Een echte Cor Jaring is ook weleens een Hans Wöhlken

Niet alle foto's die aan de bekende provofotograaf Cor Jaring zijn toe geschreven, zijn door hem gemaakt. Op sommige ervan staat hij zelf.

De beroemde foto op de trouwdag van prinses Beatrix en prins Claus blijkt niet door Cor Jaring te zijn gemaakt, maar door Hans Wöhlken.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Niet alle foto's van de beroemde provofotograaf Cor Jaring zijn echte Jarings. Het archief van de in 2013 overleden Amsterdamse fotograaf bevat een kleine tweeduizend opnamen die niet van hem zijn.

Daaronder zijn ook foto's die wereldwijd onder zijn naam zijn verspreid, zoals die van een politieagent bij de walmende rookbom op 10 maart 1966, de huwelijksdag van prinses Beatrix en haar bruidegom Claus von Amsberg die vanwege zijn Duitse afkomst zeer omstreden was. Een iconisch beeld, dat de opstand van de sixties-generatie tegen het naoorlogse gezag symboliseert.

Jarings werk is bekend geworden omdat hij van nabij getuige was van de opkomst en opheffing van Provo en zich in het hart bevond van het 'magies centrum' van de wereld dat Amsterdam in de jaren zestig heette te zijn.

Sommige foto's die altijd als echte Jarings werden beschouwd, blijken te zijn gemaakt door zijn vriend en collega Hans Wöhlken, die van 1965 tot 1967 veelvuldig optrok met Jaring. Ze hadden toegang tot de kern van Provo, de jeugdbeweging die met ludiek-anarchistische acties ageerde tegen het maatschappelijk gezag.

Fotoreeks

Bekijk meer foto's van Jaring en Wöhlken

In creatief-demonstratief en - wereldwijd - publicitair opzicht bloeide de Amsterdamse groep op tot grote hoogten in de periode voorafgaand aan het huwelijk tussen prinses Beatrix en prins Claus. Demonstraties en 'happenings' van Provo lokten vaak geweld uit van de politie en konden rekenen op felle afkeuring door conservatieve kranten als De Telegraaf. Al die acties hadden plaats onder het gretige oog van Cor Jaring, afkomstig uit het oostelijk havengebied in Amsterdam en als fotograaf autodidact.

Na zijn dood in 2013 is zijn collectie, zo'n 70 duizend negatieven, overgedragen aan het Stadsarchief Amsterdam. Daar ontdekte fotoconservator Anneke van Veen bij minutieus onderzoek tot haar verrassing dat Jaring vaak zelf is te zien op foto's uit zijn archief; een ondubbelzinnige aanwijzing dat die niet door hemzelf zijn gemaakt.

Ook bleek bij nadere bestudering van de filmstroken dat sommige gebeurtenissen op vrijwel hetzelfde ogenblik zijn gefotografeerd vanuit uiteenlopende, soms diametrale posities. Onderzoek naar negatiefnummers in de marge van de filmstrookjes, waaraan de volgorde van foto-opnamen kan worden afgelezen, en de constatering dat verschillende filmmerken op hetzelfde tijdstip zijn gebruikt, leidden eveneens tot de conclusie dat niet alle foto's van Jaring konden zijn.

Amsterdam, Leidseplein 1 juni 1966: Cor Jaring en Hans Wöhlken fotografeerden gelijktijdig de vuurspuwende provo Bernhard de Vries. Boven de foto van Wöhlken, Onder die van Jaring.Beeld Stadsarchief Amsterdam
Beeld Stadsarchief Amsterdam

Veel van de fotonegatieven die nu aan Wöhlken moeten worden toegeschreven, zijn herkenbaar door het ontbreken van nummering in de marge van de films. Wöhlken kocht film vaak per meter en draaide ze zelf in zijn donkere kamer in een lichtdichte spoel die in het fototoestel kon worden geplaatst. Zulke films hebben geen nummering. Tussen Jarings negatieven, waarop de botsingen van Provo met de politie en de legendarische happenings bij het standbeeld Het Lieverdje op het Spui zijn vastgelegd, komen veel van die ongenummerde negatieven voor.


'Dat betekent niet dat ze allemaal van Wöhlken zijn', benadrukt Van Veen. 'De fotografen gebruikten ook elkaars filmpjes als ze onvoorzien eens zonder kwamen te zitten.' Alle vooraanstaande Provo's, onder wie Roel van Duijn, Henk-Jan Meijer, Rob Stolk en 'anti-rookmagiër' Robert-Jasper Grootveld, komen veelvuldig op de foto's van beide fotografen voor.


Wöhlkens maakte na de provotijd in 1967 abrupt een einde aan zijn carrière als fotograaf. Hij richtte zich op zijn gezin en had genoeg van het onregelmatige en hectische leven als fotograaf. Hij ontmantelde zijn donkere kamer en leende twee jaar later zijn negatievenboeken uit aan Cor Jaring ten behoeve van een boek dat nooit is verschenen. Toen zijn de negatieven van de twee - vooral volgens de persoonlijke logica van Jaring - geordend op thema en gebeurtenis, niet op datum of naam. Wöhlken bekwaamde zich na zijn provojaren als verwarmingsmonteur, barkeeper en portier. Hij is nu 75 en woont in een Noord-Hollands dorp.


Van Veen beschouwt de vermenging van de twee archieven als een teken des tijds. 'Toenmalige provo's spraken over 'onze foto's' als ze doelden op de foto's die van hen werden gemaakt. Over het auteurschap werd niet nagedacht. Jaring en Wöhlken werkten nauw samen en brachten hun werk samen bij kranten aan de man. Als Wöhlken zijn negatieven niet aan Jaring had overgedragen nadat hij was gestopt, waren ze misschien wel bij de vuilnis beland.'


Wöhlken heeft nooit aanspraak gemaakt op de foto's die Jarings naam ten onrechte droegen. Hij is, aldus Van Veen, vereerd dat op de komende expositie over Cor Jaring, vanaf half maart in het Stadsarchief, zijn inbreng in de beeldvorming van de roerige jaren zestig nadrukkelijk wordt belicht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden