Een dossier met tegenstrijdigheden

Ik ken geen heikeler onderwerp dan dolfijnen. Toen weken geleden een dichter mij een gedicht vol dolfijnen stuurde, bleef ik daarover wijselijk zwijgen....

Marjolijn Februari

Nu was ik vorige week een dag in een klooster, omdat ik een bijeenkomst bezocht over wetenschap en moraal, en daar dienden de dolfijnen zich dan toch onontkoombaar weer aan. De lunch werd geserveerd in een lichte zaal, met heiligenportretten aan de muren en het eeuwige zonlicht dat door hoge ramen viel; en terwijl de wetenschappers kroketten op hun bord schepten, rees opeens het gedicht Geweldige windvlaag van Jacob Groot in me op: 'Dolfijnen, vertellen dolfijnen, verfijnen zichzelf door middel van mensen.'

Spoedig begonnen de economen naast me te praten over het falen van het Rijnlandse model, en toen kon ik de dolfijnen die door mijn hoofd buitelden definitief niet meer tegenhouden: 'Bovensonisch seinen/ ze hun enige gebod: dit is de taal van god.' Mijn hemel, dacht ik. Want ik wist best dat ik nu ook iets moest zeggen over wetenschap en moraal, maar eenmaal zover gekomen, lieten de dolfijnen zich niet meer verjagen. Ik gaf het verzet op, legde mijn krentenbol neer en leunde zwijgend achterover in het zonlicht: 'Verrezen fonkelt hun vlees, hoe dieper in/ dalen ze sprongen, windvlagen langs een gong, hun lichamen los: tongen'.

Natuurlijk kwam het niet meer goed die middag. Ik met mijn hoofd vol dolfijnen, en de eerste spreker na de lunch een overtuigde aanhanger van de echte wetenschap. Met een stapel rationele modellen en een onwankelbaar geloof in de feiten. Over poëzie zweeg hij en over moraal konden we in rationele termen niet met elkaar spreken, zei hij, want hij had echt objectief naar een ware moraal gezocht, maar haar zelfs in het wetboek niet gevonden. En toen, voor het eerst in mijn leven, besefte ik dat er afgronden bestaan tussen mensen die je met argumenten nauwelijks kunt overbruggen.

In ieder geval leiden zulke begrippen als waarheid en objectiviteit in de wetenschap regelmatig tot onoplosbare misverstanden. Het belangrijkste strijdpunt tussen de verschillende kampen lijkt de vraag of je überhaupt nog wel moet nadenken over de betekenis van die begrippen. Waar is waar, zeggen sommigen, en feiten zijn feiten. Wat valt daar dan verder nog over te zeggen?

De vorige week overleden filosoof Hans-Georg Gadamer probeerde in 1960 met zijn boek Wahrheit und Methode toch nog wat meer te zeggen over waarheid. Hij wees niet alleen op de waarheid die we kunnen vinden in poëzie, maar stelde ook het waarheidsbegrip in de menswetenschappen bij. We kijken nooit objectief naar de geschiedenis en de sociale werkelijkheid, zei hij, omdat we altijd kijken vanuit onze persoonlijke vooroordelen. Zo kunnen we uit teksten, verhalen en overleveringen geen ware feiten tevoorschijn toveren, omdat we bij het lezen, spreken en luisteren nooit zelf buiten schot blijven. We registreren niet - we interpreteren.

Gadamers boek heeft grote invloed gehad. En het is niet zo gek dat die invloed ook goed zichtbaar is in de wetenschap van het recht. Want welke jurist is nu niet geïnteresseerd in een discussie over wat waar is? Nou ja, sommigen missen blijkbaar nog steeds een beschrijving van 'de ware moraal' in het wetboek, maar anderen zijn er inmiddels van doordrongen dat hun eigen persoon in het geding is bij het interpreteren van feiten en regels.

Een prachtig voorbeeld van Gadamers invloed vond ik een tijdje geleden in een tekst van Willemijn Wibaut, stagiaire bij een juridisch adviesbureau. Wibaut beschrijft eerst zichzelf, 'mantelpakje, parelkettinkje', en beschrijft dan hoe ze een roman leest: 'Willemijn leest de roman als een dossier, een lastig dossier met vele tegenstrijdigheden. Potlood in de hand, kop koffie op het bureau.' Vervolgens, al lezende, stelt ze vragen over de verhouding tussen waarheid en tekst, en komt tot een conclusie: 'Als juristen een stemmenroman lezen, denkt Willemijn, zullen zij de stemmen laten spreken die zij toch al geneigd zijn te verstaan. En de kunst is de andere stemmen - die ze eerst niet goed kunnen thuisbrengen - ook aan het spreken te krijgen. Zo zullen zij misschien dingen zien die zij anders nooit hadden gezien. De waarheid echter zullen zij niet vinden.'

Wat je ook mag zeggen van Gadamers Wahrheit und Methode, zijn nadruk op onze problematische verhouding tot de waarheid lijkt verstandig genoeg. Toch gaan bij sommige mensen de haren recht overeind staan als ze iets dergelijks lezen. De allermooiste aanval op de traditie van Gadamer, ik raak er maar niet over uitgepraat, komt van de Leidse astronoom Vincent Icke. In de NRC fulmineerde hij een paar jaar geleden tegen filosofen die menen dat de feiten niet altijd eenvoudig te achterhalen zijn. Feiten zijn immers feiten: 'Wie werkelijk meent dat feiten niet bestaan, zou lak moeten hebben aan het verschil tussen de rechter en de linker weghelft. Het is interessant dat er zo weinig filosofen zijn onder de spookrijders.'

De uitval van Icke is wonderschoon in al haar onzinnigheid. Als er nou één fenomeen bewijst dat de werkelijkheid waarin we leven historisch en cultureel is bepaald, dan is het wel de afspraak dat we in Nederland aan de rechterkant van de weg rijden. Denkers in de traditie van Gadamer zullen zich graag aan die afspraak houden: afspraak is hoe dan ook afspraak. Hooguit zullen ze ontkennen dat er een eeuwige en onveranderlijke verkeerswet over rechts rijden is, die we objectief kunnen vaststellen, met behulp van onfeilbare meetinstrumenten.

Toen Gadamer vorige week op 102-jarige leeftijd overleed, heb ik nog eens alle knipsels gelezen met boze reacties op zijn standpunt, dat om onduidelijke redenen 'postmodernisme' is gaan heten. Twijfel aan 'ware feiten' leidt tot ontkenning van de oorlog, foetert de een. Het leidt tot rare interviews met wielrenners, sputtert de ander. Ik denk alleen nog wat door over een tirade tegen postmodern varkensgehakt, waarvan ik voorlopig niet heb kunnen vaststellen of die wel berust op een serieuze filosofische overtuiging.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden