Een encyclopedie van de roemloosheid

Het zou kunnen, want hij is vaak vergeleken met twintigste-eeuwse beroemdheden als Majakovski, Brecht en Neruda...

De Turkse schrijver Nâzim Hikmet, kennen we die?

Pablo Neruda noemde hem zelfs: 'De grootste dichter, die voor de hele wereld schreef.'

Nâzim Hikmet werd in 1902 in Saloniki geboren. Als telg van een aristocratische familie in het toen bestaande Osmaanse rijk kreeg hij een opvoeding die hem zowel met de klassieke, mystieke islamitische poëzie als met de moderne Franse en Turkse literatuur vertrouwd maakte. Hij begon al vroeg gedichten te schrijven en genoot daarbij de steun van Yahya Kemal, een vooraanstaand dichter, die bij zijn ouders aan huis kwam.

'De bezetting van Istanbul door de geallieerden in november 1918', lees ik in de inleiding bij Hikmets nu vertaalde epos Mensenlandschappen, 'grijpt de jonge dichter erg aan. In zijn patriottische gevoelens sympathiseert hij met de verzetsbeweging die in Anatolië ontstaat onder leiding van Mustafa Kemal (de latere Atatürk) en in januari ontsnapt hij met een vriend uit Istanbul om zich bij die beweging aan te sluiten.'

Hikmet leert zijn land kennen, de armoe van de plattelandsbevolking en begint zich voor het marxisme te interesseren. Met een vriend besluit hij in 1922 naar Moskou te reizen. Daar, aan de KUTV, de universiteit voor studenten uit het Oosten, gaat hij politieke economie studeren, maar in Moskou, toen nog nèt een revolutionair centrum, wordt ook zijn belangstelling gewekt voor het theater van Meyerhold en Stanislavki, de futuristische poëzie van Majakovski en het constructivisme van Bagritski. In zijn land wordt hij vanwege zijn linkse sympathieën bij verstek tot vijftien jaar gevangenisstraf veroordeeld.

Vanaf die tijd - Hikmet keert in 1928 illegaal naar Turkije terug - komt zijn leven in het teken te staan van een durende vervolging. In 1938 wordt hij gearresteerd en tot 28 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Zijn belangrijkste werk zal hij tijdens de Tweede Wereldoorlog in gevangenschap schrijven. Zoals zijn Epos van de bevrijdingsstrijd, dat later opgenomen wordt in het nooit voltooide Mensenlandschappen.

Aan dit veelomvattende werk lag een plan ten grondslag om een Encyclopedie van beroemdheden te schrijven. Maar dan op zijn manier: 'De helden van mijn Encyclopedie waren niet generaals, sultans, gerenommeerde geleerden, kunstenaars of schoonheidskoninginnen, moordenaars noch militairen, maar arbeiders, boeren en handwerkslieden wier roem nooit doordrong tot buiten de fabrieken, werkplaatsen, dorpen en arbeidersbuurten.'

Na de oorlog weet Hikmet te vluchten, zijn staatsburgerschap wordt hem ontnomen - in ruil voor de titel 'landverrader' - en op 3 juli 1963 overlijdt hij aan een hartinfarct te Moskou, waar hij tussen prominenten wordt begraven. In Turkije heeft hij nooit officiële erkenning gekregen.

Mensenlandschappen, vertaald uit het Turks door Els Hansen, Ruud Keurentjes en Wim van de Munkhof, die ook de inleiding schreven, doet ons ruim vijftig jaar na dato de Turkse dichter inderdaad als een Majakovski, Brecht of Neruda kennen, uitgesproken links-geëngageerd, dat wil zeggen vol gevoel voor de onderdrukte kleine man, maar wel zo poëtisch dat er niet zonder meer van een 'leerdicht' gesproken kan worden.

De toon is soms ronduit lyrisch, soms zeer verhalend, maar goed beoordelen laat zich zo'n enorm epos niet werkelijk, omdat je nu eenmaal de oorsponkelijke taal en de erbij behorende cultuur niet kent (of hooguit een beetje, van een reis door dit imponerende land of de Turkse uitzendingen op de kabel). Maar dat hoeft, merkte ik toen ik begon te lezen, geen bezwaar te zijn.

Veeleer zou iets anders het contact tussen Hikmet en de Nederlandse lezer op dit moment kunnen belemmeren en dat is de weggeëbde belangstelling voor dergelijke poëzie, die twintig jaar geleden door vertalingen van Brecht, Majakovski, Neruda en anderen in Nederland op haar hoogtepunt was. Uitgeverij De Geus heeft er alles aan gedaan Mensenlandschappen zorgvuldig uit te geven (¿ 95,-).

Tomas Lieske is dichter, schrijver van de verhalenbundel Oorlogstuinen en redacteur van het tijdschrift Tirade en het zou best kunnen dat hij in zijn blad een beschouwing aan Mensenlandschappen wijdt, want hij kent Turkije door en door. Dat maak ik tenminste op uit zijn eerste roman, Nachtkwartier, waarin hij verhaalt van een zekere Michael Güneü, die als nazaat van een gemengd Turks-Nederlandse familie een reis maakt door Turkije.

Güneü is beroepsmilitair. Na een missie met hoge militairen naar het land dat hij niet kent, en waarvan hij de taal niet spreekt, besluit hij niet met zijn collega's naar huis terug te keren, waar zijn vriendin wacht en zijn moeder op sterven ligt, maar een poosje rond te gaan reizen. Ongewild raakt Güneü in grote moeilijkheden. Hij belandt zelfs in de cel.

Met veel fantasie en gevoel voor details weet Lieske de avonturen van Güneü te vertellen, maar ik had, na 309 bladzijden, niet het gevoel dat de auteur al meteen een romanschrijver is, en dat ligt niet aan het feit dat Lieske niet kan verzinnen - dat kan hij heel goed - maar aan het feit dat zijn verzinsels een dwingende eenheid ontberen, waardoor het verhaal niet altijd even overtuigend is (Querido, ¿ 45,-).

Marcel Möring, sinds kort ook dichter, is na zijn romans Mendels erfenis en Het grote verlangen al niet meer weg te denken uit de vaderlandse republiek der letteren. Menigeen zal zich herinneren hoe hij in 1993 de AKO Literatuur Prijs kreeg voor Het grote verlangen, en wie weet wat er gaat gebeuren als dit jaar in Engeland de vertaling daarvan (The big longing) gaat verschijnen.

Mörings bekendheid zal zeker effect hebben op de verkoop van de kleine novelle, Bederf is de weg van alle vlees, waarin de lezer te zien en te horen krijgt wat er achter de schermen van een hotel-restaurant in de provincie gebeurt. Een baas die tweehonderd kilo, vermoedelijk niet helemaal goedgekeurde biefstuk koopt; een opgeblazen kok die de mercantiele innovaties van zijn chef maar ternauwernood kan verwerken; een opwindende serveerster, die tussendoor een slager aan zijn stille gerief helpt en de verteller, die met zijn vriend al schnabbelend de onverzadigbare vraatzucht van een stel Roemenen het hoofd moet bieden, - Möring weet er met zoveel smaak over te vertellen dat hij ook nog de treurnis van al dit duur betaalde voederen op je over weet te brengen (Meulenhoff, ¿ 15).

Dit is op geen stukken na alles. G. L. Durlacher bundelde nieuwe autobiografische verhalen - met een schrijnende herinnering aan zijn joodse lotgenote Sonja Witstein - in Niet verstaan (Meulenhoff, ¿ 22,90); Marion Bloem verzamelde haar reisverhalen in Muggen mensen olifanten (AP, ¿ 39,90, ¿ 59,90 gebonden) en Herman Brusselmans blijkt weer wat meer op dreef te zijn in De terugkeer van Bonanza, waarin hij, net als Hugo Claus in Belladonna, de verloederde wereld van de eigentijdse media voortvarend op de hak neemt (Prometheus, ¿ 34,90).

'Op de kastdeur, die Schults geopend had, was de gekleurde reproduktie gespeld van een portret van de lelijke hertogin, Margaretha van Karinthië en Tirol: een aan de rand ingescheurde en hier en daar gebarsten prent, die op veel studentenkamers had gehangen. Onder de hoge, rijkversierde huik kwam domdriest en legendarisch het door een enorme hazelip ontsierde bakkes dezer veertiende-eeuwse de wereld van filmsterren en tandpastareclames inkijken. Van Bunnik, die de monsterachtige afbeelding geen blik waardig had gekeurd, volgde Schults in de kast. Deze draaide zich naar hem om.'

Zo wordt de lezer, ook vandaag de dag nog, vijftig jaar na de bevrijding, meegenomen een 'schuilhok' in. 'Er staat een bed, en er is voedsel. Maar het mooie ervan is, dat het op een tweede schuilhok uitkomt, even onvindbaar als dit, - een schuilhok in een schuilhok, - a dream within a dream.' Wie anders dan Simon Vestdijk kon al direct op de eerste bladzijde zoveel 'dubbele bodems' introduceren bij het beschrijven van een onderwerp dat in 1948, toen hij zijn verzetsroman Pastorale 1943 publiceerde, al aardig met de ondubbelzinnige duidelijkheid van het 'goed' en het 'fout' benaderd werd.

Pastorale 1943, een van Vestdijks bekendste romans, is nu voor de tweeëntwintigste keer herdrukt, en op grond van die gestage aanwezigheid kun je het boek rustig 'klassiek' noemen (Nijgh & Van Ditmar, ¿ 34,90).

Klassieken, dat wil zeggen boeken die je niet stuk gelezen krijgt, maar die door hun 'grootheid' soms met zoveel ontzag bekeken worden dat ze jammergenoeg te weinig gelezen worden, zijn ook De kant van Swann van Marcel Proust (De Bezige Bij, ¿ 49,50), Let op de harlekijn en Gebroken schild van Nabokov (De Bezige Bij, respectievelijk ¿ 43,90 en ¿ 49,90) en, misschien, Pierrot van Raymond Queneau, zijn geestige verhaal over een stelletje kermisklanten, van wie zo indringend de leeghoofdigheid wordt getoond, dat deze in de loop van het boek boordevol gevoelens, gedachten, plannetjes en gekkigheid raakt, waarin zelfs wat beestenspul betrokken raakt. Heel knap (De Bezige Bij, ¿ 39,50).

Ik kan zo nog wel even doorgaan, want er is genoeg. In elk geval wil ik wijzen op De stenen dagboeken van Carol Shields, welk boek deze week in de Verenigde Staten tot het beste 'fictieboek' van 1994 is uitgeroepen. De vertaling van The Stone Diaries verscheen bij De Geus (¿ 49,90), waar ook de aan Pramoedya Ananta Toer opgedragen roman over corruptie van de Marokkaan Tahar Ben Jelloun het licht zag (¿ 29, 90). De zéér geïnteresseerden wil ik graag attenderen op de dissertatie Realisme in de kunst- en literatuurbeschouwing in Nederland tot 1875, waarin Toos Streng heel precies de ontstaansgeschiedenis van het begrip 'realisme' uitpluist (Amsterdam University Press, ¿ 79,50).

En wie alles wil weten van de lust die Adriaan van Dis bekruipt als hij de meeëters van Boudewijn Büch ziet, of wil lezen hoe subtiel Gerrit Komrij wraak neemt op Hans Warren, die in zijn dagboeken Komrij's intieme leven op straat gooide, of. . . nog veel meer, die moet beslist De gevoelige plaat van Lisa Kuitert en Mirjam Rotenstreich aanschaffen (Nijgh & Van Ditmar, ¿ 39,90). Battus was er vorige week al ondersteboven van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.