-ie snel weer op topniveau kan voetballen.

'Die jongens zijn hier doorgebroken en dan kan het ineens snel gaan. Weet ik, maar voorlopig denk ik niet verder dan PSV. Natuurlijk, elke voetballer fantaseert weleens over het buitenland. Ik ben gecharmeerd van Engeland. Afgelopen weekeinde speelden we met PSV uit tegen Ipswich Town, wij winnen en krijgen een staande ovatie. Daar krijg ik kippenvel van. Manchester United, dat is het allerhoogste. Maar voor hetzelfde geld speel ik tien jaar bij PSV.

'Met die jongens mag ik me niet vergelijken. Kan toch niet? Ik kan trouwens net zoveel bewondering hebben voor een spits als Rene Eijkelkamp. Hij heeft mij afgelopen seizoen ook nog getraind. Zoveel ervaring die man heeft, zoveel nuttige kleine dingen hij kan aangeven. Eijkelkamp schiet er dan misschien zelf niet twintig in per seizoen, maar hij zet wel twintig keer per seizoen een medespeler vrij voor de keeper. Dat kan ook voldoening geven.'

Champions League

'Als er 's avonds Champions League-voetbal was geweest, zaten we bij Twente de volgende morgen alle wedstrijden en acties in de kleedkamer te bespreken. De goal van Batistuta met Fiorentina op Wembley tegen Arsenal, dat vergeet ik nooit meer. In de Champions League spelen echt alleen maar de allerbesten. Daar sta ik ineens tussen. Met Twente heb ik vijf Europese wedstrijden gespeeld. Maar dit is even iets anders.

'Wat het al los maakte als we met Twente een Europa Cup-wedstrijd speelden! Dan was iedereen binnen de club opgewonden; je merkte het zelfs in de stad. Dat is in de Champions League natuurlijk allemaal nog tien keer zo groot. Ik heb al een paar keer naar het lijstje met clubs gekeken dat meedoet. Real Madrid, Manchester United en Barcelona, daar wil ik graag tegen spelen. Maar als je me dit morgen weer vraagt, kan ik ook AS Roma zeggen.

'Waarom zou een Nederlandse club nooit meer de Champions League kunnen winnen? Dat zeiden ze begin jaren tachtig ook en toch won PSV in '88 de Europa Cup. Ajax in '95. De kans dat een Nederlandse club 'm wint is kleiner dan dat een Italiaanse ploeg 'm wint, maar je bent nooit kansloos. Als de rijkste altijd zou winnen, had Lazio Roma al twee keer de Champions League moeten winnen. Nou, die staan nog steeds op nul.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden