Sanir Pašalić (28).

InterviewsOverlevenden Srebrenica

‘Een doorsnee-Nederlands gezin, dat wilden mijn ouders na Srebrenica zijn’

Sanir Pašalić (28).Beeld Linelle Deunk

De genocide van achtduizend mannen en jongens in de Bosnische enclave Srebrenica, zaterdag 25 jaar geleden, markeert het tragische dieptepunt van de Joegoslavië-oorlog. Gedurende de gehele oorlog sloegen zo’n 1,3 miljoen mensen op de vlucht naar het buitenland. Velen vonden een veilig heenkomen in Nederland. Hoe is het hen sindsdien vergaan?

Sanir Pašalić (28): ‘Een doorsnee-Nederlands gezin, dat wilden mijn ouders na Srebrenica voor mij’

‘Mijn ouders komen uit een land dat in vlammen opging. Ze hadden helemaal niks. Maar mij wacht waarschijnlijk een goed inkomen en een huis. Een doorsnee-Nederlands gezin. Dat hebben zij altijd voor mij gewild.’

Sanir Pašalić (28) heeft een ‘goede jeugd’ gehad, vertelt hij. Zijn eerste herinneringen spelen zich af in Roermond, Vlodrop, Herkenbosch en Melick. Van de eerste acht turbulente maanden van zijn leven in Srebrenica herinnert hij niks meer. 

Natuurlijk gaat het thuis in het Limburgse Melick vaak over de oorlog, hij krijgt hier en daar wel wat mee. Maar liever richten zijn ouders hun aandacht op de toekomst van hem. Alleen het beste is goed genoeg voor hun zoon. ‘Ze wisten helemaal niet wat mavo, havo of vwo nou precies betekenden. Ze vroegen: wat is het hoogste? Het vwo? Dan ga je dat doen.’

Toch is Sanir op school altijd een typisch voorbeeld van een leerling met ‘een zesjesmentaliteit’, zegt hij. ‘Ik was iemand die opschept dat hij alles heeft gehaald zonder veel moeite.’ Zijn ouders voedden hem tweetalig op. ‘De taal leren was het eerste wat ze deden toen ze in Nederland aankwamen. Als ik met vrienden in Melick ben, zet ik zo een Limburgs accent op.’

Hij is in die jaren maar weinig bezig met zijn afkomst. Totdat hij als 13-jarige in Srebrenica komt. ‘We gingen terug om de overblijfselen van mijn opa te herbegraven. Hij was geïdentificeerd in een massagraf. Samen met mijn vader droeg ik de kist. Eenmaal terug in Nederland kon ik er niet met klasgenoten over praten, ze kenden die geschiedenis niet.’

In Eindhoven, waar hij aan de universiteit gaat studeren, bezoekt hij een Bosnische vereniging. Hij ontmoet er een Bosnische. ‘En nu is ze mijn vrouw.’

Inmiddels woont hij samen in Utrecht. Hij heeft een baan bij de Rabobank. De toekomst ziet er gunstig uit, naar de wens van zijn ouders. ‘Na alles wat ze hebben meegemaakt, willen ze graag dat hun kinderen het beter krijgen. Dan is er geen ruimte om te doen wat je wilt. Ik wil dat niet op mijn eigen toekomstige kinderen pushen. Maar ik ben mijn ouders erg dankbaar.’

Hoe is het met de voormalig Joegoslaven in Nederland?

Toen het etnisch geweld in 1992 in Bosnië en Herzegovina losbarstte, zochten ongeveer 25 duizend Bosniakken in Nederland hun toevlucht. Zij maken ongeveer de helft uit van alle 54 duizend Joegoslavische vluchtelingen die in de jaren negentig naar Nederland kwamen, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS). Zo’n 19 procent heeft een Servische achtergrond, 11 procent komt uit Kosovo en nog eens 11 procent is van Kroatische komaf. De overige vluchtelingen kwamen veelal uit Macedonië, Montenegro en Slovenië. 

Ze vormen een bescheiden migratiegroep in Nederland. In totaal wonen er 90 duizend mensen met een Joegoslavische achtergrond, 0,5 procent van de gehele bevolking. Van hen zijn er 34 duizend in Nederland geboren, zij hebben minstens één ouder die uit een van de voormalig-Joegoslavische gebieden komt.

Mensen met Joegoslavische wortels zijn over heel Nederland te vinden. Ze concentreren zich niet enkel in grote steden. Een kwart van de ex-Joegoslaven woont in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht of Den Haag. Dat is een laag aandeel vergeleken met andere migrantengroepen.

Joegoslavische kinderen tussen de 12 en 16 jaar die in de jaren 90 in Nederland arriveerden, hebben een beduidend grotere kans op een wo- of hbo-diploma dan leeftijdsgenoten uit andere migrantengroepen. Dat blijkt uit onderzoek van Demografisch instituut NiDi. De leeftijd waarop kinderen in Nederland arriveren is van grote invloed op de slagingskans. Een 6-jarige heeft volgens het onderzoek 28 procent kans op een opleiding in het hoger onderwijs, een 12-jarige rond de 23 procent.

Het hoge opleidingsniveau heeft geleid tot succesvolle dertigers, blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau (CPB) in 2017. Het overgrote deel van hen heeft een baan. Van de mannen tussen de 30 en 40 jaar werken er 9 op de 10, dat zijn er 8 op 10 bij de vrouwen. Daarin verschilt de groep nauwelijks van Nederlanders zonder migratieachtergrond. Van alle vluchtelingengroepen in Nederland hebben dertigers van Joegoslavische komaf het hoogst besteedbare inkomen.

Salih Pašalić (53).Beeld Linelle Deunk

Salih Pašalić (53): ‘In de eerste jaren waren mijn vrouw en ik veel bezig met Srebrenica’

‘Toen ik na twee jaar oorlog met mijn vrouw en zoon in Nederland werd herenigd, wist ik dat we onmogelijk binnen tien jaar konden terugkeren. ‘We moeten de Nederlandse taal leren, proberen werk te zoeken’, zei ik tegen mijn vrouw. Ze kon me niet geloven.’

Er is daar niks meer voor hen, realiseert Salih Pašalić (53) zich dan. Hij zag met eigen ogen de verwoestingen in en rond Srebrenica toen hij de Moslim-enclave in de eerste jaren van de oorlog verdedigde. Hij raakte er gewond. Dat ‘toeval’, zoals hij het nu noemt, blijkt zijn redding. Hij wordt geëvacueerd en gaat in 1994 naar Roermond waar hij van plan is het leven zo snel mogelijk op te pakken.

‘Na drie maanden kreeg ik een verblijfsvergunning. En toen stond de deur open om alles te doen. Bij het arbeidsbureau legden ze tien opleidingen op tafel. Ik kon kiezen. Wauw…’ In Joegoslavië had Salih werktuigbouwkunde gestudeerd. Maar met een buitenlands diploma is herscholing nodig. Hij volbrengt een opleiding machinebouw in de helft van de tijd die ervoor staat. ‘Ik was beter in wiskunde dan mijn docent.’

Daarna gaat het snel. Hij vindt werk bij een Nederlands familiebedrijf in de staalindustrie. Eerst achter de machines, daarna als afdelingschef en uiteindelijk als productieleider. ‘Ik had een team met twintig Nederlandse jongens, echte vakmensen.’ Als drie jaar terug het bedrijf uit Roermond vertrekt, kiest hij  ervoor om niet mee te gaan, maar dicht bij zijn familie te blijven. Hij gaat aan het werk bij metaalbewerker en autofabrikant VDL, weer achter de machines.

Hij doet alles voor zijn drie zoons, vertelt hij. Eén van hen, Sanir, is geboren in Joegoslavië, de andere twee hier in Nederland. ‘Ik wilde dat ze hier wat zouden leren. Dat ze het beter hebben.’ 

Toch heeft hij het gevoel dat zijn eerste twee zoons iets hebben gemist. ‘In die eerste jaren waren ik en mijn vrouw veel bezig met Srebrenica. Onze vaders werden er gedood, de broer van mijn vrouw is zelfs nooit teruggevonden. De liefde, de aandacht… die konden we niet delen.’

Ze besluiten daarom op latere leeftijd nog een kind te nemen. ‘Nu genieten we dagelijks met hem. De laatste vijftien jaar voel ik me heel goed. En als de jongens zo allemaal afgestudeerd zijn, twee zijn dat al, is ons belangrijkste doel bereikt.’

Mirha Hansen-Ramić (37).Beeld Linelle Deunk

Mirha Hansen-Ramić (37): ‘Ons Bosnische restaurant is een eerbetoon aan mijn moeder’

‘In het Bosnische restaurant dat ik samen met mijn broer in Tilburg run, komen weleens gasten verbaasd naar mij toe. ‘Zeg werk jij hier ook?’, vragen ze dan. Als ik instemmend antwoord, kijken ze ervan op dat ik Bosnisch ben. Voor hen lijk ik niet op een buitenlander.’

In 1992 komt Mirha Hansen-Ramic samen haar ouders en broer in Nederland. Van de kazerne in Den Bosch herinnert ze zich vooral nog de kleine kamertjes en de vele andere vluchtelingen. ‘Honderden waren het er. Iedereen zat met de hele familie in één kamer. Op die kamer mochten we niet eens een klein oventje hebben, want dan zou de stroom overbelast raken.’

Ze denken dat het tijdelijk is, dat ze snel terug kunnen naar hun land. De dan 9-jarige Mirha krijgt dan ook weinig Nederlandse les. Maar de familie blijft. Iedereen krijgt een verblijfsvergunning en uiteindelijk een paspoort. Mirha gaat naar een Nederlandse basisschool waar ze wel ‘last heeft’ van haar taalachterstand. Toch zit het haar prestaties niet in de weg. ‘Ik had een hoge citoscore, ik kreeg een vwo-advies.’

Na de middelbare volgt een hbo-opleiding tot beeldend kunstenaar. ‘Ik ging schilderijen maken die natuurlijk, niet echt bleken te verkopen.’ Wat ze wel overhoudt aan haar studententijd is haar man Rob. Een Nederlander met wie ze nu al tien jaar een relatie heeft. Aan hem dankt ze ook haar Brabantse tongval, vertelt ze lachend.

‘De meeste Bosniërs in Nederland trouwen nog altijd binnen de eigen groep. Maar we zijn wel een goed geïntegreerde migratiegroep. We vallen niet zo op, al zijn we nog steeds heel hecht.’

Dat merkt ze in haar restaurant. ‘Het is heel populair in de Bosnische gemeenschap, maar ook Nederlanders willen weten hoe onze keuken smaakt.’ Nog meer is het restaurant een eerbetoon aan haar moeder die negen jaar geleden overleed. ‘Het was altijd haar droom. Nu hebben mijn broer en ik het toch kunnen doen.’

Meer over Srebrenica

Nederland wilde de zomerpret niet door Srebrenica laten vergallen
Juli 1995 begon met veel gemengd nieuws en een beetje Srebrenica. Een paar weken later, na de massamoord op zo’n achtduizend Bosniërs, was Srebrenica een nationaal trauma. De militairen van Dutchbat werden gedegradeerd van helden tot medeplegers.

Juridische strijd om Srebrenica gaat nog jaren duren
Achtduizend Moslimmannen en -jongens werden in Srebrenica vermoord. Nabestaanden en Dutchbatters zijn nog altijd verwikkeld in een juridische strijd met de overheid. Welke juridische gevechten worden er nog om Srebrenica gevoerd?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden