Een didj laat zich niet temmen

HET NOORDOOSTEN van Australië is een paar honderd jaar geleden door een stelletje nieuwkomers van de andere kant van de wereld ingepikt en omgedoopt tot Arnhem Land zonder de bewoners die er al veertigduizend jaar woonden, iets te vragen....

Dat proces wordt letterlijk en figuurlijk begeleid door een instrument van de Yolngu: uit hun midden komt de yidaki, oftewel de didjeridu (in de wandeling 'didj'). Dit ongeveer 1,3 tot 1,5 meter lange blaasinstrument heeft in de jaren negentig de boemerang en de kangoeroe verslagen als nationaal symbool van Australië. De overheid doet er van alles aan om de aborigines te promoveren tot integraal deel van de Australische maatschappij. In de langlopende populaire tv-serie Flying Doctors wordt die politiek op sympathieke en onnadrukkelijke wijze weerspiegeld. De didj oversteeg zijn etnische afkomst net zoals de jazz dat in Amerika heeft gedaan. Dat heeft zijn prijs.

Aan de didj worden rustgevende en zelfs genezende krachten toegeschreven. Het is dan ook niet toevallig dat hij sinds de jaren zestig een plaats heeft veroverd in de New Age en ambient music. Dit circuit biedt een ruime keus aan cd's met didj-muziek. Didj-lectuur oversteeg tot voor kort nauwelijks het niveau van een toeristenfolder. Daar maakt de uitstekend gedocumenteerde bundel The Didjeridu: From Arnhem Land to Internet een eind aan. Het voorwoord werd verzorgd door Mandawuy Yunupingu van het Yolngu volk, die in 1993 Australiër van het Jaar was.

Hij is muzikant in de groep Yothu Yindi, ook in Nederland geen onbekende. Van hem is de uitspraak dat de didjeridu een instrument is in het genezingsproces van de Yolngu en andere aborigines-volkeren enerzijds en de Balanda anderzijds.

Mandawuy draait er niet omheen: 'Mijn volk snapt dat de didjeridu een Australisch symbool is geworden en weet dat vreemde volken hem gebruiken in een context van ontspanning en vermaak. Maar pas op! Zijn oorsprong is heilig en alleen Yolngu mannen kennen zijn geheimen. Die kunnen we in dit boek natuurlijk niet vertellen'

De nep-didjeridu - van pvc-buis of machinaal uitgeholde stukken rondhout, die vooral in Amerika worden gemaakt en grif van de hand gaan - heeft natuurlijk niets met de echte te maken. De echte didj wordt gevonden. De wortels van bepaalde bomen (Stringy Bark, Woollybutt, Bloodwood) zijn favoriet bij termieten. Ze vreten de binnenkant van de stronken op en laten een fijnmazig web van tunneltjes en gangetjes achter.

Een op die manier uitgeholde boomwortel is een potentiële didjeridu. Wilde honingbijen verraden met hun akoestisch versterkte gezoem de aanwezigheid ervan. Met wat hakken, schaven, poetsen en magisch-decoratief snijwerk, begint het muzikale bestaan van de stronk. Didjeridu spelen is ontzettend moeilijk. Je blaast zonder hulpmiddelen als mondstukken en rietjes in een holle buis en het duurt jaren voor de didjeridu en zijn bespeler een optimaal resultaat bereiken.

De didj is in zijn traditionele omgeving taboe voor vrouwen. De associatie met het mannelijk geslachtsdeel is daarvoor verantwoordelijk. Dat pikken de westerlingen die van de didj houden, niet. Op Internet ontstond een levendige discussie over de vraag waarom vrouwen heden ten dage de didj niet zouden mogen bespelen. Iedereen was ervoor dat westerse vrouwen het wel zouden moeten kunnen doen als ze daar voor voelden. De discussie wordt in het boek weergegeven en is slechts een aspect van de kolonisatie van de didj.

Producers en muzikanten die het instrument vanwege zijn prachtige klank willen gebruiken, passen het geluid van de didj aan door hem te stemmen in een grondtoon. Maar de didj laat zich niet temmen. Juist zijn dreunende geluid, dwars door alle harmonieën heen, heeft een soort ankerfunctie in de muziek. Geoefende spelers gebruiken de techniek van de circulerende ademhaling (lucht vasthouden in de wangen, deze vervolgens door de mond uitblazen in de didj en tegelijkertijd met de neus inademen) om een ononderbroken geluid voort te brengen. Ritmisch is de didj logger dan andere blaasinstrumenten, maar het effect is betoverend.

De didjeridu is, als door de natuur geschonken muziekinstrument, een ideaal symbool van verbroedering. De auteurs hebben de breekbaarheid van de nieuwe etnische relaties niet over het hoofd gezien. Onder aborigines gaan stemmen op om de eigen cultuur voortaan ook zelf te bestuderen en vast te leggen: ze zijn nu lang genoeg op hun vingers gekeken door antropologen en etnomusicologen.

Dat die laatsten de didj in de westerse cultuur hebben geïntroduceerd, is echter niet meer terug te draaien. Op het Glastonbury Festival werd in 1992 een record gevestigd van 152 didj-muzikanten, die simultaan in actie kwamen - voor de Yolngu een nachtmerrie. Bij hen mag de didj alleen maar solo klinken.

De inheemse didj-speler Kev Carmody, gevraagd naar hinderlijke ervaringen tijdens optredens in Europa en Amerika, gaf een voorbeeld uit, toevallig, Nederland. Opeens waren er na zijn optreden zes kerels het podium opgesprongen die op didj-achtige instrumenten gingen blazen, allemaal tegelijk, allemaal door elkaar heen. Ze vroegen of Kev mee wilde doen en uit beleefdheid wilde hij niet weigeren, maar het zit hem jaren later nog dwars. Een echte didj-speler heeft respect voor de cultuur van de aborigines, ook al is de didj van iedereen geworden.

Lutgard Mutsaers

Karl Neuenfeldt (editor): The Didjeridu: From Arnhem Land to Internet.

John Libbey & Company, Sydney; 184 pagina's; ongeveer ¿ 55,-.

ISBN 1 86462 004 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden