Een eigenwijze luis tussen de olifanten

Er woont een man in Kenia die als geen ander beseft hoe groot het gelijk is van Richard Leakey. Zijn naam is Richard Leakey....

Een zelfbewuste man dus - een ijdeltuit, zeggen sommigen - maar dat betekent geenszins dat hij alléén staat in de lof voor hem. Vrijdag ontving hij een eredoctoraat van de Wageningen Universiteit. Het was zijn eerste voor natuurbescherming - voor zijn werk als paleo-antropoloog had hij er al meerdere verzameld her en der in de wereld. En dat voor een man die nooit een gewone academische graad haalde.

Wie wil weten waarvoor Leakey in Wageningen is onderscheiden, kan bij de laureaat zelf terecht. Over zijn arbeid als natuurbeschermer - en als luis - publiceerde Leakey een boek dat onder de titel Olifantenoorlogen in Nederlandse vertaling is verschenen. Het is een bij vlagen spannend werk over schietpartijen in de bush, strijd tegen corruptie in het veld, gekonkel aan het hof van ex-president Daniel arap Moi. En vooral: het eindeloze dispuut met zijn opponenten over de juiste aanpak van natuurbescherming.

Leakey, van Engelse afkomst, was al beroemd toen president Moi hem in 1989 benoemde tot hoofd van de Keniaanse dienst wildbeheer. In de jaren zeventig en tachtig deed hij - in het voetspoor van zijn ouders Louis en Mary - spectaculaire vondsten van schedels en beenderen van vroege mensachtigen, miljoenen jaren oud. Zijn cont(r)act met de National Geographic stond borg voor brede publiciteit hierover.

Als nieuwbakken natuurbobo erfde Leakey een puinhoop. In zijn wildparken tierde de stroperij welig, met name van olifanten vanwege het kostbare ivoor van hun slagtanden. De parkwachters deden er niks tegen: ze hadden geen goede wapens, nauwelijks vervoer, uniformen en salaris, dus weinig motivatie. Veel parkwachters deden zelfs mee met de stroperij, gedekt door hogere regeringskringen.

In een jaar tijd stampte Leakey een geoliede dienst uit de grond, bekend als de Kenia Wildlife Service (KWS). Corrupte parkwachters ontsloeg hij massaal en de niet-corrupte kregen meer salaris, goede wapens en beste uitrusting. De stroperij verminderde drastisch, maar de discussies met tegenstanders, politici vaak, namen navenant toe.

Die tegenstanders hadden het niet makkelijk. Leakey was zó gevierd, dat hij in het buitenland honderden miljoenen dollars wist los te peuteren voor de natuurbescherming in Kenia. Ook was hij een van de drijvende krachten achter het wereldwijde verbod op de handel in ivoor, dat de illegale jacht op olifanten de nekslag gaf.

Toch wonnen de lasteraars het pleit. Continue verdachtmakingen - waaronder uiteraard beschuldigingen van racisme - getraineer met het doorsluizen van geld van de Wereldbank en een nooit opgehelderd vliegtuigongeluk waarbij Leakey beide onderbenen verloor, maakten de directeur murw. In 1994 nam hij ontslag.

Tijdens zijn ambtsperiode ontwikkelde Leakey een duidelijke visie. De parken, zo decreteerde hij, moeten strikt gescheiden zijn van de omgeving. Zorg dat ze veilig zijn, goed geoutilleerd, en bescherm de dieren erin effectief. De toeristen zullen toestromen en het geld dat zij meebrengen, kan ten goede komen aan de parken en de mensen in de omgeving daarvan.

Zijn opvolger, David Western, zat op een andere lijn, een invloedrijke lijn, omdat ze populair is onder natuurbazen. Wild moet niet apart van de bevolking worden beheerd, maar zo dicht mogelijk daarbij. Dat betekent: weg met de grenzen tussen wildparken en de rest van het platteland. Mochten wilde dieren de bevolking schade toebrengen - olifanten die de oogst vertrappen bijvoorbeeld - dan moeten die maar worden afgeschoten.

Dit beleid werd geen succes. Western werd onder meer verweten dat het donorgeld voor natuurbeheer naar allerlei onduidelijke projecten voor de bevolking (lees: in de zakken van lokale heersers) verdween en dat de parken werden verwaarloosd. In 1998 werd hij ontslagen.

Leakey kwam nog een jaar terug als directeur van de KWS. Daarna promoveerde hij tot hoofd van de civiele dienst, de hoogste ambtenaar, wat hij 21 maanden bleef. Sinds zijn terugtreden in 2001 is hij in ruste.

Wat is er met zijn erfenis gebeurd? 'Er is de laatste tijd een gigantische achteruitgang in het wild opgetreden, binnen en buiten de beschermde gebieden', vertelt prof. dr. Herbert Prins, hoogleraar natuurbeheer in de tropen en erepromotor van Leakey. 'De stroperij van olifanten is vrijwel gestopt omdat er geen markt meer is voor ivoor. Maar nu wordt er veel gestroopt voor het vlees, van impala's bijvoorbeeld.'

Prins: 'Het beleid om de grenzen van de parken te vervagen heeft er onder meer toe geleid dat de Masaï hun vee massaal in het Mara-park zijn gaan hoeden. Om dat vee te beschermen hebben ze de leeuwen in het park uitgeroeid. Wat zou het een zegen zijn geweest als Leakey nog een jaar of tien de baas van het wildbeheer was gebleven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden