Een diepe, zwarte woede en een groot vleesmes

Hij denkt aan zijn vrouw en haar minnaar. Agressie welt op. 'Jij gaat mijn pijn voelen', denkt hij. Het verhaal van Richard, zijn pillen, en hoe hij compleet veranderde.

Het is begin februari als Richard een dikke zwarte jas aantrekt. Op zijn hoofd zet hij een zwarte muts. Hij loopt naar de keuken en trekt het grootste vleesmes uit het blok dat hij kan vinden.


'Ik was zó rustig', zegt hij terugkijkend. 'Zo kalm. Zo koel.'


Zonder aarzelen legt hij het mes in de kofferbak van zijn auto. Niet veel later rijdt hij naar het dorp waarvan hij denkt dat zijn vrouw er die avond is. Samen met de man met wie ze vreemdgaat.


Een paar maanden eerder biechtte ze het op. 'We waren nog geen drie maanden getrouwd, toen ze op een avond de kamer binnenkwam en zei: ik moet je wat vertellen, ik heb een relatie met mijn baas. Ik was van de kaart. Ik was idolaat van haar. Ineens zag ik met terugwerkende kracht dingen die niet klopten.'


Daarom is hij op deze februari-avond op weg naar het dorp. Gejaagd loopt hij door het kleine uitgaanscentrum. Met het vleesmes van 30 centimeter in zijn binnenzak loopt hij elke kroeg, elk hotel en elke eettent binnen. Van zeven tot half elf in de avond. Urenlang struint hij alles af.


De hele avond spoken maar een paar gedachten door zijn hoofd.


Ik maak je dood.


Ik steek je overhoop.


Jij gaat mijn pijn voelen.


Het verhaal van Richard gaat over zes weken uit zijn leven. Zes lange weken - vierenveertig dagen, om precies te zijn - waarin hij voor het eerst van zijn leven een antidepressivum slikt: paroxetine.


Wat hij dan nog niet weet, is dat dit antidepressivum in toenemende mate in verband wordt gebracht met onverwacht extreem agressief gedrag. In de Verenigde Staten worden moorden waarvan wordt vermoed dat antidepressiva van invloed waren op de daad, omschreven als 'Prozac killings'. Ook in Nederland oordeelde de rechter in enkele strafzaken dat de paroxetine die de dader slikte, een rol speelde.


In het leven van Richard, coördinator bij een internetbedrijf, zijn verschillende dingen misgegaan. Zo heeft hij nog steeds last van de moeizame scheiding van zijn eerste vrouw, met wie hij 25 jaar samen was. Ook is zijn 16-jarige zoon aan het ontsporen: de jongen heeft verkeerde vrienden en gedraagt zich onhandelbaar.


'Op een ochtend werd ik wakker en kon ik niks meer', zegt Richard. 'Alle spanning van de afgelopen jaren kwam eruit. Ik heb drie weken lang alleen maar geslapen. Overdag zat ik op de bank, ik viel in slaap, ik at wat, en dan viel ik weer in slaap. Net toen ik een beetje overeind begon te krabbelen, vertelde mijn tweede vrouw na drie maanden huwelijk dat ze een ander had.'


'Ik was lamgeslagen. Ik voelde me verdrietig. Depressief. Tegen de huisarts zei ik: ik heb hulp nodig, het gaat niet goed. Hij schreef me oxazepam voor, een kalmeringsmiddel.' Even is er hoop dat het goed komt, maar op oudjaarsavond meldt zijn vrouw hem dat ze wil scheiden.


Richard vraagt de huisarts een hogere dosis, maar die schrijft hem paroxetine voor. Vierenveertig stuks, één pil per dag. Half januari 2014 begint hij het antidepressivum te slikken.


Op zijn telefoon houdt hij een dagboek bij. 'Ik denk dat ik ongeveer alle bijwerkingen heb die er zijn', schrijft hij. 'Zweetaanvallen, geen erectie, jeuk, vermoeidheid, gewichtsverlies, hartkloppingen. 's Nachts moet ik een handdoek in mijn bed leggen omdat ik zo zweet. Ik ben 12 kilo afgevallen. Ik voel me suf, lusteloos en slaperig.'


Maar er is ook iets anders. 'Ik had een heel donker, zwart gevoel - iets wat ik nog nooit eerder zo had gevoeld. Een diepe haat, diepe woede. Als ik die man voor mijn ogen haalde, dacht ik: dit doe je me niet aan, je hebt me zo vernederd, zoveel pijn gedaan - jij klootzak, ik schiet je dood.


'De normale reactie bij woede is: je pompt jezelf op, je explodeert en dan is het weg. Bij mij ging het anders: ik explodeerde niet, maar werd doodkalm. Berekenend. En ik ging handelen. Ik durfde de grens over te gaan. Het interesseerde me niets meer. Mijn geweten was uitgeschakeld. Het was pieken, kalm worden en gaan.'


Op de avond dat hij met het vleesmes naar zijn vrouw en haar vriend zoekt, belt een vriendin. Het is half elf 's avonds.


'Waar ben je', vraagt ze.


'Wat maakt dat uit?'


'Je bent niet thuis', zegt ze. 'Wat ben je aan het doen?'


'Ik steek hem overhoop, ik maak hem af. Ik maak hem echt dood.'


'Dat doe je niet', zegt de vriendin. 'Blijf aan de telefoon.'


Ze praat op hem in, net zolang totdat hij in zijn auto stapt. Continu blijft ze met hem aan de telefoon, totdat hij voor zijn huis staat. 'Toen werd ik rustiger. Mijn oudste dochter is die avond bij me gekomen.'


Vanaf het incident met het mes staat hij onder 'controle' van zijn kinderen, zijn ouders, de vriendin, zijn ex-vrouw. Iedereen maakt zich zorgen: zo kennen ze hem niet, dit soort gedrag heeft hij nooit vertoond. Ze besluiten een telefonisch netwerk om hem heen op te zetten en installeren een app op zijn telefoon waarmee ze kunnen nagaan waar hij zich bevindt.


Hij reageert onaangedaan. 'Luister goed', zegt hij tegen hen. 'Jullie kunnen wel tegen me aan praten, maar ik heb niks te verliezen. Als ik dit heb gedaan, ga ik gewoon lekker twee jaar zitten. Dan heb ik mijn water, mijn brood en een dak boven mijn hoofd.'


Hij krijgt dromen. 'Daarin voerde ik uit wat ik van plan was. Het werd steeds heftiger. Ik zag ze voor me. En dan ging het verder. Ik liep recht op ze af, praatte niet, zag de verbazing in hun ogen. En dan schoot ik ze neer. Vervolgens reed ik weg. Ik droomde zelfs dat ik naar het politiebureau reed en mezelf aangaf.'


'Ik besprak dat met de psycholoog die me behandelde. Ook zij schrok. Ik bén gewoon niet zo. Ik ben 45, vanaf mijn 17de ben ik een brave huisvader geweest. Eigenlijk ben ik een doorsnee Nederlander. Ik heb drie kinderen en een kleinkind. Normaal gewerkt, altijd netjes mijn brood verdiend, nooit met de politie in aanraking geweest, nooit iemand geslagen. Natuurlijk heb ik weleens ruzie gehad, maar deze diepe, zwarte woede had ik nog nooit gevoeld.'


De gedachten laten hem niet los. 'Als ik ze had gevonden, had ik het gedaan', zegt hij. 'Ik had het idee dat ik alles kwijt was: ik was mijn zoon aan het verliezen aan foute vrienden, ik dreigde mijn huis kwijt te raken en mijn contract liep af. Al die financiële ellende - wat had ik nog voor een leven?'


Hij begint te plannen. Steeds vaker denkt hij aan het moment dat hij voor ze zal staan. Hij rijdt naar hun bedrijf en gaat staan wachten. 'Ik wist precies hoe het eruitzag, welke obstakels er stonden en hoe ik me zou kunnen verschuilen.' Ook volgt hij de man in zijn auto tot hij precies weet waar hij woont.


'Moet je een foto van zijn huis hebben?', mailt hij zijn vrouw. 'Ze mailde terug dat ik haar nu wel heel erg bang maakte. Ik mailde: misschien moet je dat ook wel zijn; blijf maar op afstand, want het gaat niet goed.'


Een keer bellen twee agenten aan als hij later dan verwacht thuiskomt. 'Mijn vader had de politie gebeld. Nog diezelfde avond stonden ze voor mijn deur. Ze vroegen wat ik van plan was. Aan het eind keek een agent me indringend aan. Hij zei: ga je geen gekke dingen doen?'


Als hij over zichzelf praat, heeft Richard het gevoel dat hij praat over een film. Het is alsof hij is veranderd in iemand die hij achteraf gezien alleen nog uit de verte kent. Iemand bij wie hij zich weinig kan voorstellen. 'Als ik mijn verhaal vertel, denk ik steeds: wat is dit ráár, dit ben ik niet.'


Op een avond gaat hij opnieuw op pad met het vleesmes. In het donker staat hij achter een container, met uitzicht op het bedrijf van zijn vrouw. 'Ik wist waar ze naartoe moesten. Het was wachten op het moment dat de kans zich voordeed.'


Opnieuw dreunt de zin door zijn hoofd: jij gaat mijn pijn voelen, jij gaat voelen wat je mij hebt aangedaan.


Het stel komt naar buiten. 'Ik stond klaar, op tien meter van ze af.' Maar als de twee naar hun auto lopen, blijft Richard staan. Als aan de grond genageld staat hij achter de container. 'Ik heb het niet gedaan en ik weet niet waarom. Ik dacht: verdomme, het is echt wat hier gebeurt. Ik zag ze wegrijden. Huilend heb ik een vriendin gebeld en uitgelegd wat ik aan het doen was.'


Al die tijd blijft hij paroxetine slikken, zonder zich af te vragen of dit mogelijk met zijn gedrag te maken heeft.


Niet veel later zit hij thuis aan tafel met een vriend, een man uit de beveiliging. 'Ik was erg down. Ik zei: ik wil een vuurwapen van je hebben. Hij keek me aan en zei: Richard, dat gaan we niet doen. Ik zei: ik wil verdomme gewoon een vuurwapen. Maar hij hield voet bij stuk. Hij heeft me vastgepakt en me rustig gekregen. En hij heeft het me nooit kwalijk genomen.'


De incidenten blijven zich opstapelen. Op een zaterdag belt Richards zoon, in de problemen: twee mannen staan voor de deur en dreigen de ramen in te gooien.


Plankgas rijdt hij naar hem toe. 'Onderweg heb ik de politie gebeld en gezegd dat ik niet zeker wist of ik het netjes kon afhandelen. Toen ik aankwam, sloeg ik een van die jongens meteen op zijn kop. Ik ging er vol op. Het gekke was: ik voelde er niks bij. '


De maandag erop moet hij eigenlijk naar de afspraak met zijn psychotherapeut. Als hij in de auto stapt, ligt het mes opnieuw in de kofferbak.


Als hij op de snelweg rijdt, belt de moeder van zijn kinderen. Ze heeft gezien dat hij de app heeft uitgezet waarmee ze hem kan volgen.


'Waar ga je naartoe?', vraagt ze achterdochtig.


'Maakt niet uit', zegt hij, 'wat je niet weet kun je ook niet verraden.'


'Het is niet goed, hè?', zegt ze.


'Joh, laat me', zegt hij.


'Denk na wat je doet', zegt zijn ex. 'Je raakt mij kwijt, je raakt je kinderen kwijt, je raakt alles kwijt.'


Zodra hij 'kinderen' hoort begint hij te twijfelen. Hij rijdt van de snelweg af, stopt op een parkeerplaats en rookt een sigaret. Daarna rijdt hij alsnog naar de psychotherapeut.


'Daar heb ik het hele verhaal verteld. In eerste instantie zei de psychotherapeut: ik kan jou niet helpen, jij bent nu echt een moord aan het plannen. Ze zei dat ze aangifte moest doen, omdat ze het idee had dat ze me niet meer kon tegenhouden.'


Ze roept de psychiater erbij. 'Die vroeg: wat voor medicatie gebruik jij eigenlijk? Ik liet het stripje paroxetine zien dat ik in mijn zak had zitten. Hij zei: meteen stoppen, dat is de oorzaak van jouw gedrag.


'Ik was verbijsterd. Tijdens het gesprek zei de psychiater dat hij geen psychopaat voor zich zag. Hij zei: ik zie iemand voor me die in een bepaalde toestand verkeert. Die dag heb ik uren daar gezeten. Het was zo'n opluchting voor me om dit te horen. Ik dacht: o, zie je wel, ik word niet gek.'


Inmiddels is hij een maand zonder antidepressiva. 'Het gaat steeds beter met me', zegt Richard. 'Eerlijk gezegd kan ik het gevoel van toen nauwelijks meer oproepen. Ik heb het idee dat ik praat over iemand anders. Dit was ik niet. Je kunt je natuurlijk afvragen waar de pil ophoudt en waar de mens begint. Ik handelde gedeeltelijk bewust, maar wel onder invloed van die paroxetine. Ik ben heel dankbaar dat ik mensen om me heen had die me zo scherp in de gaten hielden.


'Ik vertel dit verhaal omdat ik wil waarschuwen wat er met je kan gebeuren. In die roes kun je gewoon handelen, de vreselijkste dingen doen. Ik was zo onverschillig, het maakte me allemaal niets uit. Ik dacht alleen maar aan mijn eigen ding. Dat was echt heel gevaarlijk.


'Als ik maar één iemand hiermee kan helpen, zou het voor mij al genoeg zijn. Ik heb mijn vrouw, van wie ik binnenkort ga scheiden, alles verteld en mijn excuses gemaakt. Ze schrok heel erg, maar ze wist ook dat ik normaal niet zo ben. Ze heeft geen aangifte gedaan. Ik zou best een test willen doen om te bewijzen dat ik zo reageer op die medicijnen. Maar dan wel in een gecontroleerde omgeving. Ik wil nooit meer terechtkomen in zo'n donkere wereld.'


Om privacyredenen blijft Richards achternaam onvermeld.


RICHARDS VERHAAL BEVESTIGD

Richards verhaal wordt bevestigd door de klinisch psycholoog en de psychiater. Zijn ex-vrouw, met wie hij 25 jaar getrouwd was, stelt dat hij eerder nooit gewelddadig was en geen strafblad heeft.

Klinisch psycholoog Susanne Dalmeijer van Vitaalpunt: 'Wij maakten kennis met Richard toen hij nog geen paroxetine slikte. Hij was toen helder en bekwaam van geest. Hij was boos over wat er was voorgevallen, maar dat was hanteerbaar. Het escaleerde niet. In de loop van de behandeling zagen we dat hij agressief werd, nadat hij paroxetine was gaan slikken. De psychiater suggereerde later dat de agressie daarvan kwam en dat hij acuut moest stoppen. Nu zien we nauwelijks boosheid of agressie meer. Mijn hypothese is dat mensen vanuit hun biologische aanleg en temperament meer of minder gevoelig kunnen zijn voor agressieve neigingen, en dat omstandigheden en psychofarmaca dit kunnen versterken. Bij Richard lijkt dit het geval te zijn geweest.'

Er is nog geen hard bewijs voor het verband tussen psychofarmaca en agressie, maar onderzoekers zien hier steeds meer aanwijzingen voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden