Een dorp dat Walhalla heet

Welgeteld elf mensen wonen er in het goudstadje Walhalla, maar stil is het er niet meer. Duizenden kampeerders uit Melbourne zitten er in de berm....

De liervogel zingt een ander liedje. In de vallei galmt en piept hij andere vogels na, of misschien zelfs een startende auto. Ook mooi. Toch anders. Zijn voorouders zongen de fluit van de stoomtrein na, kopieerden een kettingzaag of een hoestende mijnwerker lopend langs Stringer’s Creek.

Maar de trein stopte met rijden. Alle bomen zijn gekapt. En de goudmijn is al bijna een eeuw dicht.

Het is zoveel stiller in Walhalla.

Zou je denken.

Woonden er in de hoogtijdagen van Australiës beroemdste gouddorp 3500 mensen, sinds de sluiting van de mijnen is het aantal gedecimeerd; het dorp was een groot deel van de twintigste eeuw min of meer non-existent. De teller staat nu op elf: Jim, Lyn, Lois en Ian zijn met pensioen, Rhonda en Norm willen binnen afzienbare tijd terug naar de kust, Garry en Angela geven tours door de Long Tunnel Extended Gold Mine. En de overige drie heten Michael. Maar dat is toeval.

Michael Proelss (47), zeg maar Mick, een van de tien leerlingen van Miss Reynolds op de lagere school toen die in 1963 definitief sloot: ‘Zondagavond krijgen we het dorp weer terug. Dan gaan die rubbernecks terug naar Melbourne en kunnen we de troep weer opruimen.’

Want zo stil is het niet meer. Op vrijdagmiddag gaat het nog, is de liervogel nog te horen en de Wattle-boom nog te ruiken, maar dan komen de eerste kampeerders aan. Twee uur rijden vanaf Melbourne, over de M1-snelweg, en dan de slingerweg vanaf Moe: campers, caravans, aanhangers die groter zijn dan de auto ervoor. Zeker op Australia Day, in het Melbourne Cup Weekend, en tijdens Pasen – het dorp van elf is dan ineens een dorp van tienduizend. Per jaar parkeren zo’n 120 duizend toeristen zichzelf in de berm, met barbecue en krat bier.

Eén reden is dat Walhalla, ‘het Zwitserland van Australië’, de laatste plek in de staat Victoria is waar wildkamperen nog is toegestaan. De andere reden is, zegt Rhonda Aquilina (57), eigenaar van de General Store, waar een klok aan de muur hangt die achteruit loopt: ‘Het gevoel van vroeger. Dit is een levende historische stad. Geen bedacht openluchtmuseum zoals Sovereign Hill, het is echt, zoals het was.’

Wel, zo’n beetje dan. Mick is van hier, en ouwe Jim; de rest is import, gelukszoekers nieuwe stijl.

Van het originele Walhalla zijn enkel het ziekenhuis, het postkantoor en de goudkluis van de bank bewaard gebleven. Nadat de laatste mijn was gesloten in 1914, toen de heuvels al volledig kaal waren omdat de ondergrondse boilers vijftien bomen per dag hadden verorberd, werd Walhalla ontmanteld. De spoorlijn, net doorgetrokken vanaf Moe, kwam te laat om het dorp te redden. De stoomtrein kreeg een nog niet bedachte taak: het transporteren van complete, ingepakte houten huizen en winkels naar andere plekken in Victoria. Later zouden grote gebouwen als de bibliotheek nog ten prooi vallen aan de 1945-brand, het beroemde Star Hotel aan die van 1951.

En wég, nagenoeg weg, was het dorp waar in 1862 voor het eerst goud werd gevonden en in een paar decennia 75 ton uit de bergen is gehakt. Waar ooit tien hotels stonden, drie brouwerijen, twee barbershops, zeven kerken, en plek was voor twee begrafenisondernemers. Waar elke dag bij het aantreden van de nieuwe ploeg, om acht uur in de ochtend, vier uur ’s middags en om middernacht, de fluit van de mijnen echode door de vallei. Geen kaartje leggen meer ’s avonds, geen samenzang rondom de piano, geen wals meer en geen square dance, waarvoor zelfs de vrouwen en mannen helemaal uit buurdorp Happy Go Lucky kwamen.

Toch staan er in Walhalla, lang geleden zo gedoopt door een Scandinavische mijneigenaar die zijn goden wilde bedanken, een gebouw of zestig. Nagebouwd in de afgelopen decennia. Winkels zijn terug, oude cottages op de heuvel ook. Veel huisjes voor weekenders, zoals ze heten. Toch, allemaal kopieën van toen. In de Golden Era Style, want dat moet, Walhalla is officieel erfgoed: planken, luifels, veranda’s. Met oude lettertypen. Oude kleuren. Geen straatverlichting.

Zo zijn ook de Wally Pub terug, de Corner Stores, en het kantoortje van de Walhalla Chronicle (nu een gekopieerd kwartaalblaadje). En het Star Hotel! Vier sterren, met kamers die namen dragen als Fear Not, Grey Horse en Wealth of Nations – zonder tv, zonder bereik voor mobiel. Op precies dezelfde plek. Opgezet door de nu 37-jarige Michael Leaney, tot begin jaren negentig nog reclameman in Melbourne. Maar hij was geen ‘strandmens’, zocht zijn geluk in een dorp zonder ratelende airco’s, zonder al dat verkeer. Zijn lijfspreuk: ‘Je hoeft niet gek te zijn om hier te gaan wonen, maar het helpt wel.’

Het opnieuw gebouwde hotel opende zijn deuren op 21 december 1998, een cruciale dag voor Walhalla, De Dag Dat De Elektriciteit Kwam. De takatakatak-generatoren konden worden uitgezet, de geur van diesel verdween uit de straten. Pas acht jaar geleden dus – de groepsfoto (van de complete bevolking) hangt in de General Store. Daar hadden Rhonda en Norm in 1995, toen ze van de zuidkust naar Walhalla verhuisden, nog slechts kaarslicht en luisterden ze naar een storende radiozender. Nu is er internet, email en satelliet-tv, en hoort het dorp stiekem toch bij de rest van Australië.

Met gemengde gevoelens. ‘Ja, we verdienen er wat dollars aan’, zegt Rhonda, ‘maar we moeten dit wel beschermen.’

Walhalla wil anders zijn.

Tijdens de Olympische Spelen van Sydney, in 2000, verklaarden de inwoners hun dorp een ‘Olympisch-vrije zone’, want die sportgekte werd ze wat al te dol. Voor rust kom je naar Walhalla, was de boodschap. Een behoorlijk tv-signaal was er nog niet, dat scheelde.

Wie in het Star Hotel het O-woord gebruikte, kreeg een boete van 1 dollar opgelegd (de opbrengst is niet bekend). En toen Cathy Freeman goud won op de 400 meter en Australië uit zijn voegen barstte, vierde Michael zijn verjaardag in het hotel en kreeg hij een grafsteen voor zijn kat Howard cadeau. Toen Ian Thorpe het bad indook voor de 200 meter vrije slag, was Rhonda in de winkel alle O-woorden uit de Herald Sun en The Age aan het knippen (‘ik hield bijna geen krant meer over’).

Het viel op. Michael Leaney: ‘Het heeft zeker gescheeld.’ Rhonda Aquilina: ‘Iedereen had het ineens over ons.’ De wereld kwam naar Walhalla, buitenlandse verslaggevers stonden ineens midden in de Victoriaanse Alpen. Wat voor dorp is dít? En meer toeristen volgden. Daytrippers. Kampeerders. Bij duizenden.

Die wandelen nu langs de ‘oude’ gebouwen, lezen de bordjes over de mijnwerkers, over de branden, over de overstromingen. Maken een ritje met de trein, want ook die is, sinds 2002, speciaal terug voor de toeristen, gerund door vrijwilligers, met eem stoommachine uit Thailand – bergaf naar Thomson Station, en tja, dan weer terug. Ze klimmen naar de begraafplaats, waar 1100 dorpelingen liggen, maar al sinds 18 september 1997, toen Jackey Reynolds (81) het leven liet, niemand meer is begraven; hij was de laatste die een heel leven in Walhalla sleet. En als de toeristen nog hoger willen klimmen, kunnen ze naar het cricketveld, waar CC Walhalla nog nooit is verslagen – al is het maar omdat ze al jaren geen team meer kunnen samenstellen.

Het is zo’n dorp dat in alles een beetje raar is. Maar Walhalla is ook gewoon een dorp dat Walhalla heet.

Met z’n dorpse dingen. Rhonda is tegen de camping die over een halfjaar opengaat, twee kilometer buiten het dorp, en vermoedelijk het eind zal betekenen van het wildkamperen aan de hoofdstraat. ‘Tuurlijk, daar zijn meer faciliteiten. Maar waarom hebben ze hier niet genoeg wc’s en afvalbakken geregeld?’ Mick, die jaren over de wereld heeft gereisd als mijnwerker, en nu ook eigenaar is van de Tisdall Lodge – op de plek van zijn lagere school – en van de Long Tunnel Coffee Lounge: ‘Ze is alleen maar tegen omdat iedereen dan eerst langs mijn winkel komt.’

Mick mag Rhonda niet: ‘Rhonda denkt dat ze de koningin van het dorp is. Terwijl ik een oorspronkelijke bewoner ben. Ze ziet mij als een bedreiding. Jammer dat je elkaar hier niet kunt ontlopen.’ Rhonda: ‘Ach, het is hiet net een suburb. Je weet wie je buren zijn, maar echt goed ken je ze niet. We komen niet bij elkaar op visite.’

Rhonda en Norm (63) zijn beetje bij beetje wel klaar met Walhalla. ‘Het is veeleisend hier’, zegt Rhonda. ‘Toeristen kloppen hier ’s avonds aan omdat wij ijsblokjes in de vriezer hebben liggen. Als er een ongeluk is en de helikopter-ambulance moet komen, bellen ze ons. Dit is niet de echte wereld. Ik wil weer bij mijn kinderen en kleinkinderen zijn, gewoon weer een keer naar de bioscoop.’

‘Ze zijn hier al te lang, laat ze alsjeblieft vertrekken’, zegt Mick, ‘ze kunnen niet tegen veranderingen.’ En die komen, big time. Aan de andere kant van de berg, in Maiden Town, is vorig jaar goud gevonden. Mijnbedrijf Goldstar is nog met proefboringen bezig, maar het verwacht een veelvoud aan goud te produceren van wat destijds in de Walhalla-mijnen is opgegraven. ‘Nog twee jaar, en dan zullen er weer werkers in het dorp komen’, zegt Mick, die zelf meehakt en -boort, en ook nog eens tien man in dienst heeft. ‘Meer winkels, meer hotels. Het wordt weer groot.’

Tot die tijd is Walhalla een dorp zonder adressen. Alleen de post voor ‘Michael, Walhalla’ komt soms bij de verkeerde aan. Maar die roept dan desnoods iets uit het raam. Als er geen toeristen zijn, kan ‘de andere Michael’ hem in de hele vallei horen. Kan het hele dorp hem horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden