'Een dichter heeft geen tijd voor poëzie'

Zijn verzamelde gedichten, Eeuwige Vlam (Nijgh & Van Ditmar, euro 30,-), verschijnen volgende week. Vanaf 24 mei is er een tentoonstelling in het Letterkundig Museum over zijn leven en werk, begeleid door een Schrijversprentenboek plus dvd met fragmenten en documentaires die hij voor de VPRO maakte: Tegen alle bloedvergieten en...

D>e afgelopen tijd heeft hij alles weer aan zich voorbij zien trekken, toen hij de drukproeven doornam van alle gedichten die hij tussen 1958 en 2003 schreef (ruim vijfhonderd pagina's, inclusief de gloednieuwe cycli 'Citadel' en 'Uit het Halogeen'), en van het aan hem gewijde Schrijversprentenboek. Een eigenaardige ervaring voor iemand die er niet op is gebouwd om op zijn lauweren te gaan rusten.

De uitgebreide biografische schets van de hand van zijn aloude vriend Hans Sleutelaar dompelde hem echter weer in het verleden: de jeugdjaren in Vlissingen, waar hij aan de Boulevard Evertsen zijn eerste gedichten schreef. Het Gymnasium Haganum, waar hij in 1951 met klasgenoot Louis Andriessen een krantje maakte in één exemplaar. Zijn romantische en gedreven werk in de vermaarde bundels Rozen & Motoren (1963), Sterren Cirkels Bellen (1968), en Duizenden Zonsondergangen (1971).

De drank en de drugs. Het huwelijk met zijn muze Conny Tavenier, die psychotisch werd en in 1986 een eind aan haar leven maakte; veertien jaar nadat ze uit elkaar waren gegaan, al zijn ze nooit gescheiden. Zijn werk voor de Haagse Post en de VPRO (het programma Hoepla, Het Gat van Nederland, de talkshow Verhagen-Cadabra, talloze documentaires), voor de tijdschriften gard sivik en De Nieuwe Stijl, de sombere dichtbundel Kouwe Voeten (1983) die opvallend matig werd ontvangen, waarna Verhagen begon te schilderen (en zijn haar ook meteen een verfje gaf - momenteel is zijn coupe geel met zwart), tot een nieuwe dichtexplosie zich aandiende die nog steeds voortduurt en die heeft geleid tot wervelende bundels die hem de lof van een nieuwe generatie critici bezorgden: Autoriteit van de Emotie (1992), Echoput & Luchtkasteel (1995), Triomfantelijke Wandelingen (2000), Quasi-kamikaze (2002).

Plechtstatigheid en humor, gedragen romantiek en verrassende one-liners waarvan het ene woord het volgende beeld uitlokt, wisselen elkaar af in een opzwepend ritme. Hans Verhagen is alweer tien jaar helemaal terug. Van nooit weggeweest, zo bewijzen de verzamelbundel en het prentenboek dat hoort bij de tentoonstelling die Wim Crouwel inricht in het Haagse Letterkundig Museum.

Vanuit zijn woning kijkt hij op het gewemel van toerist, allo- en autochtoon rond het Centraal Station in Amsterdam. Binnenskamers gebeurt minstens zoveel. Hans Verhagen zit nooit stil. 'Ik heb geschreven: ''Schreeuw van een vlinder tegen de wereld'', als een soort conclusie aan het eind van een strofe. Dan kun je de kritiek krijgen dat je een aansteller bent, want vlinders schreeuwen niet. Terwijl het toch een aardige regel is. Er zijn liefhebbers die mijn werk uit de jaren zestig waarderen, die onderkoelde dingen als uit de cyclus 'Cocon': ''Lang is in wezen te/ kort,/ breed te/ smal.// Later past het.'' Die fans kunnen rabiate tegenstanders worden, als blijkt dat je in de loop der jaren verandert, en regels schrijft als: ''(B)espaar me dus uw te persoonlijke aanhankelijkheid-/ een dichter heeft geen tijd voor poëzie./ Bovendien, ik ben je moeder niet'', uit Autoriteit van de Emotie.

'Er is wel beweerd dat mijn gedichten soms voorspellend lijken. Voor Johnny van Doorn schreef ik 'Lied van de noorderzon', en vlak daarna wordt hij ziek en overlijdt. In de cyclus 'De Begoocheling' schreef ik over Conny: ''O, we schenen eeuwig samen in mijn waan,/ maar in de sijpelende straten van de stad/ verging die schijn; zij ijlde heen,/ en ik ben dichter bij de waan/ die mij ter wereld bracht'', lang voordat ze inderdaad onbereikbaar werd. Ik leefde toen nog met haar, en wilde niet tot me laten doordringen wat er eigenlijk stond. Het is ''poëzie als een voorspellende echo'', een regel die ik nota bene als dromerige blaag schreef in Rozen & Motoren, maar die geldigheid heeft behouden.

'Poëzie is een medium waarlangs je te voorschijn kunt roepen wat kennelijk in je verscholen zit. En poëzie is niet commercieel interessant, wat als voordeel heeft dat het niet overwoekerd kan worden door allerlei flauwekul. De popmuziekwereld is een modieus gekkenhuis geworden, niet zo'n toffe kracht meer als toen ik met de zanger Wally Tax avonden lang lp's ging luisteren van onontdekte bandjes. De massa wierp zich daar toen nog niet op. Hypes bestonden niet.

'Boven mijn moeders bed hing die tekst van Guido Gezelle: ''Mij spreekt de blomme een tale''. Zij hield van poëzie, en waardeerde het dat ik me daar fanatiek mee bezighield. Mijn vader achtte het ''energie een betere zaak waardig''. De echte inspiratiebron waren de bevrijdende gedichten van Lucebert en de andere Vijftigers, hoewel ik me ook verdiepte in Adriaan Roland Holst, wiens 'Een winter aan zee' ik nog steeds heel mooi vind.

'Wil je een Gauloise? Hermans rookte daar drie pakjes per dag van, hield ermee op, en een jaar later was-ie dood. Stoppen is niet zo verstandig, volgens mij - zelf een matig roker, ik vergeet het weleens bijna een dag. Hij sliep ook weinig, die gozer. Anyway, waar waren we gebleven.

'Na Duizenden Zonsondergangen uit 1971 heb ik twaalf jaar gezwegen als dichter, omdat in die tijd het gelazer met Conny begon. Ik had geen tijd voor bezinning, die nodig is voor het dichten. Die privé-rampspoed was een kwestie van overleven, zorgen dat je er zelf niet aan onderdoor ging. Na Kouwe Voeten uit 1983, die grotendeels over die droevige tijd gaat, kwam er weer een pauze van negen jaar. Die bundel werd ineens zeer kritisch ontvangen.

'In Vrij Nederland schreef Rob Schouten een stuk waarvan ik aanvankelijk dacht dat het een Propria Cures-achtige persiflage was. Hij verweet me dat ik iets beweerde in de ene regel, om dat in de volgende terug te nemen. Alsof het daardoor geen nut had. Voor hem moet poëzie kennelijk nut hebben, de dichter moet bij een doel uitkomen. Zo'n attitude staat ver van me af. Poëzie dient geen doel, is geen middel. Het is zélf iets. Gedichten gáán niet zozeer ergens over, ze zijn de gebeurtenis zelf. Heel erg is de bekende interviewvraag: kun je het met je eigen woorden vertellen? Gesteld naar aanleiding van een gedicht - dat je met niets anders dan je eigen woorden hebt geschreven!

'Niet dat ik niks ben gaan doen na Kouwe Voeten, maar van dichten had ik even mijn bekomst. Ik besloot iets nieuws te ondernemen: schilderen. Hoewel: besloot - het overkwam me. En daarna kwam die creatieve explosie vanaf 1995, die nog steeds voortduurt. De reacties zijn gemengd: soms positief, soms met reserves, weet je wel, dan word ik ''een opa uit de sixties'' genoemd door mensen die mij op mijn donder geven omdat zíj iets niet begrijpen. Anderzijds: ''De taal balkt met profetische urgentie'', schreef Ilja Pfeijffer over mijn recente werk. Hij heeft het ook over ''engagement, dat boosaardig ronkt op de brandstof van authentieke woede''. Hè hè, dacht ik: dat is waar. En weer eens iets anders dan een recensent die Verhagens ''ontroostbare shit'' niet hoeft - in zijn woede gebruikte hij nog verkeerd Nederlands ook.

'Ook nu ben ik weer met gedichten bezig. Zoiets plan ik niet: het dient zich aan, en dan beantwoord ik daaraan. Banale en verheven regels wisselen elkaar in hoog tempo af, dat klopt. Volgens mij is het leven vol van die tegenstellingen. ''Ondertussen ben ik waar ik wezen wilde: nergens'' en: ''Als een snaar doortrillende dit tijdsgewricht/ registreer ik de akkoorden./ Ik ben de verwoorder'', heb ik geschreven, regels waarop ik ben aangevallen door mensen die menen dat ik weliswaar de jaren zestig goed aanvoelde, maar de huidige tijd niet meer. Hoezo? Neem maar ''Comateuze jeugd'' uit Triomfantelijke Wandelingen: ''Alles is nog niet kapot./ Alles is nog niet versleten./ Erger: alles zit verstopt.// Lekker leven dreigt in coma te geraken.'' Ik reageer daarmee op het geëmmer van jongeren op tv, die alleen maar lekker en jong zeggen te willen zijn.

'Of uit Wonder: ''Je bent elf, en je bent nog als negen./ En verder ben je nog als zeven. (...) Nog even, naar ik vrees, en daar ga je - eensklaps opgetrommeld/ en verzwolgen in het logge, onbewogen stromen/ van de Grote Mensen-Vliet.// Dat het allemaal namaak is en nep, dat weet je dan nog niet.// Je leert leven zonder,/ maar op een dag vraag je je toch af waar het wonder/ is gebleven.''

'Bitterheid, nee, maar authentieke woede, jazeker, die is met de jaren groter geworden. Kijk maar om je heen. Moet je zien hoe hier buiten al die mensen lijdzaam langs en tussen elkaar door bewegen. Of hoe iedereen zich schikt in de euro. Het leven zou anderhalve cent duurder worden. Een leugen. Doe maar eens boodschappen. Die euro wordt door de handel gewoon als een gulden gebruikt, terwijl ons is wijsgemaakt dat-ie ruim twee gulden waard is. We hebben de helft minder te besteden. Met zoiets vergeleken is elke andere vorm van oplichting peanuts. Toch wordt het geslikt.

'Het is uiteindelijk de woede over het feit dat de mens bij de geboorte weliswaar een bewustzijn krijgt, maar wél meteen voorzien van de mededeling: uw leven is eindig, en er is no way out. Ik weet niet wat er is gebeurd voordat ik werd verwekt, noch weet ik wat er zal gebeuren nadat ik ben ontwekt. Alsof je een kind zijn eerste leren voetbal geeft, en er direct bij zegt: vanavond weer inleveren, want dan snijden we 'm kapot. De woede dáárover drijft mij aan en voort.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden