Een dijkje, wonderschoon van eenvoud

Het uitzicht over de viersprong van water is niet van deze tijd. De uren schuifelen er achter elkaar aan en Amsterdam lijkt ver weg....

WAT IK níet vergeten was: hoe ontwapenend mooi hij vooral in het middengedeelte is.

Wat ik wél vergeten was: hoe lang hij is.

Wat ik na jaren opnieuw aantref: café 't Sluisje op nummer 297, voorheen Amsterdams Koffiehuis, voorheen Veerhuis, voorheen Huis der Gemeente, voorheen Hof van Holland (waarmee we in 1792 zijn beland).

Wat ik na jaren niet meer aantref: de fameuze Duivekater van bakker Kroes op nummer 301.

De Nieuwendammerdijk is Amsterdams (sinds 1921), maar kronkelt door Noord en is dus eigenlijk helemaal niet zo Amsterdams. In alles is hier het Waterland voelbaar. In het riet, in de scheepstouwen, in de taal, in de houten huisjes, in de klokgevels. Dit is het land van zeevarenden, van boeren en tuinders. Het mondaine Amsterdam ligt achter het Vliegenbos, achter het IJ, achter de horizon. Daar stromen de dagen in ijltempo voorbij, hier schuifelen de uren achter elkaar aan.

Vanaf het terras van 't Sluisje is het uitzicht over de viersprong van water niet van deze tijd, maar negentiende-eeuws. De deinende masten, het hout, zwart als pek, van de sluisdeuren, de groene duiventil, het gele zonnelicht in het water, het meeuwengekrijs, de lucht die van zout doortrokken lijkt.

Ineens heet de Nieuwendammerdijk weer Waterlandse Zeedijk, net als vroeger.

Ineens is het vakantiedag.

Er zijn huisjes die neerhurken aan de straatkant en hun houten klokgevel naar voren buigen. Of hun puntgevel naar achteren neigen. Of zich moeizaam rechtop houden en pronken met de krullen aan hun windveren.

Er zijn huizen die een onmetelijke diepte moeten hebben. Die etagegewijs aan de achterkant van de dijk afdalen. Die zich aan de voorkant breeduit opdringen als om te benadrukken dat ze nog steeds een fortuin kosten. Die reders en welstand verraden, zoals De Halve Maen (nummer 202-204, uit 1909), waarop in steen Hudsons schip over de voorgevel zeilt, in 1609 op weg naar Amerika, of eigenlijk op weg naar Indië vía Amerika, en waarvan de dakkapel is afgebiesd met een rand kleurig stenen fruit.

Huizen waarop bekende Nederlanders als Ageeth Scherphuis en Ivo de Wijs afkwamen.

Poppenhuisjes staan er ook, waar ik, toch niet groot uitgevallen, met m'n hand in de dakgoot kan scharrelen. Erkers zijn beladen met zonnende poezen. In café Het Snorretje dampt de snert. Van een turnbrug (!) aan de rietkant is één legger gebroken.

Marten Toonders Rommeldam is het af en toe, méér dan Amsterdam.

Over een aantal muren dobberen witte zwanen op een blauw frontje en in uiteenlopende formaat. Om hun hals dragen ze een gouden kroontje, in juni 1816 namens koning Willem I door de Hoge Raad van Adel toegekend aan Nieuwendam. In heraldieke taal heet het lazuur, genebd en gehalsband. En ook nog gepoot van keel.

(Swaen is ook als woord op de gevel van nummer 221 te ontcijferen, waar voor het raam oude boeken staan zoals Het Toovervischje, en The Land of the Garden van Victoria Sackville-West. Binnen zie ik een man met bedaagde passen én met een boek op en neer lopen door de kamer. Misschien leest hij zichzelf hardop voor.)

Min of meer parallel aan het IJ loopt de Nieuwendammerdijk van de Meeuwenlaan in de richting van Schellingwoude. Dat traject werd op bevel van keizer Karel V al in de eerste helft van de zestiende eeuw uitgezet na een doorbraak van de Waterlandse Zeedijk. De aanleg van een nieuwe dam was meteen de aanzet tot het dijkdorp Nieuwendam, toen direct aan het IJ gelegen.

Nog heel wat dateert hier uit de zeventiende of achttiende eeuw. Het oudste huis gaat zelfs terug tot 1600, maar dat is aan de (stenen) buitenkant van nummer 323 niet meer af te zien. Het huis zit geklemd tussen aan de ene kant het voormalige stadhuis van Nieuwendam (321), aan de andere kant de tijdelijke dependance na de annexatie (325).

De inpoldering van de Nieuwendammerham in 1874 sneed de band met het IJ door, al zorgde het Zijkanaal naar Nieuwendam dat er niet van een totale verwijdering sprake was. Toen Amsterdam zich in 1921 over het dorp ontfermde, woonden er rond de 3500 mensen en bezat het wat in Amsterdam al eeuwen was afgebroken of verbrand: houten huizen.

Dat hout werd niet aangewend vanwege het pittoreske, maar puur uit financiële nood. Geld om in dit waterrijke gebied te heien was er niet, en bij de overstromingen waarop de regio was geabonneerd, ging aan een houten huis minder verloren dan aan een stenen. Een houten woning was ook sneller te repareren.

ER IS UIT 1889 de St. Augustinuskerk, waarvan de parochie teruggaat tot 1669. Er is uit 1935 de Noachkerk met een met koper beklede spits. Er is uit 1843, net om de hoek, aan het Meerpad, Amsterdams kleinste kerkje, eigendom van de Verenigde Doopsgezinde Gemeente. Er is uit 1880, net om de hoek, aan het Brede Kerkepad, de Nieuwendammerkerk met zadeldak.

En dan is er uit 1951 ook nog de kapel Op de dijk van de Evangelische Lutherse Gemeente, gehuisvest in een voormalige stempelfabriek, die nog van de vorige eeuw is.

Oud wordt soms nieuw, maar heet dan nog steeds Insulinde, zoals het ruim honderd jaar oude pakhuis, dat een jaar of zeven terug in appartementen werd opgesplitst.

Voor wie het wil weten: op nummer 260 werd Carry Tefsen geboren.

En in de volksmond heette het houten pandje op nummer 237 het huis van de Overhaal omdat daar vroeger de Waterlandse boeren met hun bootje en hun melkbussen via rails over de dijk werden gehaald. Vanzelfsprekend was er toen nog geen sluisje.

De lucht heeft nog steeds wat ziltigs. Harry Slinger zaagt met Ik verveel me zo in Amsterdam-Noord door mijn hoofd, en ik zie Noord-Amsterdammer Jan Donkers op het Nieuwendammerbootje zitten, samen met een buitenlandse vriendin. Ze varen door het Zijkanaal en naderen zijn geboortegrond. 'Aaah', zei mijn gezelschap en haar mond viel open, 'kijk nou eens'

Ik kijk met ze mee en zie net als Donkers in Zo dicht bij Amsterdam: 'Een dijkje, wonderschoon van eenvoud en landelijk evenwicht. Een rijtje huizen, klein en nederig, maar toch met de allure van een vervlogen eeuw.'

Daar voeg ik niets meer aan toe, behalve dat het Nieuwendammerbootje weer vanaf half april (op zondagochtend) vaart.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden