Reportage Lerarentekort

Een directeur, een pensionado of een student voor de klas: lapmiddelen voor het lerarentekort

Adjunct-directeur Bas Saraber staat noodgedwongen weer voor de klas. Beeld Freek van den Bergh

De nieuwe juf woont in een hotelkamer omdat ze geen huis kan vinden. De adjunct-directeur, een onderwijsassistent en een student staan noodgedwongen voor de klas. Dit zijn de gevolgen van het lerarentekort op de P. Oosterleeschool in Den Haag.

Als het woord invaljuf valt, begint groep 8 te zuchten. Wat ze ervan vinden dat er vaak een andere meester of juf voor de klas staat, wil adjunct-directeur Bas Saraber van zijn leerlingen weten. Achterin vliegt de hand van Jean Paul de lucht in. ‘Nou we hadden een keer een hele oude, echt een oma.’ Hij trekt een vies gezicht. ‘Die was héél streng.’

Aan de andere kant van de klas wil de 11-jarige Rania kwijt dat er aan het begin van het schooljaar op het schoolplein telkens ‘10 duizend leraren zijn die ik echt nog nooit gezien heb’. En elk jaar, zegt het meisje met een grote roze strik in haar haar, ‘krijg ik weer les van juf Wendy. We hebben er zelfs een grapje over. Als ik volgend jaar op de middelbare school zit krijg ik vast weer juf Wendy.’

Juf Wendy is strikt genomen geen juf. Ze is ‘bouwcoördinator’, een soort afdelingshoofd op de P. Oosterleeschool in Den Haag. Maar de afgelopen jaren moest ze geregeld inspringen als er leraren uitvielen. Ook dit jaar staat ze noodgedwongen twee dagen per week voor de klas. Net als Bas Saraber, de adjunct-directeur van de school, die dit jaar samen met haar voor groep 8 staat omdat de vaste docent ziek is.

Het lerarentekort is voelbaar op de ruim vierhonderd leerlingen tellende school in Den Haag. Behalve de bouwcoördinator en de adjunct-directeur staat er ook een onderwijsassistent en een student voor de klas. Ook werkt een van de leraren tijdelijk fulltime om de uren van een andere zieke collega op te vangen. Directeur Mariska Wubben heeft de hele zomer sollicitatiegesprekken gevoerd en twee nieuwe docenten binnen weten te slepen – en dan nog dreigt deze week een klas zonder leraar raken.

Adjunct-directeur Bas Saraber staat noodgedwongen weer voor de klas. Beeld Freek van den Bergh

Het schooljaar mag volgens minister Arie Slob van Onderwijs begonnen zijn met voor elke groep een leerkracht, maar ‘het is de vraag voor hoe lang nog’, zegt Wubben. Kwamen er zes jaar geleden bij een vacature op de P. Oosterleeschool al snel honderd brieven binnen, nu meldt zich bij vijf vacatures zo ongeveer één kandidaat. ‘En die stuurt geen sollicitatiebrief maar een eisenlijst’, zegt Saraber. ‘Als we daar niet aan voldoen vindt zo iemand zo ergens anders een baan.’

De worsteling van de school in Den Haag is exemplarisch voor de situatie op veel scholen. Er staat weliswaar iemand voor de klas, maar het is lang niet altijd een docent en het is een kwestie van tijd voor de eerste klassen naar huis gestuurd zullen worden.

Dat valt ook op te maken uit de lappendeken aan oplossingen die scholen uit het hele land hebben opgegeven op lerarentekortisnu.nl. Op de website, die in kaart wil brengen wat de gevolgen van het lerarentekort zijn, is te lezen dat scholen behalve directeuren ook gepensioneerden en ouders voor de klas zetten. Daarnaast worden veel roostergaten gedicht door parttimers die extra uren maken.

Typerend voor het scala aan houtje-touwtjeoplossingen die momenteel uit de kast worden getrokken om het nijpende tekort aan te pakken, is ook de oplossing die gemeente Amsterdam vrijdag presenteerde. De hoofdstad heeft een team van zestig ambtenaren opgetuigd om in te vallen als de griepgolf toeslaat en kinderen naar huis gestuurd dreigen te worden. Vier van hen hebben een onderwijsbevoegdheid. 

Dat de P. Oosterleeschool zoveel last heeft van het lerarentekort, heeft waarschijnlijk ook te maken met de locatie van de school. Hoewel de verwachting is dat het lerarentekort uiteindelijk het hele land zal raken, zijn het op dit moment vooral de grote steden waar de hardste klappen vallen. Dat heeft onder meer te maken met het gebrek aan betaalbare woonruimte. Reisden leraren voorheen nog graag naar de stad voor hun werk; nu de banen voor het oprapen liggen kiezen ze liever voor een school dicht bij huis.

Directeur Wubben heeft deze zomer een kleuterjuf gevonden die van buiten de Randstad komt en bereid is naar Den Haag te verhuizen. ‘Maar ze kan hier niet aan een huis komen, ze staat onderaan de wachtlijst voor sociale huurwoningen. Voor de vrije sector verdient ze niet genoeg.’ En dus verblijft de lerares nu in een hotelkamer. De directeur wil er naar eigen zeggen ‘niet aan denken’ wat er gebeurt als de lerares niet snel een huis vindt. ‘Op een gegeven moment wil je natuurlijk niet meer een groot deel van je salaris kwijt zijn aan een hotelkamer.’

Lesgeven is natuurlijk leuk, zegt Saraber als hij met zijn klas naar buiten is gegaan voor de eerste pauze. Voor hem loopt een leerling met driftige stappen achter een jongen aan. ‘Laat je ‘m wel heel?’, informeert de adjunct-directeur. ‘Nee’, zegt het meisje, terwijl ze haar ogen strak op de rug van de jongen houdt. ‘Daar was ik al bang voor’, zegt Saraber geamuseerd. Maar liever zou hij zich bezighouden met zijn gewone werkzaamheden. ‘Ik ben niet voor niets adjunct-directeur geworden. Ik heb mooie plannen voor de school, ik denk aan een speciaal ICT-lokaal en een extra uitbouw. Daar wil ik mee door.’ 

In zijn pauzes regelt hij nu de noodzakelijkste zaken. De verstopte jongens-wc waar een loodgieter voor moet komen bijvoorbeeld, of de financiële boekhouding van juli die nu echt moet worden afgerond. Tijdens de les heeft hij in tegenstelling tot andere docenten zijn telefoon mee, voor urgente telefoontjes. ‘Maar voor de rest ligt alles stil.’

Adjunct-directeur Bas Saraber staat noodgedwongen weer voor de klas. Beeld Freek van den Bergh

Bijkomend probleem voor de school is dat een groeiend deel van de leerkrachten die op de P. Oosterleeschool voor de klas staan, in dienst is van een uitzendbureau. Waar beschikbare docenten al een zeldzaamheid zijn, lijken docenten die in vaste dienst willen inmiddels een uitstervende soort. Wubben: ‘Uitzendbureaus bieden docenten allerlei lokkertjes zoals een laptop, of de mogelijkheid vrije dagen op te nemen buiten de schoolvakanties.’

Adjunct-directeur Bas Saraber staat noodgedwongen weer voor de klas. Beeld Freek van den Bergh

Inmiddels werken er vier leraren en een onderwijsassistent via een uitzendbureau op de Haagse school, op een totaal personeelsbestand van 47. De consequentie is dat een groeiend deel van het schoolbudget naar uitzendkrachten gaat. ‘Daar betaal ik gemiddeld anderhalf keer zoveel voor als voor een gewone docent’, zegt Wubben.

Wat ook niet helpt, tot slot, is dat de school in Moerwijk staat, een wijk met veel sociaaleconomische problemen. Voor Saraber en Wubben is dat reden om op de school te werken. Maar de Onderwijsinspectie verwacht dat scholen met een ‘uitdagende leerlingenpopulatie’ meer last krijgen van het lerarentekort, omdat leraren die de keuze hebben deze scholen liever overslaan. Nu al hoorde Wubben dat een leraar die had gesolliciteerd bij het schoolbestuur waar haar school onder valt, had laten weten niet op een multiculturele school te willen werken. ‘Het pijnlijke is: dat soort eisen kun je stellen, zo groot is het tekort.’

Terug in groep 8, zijn de leerlingen het erover eens dat ze het zielig vinden voor de leraren. ‘Ze moeten allemaal heel hard werken en ze krijgen zowat geen salaris’, zegt een jongen achterin de klas met gevoel voor drama. En het ergste is nog, zegt hij, ‘zij hebben óók kinderen, die kunnen ze nooit meer zien’. Adjunct-directeur Bas Saraber moet glimlachen bij zoveel medeleven. ‘Zo ver is het nog niet hoor. Ik ben ’s avonds gewoon thuis.’

Lapmiddel 1: Vierdaagse schoolweek

Het mag niet, maar als het lerarentekort te grote gaten in het rooster slaat, gaan veel scholen in Zaanstad over op een vierdaagse schoolweek. Dat hebben Zaan Primair en Agora, twee grote schoolbesturen in de omgeving van Zaandam vorige week besloten. In totaal gaat het om meer dan vijftig scholen.

‘Het is een noodmaatregel’, zegt Niko Persoon, bestuursvoorzitter van Zaan Primair. ‘Als er leraren uitvallen, proberen we het eerst op alle andere mogelijke manieren op te lossen. Mocht dat niet lukken dan gaan we over op de vierdaagse schoolweek.’ De scholengroep heeft het er het afgelopen jaar ‘noodgedwongen’ al op twee scholen mee geëxperimenteerd. Groep 7 en 8 kregen gedurende een paar maanden vier dagen per week extra lang les, de vijfde dag waren ze vrij. ‘Zo konden we leerkrachten vrijspelen voor andere klassen.’

Het besloot zorgde voor onrust onder de ouders, zegt Persoon. ‘Maar uiteindelijk hebben we hen daar kunnen overtuigen van de onontkoombaarheid van de maatregel.’ De buitenschoolse opvangpartners van de scholen zijn inmiddels betrokken bij het plan, zij kunnen leerlingen tegen betaling opvangen op hun vrije dag. Officieel mag het niet: leerlingen van groep 3 tot en met 8 moeten vijf dagen per week naar school. Persoon: ‘Als de overheid wil dat we vijf dagen per week lesgeven, moeten ze voor voldoende leraren zorgen.’ 

Lapmiddel 2: Gepensioneerde docenten

‘Hij is 74 jaar. Volledig bevoegd en bekwaam. En hij staat vier dagen per week bij ons voor de klas.’ Tja, veel andere mogelijkheden had directeur Gijs van Vark van basisschool De Rank in Veldhoven ook niet. De invalpool was nagenoeg leeg en hij wilde de klassen niet nodeloos opsplitsen of naar huis sturen. Gelukkig was er een ervaren pensionado die hem uit de brand wilde helpen.

Dat gaat prima, zegt Van Vark. Meester Jan is enthousiast, heeft nog voldoende energie. En de leerlingen vinden het wel prettig dat hij streng en duidelijk is. Maar ja, ideaal is het natuurlijk niet. ‘Rekensommen en grammatica legt hij prima uit. Maar de administratie in de computer? Dat heeft hij nooit gedaan. En dus schrijft hij alles op papier, waarna iemand anders het moet invoeren.’

Soms levert het ook grappige situaties op. Zoals vorige week, toen de leerkracht een zin van een leerling hoorde die weinig leerkrachten ooit zullen horen: ‘Meester, mijn opa heeft nog les van u gehad.’

Lapmiddel 3: Werven over de grens

‘Vijf of zes’ leerkrachten met een Belgisch paspoort hebben de basisscholen in Zeeuws-Vlaanderen de afgelopen maanden geworven, schat algemeen directeur Levien Hamelink van Probaz. Zijn scholenkoepel pakt samen met vier andere besturen in de regio het lerarentekort aan ‘zodat we niet elkaars vijvertje leegvissen’.

Daartoe richten ze de blik ook over de grens. Aanvankelijk een beetje via via, maar nu publiceren ze vacatures ook in Vlaamse huis-aan-huisbladen. En dat bevalt, zegt Hamelink. De docenten functioneren hier prima. ‘Nu gaan we kijken of we kunnen samenwerken met opleidingsinstituten in Vlaanderen. Zodat studenten misschien bij ons stage kunnen lopen.’

Veel problemen heeft deze ‘creatieve oplossing’ niet, zegt Hamelink. De leerkrachten beschikken grosso modo over dezelfde pedagogische en didactische kennis en de Vlaamse diploma’s worden hier gewoon erkend. ‘Het onderwijssysteem verschilt een beetje, maar ze passen zich snel aan.’

Meer Vlamingen dus? Daar hoeft Hamelink niet lang over na te denken. ‘We zouden er best nog tien à vijftien kunnen gebruiken, want er zijn nauwelijks invallers beschikbaar in de regio.’

Lapmiddel 4: Groep 6 en groep 8 krijgen samen les

Nee, die twee klassen zijn met respectievelijk vijftien en dertien leerlingen niet groot. Maar het was nooit de bedoeling om ze samen te voegen, zegt schoolleider Eva Naaijkens van de Alan Turingschool in Amsterdam. En toch gaat het nu gebeuren.

Een zwangere collega viel eerder uit. Er was niemand te vinden die haar plaats kon innemen. En daarom neemt een andere schoolleider de komende maanden op donderdag en vrijdag zowel groep 6 als groep 8 voor zijn rekening. Hij staat dan tijdelijk weer fulltime voor de klas – hij vangt ook al een ander zwangerschapsverlof op.

‘Het is verre van ideaal’, zegt Naaijkens. ‘Lesgeven is al complex, maar met twee verschillende klassen is het echt topsport. Gelukkig is Martin een ervaren leraar. Hij kan dat. Daarom doen we het nu liever zo dan dat we halsoverkop een slechte leraar aannemen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.