Een dure Europese geschiedenis

BRUSSEL -Bas Eickhout, europarlementatiër voor GroenLinks, is een idealist. Hij is ook vóór Europa. Maar om anno 2011, terwijl alle nationale begrotingen op de pijnbank liggen, een miljoenen euro's kostend Huis van de Europese geschiedenis op te richten, gaat ook Eickhout te ver. 'Dit is dodelijk voor de beeldvorming over Europa.'


Afgelopen woensdag maakte het Europees Parlement de eerste 2,5 miljoen euro vrij voor het museum over de EU. Bestemd voor de architect en de eerste verbouwplannen. Het pand, op een steenworp afstand van het parlement, was al veel eerder aangekocht.


De totale verbouwing en inrichting van het Huis van de Europese geschiedenis - tentoonstellingsoppervlakte: 4800 vierkante meter - kost de belastingbetaler 55 miljoen euro. Als het museum in 2014 zijn deuren opent, wordt de jaarlijkse exploitatie geraamd op 13 miljoen euro.


'Onverantwoord', vindt Eickhout. 'Ik ben eurofiel genoeg om vóór het museum te zijn, maar niet met louter geld van het parlement. Dat is ongehoord.' De GroenLinkser beschuldigt de christen- en sociaal-democraten ervan het project door te drukken. 'Dit is de arrogantie van de macht. De christen-democraten staan erachter omdat het museum het kindje is van hun partijgenoot Hans-Gert Pöttering, oud-voorzitter van het parlement. De sociaal-democraten gaan akkoord omdat hun leider voorzitter wil worden. En samen hebben ze de meerderheid.'


CDA-eurodelegatieleider Wim van de Camp beaamt dat zijn Europese bloedbroeders het project omarmen. Zelf plaatst hij 'kritische kanttekeningen'. 'Het is mooi dat de jeugd straks via het museum beseft dat de EU meer is dan het bijstorten van miljarden in een fonds. Maar ik vind de kosten aan de hoge kant. Ik sluit niet uit dat wij CDA'ers hierin straks met de Groenen optrekken.'


Pöttering presenteerde zijn museale droom in 2007. Hij dacht aan 'een plaats van herinnering en toekomst waar de Europese gedachte verder kan gedijen.' Het Huis van de Europese geschiedenis moet een tentoonstellings-, informatie- en documentatiecentrum omvatten, over de ontstaansgeschiedenis van de EU.


Jaarlijks bezoeken ruim 200 duizend mensen het parlement. Voor hen wordt dit najaar al een speciaal bezoekerscentrum geopend. Dat heeft 20 miljoen euro gekost maar beperkt zich tot informatie over het parlement. Het idee is dat een deel van deze bezoekers (en anderen) straks verder wandelen naar het Huis van de Europese geschiedenis.


De PVV-eurofractie ziet het Huis als een 'prestigeproject van vriendjespolitiek' dat zo snel mogelijk van tafel moet. Eickhout en Van de Camp trekken een vergelijking met de stille dood van het Nationaal Historisch Museum in Nederland: dat werd na intrekking van de overheidssubsidie teruggebracht tot een website. Van de Camp: 'Misschien is dat voor het Europese museum ook niet zo'n gek idee.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden