Een duurzame liefdesrelatie

Al dertig jaar wijdt de Amerikaanse conservator Arthur Wheelock zich aan de Hollandse schilderkunst. In de National Gallery of Art in Washington toont hij nu Gerard ter Borch....

'Het verschil tussen Vermeer en Ter Borch is, dat bij Ter Borchs schilderijen de emoties niet naar je worden teruggekaatst.' Het duurt even voordat doordringt wat conservator Arthur Wheelock zegt. Zijn zinnen zijn soms een beetje raadselachtig, net als de schilderijen waarover hij spreekt. 'Vermeer isoleert zijn figuren: met licht, interieur, kleur. Ze staan alleen en laten je in het ongewisse over hun gevoelens. Wat je als kijker zelf voelt, wordt teruggekaatst.'

Als Arthur Kingsland Wheelock Jr. (1943), conservator Noord-Europese barokschilderkunst in de National Gallery of Art in Washington DC en professor aan de Universiteit van Maryland, over 'onze' schilders praat, is het alsof je de schilder ziet denken. Wheelocks smalle kamer in het immense museum is bezaaid met chaotisch opgestapelde kunstboeken. Achter zijn bureau geeft een groot raam uitzicht op het Capitool. Jaarlijks maakt Wheelock een tentoonstelling met Noord- of Zuid-Nederlandse schilders uit de zeventiende eeuw. Dit jaar viert hij zijn dertigjarig jubileum in het museum, en is er een overzichtstentoonstelling van Gerard ter Borch.

Toch niet de bekendste kunstenaar, ook niet in Nederland. 52 Werken heeft Wheelock samengebracht en, zoals altijd, is de tentoonstelling geheel bekostigd uit particuliere giften. Vrijwel alles in de statige Gallery is betaald door begunstigers - er is zelfs een rijke dame die het museum sponsort met bloemen. Twaalf kassen liet ze aanleggen achter het museum, zodat er in de ronde binnenhal (een kleinere kopie van het Romeinse Pantheon), altijd verse bloemen staan.

In tegenstelling tot een aantal eerdere blockbuster-tentoonstellingen, zoals Vermeer in 1995, reist Gerard ter Borch niet naar Europa. Althans, niet in deze vorm; het Rijksmuseum toont volgend jaar zomer een klein aantal werken van de schilder. Wat is er nou zo boeiend aan Ter Borch dat hij moet worden ged in de VS?

Dat, zo blijkt uit Wheelocks vergelijking, heeft met die emoties te maken. Vermeer laat je raden naar de emoties van zijn figuren, terwijl Ter Borch ze - heel subtiel - prijsgeeft. 'Er is een prachtig niveau van comfort in het kijken naar veel van Ter Borchs figuren', zegt de conservator. 'Ze verhouden zich met zoveel liefde tot elkaar. Zoals de jongen die zijn hond vlooit. Ter Borch herkende een tederheid in die geconcentreerde momenten, en zag tegelijkertijd dat die mooi waren om te schilderen.'

Wheelock is een van de vele Amerikanen die, ooit in zijn leven, besloot om zich met toewijding te richten op een kikkerland waar hij van afkomst geen enkele band mee heeft. Wel spreekt hij vloeiend Nederlands, kan hij beter oud-Nederlands lezen dan een doorsnee Nederlander en stuurde hij zijn kinderen naar Nederlandse scholen. Het komt allemaal door de schilderijen.

En Wheelock staat niet alleen in zijn liefde. Nergens ter wereld zijn meer Hollandse meesters in particulier bezit dan in Amerika. In musea hangen de Hollanders in pronkzalen en de National Gallery of Art kan zich, samen met het Metropolitan Museum in New York, met gemak meten met onze musea als het om de oude meesters gaat.

Amerika houdt de Hollandse meesters hoog. In het artikel 'Acht redenen waarom New York beter is' in de New York Times trok auteur en humorist Joe Queenan vorig jaar van leer tegen collega's die met allerlei statistieken andere steden beter (leefbaarder, cultureler, voorspoediger) verklaarden. Wat hem betreft kunnen alle statistieken aan de kant geschoven worden. Er zijn namelijk, zo zegt hij, acht eenvoudige redenen waarom alle steden ter wereld het afleggen tegen New York: de Vermeers van de stad. Wereldwijd zijn slechts vijfendertig werken van de schilder, en in New York bevinden zich er acht. 'En dan heb ik het nog niet over de Rembrandts hier,' voegde hij toe.

Vermeer en Rembrandt lijken een beetje 'van hun'. Wat is dat toch? Natuurlijk, whouden ook van Vermeer. Maar het enthousiasme dat de Amerikanen toonden voor de Vermeertentoonstelling in 1995 in de National Gallery of Art, is maar moeilijk voor te stellen bij een Nederlands museum: vanaf negen uur 's avonds begonnen zich rijen door de besneeuwde straten te vormen. Maandenlang stonden er 's nachts mensen te wachten om de volgende ochtend het museum in te kunnen.

'Een duurzame liefdesaffaire', noemt Wheelock de relatie van Amerika met de Nederlandse kunstgeschiedenis. Die begon volgens hem zo ongeveer rond 1900, grotendeels dankzij de opkomst van de mechanische reproductie, waardoor de schilderijen zichtbaarder werden. 'Amerikanen gingen op zoek naar hun roots. In de Hollandse schilderijen werd het Europese leven herkend uit de tijd dat de meeste voorvaderen de oversteek maakten.'

Een gedeeld erfgoed dus - steeds meer werd er gedweept met de parallellen tussen de Republiek van de Gouden Eeuw en de Verenigde Staten, door kunsthistorici en liefhebbers. 'Het is vooral de ontworsteling van de Hollanders uit het Spaanse juk,' zegt Wheelock. 'De strijd voor religieuze, economische en politieke vrijheid, het vroeg-kapitalisme van de Verenigde Provincien de tolerantie sprak de Amerikanen aan.' Veel vroege Amerikaanse captains of industry begonnen de schilderijen te verzamelen. Ze identificeerden zich met de rijke opdrachtgevers in het Hollandse verleden, en legden de basis voor veel van de huidige museumcollecties in de Verenigde Staten. 'Het is een beetje de romantiek van het door God gegeven land dat door mensen werd opgebouwd. Een sprookje met een sterk gevoel voor optimisme,' zegt Wheelock.

Maar de belangrijkste reden van de Amerikaanse waardering is eigenlijk nogal een clichWheelock zegt het bijna verontschuldigend: 'Amerikanen houden van dingen die echt lijken.' En aan voorstellingen 'naar het leven' geen gebrek in de Gouden Eeuw. De schilderijen hebben dat onvertaalbare 'gewoon' van een huiskamer of een ontmoeting, van het schrijven van een brief of het spinnen van wol. De dagelijksheid van de burgerklasse.

Die onderwerpen werden opgepikt in de Amerikaanse kunst. Schilders als Edmund Tarbell en Philip Leslie Hale, die hier nauwelijks bekend zijn, maakten vroeg in de 20ste eeuw een soort Vermeer look-a-likes. Amerikaanse burgers in interieurs met hoge ramen en een bureau of piano. Ook in latere schilderijen komen Rembrandt- en Vermeercomposities terug.

Maar het meest frappant is de uitwaaiering van 'het Hollandse' in bredere cultuur: literatuur, reclame, en film. Communicatiebedrijf AT & T riep in 1988 hoe makkelijk het is om uw dochter aan de andere kant van de wereld te bellen - als Vermeers Meisje met de parel kijkt de jonge meid om. Filmmaker Ridley Scott verwerkte een Vermeerschilderij in Blade Runner (1982) en de Engelse Peter Webber maakte vorig jaar de film Girl with a Pearl Earring naar aanleiding van van de vier romans die na de Vermeertentoonstelling in Amerika verscheen.

De Hollandse kunst als bron waar kunstenaars steeds weer samenkomen. Wheelock vindt dat niet zo verwonderlijk. De voorstellingen zijn dagelijks ze hebben een universele reikwijdte, zegt hij. Zoals die van Vermeer. 'Die verbeeldde veel meer dan alleen het Delftse leven. Hij schilderde herkenbare, onbewaakte momenten'. Maar wel anders dan Ter Borch: 'Vermeers onbewaakte momenten zijn naar binnen gekeerd. Je moet een Vermeer rustig benaderen, je inhouden. Als je je in zo'n schilderij haast, voelt het net alsof je inbreekt. Die waardigheid is zo sterk dat het alledaagse wordt overstegen.'

Wheelocks bijna on-Hollandse vertellingen bij de schilderijen lijken uit een diep inlevingsvermogen voort te komen. In de schilders en in de figuren op de schilderijen. En hij is niet de enige die zulke bezielde taal bezigt. De originaliteit van de visies op de Oude Meesters in Amerika is beroemd. Historici wijken er niet voor terug de schilderijen in alle denkbare contexten te plaatsen: cultuurhistorische, socio-economische, postmoderne en post-postmoderne. Gender-termen, psycho-analyse of semiotiek worden niet geschuwd.

Zo werd ook Ter Borchs oeuvre afgelopen week in het openingssymposium in Washington op man-vrouw-verhoudingen (de spinnende vrouw versus de man die zware arbeid verricht), op verborgen seksuele verlangens (waarom schilderde Ter Borch altijd zijn halfzus?) en op klassenverschillen (het bouwvallige huis naast het dure huis) getoetst. Nanette Salomon, professor aan de CUNY College in Staten Island, bestempelde Ter Borch zelfs als eerste 'celebrity-schilder'. Zijn favoriete model en halfzus Gesina werd volgens haar door het grote publiek destijds herkend zoals wij Marilyn Monroe herkennen, ongeacht de filmrol die ze speelde. De degelijke lezing van Rijksmuseumrestaurator Arie Wallert over materiaalgebruik en onderschilderingen stak tussen al die interpretatiedrang een beetje bleekjes af, als een rustig kind op een druk schoolplein.

De meerduidigheid van de schilderijen wordt dankbaar aangegrepen in de Verenigde Staten. Iedere generatie weet zich opnieuw te verbinden aan de tijdloze voorstellingen, met de denkstructuren die er in die tijd heersen. Rekbaar als kauwgom, ongrijpbaar als een ballon in de open lucht en altijd inspirerend.

In een bijna verhitte discussie over de betekenis van woord ('modern') in een brief van Ter Borchs vader verraadde Arthur Wheelock afgelopen week zijn nuchtere positie binnen dit kunsthistorische web: 'Misschien moeten we ook bedenken dat de vader mogelijk helemaal niet zoveel bedoelde met dat woord. Laten we er nou ook weer niet teel waarde aan hechten.'

Toch is de verscheidenheid van interpretaties eigenlijk alleen zichtbaar op universiteiten, in symposia en in catalogi. Zelden dringt een Freudiaanse of een cinematografische blik op de schilderijen echt door in tentoonstellingen. De schilderijen hangen, in Amerikaanse musea nog meer dan in Nederlandse, traditioneel naast elkaar. Zonder poespas of onverwachte, eigentijdse objecten. Ook in de Ter Borch-tentoonstelling.

'Die visies zijn nauwelijks te vertalen naar een tentoonstelling', zegt Wheelock. 'Mensen moeten niet te lang worden afgeleid door bijzaken als teksten of andere voorwerpen. De oude schilderijen verdienen alle aandacht, zeker als ze met veel moeite uit een privllectie geleend zijn.'

Dus geen Marilyn Monroe met opwaaiende jurk, zoals op de dia's in Nanette Salomons presentatie? 'Ik ben niet tegen context, maar dat zou me te ver gaan', zegt de conservator. 'Het concept mag de schilderijen niet overdonderen.'

Hij houdt het liever bij een doordachte plaatsing van de schilderijen. 'De werken kunnen het verhaal aandrijven en je in de ruimte trekken.' Die psychologische relaties tussen figuren, daar gaat het Wheelock om. Dat zie je terug in de tentoonstelling - ieder schilderij zegt iets over het schilderij ernaast of ertegenover.

Wheelock is tevreden. Het is maandagochtend, de openingsgekte is voorbij. Aan vloeiend Nederlands doet hij even niet, daar is hij te moe voor. Er moeten nog een paar bruikleengevers worden rondgeleid, in de tentoonstellingszalen roezemoest het van de bezoekersopinies, en de eerste recensies liggen op tafel.

'Hoe voelt het om Vermeers reputatie te hebben geruerd, Arthur?', roept een collega-conservator vanaf de gang. De Washington Post heeft de 'Holland Mania' zojuist w nieuw leven ingeblazen. Boven de recensie roept de kop stellig: 'Ter Borch: simply outshining Vermeer'. Misschien levert dat nog wel een roman of een film op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden