Een duivels werk en kippenvel op je armen

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: hoe Femmy Otten zichzelf en eigenlijk Willem-Alexander schildert, en een heuse mood tour.

Kunstenaar Femmy Otten bij haar staatsieportret van koning Willem-Alexander. Beeld anp

Amsterdam, 1 November

De technicolorfoto's die deze week uit Zuid-Korea kwamen bevestigen: het Koningspaar is vervangen door goed geprogrammeerde robots die op het juiste moment buigen of handen schudden en elk een paar lachstanden hebben (Hij: één. Zij: drie.) Voor Korea zijn ze misschien een beetje gróót, maar verder: perfect. Af.


Hoe anders dacht ik daar dit voorjaar over. 'Zijn blik laat naar zich raden' schreef ik u toen over het staatsieportret dat Femmy Otten, als één van de drie uitverkoren kunstenaars, van koning Willem-Alexander schilderde. Ik bedoelde: de man heeft regelrechte slaapkamerogen. Wie had dit broeierige ooit achter hem gezocht? Femmy Otten - winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunstprijs in 2013 - was de koning van melk en water tot op wimperniveau genaderd.


Hoe verder, the morning after? Femmy Ottens nieuwe werk is in galerie Fons Welters te zien. Daar blijkt dat de kunstenares, maakster van op het eerste gezicht uiterst tere beelden en schilderijen in pastelkleuren, regelrecht aan exorcisme heeft gedaan. Achter in de galerie trok een portretje mij aan als een magneet. Van veraf dacht ik: hé, andermaal de Koning. Maar met elke stap naderbij dreef Ottens eigen gezicht door de beeltenis heen, totdat zij van dichtbij gewoon zichzelf was. Stapte ik achteruit, dan verscheen Willem weer. Een duivels werkje.


En daar bleef het niet bij. Femmy Otten kan schilderen, o ja, en beelden maken van hout en van gips kan ze ook. Een ruw sculptuurtje van een man die uit de schoot van een vrouw groeit, deed mij blozen en maakte extreem hebberig. Dat wandreliëf van die beeldschone hermafrodiet... maar laat ik mijn woorden niet verspillen aan wat Otten al kán. Haar échte kwaliteit zit in haar rusteloze zoeken, naar nieuw, naar meer, naar anders. 'Kom', dacht ze dit keer (vermoed ik): ik vraag ook een danseres en die laat ik op een sculptuur van me kruipen, er dan weer afstappen en dan laat ik haar tollen en vervormen als een aardewerken pot op een draaischijf, haar armen wervelend om haar lichaam als vloeibare slierten.


De registratie van deze choreografie was te zien op een bescheiden monitor en ik vond dat het mooist van al les: dat Otten op een argeloze, slaapkamerachtige manier totaal grenzeloos is. Dat ze weet dat er niets is dat niet het proberen waard is en dat perfectie doet gapen. Willem en Max: kíjk er nog eens naar.

Porter, 2014, olieverf op doek. Beeld Galerie Fons Welters

Amsterdam, 2 november

Het belangrijkste eerst: de nieuwe audiotours van het Stedelijk Museum zijn geheel BN'er-vrij, hoera! Ze zijn ingesproken door de eigen Blikopeners van het Stedelijk - Joe, Tristan, Loïs, Max, Floor, Maxim, Roos, Youssef, Jeroen en Fenneke - een stel enthousiaste rondleiders van tussen de 15 en 19 en niet door het kliekje dat bij Matthijs van Nieuwkerk onder de tafel woont. Verheugde u zich op verse gedachten van Nico Dijkshoorn of Maxim Hartman - pech voor u.

Het concept van de mood tours wordt gepresenteerd als een noviteit, en dat is niet helemaal fair tegenover de collega's overzee; Tate Britain heeft het al jaren. Het ís ook een sterk idee. Niet de historische of stilistische verwantschappen staan hier centraal, maar de gemoedstoestand van de kijker. Er is een vrolijke tour, een bange tour, een verdrietige, een brakke - is dat überhaupt een gemoedstoestand: brak? Een app voert je vervolgens van schilderij naar schilderij. Oordoppen in, luisteren maar. Een 'toegankelijke en eigentijdse manier' van omgaan met de collectie heet dat in museumtaal. Aan alles voel je: 'gráág meer jongeren in museum'.

Nu gun ik de Blikopeners hun podium, maar het idee dat je jonge mensen trekt door andere jonge mensen in de arm te nemen, lijkt me een misvatting. Daarmee worden jongeren, denk ik, danig onderschat. Die willen niet per se naar zichzelf luisteren, maar naar een gids die toegankelijk, grappig, verrassend, associatief en goed geïnformeerd kan vertellen. Soms is dat iemand van 63. Soms iemand van 18.

Is het ook iemand van de Blikopeners? Het verschilt; de tours waren een mixed bag. Eentje waaraan ik welwillend begon, die vervolgens m'n geduld danig op de proef stelde, en uiteindelijk toch prettig verraste. Wilde ik zout op slakken leggen dan noemde ik nu de tamheid van enkele bijdragen; de plichtmatige mix van algemeen gebabbel en Wikipedia-feitjes; de vele onjuistheden ook. Een zeefdruk is geen schilderij, Bonnard is geen impressionist', 'dit' is niet hetzelfde als 'deze'. Maar daar heb ik geen zin in. Mijn pen staat naar bewondering.

Voor Max (of was het Tristan?) bijvoorbeeld, die mij een verrassende en droogkomische tour gaf door Breitners macabere De Dam bij avond (inderdaad, wat stelt die groene cirkel daar boven de paarden voor?); voor Maxim, die mij overtuigde dat Hans J. Wegners Fauteuil Flagline de perfecte stoel is om een kater in uit te zitten (en inderdaad, hij leent zich ook uitstekend voor heel andere activiteiten) voor Joe (of is het toch weer Tristan?) die misschien wel de fijnste bijdrage van allemaal leverde: een filosofisch-associatieve overpeinzing rond machines in het algemeen en Jean Tinguelys Radio Dylaby in het bijzonder. Chapeau, jongens! Zo hoor ik ze graag.

Femmy Otten, And life is over there, galerie Fons Welters t/m 15 november
Mood tours, Stedelijk Museum Amsterdam, gratis te downloaden.


Bang aangelegd of niet? Ontdek het tijdens de Mood Tour. Beeld Hilde Harshagen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden