Een draad van twee kilometer

De mevrouw aan de balie: 'U mag vandaag voor niks naar binnen.' Dat is mooi meegenomen. Zijn we misschien de honderdste bezoeker op deze vroege lentemorgen?...

Nee, de wisselexposities wisselen. De quilt maakt plaats voor Indonesische zijde, wat gepaard gaat met veel zaag- en timmerwerk en met - helaas - het gedeeltelijk sluiten van het museum. Ook geen diavoorstelling vandaag. Dat is het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat de kraamkamer wèl open is, ook al weerklinkt daar eveneens gehamer. De kleine zijderupsjes lijken er zich niet aan te storen en vreten zich groot aan de verse moerbeiblaadjes.

Kant- en Zijdemuseum 'Ter Zijde' woont sinds 1985 in de voormalige jongensschool van Wouw, uiteraard aan de Schoolstraat, een karakteristiek, nostalgisch stemmend gebouw, met op de vroegere speelplaats een laan van moerbeibomen. Binnen, in de gang, hangen klassefoto's en wandplaten uit het begin van deze eeuw en staan wat schoolbankjes als herinnering aan een voorgoed verdwenen tijd.

De kraamkamer verraadt eveneens nog veel van het klaslokaal. Alleen wijkt de tegenwoordige inhoud danig af. In glazen bakken voltrekt zich hier het wonder van de Bombyx Mori, de kieskeurige zijderups die alleen maar moerbeiblad lust, en die als tegenprestatie een cocon bouwt met een zijdedraad waarvan de lengte tot twee kilometer kan oplopen. Een draad uit één stuk wel te verstaan, die zich laat afhaspelen.

Dit in tegenstelling tot de overbuur van de Bombyx, de Antheraea pernyi, de Chinese wilde zijderups, die zijn neus niet ophaalt voor een blaadje eik, berk of wilg. Zijn draad moet op een spinnewiel gesponnen worden.

Op 21 februari werd de jongste lichting Bombyx geboren. Onooglijke wurmpjes, nauwelijks te onderscheiden tussen het moerbei-groen. De oudere generaties zijn uit de kluiten gewassen witte rupsen die zich langzaam, maar zeker gaan opmaken voor het pop-proces, eind april, begin mei. De rups trekt een cocon rond zich op, valt in slaap en wordt na enkele weken als vlinder wakker. In Wouw althans. In een echte kwekerij wordt de pop voortijdig gesmoord voordat die zich met behulp van een bruinachtige vloeistof een uitweg baant en de cocon, dus de zijde, in de vernieling helpt.

Voor een leek is het een merkwaardige wereld, die van de zijderups. Eenmaal uit de cocon mag de vlinder zich als volwassen beschouwen. Hij en zij slaan dan ook meteen aan het paren, een bezigheid die soms twaalf uur in beslag neemt. Het vrouwtje legt drie- tot vijfhonderd eitjes en geeft daarna gedwee de geest.

Waar vroeger de kinderwc'tjes waren, hangt nu in de met zwart beklede hokjes kunst, voor een deel vervaardigd van textiel. Prachtige zijden lappen (met goudbrokaat) uit landen als India, Indonesië en Rusland sieren de gangmuren. In die gang laat een éénpersoonsgastenboek er geen misverstand over bestaan wie tot nu toe de voornaamste bezoeker van dit museum was: Hare Majesteit, in 1992.

Veel huisvlijt (kantklosprodukten van een Tilburgs atelier) is tentoongesteld in de theeschenkerij, een vrolijke, lichte ruimte waar kleuren niet zijn geschuwd. Het maakt begerig, zo'n overdaad aan kleuren, en daarvoor brengt de ruim gesorteerde museumwinkel uitkomst.

Drie rijksdaalders is de officiële toegangsprijs. De volgende keer zullen we ze met plezier betalen om ook de rest van 'Ter Zijde' te mogen zien.

Frans van Schoonderwalt

Kant- en Zijdemuseum 'Ter Zijde', Schoolstraat 3, Wouw, 01658-3690. Toegang: ¿ 7,50; kinderen tot twaalf jaar drie gulden; 65+ zes gulden. Groepen op afspraak. Open: ma-zat 10-17 uur, zon 13-17 uur; gesloten in januari en februari. Expositie 'Zijde uit Indonesië' tot en met 30 oktober.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.