Een dichtslaand luik als leitmotiv

Het danspaar Floor Scholten en Steven Mugnier moest opdraven om naakt over het podium te rennen in de slotsc. Voor Scholten was ook een filmrol weggelegd....

Onder hoge druk kwamen alle elementen van deze 'opera over de geboorte van de opera' uit de espressomachine van Luca Francesconi bij elkaar. Met zijn multimediavoorstelling gaf Francesconi een spectaculair startschot voor de zes premis die het Holland Festival presenteert. Na afloop balde de componist zijn vuisten van vreugde en schudde ze als een voetballer boven zijn hoofd.

Een toekomstige reprise van deze fascinerende samenballing van live elektronica, live muziek, video en een steeds dieper uitdijend toneelbeeld, lijkt nu al gerechtvaardigd.

De Italiaanse dichter, acteur en schrijver Vittorio Sermonti (75) tekent voor een glashelder libretto. Zowel Sermonti, Francesconi als de sopraan Alda Caiello waren ooit dienaren van de componist Luciano Berio, die vorig jaar overleed. Mede gevoed door componisten als Stockhausen rekt Francesconi Berio's vocale en elektronische experimenten verder op.

Een loepzuivere noot van de sopraan suist versterkt door de ruimte, verlengd met elektronica. Met luit en ganzenveer zit Gesualdo hoog tegen het dak. Prevelend levert hij commentaar op zijn eigen componeren. Zijn inktnatte noten komen tot leven in het vierkoppige Hilliard Ensemble, dat ook een vertellende rol heeft en drager is van de vox populi.

Roddelend Napels krijgt een equivalent in de klarinet. Een leitmotiv is het gesampelde geluid van een dichtslaand luik, dat uit luidsprekers dreunt. Koperblazers staan eerst achter het publiek om tot slot meters diep op het podium te eindigen.

Via een monitor leidt de Vlaamse dirigent Etienne Siebens strijkers en blazers, verstopt achter een zwart doek. Dankzij de effectieve klankregie bevinden geluiden zich net zo dichtbij als de naakte huid van Maria op het gaasdoek.

De verboden liefde van Maria voor een sluwe hertog is een metafoor voor verboden klanken. Gesualdo's broeierige madrigalen barsten uit de broek van de chromatiek, maar de poort naar de opera blijft voor hem gesloten. Carlo Gesualdo, met aristocratische elegantie vertolkt door bariton Davide Damiani, vertelt hoe de schoonheid van zijn nicht Maria hem als jongen bewoog 'de onverwachte scepter met sidderende handen in eenzaamheid' te laten 'wenen'. Zijn adviseur, het mismaakte kapelaantje, giftig vertolkt door de Duitse tenor Eberhard Francesco Lorenz, benoemt dit masturberen als 'prima prattica'.

Wanneer zijn jongensbegeerte verdwijnt in 'de beerput' van Maria's vulva, voelt Carlo schaamte: 'wil ze mij naarbinnen zuigen, die obscene bacchante?' De liefde met een vrouw is dan ook moeilijker te ondergaan, doceert het kapelaantje.

Door die ervaring 'prattica seconda' te noemen, verwijst hij naar de muzikaal zo potente nieuwe stijl waarmee Monteverdi de geboorte van de opera inluidde.

Terwijl Gesualdo van een e een emaakt, al is het dan 'tegen de regels' van 1594, doet Francesconi een overtuigende poging de muzikale regels van deze tijd te overschrijden. Met zijn fluitje opent de minnaar zo niet alleen het venster van Maria, maar ook het raam naar muzikale vernieuwing. De LAT-relatie tussen oude muziek en nieuwe muziek heeft zijn vruchtbaarheid weer eens bewezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden