Eén ei is geen ei, twee ei is een half ei

Bewering:

'Eierconsumptie staat los van hartziekten en beroerten.'


Het is fijn dat het nu voor eens en voor altijd is opgelost. 'Hogere eierconsumptie (tot een ei per dag) is niet geassocieerd met een verhoogd risico op coronaire hartziekte en beroerte.' Het stond in het Britse artsenblad BMJ, het onderzoek was een 'dosis-respons-meta-analyse' van in totaal meer dan 7 miljoen persoonsjaren, met 5.847 nieuwe gevallen van coronaire hartziekten en 7.579 beroerten - wie zal er dan nog aan durven twijfelen?


De meta-analyse werd uitgevoerd door zeven Chinese studenten en aio's onder het toeziend oog van de bekende voedingsonderzoeker Frank B. Hu van de Harvard School of Public Health en hun eigen hoogleraar, Liegang Liu.


Zij ploegden, voorzover doenlijk, de totale medische literatuur door en vonden 1.317 artikelen waarin 'ei' en 'hart- en vaatziekten' of 'beroerte' figureerden. Veruit de meeste bleken echter redactionele beschouwingen, studies in proefdieren of anderszins niet relevant, zodat er 16 overbleven om nader te bekijken. Van die 16 moest alsnog de helft om allerlei redenen afvallen, zodat er 8 onderzoeken resteerden - waaronder, grappig genoeg, vier van Frank B. Hu zelf.


Omdat juist die vier qua omvang veruit het meeste gewicht in de schaal legden, was de conclusie van de Chinese onderzoekers wat minder verrassend dan misschien op het eerste gezicht lijkt: in 1999 concludeerde Hu zelf al dat het 'onwaarschijnlijk is dat consumptie van niet meer dan een ei per dag enige impact heeft op het risico op coronaire hartziekten en beroerte bij mannen en vrouwen.'


De Chinezen zeggen het in hun dertien pagina's tellende onderzoeksverslag zo: voor elk ei per dag meer neemt de kans op hart- of vaatziekte met 1 procent af. De kans op beroerte met 9 procent, evenmin 'significant': de gedachte dat het allemaal geen steek uitmaakt, hoeven we op grond van deze resultaten dus niet op te geven.


Met zoveel data kunnen onderzoekers het natuurlijk niet laten nog wat andere vergelijkingen te maken. Het effect bleek onafhankelijk van het geslacht van de deelnemers, van hun cholesterolspiegel, van follow-uptijd en van onderzoekskwaliteit - waarbij, grappig genoeg, de studies van Hu als uitmuntend uit de bus kwamen. En omdat drie van de acht studies in Japan waren gedaan, konden de onderzoekers ook nog melden dat 'de studielocatie' evenmin uitmaakte.


De auteurs waarschuwen uiteraard wel dat verschillende factoren hebben kunnen bijgedragen tot hun nulresultaat. De eierconsumptie werd gemeten met vragenlijsten, die altijd ruimte tot fouten laten. Ook de bereidingswijze van de eieren was niet in de beschouwing betrokken, noch de hoeveelheid zout, de herkomst van het ei, en het feit dat mensen die meer eieren eten over het algemeen minder opleiding hebben. Dat we hen er niet op vastpinnen.


Op een enkele kwestie willen ze nog wel de aandacht vestigen. Bij diabetespatiënten leek wel degelijk sprake van een significant verhoogd risico op hartziekte bij hoge eierconsumptie, maar anderzijds ook een verlaagd risico op hersenbloedingen. 'Dat dient nader onderzocht te worden,' aldus de auteurs. Dat klinkt nijpend (al zullen anderen er een open sollicitatie in horen), maar dezelfde conclusie trok Frank B. Hu veertien jaar eerder al: 'Het kennelijk verhoogde risico van hogere eierconsumptie op coronaire hartziekten onder diabetische deelnemers verdient nader onderzoek.'


Een goed moment, misschien, om er helemaal over op te houden. Dan hebben eieren voor juist iets meer dan vijftig jaar wetenschappelijke werkgelegenheid gezorgd: in 1961 meldde William E. Connor dat bij zes gedetineerde mannen wie hij bij wijze van proef twee tot zes eidooiers per dag gaf, het cholesterol toch wel wat omhoog ging. En omdat cholesterol net in die tijd als boosdoener voor hart- en vaatziekten en beroerten werd aangewezen, waren eieren ten slotte goed voor minstens 1.317 artikelen, redactionele beschouwingen en proefdierenstudies.


Plus een goedverkopend dieetboek voor William E. Connor, natuurlijk.


Oordeel:

Een mooie afronding van een halve eeuw wetenschappelijke arbeid.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden