Een dwarse pedagoge

VRAAG EEN willekeurige Nederlander welke pedagoog grote indruk op haar of hem heeft gemaakt en er zal vermoedelijk een oorverdovend stilzwijgen volgen....

Uiteraard waren ook enkele verlichte ouders aanhanger van kindvriendelijke onderwijshervormers als Maria Montessori en Kees Boeke. En, natuurlijk, de Amerikaanse medicus en opvoedkundige dr. Spock maakte zijn entree. Maar verder? De naam van M.J. Langeveld, vaak genoemd als grondlegger van de theoretische pedagogiek in Nederland, zal buiten de groep van kenners niet snel over de lippen rollen.

Een van de weinigen die zich aan deze betrekkelijke pedagogische anonimiteit hebben weten te ontworstelen, is de Amsterdamse historisch-pedagoge Lea Dasberg. Een paar jaar geleden schreef cabaretière Hester Macrander nog: 'Het beste dat ik tot nu toe heb gelezen over opvoeding, is het boekje van Lea Dasberg Grootbrengen door kleinhouden.' De boodschap die zij aan het boekje had overgehouden: 'Kinderen worden te lang klein gehouden, krijgen niet tijdig echte verantwoordelijkheid.'

Vijf jaar geleden werd het idee geboren Dasberg dit jaar in het zonnetje te zetten. Dat gebeurde tijdens een congres van de Belgisch-Nederlandse Vereniging voor de Geschiedenis van Opvoeding en Onderwijs. Dit jaar is het precies 25 jaar geleden dat Grootbrengen door kleinhouden uitkwam, een boek dat in korte tijd een bestseller werd. Ook hield Dasberg in 1980 een rede waarin ze haar 'pedagogiek van de hoop' projecteerde op het jaar 2000, het begin van een millennium dat voorbestemd leek voor chronisch doemdenken.

Waarom het 'rode boekje', zoals Grootbrengen door kleinhouden in de wandelgangen was gaan heten, zo'n doorslaand succes werd, is voor wetenschappers altijd een raadsel gebleven. In Het grote Dasberg-debat, een boekje dat verscheen bij gelegenheid van een daadwerkelijk debat in de aula van de Universiteit van Amsterdam, wordt een reeks kritische recensies uit die tijd besproken, waarin de werkwijze, de keuze van het bronnenmateriaal en de zeer persoonlijke interpretaties van Dasberg de academische toets nauwelijks kunnen doorstaan.

Maar juist het tijdgebonden karakter en de selectieve, anders gezegd, moralistische insteek van Dasberg waren de bron van het succes. Haar betoog dat kinderen klein blijven als je ze opsluit in een geïsoleerd 'jeugdland' waarin de volwassenheid geldt als een onaantrekkelijk perspectief, sprak in de punk- en krakersdagen menigeen aan.

In een poging de populariteit van Dasberg nader te verklaren, noemt de Utrechtse pedagoog Bas Levering haar dwarsheid. 'Juist toen de kritiek op het vooruitgangsdenken algemeen begon te worden, hield Dasberg er een stevig pleidooi voor.' En: 'Hoe verder de theoretische pedagogen bij de praktijk vandaan trokken, hoe dichter Dasberg ernaartoe kroop.'

Volgens Levering begreep Dasberg als geen ander dat 'opvoeden zonder doel geen opvoeding kan zijn'. Ouders, opvoeders, hoe geëmancipeerd en hoogopgeleid ze ook zijn, hebben altijd behoefte aan steun. Behoefte aan het geloof dat wat zij doen, er toedoet, en dat er hoopvolle strohalmen zijn, als zij twijfelen en bang zijn of als er problemen zijn met hun kind. Want, zoals Dasberg ooit zei, radeloosheid leidt alleen maar tot agressie en destructie. Daar kunnen de kinderen van in strijd verwikkelde gescheiden ouders of Palestijnse stenengooiertjes vast over meepraten.

Dasberg heeft zich altijd in het maatschappelijk debat gemengd - of ze nu in Amsterdam, Utrecht of Israël verbleef - en was nooit bang om een mening te geven, wetenschappelijk verantwoord of niet. Ook met de publicatie van Het kinderboek als opvoeder heeft ze, ondanks de niet malse academische kritiek erop, bijgedragen aan de algemene meningsvorming rond het kinderboek, betoogt Helma van Lierop-Debrauwer in Het grote Dasberg-debat.

Of de pedagogiek bedoeld is om praktische adviezen te geven, wordt door de discipline zelf ontkennend beantwoord. Maar dat de maatschappij smacht naar spreekbuizen die hun mening durven te geven, heeft Dasberg in elk geval bewezen. 'Gemakzuchtig en wreed' noemde ze het keuzevak op school en haar laatste pleidooi betrof het gezin, dat weer 'kalmer' zou moeten worden en er beter aan zou doen jong kinderen te nemen.

Dat haar adviezen niet allemaal even bruikbaar zijn, staat buiten kijf. Maar aan 'problem solving' hoeft ze niet meer te doen. In de jaren zeventig 'billijkte' zij, schrijft zij in het slothoofdstuk zelf, 'van ganser harte de terughoudendheid in het besteden van gemeenschapsgelden voor puur hobbyistische onderzoeksgrillen'.

Nu, op haar zeventigste, durft ze weer wel de 'vrijbuiterige student' te zijn die haar particuliere nieuwsgierigheid volgt. Vandaar een onderzoek naar joodse jeugdherinneringen, vóór 1933. De 'zachte' feiten van de autobiografie zijn haar minstens zo lief als de 'harde' van de wetenschap.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden