Een eendrachtige vertolking van gloed en grilligheid

Kamermuziek is in, mag je afleiden uit de enorme golf van strijkkwartetten en verwante genres die het Concertgebouw dit seizoen overspoelt: meer dan veertig concerten alleen al van het Concertgebouw NV en de Stichting KAM....

Jaco Mijnheer

Werden in vorige jaren de complete kwartetoeuvres van Bartók en Sjostakovitsj over verschillende uitvoerenden verdeeld, dit keer is de beurt aan de Wener Alexander von Zemlinsky (1872-1942), vooral bekend als operacomponist en -dirigent, en als de enige leraar van Schönberg.

Deze Zemlinsky-serie wordt in april 2004 afgesloten door het Nederlandse Schönberg Kwartet, dat alle betreffende stukken vorig jaar op cd zette. De reeks werd zaterdag geopend door het Leipziger Kwartet, dat vijftien jaar geleden voortkwam uit het Gewandhaus-orchester en afgelopen zomer al een paar keer optrad in de Kleine Zaal, in een soort Mendelssohn-plus serie.

Dat de Leipzigers klassiek georiënteerd zijn, bleek ook uit hun programma, waarin Zemlinsky overvleugeld werd door zijn voorbeeld Brahms en zijn leerling Schönberg. Eens te meer was te horen hoe Schönberg de Brahms-lijn van zich ontwikkelende structuren heeft doorgezet, terwijl het door Zemlinsky bemachtigde erfstuk vooral de warme Brahms-sound is.

In zijn Zwei Sätze uit 1927, laat-romantische avondmuziek die ooit bedoeld was voor een zesdelige suite naar het voorbeeld van Alban Berg, blijkt Zemlinsky vooral uit op breed uitgesponnen lyriek vol variaties en herhalingen. Het Leipziger Kwartet gaf een eendrachtige vertolking van de gloed én de grilligheid van de twee delen.

Die eendracht was in het openingsstuk, het derde en laatste kwartet van Brahms, pas tot stand gekomen in de slotdelen. Daarvóór was het alsof eerste violist Andreas Seidel er een heel ander klankideaal op na hield dan zijn ensemblegenoten. Met name in solo-passages was zijn toon op het schrille af, ver verwijderd van de warme, soms haast wollige begeleiding. De spanning in Seidels klank viel ook af te lezen aan zijn hoog opgetrokken schouders en de schichtige blikken die hij de zaal in wierp. Pas in het derde deel brachten de sourdines rust.

Na de pauze klonk Schönbergs Derde Strijkkwartet in de handen van de Leipzigers haast klassiek, met nadrukkelijk uitgespeelde motiefontwikkelingen, variaties en melodische sekwensen. Maar ook hier, en in het delicate madrigaal dat als toegift diende, bleek het viertal op zijn best in passages met hecht ensemblespel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden