Een Duitse tank op de Nederlandse hei

Duitse en Nederlandse militairen samen in een schuttersputje? Zou kunnen, ooit. Deze week worden de Duitse en Nederlandse legerkorpsen in Münster officieel samengevoegd....

EWOUD NYSINGH

'Waar staat u, politiek gezien? Ik sta wat rechts van Hitler.' De oude man aan de Stammtisch in Münster schaterlacht. De rechter met het sikje en de pretoogjes heeft het grapje echter nu wel vaak genoeg gehoord. Het bezoek uit Nederland zou eens kunnen denken dat zijn vriend het meent. En had de rechter zelf niet net verkondigd dat 'onze kinderen nooit zullen toestaan dat er een Vierde Rijk komt'.

De magistraat probeert de schade te beperken en gaat in de tegenaanval. Wijzend op de oude pensioentrekker, wiens voormalige beroep niet wordt onthuld: 'Hij heeft geen enkel zwemdiploma en zat toch bij de marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Weet u waarom ze dat deden? Dan streden de matrozen langer voor het behoud van hun schip.'

De glazen worden nog eens zorgvuldig volgetapt voor de Stammtisch in het 'Bierhaus Stuhlmacher, seit 1890'. De vrouw van de rechter, die de discussie geamuseerd volgt, en af en toe de heren met een rake opmerking terecht wijst, slaat deze ronde over.

De luitenant-generaal b.d., die het vrolijke gezelschap completeert, geniet. Maar op een schaterlach valt hij niet te betrappen. Als de generaal iets zegt, durft de Stammtisch niet te interrumperen. Hier spreekt een man die gewend is dat er naar hem wordt geluisterd. Of de Nederlandse journalist de fusie van de legerkorpsen maar uiterst serieus wil nemen, zo luidt zijn strenge boodschap.

Tot 1986 is de generaal commandant van het Eerste Duitse Legerkorps geweest. Op 30 augustus valt het doek voor zijn oude onderdeel. Dan wordt het samengevoegd met het Nederlandse legerkorps, dat net als het Duitse door bezuinigingen niet meer als zelfstandig korps kon doorgaan. De Duitsers hebben echter nog drie andere legerkorpsen. Het kleine Nederland niet. De ene divisie van 15 duizend man die Nederland inbrengt in het Duits-Nederlandse legerkorps, is alles wat overblijft na de halvering van de landmacht.

Bondskanselier Helmut Kohl droomde onlangs, tijdens zijn bezoek aan Den Haag, hardop over het Europa van de regio's. De generaal is het roerend met de bondskanselier eens: 'In regionale samenwerking tussen Bremen, Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen, Nederland en Vlaanderen ligt de toekomst. Ook op militair gebied.'

De generaal ziet het met Nederland en zijn huidige premier wel zitten. 'Is het u bekend dat wij Wim Kok zeer hoog achten? Kok is uitermate geschikt als voorzitter van de Europese Commissie. Lubbers is het terecht niet geworden. Hij heeft toch vraagtekens gezet bij de Duitse vereniging? De bondskanselier had groot gelijk toen hij hem liet vallen. Het kan me niet schelen dat Lubbers, net als wij hier aan de Stammtisch, katholiek is. De PvdA is toch heel wat anders dan de pacifistische SPD?'

Kok en Kohl - tussen beiden zou zelfs sprake zijn van het begin van een echte Männerfreundschaft - zullen komende woensdag in Münster de indienststelling van het Duits-Nederlandse Legerkorps bijwonen. Beide politici zijn het eens over vergaande samenwerking tussen Bonn en Den Haag, zowel op politiek, economisch als militair gebied. Koks eerste buitenlandse reis ging niet voor niets naar Bonn. En na de openbare boetedoening van Kohl in Rotterdam lijkt er geen vuiltje meer aan de lucht.

Nu de sceptische Nederlandse officieren nog. De Duitse collega's zien weinig problemen. Ze hebben veel vertrouwen in samenwerking met de Nederlanders, van wie ze denken dat ze in feite niet veel anders zijn. Het Duits-Nederlandse legerkorps kan in hun ogen een groot succes worden: Duitsland is een stabiele democratie, lid van VN en EU, al sinds 1955 wordt er in NAVO-verband samengewerkt en beide landen beschikken over veel hetzelfde materieel.

Het Frans-Duitse legerkorps is nog niet echt van de grond gekomen. Een Fransman moet een Duitser altijd antwoorden in zijn eigen taal, en andersom. En dat werkt niet echt. Het wederzijdse wantrouwen tussen Franse en Duitse militairen zit, en dat is geen verrassing gezien de bloedige oorlogen die ze hebben uitgevochten, uitermate diep.

De cultuurverschillen zijn niet onoverkomelijk, zegt een Nederlandse diplomaat in Bonn, als de Nederlanders maar niet vanuit de positie van het kleine broertje de wise guy gaan uithangen. Daarom wordt het Duits-Nederlandse Legerkorps tot in het kleinste detail op basis van gelijkwaardigheid ingericht. Gevoelige zaken worden van tevoren doorgesproken en dan wordt er gezocht naar een compromis. Zo werden op 4 mei, dodenherdenking, om zes uur 's avonds de Duitse en Nederlandse vlag gezamenlijk gestreken. Vervolgens ging alleen de Nederlandse vlag halfstok.

De eerste commandant van het zogeheten binationale korps wordt een Nederlander. Een slim besluit van beide ministers van Defensie, want de landmacht heeft zich met huid en haar verzet tegen de teloorgang van het Eerste Legerkorps, dat zijn hoofdkwartier had in de bossen van Apeldoorn. Wie het daar voor het zeggen had, was de ongekroonde koning van de landmacht. Ook wordt de Nederlandse angst voor Duitse dominantie weggenomen door het besluit van de toenmalige minister van Defensie Relus ter Beek en zijn ambtgenoot Volker Rühe.

De laatste commandant in Apeldoorn wordt zodoende de eerste commandant in Münster. Luitenant-generaal Ruurd Reitsma (1942), getooid met een ouderwets forse cavalerie-snor, heeft zijn Duits opgehaald en zegt klaar te zijn om de komende drie jaar iets van een wij-gevoel te creëren tussen de in totaal 550 Nederlanders en Duitsers die de stafgebouwen in Münster bevolken.

'Probeer nooit dominant te zijn in je eigen cultuur, want je verliest het. Het is geven en nemen, we moeten niets overhaasten', houdt Reitsma zowel zijn Nederlandse als Duitse officieren en onderofficieren voor.

Reitsma is zelf nog een beetje beduusd van de snelheid waarmee het is gegaan. 'Ik woonde begin mei het defilé bij van de Canadese oorlogsveteranen in Apeldoorn. Ik dacht dat geen enkele deelnemer zich zou kunnen indenken dat op de tribune de toekomstig commandant van het Duits-Nederlandse legerkorps zou zitten.'

De generaal weet als geen ander dat militairen niet de meest flexibele figuren zijn. 'Militairen zijn grootgebracht in volzinnen met opdrachten. Nu krijgen ze ook met cultuurverschillen te maken door de toenemende internationalisering.' Door de val van De Muur stapten de militairen volgens Reitsma 'in één keer in de volgende eeuw'. De vertrouwde patronen die waren ontstaan door het jarenlange oefenen op de verdediging van de Noordduitse laagvlakte tegen de troepen van het Warschaupact zijn in een klap van tafel geveegd. Nu moet er 'blauw' worden gedacht voor VN-taken, en 'groen' voor offensieve acties.

De hoofdtaak van het Duits-Nederlandse legerkorps blijft overigens de verdediging van de zogeheten centrale sector in het NAVO-gebied. Uitzending naar niet-NAVO-landen behoort tot de mogelijkheden. In principe zou een Duits-Nederlandse eenheid dus naar Bosnië uitgezonden kunnen worden.

De voertaal is het NAVO-Engels, maar met name Duitse onderofficieren laten het hier afweten. Op de werkvloer wordt dan ook Duits gesproken. Officieel mag dat niet. Generaal Reitsma ('Je moet nu nog controleren of je Engels spreekt met iemand die dènkt Engels te spreken') vermoedt dat de staf van het legerkorps over een aantal jaren een taal spreekt die voor buitenstaanders onbegrijpelijk zal zijn.

De Nederlandse korporaal Judith Nijlant neemt consequent de telefoon op in het Engels. Aan de andere kant, zegt ze, wordt de hoorn er dikwijls onmiddellijk op gegooid. Ze is een van de acht vrouwen die deel uitmaken van het Nederlandse contingent in Münster. De Duitsers kennen de vrouw in gevechtspak niet, en hebben moeite daar aan te wennen. Duitsers spreken elkaar altijd aan met 'Herr'. Nederlandse vrouwen krijgen dan te horen: Herr Frau Major, of Herr Frau Leutnant. Maar alles went.

Zogeheten teambuildingsessies op het Europa-instituut in Bocholt, waar beide groepen al hun vooroordelen moesten spuien, hebben de lucht al enigszins geklaard. Reitsma: 'Er was best wat overredingskracht voor nodig om de Duitsers mee te krijgen. Duitsers verstaan iets heel anders onder Kulturunterschied, ze denken bij Kultur aan onze beschaving. Ze zeggen dat er zich geen problemen kunnen voordoen omdat we toch op dezelfde planeet wonen. Toch zijn we beter uit de bijeenkomsten in Bocholt gekomen dan we er in zijn gegaan.'

Duitse militairen zijn volgens Reitsma 'strikter en duidelijker'. Ze willen zo snel mogelijk een goed resultaat boeken. Maar ze doen niets uit zichzelf. Aan elke daad moet een bevel van een meerdere, liefst op papier, vooraf zijn gegaan. Discussie over zin en onzin daarvan is onmogelijk. Nederlanders kunnen goed 'situationeel denken, de voorschriften een beetje veranderen zodat de output groter is'. Een Duitse militair zou dat nooit doen.

Nederlanders kunnen moeilijk wennen aan het Pruisische klakken van de hakken, aan de over het algemeen grotere Duitse liefde voor het 'soldaatje spelen', het vasthouden aan een strikte hiërarchie. De kantoordeuren van de Nederlandse officieren staan in de regel open, op de achtergrond is soms een radio te horen. Wie een Duitse officier wil spreken, klopt op de deur van zijn kamer. Als dan geen 'Herein' volgt, is het ingerukt mars.

Een Nederlandse generaal kan, indien hij een kamer binnenkomt, maximaal rekenen op een 'goedemorgen generaal'. Zijn Duitse collega verwacht dat er wordt opgestaan, dat de houding wordt aangenomen en dat er netjes wordt gegroet. In het algemeen kunnen de Nederlanders volgens Reitsma nog veel leren van de Duitse hoffelijkheid.

Er zijn zes Nederlandse koks bij de staf in Münster die, zo wordt gehoopt, nu snel eens bami of een rijsttafel gaan maken. De Duitsers zien eten meer als een noodzakelijk kwaad, de Nederlanders leggen meer nadruk op het sociale element van gezamenlijk eten, het moet 'gezellig' zijn.

Het afgezaagde 'ik wil mijn fiets terug', zegt Reitsma, is niet meer veel te horen. 'Zodra je elkaar hebt leren kennen, kun je de grap niet meer maken.' En, zo voegt hij er aan toe, zelfs de 16-jarigen die tegen de Duitsers hebben gevochten zijn nu met pensioen. Een Nederlandse luitenant legt uit dat hij geen enkel probleem heeft met de vergaande samenwerking met de Duitsers, maar dat zijn ouders er niet veel van begrijpen.

Het Dutzen is ook een probleem voor de Nederlanders. Reitsma tutoyeert zijn 'goede vriend', luitenant-generaal Boës, de huidige commandant van het eerste Duitse Legerkorps, nog steeds niet. Boës, die was voorbestemd om de eerste commandant van het gezamenlijke legerkorps te worden maar ten slotte door de politici op een zijspoor werd gezet, vindt alle verschillen niet relevant. Waar het om gaat is dat de militairen zich 'met hoofd en hart' achter het legerkorps opstellen.

'De militairen lopen met deze vergaande vorm van integratie voorop in het Europese eenwordingsproces. Van het Duits-Nederlandse legerkorps kan een signaal uitgaan. Er gaan ook Duits soldaten werken in Eibergen, bij de logistieke eenheid van het korps. Vooroordelen kunnen slijten, maar dan moet je eerst samen leven.' Dat is overigens nog een probleem omdat zo'n honderd van de 175 Nederlandse officieren en onderofficieren de huren te hoog vinden en de aangeboden appartementen in Münster te klein. Sommigen weigeren voor drie jaar naar het buitenland te verhuizen. Een weekeinde-huwelijk nemen ze op de koop toe.

Het einde van het integratieproces, dat zich nu alleen nog op stafniveau afspeelt, is pas bereikt als Reitsma een Duitse militair disciplinair kan straffen, en als Duitse soldaten samen met Nederlanders in een schuttersputje zitten. De fusie is nog vrijwel onbekend in Nederland. Protesten zijn tot nu toe achterwege gebleven. Uit opiniepeilingen kwam naar voren dat er brede steun bestaat voor de Duits-Nederlandse militaire fusie. Wellicht volgend jaar al zullen er, voor het eerst sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog, Duitse tanks en pantserwagens over de Nederlandse hei razen.

Horen en zien vergaat je als alle klokken van Münster beieren. Het oude centrum met zijn dure winkels staat vol kerken, die ook op een doordeweekse dag door gelovigen worden gefrequenteerd. In de Dom, die net als de rest van het centrum van Münster door geallieerde bommenwerpers is verwoest en later prachtig is gerestaureerd, zetelt de bisschop. Hij behoort samen met de Oberbürgermeister en de Legerkorpscommandant, vanouds tot de notabelen. Als Münster iets is, dan is het katholiek.

Maar tijdens de laatste verkiezingen in oktober vorig jaar heeft zich een politieke aardverschuiving voltrokken. Ook in Münster haalde de liberale FDP de kiesdrempel niet. Daardoor kwam een eind aan het zo gelukkige huwelijk met de CDU. Voor het eerst in haar bestaan heeft de Westfaalse garnizoensstad nu een gemeenteraad met een meerderheid van SPD en Groenen.

Begin juli stemde de raad tegen de voortzetting van het Patenschaft (peetschap) tussen gemeente en Legerkorps, dat vanaf eind augustus niet meer Duits is maar Duits-Nederlands. De CDU was woest. Een raadslid zei het in bijna onvertaalbaar Duits zo: 'Die Patenschaft ist bislang herrlich und ohne Brimborium gelaufen. Warum können wir dies nicht fortfüren, auch um zu zeigen dass Münster keine kleinkarierte, sondern eine europaoffene Stadt ist?'

De Nederlanders zijn welkom, aldus een meerderheid van de raad, maar soldaten hoeven tegenwoordig geen Sonderbehandlung meer te krijgen. SPD-Oberbürgermeisterin Marion Tüns, die drieduizend handtekeningen had gekregen van burgers die tegen het voorstel van SPD en Groenen waren, was het met de CDU eens doch delfde het onderspit in haar eigen fractie.

Voordat het petekind zo bruut de deur werd gewezen, werden beide lokale kranten overspoeld met lezersbrieven. De CDU-gezinde Westfälische Nachrichten, maar ook de wat meer in het midden opererende Münstersche Zeitung spraken zich tegen het afschaffen van het Patenschaft uit. Dat vond ook een meerderheid van de inwoners van Münster.

De Stammtisch is nog steeds boos. Er wordt luid geklaagd over de Oberbürgermeisterin die haar fractie niet tot andere gedachten heeft kunnen brengen. 'Ze is van de SPD en nog Luthers ook.' De generaal vreest voor de gevolgen als dit in Nederland bekend wordt en zegt: 'Je moet het niet opblazen.' De rechter relativeert. 'Ik lees alleen de Frankfurter Allgemeine. Daar stond niets in. Zulk groot nieuws was het dus niet.' Maar de Bondskanselier was wel degelijk onaangenaam verrast door het nieuws. 'Kanzler ist verärgert', kopte de Westfälische Nachrichten met graagte. De Duitse officieren van het Legerkorps waren ook not amused.

'Het is absolute klinkklare onzin, wat de Groenen zeggen.' Dr Horst Lademacher, de directeur van het bloeiende Zentrum für Niederlande-Studien in Münster vindt het 'volledig uit de tijd dat de Bundeswehr ideologisch wordt benaderd. Ze zijn tegen wat ze noemden de Tschingderassabum, het bombastische Duitse militarisme. Dat is nu juist wat er is veranderd in de Bondsrepubliek, sinds het gebruik van de term ''soldaten zijn burgers in uniform''. Het leger is nog steeds verdacht bij de Groenen. Tja, dat krijg je in een land waar je autostickers mag hebben met de tekst ''Soldaten zijn moordenaars''.'

Lademacher, die jaren in Laren heeft gewoond en goede herinneringen heeft aan zijn omgang met extreem-linkse Nederlanders, is een groot voorstander van de totstandkoming van het Duits-Nederlandse korps. Hij zou het jammer vinden als het bij een pragmatische fusie zou blijven en er niet meer nadruk wordt gelegd op de idealistische kant van de militaire samenwerking. Dat in 1648 de Vrede van Münster is gesloten tussen Spanje en Nederland is mooi meegenomen. Dat wordt over drie jaar op grootse wijze herdacht. Münster is ook in veel opzichten een Nederlandse stad. Veel Enschedeërs gaan op zaterdag naar de markt op het Domplein.

Lademacher ziet de fusie van het Duitse en het Nederlandse legerkorps als een mooi uitgangspunt voor een verdere toenadering van de bevolkingsgroepen, die in het grensgebied al veel verder is dan men in het westen van Nederland voor mogelijk houdt. Hij denkt aan het oprichten van een Europees instituut in Münster, naar het voorbeeld van Florence. Het instituut zou studenten moeten trekken uit de Benelux en de aangrenzende Duitse stadstaat Bremen en de Länder Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen. 'Historisch gezien zijn er altijd nauwe banden geweest in deze Kulturraum.'

De toekomst zal uitwijzen of de idealisten deze keer gelijk krijgen. Een Nederlandse luitenant-kolonel, die bij de inlichtingen-sectie zit en veel thrillers van Ludlum heeft gelezen, vertolkt tijdens de - op Duits verzoek warme - lunch de gevoelens van zijn collega's. 'De vraag is of we niet te ver zijn gegaan. We hebben ons uitgeleverd aan de Duitsers. We kunnen niet meer terug en de integratie van het legerkorps gaat steeds verder. Als de Duitsers bijvoorbeeld over een jaar of wat ten strijde trekken wordt Nederland wellicht meegezogen in hun oorlog. Hoeveel Duitsers wonen er niet buiten Duitsland? Laatst was er weer iets met de Sudeten-Duitsers.'

De overste is niet overtuigd door het argument dat Nederland zijn divisie wel bij de Duitsers moest onderbrengen omdat het anders een tweederangs NAVO-land wordt. Chef-staf generaal Van den Breemen heeft, tot grote ergernis van Brussel, eens gezegd dat hij 'geen Belgische toestanden' wil in de krijgsmacht. Met andere woorden: zoveel bezuinigen dat de NAVO ernstig aan je defensie-inspanning begint te twijfelen. 'We zijn toch al lang een tweederangs NAVO-lidstaat. Wat is Nederland nou nog met dat ene divisietje.' De teleurgestelde overste zal het allemaal niet meer meemaken. Over niet al te lange tijd gaat hij met pensioen. Dan kan hij zich de hele dag aan zijn postzegelverzameling wijden.

Ewoud Nysingh

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden