Een democratische spruitjesnationalist?

Het is duidelijk dat het moderne 'concubinaat tussen media en politiek allerlei plebiscitaire en vermaakgerichte elementen introduceert, zoals een trek naar infotainment, een vermenigvuldiging van opiniepeilingen, een ”opleuking” en verhaasting van politieke campagnes en een personalisering van het politieke leiderschap....

Sorry, foutje. Dit had weliswaar heel goed een alinea kunnen zijn uit een essay of een commentaar over de verkiezing van Arnie, zoals de Amerikaanse filmster en zwaargewicht liefkozend door zijn politieke fans genoemd wordt, tot gouverneur van Californië. Maar in werkelijkheid staat er niet Arnold Schwarzenegger, maar Pim Fortuyn en is de geciteerde passage afkomstig uit De geest van Pim van Dick Pels. Overigens onderstreept het eclatante succes van de Oostenrijks-Amerikaanse ster het nut van analyses over de opmars van een nieuw type populisme in de westerse vertegenwoordigende democratieën.

Aan zo'n analyse heeft de Amsterdamse socioloog Pels, tot voor kort hoogleraar aan de Brunel University in Londen en tegenwoordig onafhankelijk publicist, zich gewaagd. Aan de hand van Fortuyns persoonlijke en politieke ontwikkeling reconstrueert hij diens gedachtegoed en plaatst hij het in het bredere kader van de moderne mediamaatschappij en de (vertrouwens) crisis van de parlementaire democratie. Hierbij schuwt hij ook niet de 'gevoelig' liggende vergelijking met de vorige ernstige crisis van het parlementaire systeem in de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw, waaruit de fascistische bewegingen zijn voortgekomen.

Als kritisch lezer kun je het op een reeks van punten met Pels' conclusies oneens zijn. Dat neemt niet weg dat De geest van Pim een grensverleggend boek is, geschreven met een flinke dosis moed, denk-en verbeeldingskracht.

In de methode van zijn analyse volgt Dick Pels het voorbeeld van de door hem zeer bewonderde denker, politicus en publicist Jacques de Kadt, over wie hij eerder Het democratisch verschil – Jacques de Kadt en de nieuwe elite schreef. Zoals De Kadt dat probeerde ten aanzien van het fascisme wil Pels de inhoud van het fortuynisme serieus nemen en analyseren, vaststellen wat aantrekkelijk en bruikbaar kan zijn ter ver

sterking van de democratie, en wat verwerpelijk of zelfs gevaarlijk is. Pels plaatst Fortuyn in de traditie van oorspronkelijk linkse, bohémien-achtige intellectuelen met een radicaal temperament die op enig moment de overstap maakten van het linker naar het rechter uiteinde van het politieke spectrum. Dit spectrum wordt door Pels niet opgevat als een plat vlak, waarvan de uiteinden het verst van elkaar verwijderd zijn, maar als een hoefijzer, waarvan de uitersten juist naar elkaar toe buigen.

Inderdaad zijn er in de vorige eeuw

tal van politieke intellectuelen geweest die de overstap van uiterst links naar uiterst rechts hebben gemaakt. Pels noemt onder anderen Mussolini, Sorel, Michels en ook De Kadt. Wat zij met elkaar en met Fortuyn gemeen hebben is een revolutionair temperament, een grote politieke hartstocht, een behoefte rechtstreeks contact te maken met 'het volk', en het gevoel dat zij zijn uitverkoren om zich als leider of woordvoerder van dat volk op te werpen.

Vervolgens beschrijft Pels uitvoerig Fortuyns politieke Werdegang, van

marxist en daarna sociaal-democraat tot liberaal en ten slotte een populistische eenmansfirma. Hij ontleedt minutieus de verschillende stappen die Fortuyn zette, wat daarin verschoof en wat continu aanwezig bleef. Zo signaleert hij dat Fortuyn zichzelf altijd als woordvoerder heeft beschouwd, eerst van de arbeidersklasse, later van de ondernemende burgers en van het volk. Interessant is ook Pels' visie op Fortuyn als eeuwige outsider, die zich daardoor verbonden voelde met groepen in de samenleving die van 'het kapitalisme' of veel later 'de kartèldemocratie' vervreemd waren.

Pels schuwt ook de 'demoniserende' vergelijking tussen Fortuyn en fascisten als Mussolini en Mussert niet, en die is bijzonder interessant. Pels constateert duidelijke overeenkomsten waar het gaat om het type kritiek op de gevestigde, als monolitisch, bureaucratisch en van de burgers losgezongen ervaren parlementaire democratie. Hij ziet ook parallellen tussen Fortuyns opvattingen van een 'dienend' leiderschap en die van de klassieke fascisten, en tussen wat hij Fortuyns 'spruitjesnationalisme' noemt en het aloude bloed-en bodemdenken.

Dat spruitjesnationalisme, die verabsolutering van een als superieur en onveranderlijk neergezette Nederlandse cultuur die met 'vitale agressie' zou moeten worden verdedigd tegen vreemde, vooral islamitische invloeden, beschouwt Pels als een verwerpelijk en onverteerbaar onderdeel van Pims gedachtegoed. Maar Pels ziet één essentieel verschil tussen het fascisme en het populisme van Fortuyn.

Terwijl de fascisten de parlementaire democratie wilden afschaffen en vervangen door een totalitaire dictatuur met een charismatische leider aan het hoofd, wilde Fortuyn zijn begeerde charismatische leiderspositie langs democratische weg veroveren en de gebreken die hij zag aan de huidige partijendemocratie verhelpen door het introduceren van meer directe vormen van democratie.

In Pels' ogen was Fortuyn dus, even afgezien van zijn spruitjesnationalisme, populist én democraat. Dat leidt hem tot een optimistische slotbeschouwing, waarin hij het vergezicht schetst van een vernieuwde democratie. Daarin fungeren politieke partijen als discussieplatforms met behulp waarvan aansprekende persoonlijkheden zich kunnen manifesteren en kunnen concurreren om de kiezersgunst.

Hier is de vraag gewettigd of een democratie die het moet hebben van een beauty contest tussen charismatische personen, behalve spannender en levendiger niet ook grillig, vaag en hyperig zou worden. Daarmee zou misschien nog zijn te leven, tenslotte lijkt het door Pels ontwaarde perspectief van een democratie met veel gekozen bestuurders en referenda als twee druppels water op de in 1966 door Hans van Mierlo gepropageerde 'ontploffing' van het gevestigde bestel. Helaas is het mijn overtuiging dat Pim evenmin als Haider, Berlusconi, Blocher, Dewinter en Schwarzenegger een Hans van Mierlo in wolfskleren is. Hun aantrekkingskracht kan niet worden los gezien van hun minachting voor democratische pluriformiteit en culturele diversiteit. Op dit cruciale punt lijdt Pels zijn in veel opzichten briljante analyse aan een ernstige vorm van wishful thinking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden