Een dwarse flora met paardebloem en paardenstaart

Vrij kort na de vorige uit 1990 is een nieuwe druk verschenen van Heukels' Flora van Nederland, de flora die in de wetenschappelijke plantkunde als toonaangevend geldt....

Er is nogal wat veranderd. Daar zijn ook veranderingen bij waar geen zinnig mens bezwaar tegen kan hebben, zoals het toevoegen van veertig nieuwe soorten die zich in Nederland gevestigd lijken te hebben. Dus verwelkomen wij bijvoorbeeld de Chinese bruidssluier, het riviertandzaad, het sikkelgoudscherm en het oranje springzaad als nieuwe leden van de Nederlandse flora. Het zou overigens handig zijn geweest wanneer de nieuwkomers in een apart lijstje waren vermeld. Nu moeten ze opgevist worden uit een langere lijst waarop ook naamswijzigingen van al eerder opgenomen soorten staan. Maar met dat bezwaar valt te leven.

Nuttig is een toevoeging in de beschrijving van elke plant, hoe de vindplaats in Nederland zich verhoudt tot het areaal van die soort elders in Europa. In een korte formule is uitgedrukt of de plant zich buiten, aan de rand van of midden in haar verspreidingsgebied bevindt en waar ze in Europa het meest voorkomt.

Evenmin zullen er waarschijnlijk bezwaren worden gemaakt tegen het invoeren van twee nieuwe districten: het maritiem district (slikken, schorren en zandplaten) en het urbane district. Dat kun je het stedelijke district noemen of misschien beter het stenige district, zoals Van der Meijden doet. De invoering ervan is een erkenning van de toegenomen waarde van de natuur in de stad, waar de laatste jaren zoveel aandacht aan is besteed.

De eerste vragen rijzen bij de mededeling dat voor de plantensociologie (welke planten zijn in een bepaald milieu te verwachten) niet alleen de lijst van plantengemeenschappen van Westhoff en Den Held uit 1969 wordt vermeld, maar ook deel 2 van De vegetatie van Nederland, het grote, vijfdelige plantensociologische werk waarvan nu twee delen zijn verschenen. De overige drie delen komen dit jaar en volgend jaar. Dat duidt erop dat de nieuwe druk van Heukels' hooguit een tusseneditie lijkt, die door een nieuwe wordt vervangen zodra het vijfde deel van De Vegetatie verschenen is.

Bezwaren zullen er waarschijnlijk komen tegen de nieuwe volgorde waarin de plantengeslachten zijn opgenomen. Van der Meijden kiest voor een geheel nieuwe classificatie volgens het systeem van Cronquist. Met de nieuwe volgorde valt nog wel te leven, al zal het in de praktijk even wennen zijn dat de pijpbloem nu de eerste familie is in de afdeling bloemplanten en niet meer de zo vertrouwde wilgenfamilie. Maar tegelijk met de nieuwe indeling van families en orden worden voor sommige ook nieuwe wetenschappelijke namen ingevoerd.

De meeste bezwaren komen ongetwijfeld tegen het feit dat Van der Meijden ook in de wetenschappelijke naamgeving van de soorten flinke wijzigingen heeft doorgevoerd. Wie regelmatig met biologen het veld in gaat, heeft kunnen constateren dat menig florist moeilijk kan wennen aan het stevige aandeel nieuwe Nederlandse namen dat in de vorige editie was opgenomen. Maar gelukkig konden ze dan terugvallen op de niet gewijzigde Latijnse benaming. Daar was immers geen twijfel over mogelijk.

Die zekerheid lijkt de botanici ook te ontvallen, nu Van der Meijden diverse plantengeslachten (de groep tussen familie en soort) onderhanden heeft genomen en vele soorten in andere, soms nieuwe geslachten heeft ondergebracht. Zo wordt het geslacht bromus (het gras dravik) flink uitgekleed. Acht soorten worden overgeheveld naar liefst drie nieuwe geslachten. Die namen van deze acht soorten beginnen dus niet meer met bromus maar met bromopsis, ceratochloa en anisantha. Iets dergelijks gebeurt ook met de wolfsklauwen, de duizendknopen, de kweekgrassen en de biezen.

Van der Meijden, helaas niet voor commentaar bereikbaar, verdedigt deze ingrepen met het argument dat er aansluiting moet blijven met de internationale ontwikkelingen in de taxonomie. Want de nieuwe inzichten zijn al overgenomen in diverse Westeuropese flora's. Terwille van de overeenstemming is het wenselijk dat ook in de Nederlandse flora te doen, aldus Van der Meijden.

Maar daar staat een ernstig nadeel tegenover, namelijk dat de Heukels' zich hiermee dreigt te isoleren van de belangrijkste Nederlandse literatuur. De onvolprezen vijfdelige Oecologische Flora van Nederland van E. Weeda, enkele jaren geleden afgerond, zal als standaardwerk bij onderzoek naar de plant en haar omgeving nog veel jaren worden geraadpleegd. En die bevat uiteraard de oude namen.

Datzelfde geldt voor De Vegetatie van Nederland. Een van de auteurs, J. Schaminée, heeft laten weten dat voor de resterende drie delen de oude naamgeving wordt gebruikt, vooral omdat anders het computerbestand van 140 duizend 'opnamen' van plantengemeenschappen veel moeilijker te hanteren wordt. 'Er zijn nogal wat mensen ongelukkig mee, dat één man in staat is zijn opvattingen door te drukken. Maar die man schrijft nu eenmaal de wetenschappelijke flora', aldus Schaminée.

Ten slotte is in de nieuwe Heukels' ook de nieuwe spelling gevolgd. Hier wordt voor het eerst goed duidelijk hoe bizar de consequenties zijn van de nieuwe regels die de taalkundigen in hun ondoorgrondelijke wijsheid hebben bedacht. Vooral de uitzondering op de regel voor de tussenletter -n (geen -n als het eerste deel een dierennaam en het tweede een plantkundige aanduiding is) werkt verwarrend.

Biologen en andere schrijvers over natuuronderwerpen moeten maar leren dat het kattekruid is en kattenstaart, ganzebloem en ganzenvoet, fluitenkruid en biggekruid, en vooral: paardebloem en paardenstaart. En het zijn allemaal planten. De dames en heren taalkundigen worden bedankt.

Piet van Seeters

R. van der Meijden (red): Heukels' Flora van Nederland.

Wolters-Noordhoff; ¿ 87,95

ISBN 90 01 58343 1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden