ReconstructieMarineschip naar Libië

Een embargo is zo omzeild: hoe een marineschip via Nederland in Libië belandde

De Europese Unie zint op een grotere rol in Libië - te beginnen bij het beter afdwingen van het wapenembargo. Maar de realiteit is weerbarstig, blijkt uit de export in 2018 van een Iers marineschip naar Libië. Via Nederland. 

Op een foto uit het VN-rapport is te zien dat het voormalige Ierse patrouilleschip, in april 2019 varend voor de kust van Libië, opnieuw is voorzien van kanonnen.

In 2018 is een afgedankt patrouilleschip van de Ierse marine, via een Nederlandse handelsfirma die het schip naar ’s-Gravendeel had gesleept, in handen geraakt van een bedrijf uit de Verenigde Arabische Emiraten. Het voorval duikt op in een recent onderzoek in opdracht van de Verenigde Naties. De koper uit de Verenigde Arabische Emiraten vroeg geen exportvergunning aan, iets wat volgens bronnen op het ministerie van Buitenlandse Handel waarschijnlijk wel had gemoeten. Want hoewel de bewapening van het schip was verwijderd, is onduidelijk of dat ook geldt voor de ‘bevestigingspunten’ voor de boordkanonnen. 

Als de exportvergunning was aangevraagd, was deze vrijwel zeker niet verleend, zeggen diezelfde bronnen, omdat Nederland heel restrictief is in het toestaan van uitvoer van militaire goederen naar de Verenigde Arabische Emiraten. Dat land is niet alleen betrokken bij de oorlog in Jemen, maar behoort ook, met Turkije en Jordanië, tot het groepje landen dat volgens de VN ‘regelmatig en soms openlijk’ wapens levert aan strijdende partijen in Libië, in weerwil van het wapenembargo.

Ingeluisd

Het Ierse patrouilleschip werd in 2017 opgekocht door een Nederlandse handelsfirma. De directeur hiervan wil wel zijn verhaal doen, maar anoniem blijven omdat hij vreest voor de toekomst van zijn bedrijf als gevolg van deze affaire. ‘Wij zijn er volstrekt ingeluisd door de koper. Die heeft ons verteld dat het schip zou worden gebruikt voor antipiraterijmissies nabij Egypte. Een paar weken na de verkoop hoorden we wat er is gebeurd, toen zijn we enorm geschrokken’.

Toen hij de koper, directeur Reema Omari van Universal Satcom, vroeg waar het schip zich bevond, antwoordde ze in een mailtje: ‘Ik heb tijdens de vaart naar Alexandrië (de officieel aangegeven bestemming in Egypte, red.) een goed aanbod gekregen om het schip te verkopen aan het ministerie van Transport in Libië... dus besloot ik het te verkopen.’ Het schip was direct naar Benghazi gevaren. Enige tijd daarna werden de kanonnen van hetzelfde kaliber als er vroeger op hadden gezeten, er weer op gemonteerd.

En in werkelijkheid, zo bleek uit later onderzoek van VN-experts, had Omari al voordat ze het schip kocht een deal met militieleider Haftar gesloten om het patrouilleschip aan hem door te verkopen. Om het makkelijk uit Nederland weg te krijgen was het door de eigenaren onder Panamese vlag valselijk geregistreerd als ‘pleasure vessel’. Later is het bij de Panamese autoriteiten ook nog valselijk aangemeld als geoormerkt voor vernietiging.

De Nederlandse firma kocht het Ierse schip voor een goede prijs op: 110 duizend euro, en verkocht het door voor meer dan een half miljoen euro. De directeur zegt er ‘twee ton schoon aan de haak’ aan te hebben overgehouden, maar zou nu wensen dat hij het schip nooit had gekocht. De Libiërs betaalden uiteindelijk 1,5 miljoen euro aan de verkoper uit de Verenigde Arabische Emiraten, een bedrijf dat kort na die verkoop door de autoriteiten van dat land gedwongen is gesloten.

Wrevel

Een VN-functionaris die goed op de hoogte is van het onderzoek onderstreept dat de Nederlandse handelsfirma het wapenembargo niet heeft geschonden en dat er weinig gedaan kan worden aan dit soort praktijken. Hij zegt dat de Libische militieleider Haftar al eerder geprobeerd heeft een oud-kustwachtschip te kopen, uit Mauritius, maar daarbij waarschijnlijk zelf bedrogen is door een tussenpersoon die bevriend was met een van Haftars zonen – en die verdwenen is, waarschijnlijk met het voor het schip bedoelde geld.

In de Tweede Kamer is wrevelig gereageerd op het voorval. GroenLinks en D66 willen opheldering van de regering en hebben er vragen over ingediend. Volgens hen roept het de vraag op of er niet meer gedaan kan worden om het wapenembargo te handhaven. ‘Een door een Nederlands bedrijf verkocht schip is door een schending van het wapenembargo in Libië terechtgekomen’, zegt Bram van Ojik (GroenLinks). ‘Als zulke dingen kunnen gebeuren binnen de bestaande regels, roept dat de vraag op of die regels afdoende zijn.’

Hij vraagt zich onder meer af of er geen informatieplicht moet komen voor de verplaatsing van dit soort voormalige marineschepen en of het voorzorgprincipe hier niet van toepassing is op betrokken bedrijven: bij twijfel aan de bel trekken. Volgens de VN-onderzoeker heeft het Nederlandse bedrijf gedaan wat het kon, inclusief het natrekken van het bedrijf van de koper. ‘Maar de koper had simpelweg slechte intenties. En daar is niet veel aan te doen, vrees ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden