Eén eiland, twee werelden

Er is geen misdaad van betekenis in de onafhankelijke republiek Cyprus, benadrukken folders en gidsjes. Je kunt ongestraft vergeten autoportier of huisdeur af te sluiten....

Op woensdag 8 november 1882 arriveert Sir Ralph Biddulph, Hoge Commissaris op Cyprus, in Larnaka, de belangrijkste havenstad van het eiland. Voorafgegaan door de kapel van het West Kent Regiment maakt hij een wandeling over de brandnieuwe ijzeren pier (met hijskraan) die, met vlaggen versierd, als een slanke hoofdletter T in zee steekt. Daarop begeeft hij zich met Lady Biddulph en zijn staf naar de net voltooide behuizing van de douane, waar de openingsceremonie plechtig wordt afgerond.

Het Britse bestuur, soepeler dan de Turken die formeel nog heersen, wil de economische groei van de haven zien te bespoedigen. Met honderd genodigden zet Sir Ralph zich aan een banket. Onder de gasten bevinden zich de kadi en andere vooraanstaande Cyprioten - Turken zowel als christenen, volgens The Graphic van 30 december 1882.

Als haven is Larnaka nu overvleugeld door Limassol. De pier is weggeroest en vervangen door een havenhoofd van steen; in de luwte dobberen alleen nog jachten. Er loopt een promenade langs met palmen en halverwege een beeld van de hier gesneuvelde Atheense veldheer Kimon. Gehelmd, bebaard, de rug naar zee gekeerd en naar het smoezelige en in de wintermaanden, hoewel bezaaid met stoelen en een oninklapbaar soort parasols, verlaten strand. Met tweehonderd triremen lukte het Kimon in 450 voor Christus niet Cyprus te ontdoen van het Perzische juk.

Door de eeuwen heen kwamen en gingen overheersers, bezetters, kolonisten: Feniciërs, Assyriërs, Egyptenaren; het eiland raakte ingelijfd bij het Romeinse en het Byzantijnse rijk. Kruisridder Richard Leeuwenhart veroverde het en bood het de Tempeliers te koop aan. Genua en Venetië brachten Cyprus onder hun invloedssfeer, er is een nep-keizer geweest en een echte koning en in 1570 deden de Turken een inval. De Britten kwamen, riepen Cyprus in 1925 uit tot kroonkolonie en raakten verwikkeld in een onafhankelijkheidsoorlog.

Toen de orthodoxe aartsbisschop Makarios III in 1960 de eerste president werd, mondden de oplaaiende conflicten tussen de Griekse meerderheid en de Turkse Cyprioten uit in een bloedige burgeroorlog. In 1974 bracht Turkije een invasiemacht aan land, die het noordelijk deel innam. Een 217 kilometer lange, door VN-militairen bewaakte demarcatielijn, eufemistisch Green Line genoemd (er schijnt een groene viltstift aan te pas zijn gekomen, anderen preferen Attila Line) scheidt het geannexeerde Turkse stuk van het Griekse. Officieel is er geen verkeer tussen beide delen.

Ongeveer op de plek waar Sir Ralph zijn toast uitbracht, bevindt zich de eetzaal van het Sun Hall Hotel waar vol-pension echtparen zich al verheugen op het woensdagse buffet. Achter het hotel lopen de belangrijkste winkelstraten. Linda's Supermarket, Gabriela's Shopping Centre, Photo Nico, Harry's Inn, Gina the International, of gewoon Monique: first names om drempels te slechten voor de koopgrage internationale doei-set.

Ook alleen een voornaam: Zeno. De grondlegger van het stoïcisme werd hier geboren in 333 voor Christus, toen Larnaka nog Kition heette. Een paar kilometer verderop staat zijn borstbeeld onopvallend in een prieeltje, dat het hart vormt van een lawaaiige vijfsprong. Een klein wit hoofdje van marmer, blik gericht op een onbestemd bijgebouw van de American Academy. Donald Duck in het speeltuintje naast hem is net zo bleek, maar dertig koppen groter - vanwege de glijbaan die uit zijn snavel golft.

De betere stranden, met in het seizoen de gezelligste toeristenmassa's, bevinden zich grofweg in het oosten (bij Ayia Nappa), midden (Limassol) en westen (Pafos) van het eiland. Niet heel erg lang geleden was Ayia Nappa alleen een dorp met vissers op straat en een van die tientallen bezienswaardige kloosters waar wel eens een excursiebus stopte. Maar de uit het noorden verdreven horeca-ondernemers, die al hun bezittingen in de florerende badplaatsen Famagusta en Keryneia moesten achterlaten, hebben de handen ineengeslagen en de regio met steun van de regering tot ontwikkeling gebracht. Alles is er inmiddels: de disco, de automatenhal, de hotels met zwemparadijs, het dolfinarium. Een stukje het ongerepte binnenland in worden nog zangvogeltjes gegeten die op doortocht aan de lijmstok zijn blijven hangen.

Ten noorden van Ayia Nappa ligt Deryneia. Je kunt het een grensplaatsje noemen, hoewel je ook hier de Green Line niet over mag. 'Famagusta Free View' staat op een bord bij restaurant Famagusta Avenue, dat iets uitsteekt boven de omringende bebouwing. Het is een invitatie om door het portaal van de eigenaar vier trappen op te lopen naar het platte dak en van het haltafeltje boven een van de verrekijkers te pakken. Daarmee kun je onder een afdakje, naast zonnecollectoren en een tv-antenne, naar Famagusta kijken. Eerst is er de brede strook roodbruine aarde, niemandsland, waar onder toezicht van blauwhelmen nog altijd goede aardappelen vandaan komen. In het midden staat een witte villa met in rood de letters UN op het dak. Aan de baai erachter ligt sinds de deportatie van de Griekse bewoners een kleurarme spookwijk: lege huizen, lege flatgebouwen, verlaten straten. De rest van de stad wordt bewoond, voor een deel door van het vasteland afkomstige Turkse kolonisten.

In winkels zitten cd's gewoon in het doosje en videobanden in hun cassette. Schoenen staan buiten per paar in de rekken en ook de duurste koopwaar ligt niet aan een ketting. Je kunt ongestraft vergeten autoportier of huisdeur af te sluiten. Er is geen misdaad van betekenis in de onafhankelijke republiek Cyprus, benadrukken folders en gidsjes, er heerst geen cellentekort en ook 's nachts kan iedereen ongehinderd over straat. Het verkrachten en doden van een Deense reisleidster vorig najaar was, zie je wel, het werk van buitenlanders. Drie soldaten van een van de Britse bases op het eiland staan ervoor terecht.

In 1994 had de zittende magistratuur het volgens de jongste cijfers van het Departement voor Statistiek en Research zelfs minder druk dan het jaar ervoor. In vrijwel alle gevallen (96,6 procent) volstond de rechter met het opleggen van een boete (meestal voor een verkeersovertreding); 0,6 procent van de dagvaardingen had betrekking op een geweldsmisdrijf.

Kan best wezen, maar het eiland is wel bezocht door de georganiseerde misdaad, meent een plaatselijke touroperator. De shopping cruises naar Libanon vanuit Larnaka zijn niet voor niets gestaakt: het schip is gestolen, 'piraterij'. Romantisch verhaal, maar niet helemaal conform de feiten - zo komen de praatjes in de wereld. De Libanese reder kon niet aan zijn verplichtingen voldoen, de Fayzal Express werd opgelegd, maar verdween in de nacht, met aan het roer en in de machinekamer zonder twijfel handlangers van de eigenaar. De nieuwe passagiers-terminal van Larnaka aan de rand van de containerhaven staat er sindsdien nutteloos bij.

Het klooster Stavrovouni, 688 meter hoog en eenzaam in de bergen niet ver van Larnaka, is gesticht door de moeder van Constantijn de Grote, de Romeinse keizerin Helena. Ze liet er wat splinters van het Heilige Kruis achter. Twee geschilderde kruisen flankeren een op de oude kloosterpoort gespijkerd bordje uit de ijzerwinkel: een P met een streep erdoor, verboden te parkeren. Vrouwen mogen er niet in, er zitten er een paar in een busje te wachten. Een stuk chagrijn opent een zijdeur, het is een flinke klim tussen de rotsblokken door, het uitzicht rondom blijft adembenemend. In het verlaten kerkje brandt wierook, de kaarsenkronen hangen laag, in het midden staat pontificaal een spuuglelijk potkacheltje op houten blokken waarvan de meterslange pijp tussen de geschilderde heiligen door in het gewelfde plafond verdwijnt.

Een kleine bebaarde en bebrilde monnik is in de keuken aan het werk. Hij presenteert een koekje, maar we verstaan elkaar niet. Dat is jammer, want op mijn lippen brandt een vraag die Fons Jansen zo in zijn sketch over het taalgidsje ('Help, help, ik ben in de orkestbak gevallen') had kunnen opnemen: 'Waar liggen de schedels van uw voorgangers?' Ik heb gelezen dat ze netjes naast elkaar op planken worden bewaard, met de namen in het voorhoofdsbeen gekrast.

Pafos en Limassol kun je in de winter snel voor gezien houden. Pafos bezit een klein massief fort bij een haventje dat van alle toeristische gerief is voorzien: boten om te waterskiën, glass bottom boten ('snorkelen en toch droog blijven, amfora's zien, vissen, sponsen en wrakken'), boten voor paragliding. 'Mini go' is goedkoop, 'short go' en 'normal go' wat minder, 'hardcore' het duurst. Certificaat toe.

Tussen Pafos en Limasssol ligt Petra tou Romiou, de baai waar Afrodite werd geboren (in de Ilias wordt ze Kypris, [Ge Cyprische' genoemd). Er is een uitsparing in de vangrail, je kunt je auto er neerzetten en in de diepte staren, waar drie rotsen uit zee oprijzen. Bij Homeros is zij de dochter van Zeus en Dione, maar onder meer Hesiodos verhaalt van haar mythische geboorte. Kronos deelde de haat voor zijn vader Uranus met zijn moeder Gaia. Hij hakte de geslachtsdelen van zijn verwekker af en wierp ze in zee. Waar ze het water raakten, kolkte wit schuim op, waaruit majestueus Afrodite oprees. De zee is kalm, grijs en glad, kan haast niet saaier.

In Limassol is de oude houten pier met prikkeldraad afgezet, er lopen alleen meeuwen op. Toeristen hebben in het haventje weinig te zoeken, het fort ernaast is ingericht als museum. Berengaria van Navarra (de verloofde van Richard Leeuwen jongste zuster van Richard (en weduwe van de koning van Sicilië) leden hier in 1191, op weg naar het Heilige Land, bijna schipbreuk op de kust. De manschappen die zich aan land waagden, werden leeggeschud door het leger van een man die zich tot keizer van Cyprus had uitgeroepen, Isaac Ducas Comnenus. Toen de Engelse vorst een week later arriveerde in een door de stormen eveneens flink gehavend schip, ontstak hij in woede. 'Zeeziekte', schrijft Steven Runciman in A History of the Crusades, 'had zijn humeur er niet beter op gemaakt.'

Kruisvaarder Richard wilde niet doorreizen naar Palestina alvorens hij had afgerekend met Comnenus. Kort nadat hij in een kapel in Limassol, op de plek waar later het fort is neergezet, met Berengaria in het huwelijk was getreden, won hij de beslissende slag bij Tremithus, mede doordat hij giftige pijlen zou hebben gebruikt. Cyprus was van hem.

Ik moet aan Uranus denken als ik een tv-verslaggever 's avonds tijdens het journaal een microfoon zie heffen met het acroniem van zijn station erop: PIK.

Er is maar één checkpoint, bij het VN-hoofdkwartier in het Ledra-paleis in Nicosia, waar je als toerist uit het zuiden te voet de grens over kunt. De bevolking mag dat niet en vanuit het noorden krijgt helemaal niemand permissie de Green Line te passeren. De banken in het zuiden kennen geen notering in Turkse valuta. De regels zijn simpel: je koopt een visum voor een dag en ben je niet voor zonsondergang terug (of ben je zo dom geweest iets Turks in je paspoort te laten stempelen), dan kom je het zuiden niet meer in en moet je via Turkije naar huis zien te vliegen - waar ook ter wereld.

Vervallen villa's waarvan de benedenverdieping soms is volgestouwd met zandzakken. Prikkeldraad, slagbomen, rijen met beton gevulde olievaten op de middeleeuwse muur in dit (westelijke) deel van de hoofdstad. Tegen de gevel van een half ingestort huis staat een enorm houten kruis waartegen het met prikkeldraad omwikkelde silhouet van het eiland is genageld. Teksten onderstrepen dat de Turkse bezetter 180 duizend mensen uit hun huizen heeft verdreven. Bitter: 'Enjoy yourself in the land of racial purity and true apartheid. Enjoy the sight of our desecrated churches.'

In het niemandsland een wisselkantoortje en een winkeltje waar je T-shirts kunt laten bedrukken met bijvoorbeeld Ich liebe Cypern. Aan de andere kant borden met andere propaganda ('No more massacres, no more mass graves since 1974, thanks to Turkey, the Turkish army and our fighters') en verbleekte, maar nog gruwelijke zwart-wit foto's ('This was a school').

Een Turkse taxichaufeur rijdt me rond. Hij laat de ruïnes van het kasteel van St Hilarion zien in een streek waar bosbranden flink hebben huisgehouden, de abdij van Bellapais en het bloedmooie haventje van Keryneia. We delen een brood en wat zwarte olijven en dan is het al weer bijna donker.

'Vijf van dit soort winkels hadden we in Keryneia', zegt Helen Stavrou in haar souvenir- en kantwinkel in een van de toeristenstraatjes in zuidelijk Nicosia. Met haar man Nicos en haar vier kinderen werd ze in 1974 van de ene dag op de andere uit haar huis gezet door de Turkse bezetter. Achttien maanden hebben ze vastgezeten in Hotel Dome, ze mochten zelfs niet naar de kerk. Elke dag keek Nicos naar buiten, naar de Pentadactylos, zijn geliefde groene berg. 'Dan stond hij te huilen als een kind.'

Helen is 69, ze blijft strijdvaardig, ze wil haar geboortegrond terugzien, schadeloos worden gesteld voor haar verliezen, de verdwenen handelswaar, de geannexeerde winkels, het huis, de gestolen weefgetouwen, de geschonden mensenrechten, het leed. Een week geleden nog is ze twee dagen in hongerstaking gegaan niet ver van het Ledra-paleis, t 25 andere vrouwen in de kou. Er zit te weinig schot in een vreedzame hereniging.

Ze heeft een folder met cijfers. Sinds 1974 worden nog ruim zestienhonderd landgenoten vermist, 37 procent van de Grieken is uit het noorden gedeporteerd. Zet dat eens af op inwonertal van de Verenigde Staten, dan heb je het wel over 85 miljoen Amerikanen. Of, dichter bij huis, twintig miljoen Fransen. Een van de vluchtelingenorganisaties heeft becijferd dat met het geld dat de regering de afgelopen 21 jaar heeft uitgetrokken voor pr-activiteiten voor de goede zaak, slechts twaalf kilometer snelweg had kunnen worden aangelegd.

Nicos kijkt vanuit een vergulde lijst vanaf de bovenste plank met borduurwerk op de klandizie neer. Vier maanden na hun aankomst in Nicosia is hij overleden. 'Zo'n fantastische man, van verdriet gestorven.'

Trosje ballonnen boven de dansvloer: bonte avond met buffet en levende muziek in het Sun Hall Hotel. Wanneer de bouzouki-speler het intro van Zorba's Dance tokkelt, beginnen lenige volksdansmannen in gestreepte overhemden verbouwereerde oudjes in trui en vest van achter hun borden met keftedes, kippeboutjes of kleftiko vandaan te trekken voor de verplichte heen-en-weer excercitie met de armen op elkaars schouder.

Waarom zie je ook jongere gasten niet één keer in zo'n klein restaurant met hoog plafond en tl-balk, waar op tafel een gebloemd tafelzeil ligt met daarop een glasplaat? Waar de glazen stopjes van het olie- en azijnstel al jaren geleden zijn gebroken of zoekgeraakt en vervangen door ruw bijgesneden kurken uit een wijnfles - glad en donker alweer van ouderdom? Waar je naast de grill zit, en waar de zwart-wit tv met overdag een kleedje erover op een precies op maat gezaagd, hoog tegen de muur geschroefd plankje staat (zo kun je ook in korte tijd een konijn moddervet mesten: het beest durft zich niet te verroeren).

De schilderijtjes hangen allebei een beetje scheef boven de kale elektriciteitsmeter en strategisch neergelegde couponnetjes zeil moeten de plavuizen een beetje toonbaar zien te houden. Oma komt op slofjes de salade brengen, en brood met rauwe ui en een een halve citroen ernaast. Geen twee messen zijn hetzelfde, maar niemand maakt lamskoteletten beter klaar dan opa.

Aan de overkant van de smalle straat leunt een man in een kleine, onverlichte winkel met zijn stoel tegen een wanordelijke berg van kleurige lappen textiel. De ogen gesloten. Roerloos.

Toch niet. Af en toe verschuift de kralenketting tussen zijn vingers een heel klein stukje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden