GamesVirtueel boeren

Een echte boerenzoon bouwt zijn vaders tractor na in Farming Simulator

De gamewereld kent een lange traditie van modden, het eigenhandig aanpassen van een spel. Dat komt goed uit voor veel boerenjongens. Want waarom virtueel boeren op een anonieme tractor als je ook die van je vader kunt nabouwen?

Bas Beuwer (16) Beeld Pauline Niks

Een enorm ruimteschip hangt boven Los Angeles en verderop klinken lasers, een luchtgevecht vindt plaats tussen sciencefictiontoestellen die een-op-een uit Star Wars zijn gekopieerd. Dit hadden de makers van Grand Theft Auto V niet zien aankomen, toen ze de game uitbrachten, die vooral een ode is aan misdaadfilms uit de jaren tachtig en negentig. Maar het was gebeurd: spelers maken zelf 3D-tekeningen van ruimteschepen en lasergeweren, en loodsen die naar binnen via een achterdeur in het spel. Duizenden clandestiene toevoegingen zijn nu beschikbaar voor miljoenen GTA-spelers.

Waarschijnlijker is dat de ontwikkelaars het wél hadden zien aankomen, want vanaf het moment dat er op grote schaal wordt gegamed, sleutelen spelers aan games. Modders heten ze, van ‘modificaties’. Doom (1993) was de eerste game waarvoor spelers massaal aanpassingen maakten. Daarna ging het hard. Modders zijn voor de game-industrie wat tuners voor de auto-industrie zijn, of amateur-remixers voor de muziekindustrie.

Wie zijn in Nederland de mensen die honderden uren steken in het tekenen van een 3D-model van dat ene ruimteschip of die ene revolver? Wat zijn hun drijfveren? De zoektocht neemt al snel een verrassende wending. In grote Nederlandse onlinegroepen voor modders komen vooral 3D-modellen van tractoren, mesttanks en vrachtauto’s voorbij. Ze worden gemaakt voor het spel Farming Simulator, waarin spelers een boerenbedrijf runnen.

Op het mbo loonwerk, waar Bas nu eerstejaars is, speelt ‘9 van de 10’ het spel.Beeld Pauline Marie Niks

Zijn mesttanks en tractoren misschien ideale oefenobjecten voor 3D-tekenende gamers? Is daarom dat spel zo oververtegenwoordigd? Nee, de sleutelaars blijken veelal zelf op een boerderij te wonen en dromen van een toekomst in de agrarische sector. Het boerenleven is hun passie, dus zitten ze overdag op de trekker en spelen ze ’s avonds Farming Simulator. Maar in het Zwitserse spel missen ze de specifieke tractoren, mesttanks en paardenklemmen waarmee ze zelf werken, of die bij hun ouders of ooms op het boerenbedrijf staan. Dus leren ze zichzelf 3D-tekenen, vragen ze bij fabrikanten bouwtekeningen aan en delen ze hun creaties met miljoenen andere Farming Simulator-spelers.

Zo echt mogelijk

Als kind speelde Bas Beuwer (16) al met kleine trekkertjes, vertelt hij in zijn slaapkamer op de melkveeboerderij van zijn ouders in de Achterhoek. Aan de muur hangen twee posters van Farming Simulator. Sinds zijn 12de helpt Bas ‘intensief’ mee op het bedrijf door bijvoorbeeld de stallen schoon te maken en het gras te maaien. ‘In de winter kunnen we niet maaien, dus dan doe ik het op de computer.’

De onvoltooide bemester.

Op de groene middelbare school waar Bas naartoe ging, waren niet Call of Duty of Fifa de populairste games in de klas, maar Farming Simulator. Op het mbo loonwerk, waar hij nu eerstejaars is, speelt ‘9 van de 10’ het spel.

Een spel als GTA V vindt Bas meer voor ‘stadsmensen’. Soms speelt hij het zelf ook wel, maar hij vindt het te vrijblijvend, meer ‘de ganzenbord onder de games’. Farming Simulator is serieuzer, dat is volgens Bas ook de aantrekkingskracht ervan. ‘Je bouwt een boerenbedrijf van de grond af op. Je houdt paarden, verbouwt gewassen en langzaam breid je zo het bedrijf uit. Na school verdeel ik taken met vrienden op ons virtuele boerenbedrijf, net als in het echte leven.’

Het begon voor Bas allemaal toen hij een jaar of 8 was, toen een knecht van zijn vader hem over Farming Simulator vertelde. ‘Die knecht zei: ‘Ik kan je laten zien hoe je onze machines in het spel krijgt.’’ Het was Bas’ eerste aanraking met de duizenden door spelers gemaakte mods, die hij gratis voor het spel kon downloaden. ‘Dat was fantastisch.’

Waarom het uitmaakt of je in het spel met een Zwitserse of een Nederlandse trekker rijdt? ‘Ik wil het boerenleven zo realistisch mogelijk maken. In Duitsland en Zwitserland mag je mest bijvoorbeeld over land spuiten, dat is in Nederland verboden. We gebruiken machines die mest dicht bij de grond verspreiden, met slangetjes. Als ik in Farming Simulator ga bemesten, wil ik dat doen zoals mijn vader dat nu doet en hoe ik het later zelf ook ga doen.’

Een supergevoel

Dus probeerde Bas, toen 15 jaar oud, zelf te modden, want hoe mooi zou het zijn als hij precies de bemester van zijn vader in het spel zou krijgen? Bas keek online al een tijdje mee met Nederlandse modders, die hem instructiefilmpjes op YouTube stuurden. Hij raakte in contact met een boerenjongen en modder uit Zwolle. ‘Ik heb onze bemester uitgeklapt en er foto’s van gemaakt. Hij maakte een begin van de bemester in 3D, daarna was het mijn beurt.’

Bij de bemester kwam Bas er vooral achter hoe moeilijk modden is: ‘Die bemester bestond uit duizenden onderdelen, hij was veel te groot om goed in het spel te krijgen.’ Zijn eerste succes boekte hij eind 2019, toen het hem in samenwerking lukte een aardappelpoter na te maken. Het kwaliteitsteam van Farming Simulator keurde de poter goed en de machine werd beschikbaar op de officiële modpagina van het spel. ‘Nu heeft-ie 4,4 van de 5 sterren, uit 96 beoordelingen. Hij is honderden keren gedownload, dat geeft een supergevoel.’

De ouders van Bas zijn trots. Vriendinnen van zijn moeder klagen soms over gamende kinderen. ‘Maar als Bas achter zijn computer bezig is’, zegt zijn moeder, ‘heb ik niet het gevoel dat hij aan het gamen is.’

Toch heeft hij nog een lange weg voor zich, want Bas zit weliswaar in het chatkanaal van Dutch Modding Incorporated, maar is nog geen lid. ‘Ik moet me nog bewijzen. Net als met groepjes op school, daar zit je ook niet zomaar bij. Ik moet eerst een machine heel goed natekenen, met alle ventieldopjes, bandprofielen en slangen.’

Het meest kijkt Bas op tegen de Nederlander ‘Wopster’, zijn team introduceerde seizoenen in het spel, een mod die op de officiële nieuwspagina van Farming Simulator staat. ‘Hij is mijn grote voorbeeld.’ Of hij iets aan Wopster zou willen vragen? Bas lacht en schudt zijn hoofd: ‘Alsof je me vraagt wat ik aan Mark Rutte zou willen vragen.’

Stijn ‘Wopster’ Wopereis: ‘Ik ging me steeds minder richten op het maken van voertuigen en machines, en meer op code die het spel écht veranderde.’Beeld Pauline Niks

Fans

20 kilometer verderop, in het Achterhoekse Ruurlo, neemt Stijn ‘Wopster’ Wopereis (24) een slok koffie in de keuken bij zijn ouders. ‘Ik ben niet gewend om veel te praten’, zegt hij halverwege het interview, als hij zich excuseert om een glaasje water te halen.

Dat hij wereldwijd misschien wel de beste modder is van Farming Simulator blijkt uit zijn onthaal op de laatste FarmCon in Duitsland, een beurs die de gameontwikkelaar voor modders organiseert. Stijn droeg een naamplaatje met ‘Wopster’ en werd continu aangesproken. De meeste complimenten kreeg hij voor de seizoenenmod die hij met teamleden maakte. Spelers kunnen ermee sneeuwschuiven in de winter en gras drogen in de zomer. Het was alsof hij fans had, zegt Stijn. ‘Een Duitser zei dat ik Farming Simulator voor hem had gered.’

Het contrast is groot met de tijd waarin Stijn zo oud was als Bas. ‘Als jongetje keek ik altijd naar machines, op gehoor kon ik weten: daar komt een John Deere aan.’ Maar op de havo vond hij weinig mensen die zijn agrarische interesse deelden. Zijn eerste mod maakte hij voor het basale Simtractor. ‘Het lukte om de kleur van een trekker te veranderen en ik plakte er een ander logo op.’ Vanaf de eerste Farming Simulator in 2008 speelde hij vaak en modde hij nog vaker. ‘Het werd een obsessie, ik stak al mijn vrije tijd erin.’

Het 3D-tekenen van ‘vooral mesttanks’ heeft zijn leven veranderd. Stijn werd op zijn 16de ‘het manusje-van-alles’ in een Duitse groep, ‘zware jongens in de modgemeenschap’. Ze hadden bewondering voor een van zijn mesttanks. ‘Ik voelde me gewaardeerd in hun chatkanaal, ze deelden mooie foto’s van het Duitse plattelandsleven.’ Stijn ging de opleiding software engineering doen in Arnhem, waar hij leerde programmeren. ‘Ik ging me steeds minder richten op het maken van voertuigen en machines, en meer op code die het spel écht veranderde.’

Realisme is altijd het doel. ‘De makers zeggen dat Farming Simulator een simulator is, maar veel elementen zijn verre van realistisch. Als spelers een mesttank willen vullen, kan dat met één druk op de toets. In het echt gaat het anders. Dus schreef ik scripts en maakte ik animaties waarin je uitstapt en de slang stapje voor stapje in een mestput steekt, daar gaat de gemeenschap heel goed op.’

Stijns mesttank ging viral. Met de honderdduizenden downloads van zijn mods verdiende hij op de middelbare school al een paar honderd euro per maand via een beloningssysteem van de Zwitserse ontwikkelaar. Drie jaar geleden werkte hij, tegen betaling, mee aan een uitbreidingspakket voor het spel, waarvoor spelers moeten betalen. Het doel was de stro-oogst uitgebreider in het spel te krijgen. Stijn begon tegen vrienden steeds meer te vertellen over zijn hobby en bijbaan. ‘Ze vinden het boerengedoe misschien vreemd, maar op een ict-opleiding vindt iedereen het gaaf als je aan zo’n uitbreidingspakket mag meewerken.’

In drie stappen: van foto naar 3D modelBeeld Dutch Modding Inc

Verschrikkelijk veel details

De 16-jarige Bas hoopt ooit het niveau van Stijn te bereiken. Zijn droommod zou de trekker van zijn vader zijn. ‘Ik weet niet of dat ooit gaat lukken, in het interieur zitten verschrikkelijk veel details.’ Het modden wordt steeds moeilijker omdat de nieuwe versies er grafisch beter uitzien, zegt Stijn. ‘Voor jongens als Bas wordt het bijna onmogelijk om op dat niveau in te stappen. Daarom krimpt de modding-gemeenschap voor Farming Simulator eerder dan dat die groeit.’

Bas geeft niet op, hoewel hij voor het eerst ‘een beetje bang’ is voor de volgende Farming Simulator. Worden zijn 3D-modellen daarin nog toegelaten? Bijna elke avond oefent hij, ook als hij moe is van zijn stage op een aardappelbedrijf. 

Het stoort hem niet dat hij van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met het boerenleven bezig is. ‘Mensen met een kantoorbaan doen alsof ze een cowboy zijn. Boer zijn is niet alleen je werk, dat is wie je bent. Mijn opa kijkt op Marktplaats naar agrarische machines, puur voor de lol. Tegenwoordig kun je ook na werktijd bezig zijn met je passie. Dat is toch prachtig?’

Gehaat en omarmd

Gameontwikkelaars gaan op twee manieren om met gesleutel aan hun spellen: óf ze omarmen het, óf ze proberen het te verbannen. Het Amerikaanse Bethesda gaf modders in 1996 al een bouwpakket om The Elder Scrolls: Daggerfall mee te verrijken. Later haalden modders foutjes uit Skyrim (2016).

De Grand Theft Auto-makers zijn minder enthousiast. In GTA: San Andreas (2005) kunnen spelers door een mod seks hebben met prostituees, daardoor werd de leeftijdswaarschuwing aangescherpt. Later nam de uitgever van het spel juridische stappen tegen modders van GTA Online, die zouden het spelplezier voor andere spelers bederven.

Martin Rabl van Giants, de ontwikkelaar van Farming Simulator, gelooft dat de extra mesttanks en seizoenen honderden uren speelplezier toevoegen, wat leidt tot betere verkoopcijfers. ‘Wij willen modders dus maximaal helpen, onder andere met de FarmCon en het beloningssysteem.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden