Een dijk van een liedje

Met Summertime bevat Gershwins opera Porgy and Bess, de komende weken te zien in Carré, een van de meest uitgevoerde liedjes aller tijden....

In het klassement van meest gecoverde liedjes, mocht dat bestaan, gooit Gershwins Summertime hoge ogen. Weinig repertoire, of het moet van The Beatles zijn, kent zulke uiteenlopende vertolkers, dwars door rangen en standen heen: The Doors, Kiri Te Kanawa, Sam Cooke, Rita Reys & Pim Jacobs, John Coltrane, Klaus Wunderlich en het Brodsky Quartet.

Die wildgroei aan uitvoeringen van Gershwins wiegeliedje uit de opera Porgy and Bess (1935) heeft er onder meer toe geleid dat menig hedendaagse jazzliefhebber in de veronderstelling verkeert dat het een liedje van Billie Holiday is (die er in de jaren dertig inderdaad vroeg bij was). Veel popluisteraars denken de oorsprong bij Janis Joplin te vinden.

‘De melodie is simpel’, zegt de zangeres Trijntje Oosterhuis, die in 2004 een Gershwin-project deed met het kamerorkest Amsterdam Sinfonietta en de jazzgroep The Houdini’s. ‘Die zing je zo na, ook als je geen zangeres bent.’ Waarmee niet gezegd is dat het geen dijk van een liedje is (‘Geraffineerd vakmanschap met een tijdloze tekst’), wat haar als zangeres vanzelfsprekend aanspoort. ‘Ik kan er alleen maar beter door worden.’ Voor Oosterhuis zit er ‘een soort verkapt advies’ in Summertime: ‘Het leven kan moeilijk zijn, dus wees op je hoede en maak er wat van.’

Hoe het in het Nederlands klinkt? Mierzoet, om te beginnen; met gitaargetokkel en een gladde vioolsolo. ‘Sluimer zacht/ ga maar zorgeloos dromen.’ Dat zong Sandra Reemer met haar piephoge meisjesstemmetje in 1963, toen ze een jaar of 12, 13 was.

Zo veel geschikt materiaal was er in die tijd niet voor een kindsterretje, zegt Reemer. ‘Het was best lastig, tekstmatig gezien.’ Want de liefde was taboe als onderwerp. ‘Dus huil maar niet, baby/ Sluimer zacht’, zoals de vertaling luidt (So hush little baby, don’t you cry) – zo’n zoet wiegeliedje, daar kon niemand aanstoot aan nemen.

Bij zangeres Pia Beck werd het in een soort van simultaan-vertaling aan de piano ‘Kraai niet zo’ in plaats van Don’t you cry. En: ‘O, wat heeft je pa een poen/ En je ma heeft die look ook’ (Your dad is rich/ and your ma is goodlooking). De lp heet Beck to the Fifties, op 24 oktober 1975 opgenomen in het Circustheater Scheveningen. ‘Tekstregie’ volgens de hoes: Seth Gaaikema, Jelle de Vries. Een Summertime in de categorie humor dus.

Een Friese is er ook, een instrumentaaltje van De Kast. En eentje voor kinderen, van Frank Groothof. Dé klassieker van Brainbox uit 1969 – gezongen door Kaz Lux, met Jan Akkerman op orgel en gitaar – is nog steeds goed voor een 333ste plaats in de Top 2000.

Henry Siero (46) uit Tilburg kent ze allemaal. Of kennen – hij heeft ze allemaal, en nog veel en veel meer. In nullen en enen op een harde schijf, voor zover hij niet de originele single, lp of cd bezit. Eigenlijk heeft hij die het liefst, met het originele hoesje eromheen. De FIOD-opsporingsambtenaar (afdeling digitaal rechercheren) maakt met vier Nederlanders, een Duitser, een Amerikaan, een Oostenrijker, een Rus, een Griek en een Italiaan deel uit van de Summertime Connection, een gezelschap dat verschillende uitvoeringen van Summertime verzamelt. De database maakt gebruik van een Nederlandse server; in Oostenrijk staat de back-up.

Vraag Siero – die klaarzit achter zijn laptop, een inplugbare platenspeler ernaast op tafel – naar een versie met didgeridoo, en hij komt na enig heen en weer scrollen op de proppen met een Summertime van A-42 Band, waarin een welluidende trombone de melodie inzet na een gorgelend intro van een didgeridoo. Een Japanse? Momentje. Die heeft de verzamelaar nog vers in het geheugen, die opname is pas toegevoegd. En ja hoor, daar klinkt de stem van ene Kimiko Ito al in de huiskamer.

Begin dit jaar is de verzameling de magische grens van 10.000 stuks gepasseerd. Twee maanden later zijn er alweer 200 bij gekomen, zo hard gaat het.

Onderscheid tussen goedbedoelde huisvlijt en anderszins amateuristisch gepiel en het echte werk van een Leontyne Price, een Billie Holiday, een Miles Davis of een Janis Joplin maakt het systeem niet. De kwantiteit telt voor de Summertime Connection, niet het soortelijk gewicht. Wat Siero best een beetje betreurt. ‘Karaoke-versies tellen voor mij eigenlijk niet mee’, zegt hij, terwijl hij Pia Beck weer terug in de hoes stopt.

En toch gaat het ook bij hem ‘niet puur om het liedje’. De mailcontacten die hij wereldwijd opdoet en onderhoudt tijdens de zoektocht, zijn hem minstens zoveel waard. Zo kwam hij via-via in Engeland terecht bij de muzikanten die de tune van de tv-serie Inspector Morse hebben ingespeeld; in een melige bui hadden die een nogal treurige Summertime opgenomen ‘met regengeluiden’. Ja, tuurlijk, het is een kick wanneer hij die versie dan aan de – besloten – collectie mag toevoegen.

De liefhebberij heeft zijn muzikale horizon verbreed. ‘Je gaat verder luisteren. Door dit liedje kom ik in aanraking met nieuwe genres. Jazz, blues, Afrikaans.’ Maar zijn persoonlijke favoriet blijft toch die van Brainbox, het singletje (‘de muziek uit mijn jeugd’) waarmee zijn collectie begon.

‘We hebben Summertime destijds opgenomen vanwege repertoiregebrek’, zegt Brainbox’ Kaz Lux (60), die nog steeds optreedt als zanger. ‘Iedereen in de band kende het, dus dat scheelde. De uitvoering van Billy Stewart met die spetterende vocalen was vooral bekend.’ Als 14-jarige schreef hij de tekst woord voor woord fonetisch op. ‘Welke versie dat was, weet ik niet meer. Ik had geen idee waar het liedje over ging. Je had nog geen internet, waar je alles kunt vinden. Je draaide een 45-toerenplaatje op 33 toeren af en dan schreef je mee.’

Eerlijk gezegd heeft Kaz Lux er niet altijd zin meer in. ‘Dat traag sleurende ritme van Brainbox, als je dat driehonderd keer hebt gedaan...’ De nieuwe versie van zijn bandje HotchPotch bevalt hem beter. Die is ‘gedragen, een beetje jazzy, zonder drums; als een ballad’. ‘Nu kan ik er weer leuk op inhaken, een beetje de acrobaat uithangen, van hoog naar laag. Dan is het circusmuziek.’

Lux: ‘Weet je, door het te zingen kun je bij de mensen het ijs breken. Dat raffinement moet je blijven gebruiken.’ Zijn favoriet? ‘Ik heb ooit een versie van bassist Richard Davis en drummer Elvis Jones gehoord. Die wijkt zo af van het origineel. Vond ik geweldig, heel vrijzinnig.’

Jimmy Tigges – publicist te Delft en dj met een voorliefde voor ‘marginale muziek’ – kan het achterstevoren zingen; quasi-Zweeds klinkt het dan. Met vriend Paul Groenendijk schreef hij in 1994 Summertime – Moed gevraagd bij de 834ste versie, een discografie van 1.206 uitvoeringen. Zelfs Bill Clinton wordt erin vermeld, in zijn hoedanigheid als tenorsaxofonist; maar van een officiële uitgave van diens optreden in een Tsjechische jazzclub (drums: Vaclav Havel) was toen nog geen sprake. Intussen heeft Tigges mooi wel The Pres Blows op cd in zijn collectie, genummerd pres001, met dank aan familieconnecties in Washington DC.

Tigges en Groenendijk vormen met z’n tweeën een eigen Summertime-genootschapje, dat tegenwoordig een beetje op de sluimerstand staat. Hoewel, laatst kwam Groenendijk nog terug uit Amerika met nieuwe oogst, waaronder een Summertime van Liberace. ‘Prachtig!’

Van een afstandje beziet Tigges de digitale aanpak en voortvarendheid van de Summertime Connection met ontzag – en twijfel. ‘Dat is bijna niet meer te bevatten, zo’n lange lijst. Ik weet het niet hoor. Tegenwoordig kan iedereen iets opnemen op mp3 of een filmpje op YouTube zetten. Ik vind het juist leuk dat een verzameling nooit compleet is.’

Tigges verzamelt ook voetbal- en schaatsmuziek, liedjes over het koningshuis en liedjes met Jimmy erin, zijn eigen voornaam. ‘Als je naar een voetballiedje zoekt, vind je een Summertime. En als je iets met het koningshuis wilt, ga je naar huis met een schaatsliedje. Zo werkt het.’

Lyrisch kan hij worden over ‘het prachtige domein van de muzak’, dat dankzij Summertime voor hem is ontsloten. Die hoezen! ‘Trouwens, wat een ontdekking was... Ik heb een versie van James Last, die is echt heel goed.’

Wat dat nou is met dat liedje, waardoor het die enorme reikwijdte heeft? ‘Ik ben geen muzikant’, zegt Tigges, ‘maar het zit kennelijk zo in elkaar dat je er heel veel kanten mee op kunt. Ik ken uitgesproken melancholieke versies en heel vrolijke. Dat is minder bij Yesterday en My funny Valentine, die ook talloze malen zijn gecoverd. Of je het nu hoort van R.E.M., uitgevoerd door een soulzanger of door een klassiek geschoolde violist: het blijft overeind.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden