Een decor van wilde romantiek

Sevilla ontdekt zijn aantrekkingskracht als operastad. In de oude fabriek rolde Carmen sigaren; nu stromen er studenten naar buiten voor hun pauze op het plein.

Ze kijkt uit op de Maestranza, de plaza de toros van Sevilla die zelfs op een late herfstdag nog oplicht in de zon alsof hij zojuist in de verf is gezet. Haar mantille valt los over haar schouders, haar linkerhand staat uitdagend in haar zij. Kom maar op! Toréador, en garde!


Sevilla kan eenvoudig niet om Carmen heen, al komt haar onbesuisde schoonheid niet helemaal tot zijn recht in het verkeerslawaai aan de boulevard. Het standbeeld moest er komen. Toeristen vroegen erom. 'Waar exact werd Carmen vermoord?' De gids in de stierenarena krijgt de vraag geregeld voorgelegd. Nou, hier dus; hier ergens, zo u wilt. Want Carmen bestaat alleen in het boek van de Franse schrijver Prosper Mérimée en meer nog in de beroemde opera van Georges Bizet.


De laatste toreador van het seizoen heeft de arena al verlaten, de laatste bloedende stier is weggesleept, maar bezoekers blijven toestromen om te kijken naar de ovale zandbak, de koninklijke loge, de stierenkoppen en de portretten van beroemde toreadores in het kleine museum. Iedereen mag uit die portretten zijn eigen Escamillo kiezen, Carmens geliefde, de toreador die een stier doodde op het moment dat het verleidelijke zigeunerinnetje werd vermoord door haar afgewezen minnaar. Encore, encore, toujours la mort!


Maar de muziek van Sevilla is geen operamuziek, nooit geweest ook. Op de pleintjes rond de kathedraal spelen straatmuzikanten uitentreuren melodieën uit het Concierto de Aranjuez. En tot laat in een zwoele herfstavond ratelen de schoenen van een flamencodanseres hartstochtelijk op een houten podium tussen de sinaasappelbomen. Haar mantille vliegt om haar lichaam als een dronken vogel. Opgezweept door het felle ritme klapt het publiek gepassioneerd mee.


Het is die wilde romantiek die om Sevilla lijkt te hangen, l'amour bohème, de broeierigheid in de smalle en de grandeur in de brede straten. Het is de combinatie van intieme wijkjes, Moorse speelsheid en barokke gebouwen die van Sevilla zo'n uitgelezen decor maakt voor drama. Veel kunstenaars vonden er inspiratie. De setting van Carmen is expliciet in Sevilla, maar ook de lijnen van onder meer Mozarts Don Giovanni (Don Juan), Le nozze di Figaro, en Rossini's De Barbier van Sevilla zijn op een of andere manier verbonden met de Andalusische stad, al hadden veel van de scheppers er geen voet gezet.


Je hebt er wat fantasie voor nodig, maar dan zie je in gedachten - geholpen met een paar flarden informatie van het toeristenbureau - Don Juan een serenade brengen onder een met rozen begroeid balkonnetje in de stad. Op zoek naar zijn standbeeld verdwalen we in de wijk Santa Cruz die grenst aan de stoere muren van het Alcazar, het 14de eeuwse Moorse paleis. In Santa Cruz, de voormalige Joodse wijk, krullen de stegen om je heen. Ze slingeren je de verkeerde kant op. Bij elke splitsing staan toeristen wanhopig op hun papieren of digitale plattegrond te turen. De pogingen van het toeristenbureau om een operaroute uit te zetten, zijn vooralsnog halfslachtig.


Gelukkig eindigt elke kronkelroute bij een pleintje, en heeft elk pleintje een terras waar je albondigas, calamares of conejo kunt bestellen ter begeleiding van je glas dieprode Spaanse wijn. Zo maar een plein in Sevilla, una piazza della citta' di Siviglia, zoals Rossini's librettist de plaats bepaalde waar de opera over de barbier Figaro begint.


We strijken neer op een plein naast het barokke Hospital de los Venerables. Gebouwd in de 17de eeuw als ziekenhuis voor de armen is het nu een van de mooiste monumenten in Santa Cruz. Op de kleine binnenplaats klatert een fontein die is omringd door een bogengalerij. Schuin tegenover de ingang staat het kleine Hostería del Laurel. Gietijzeren balkons onder rode dakpannen, azulejos, die mooie Spaanse tegels, naast sierlijke muurlantaarns. 'U zoekt het standbeeld van Don Juan?', herhaalt de ober, 'wist u dat Don Juan hier is geboren, hier ja, in onze hostería?!'


De 19de eeuwse Spaanse auteur Zorilla verbleef enige tijd in het hotelletje terwijl hij werkte aan zijn versie (een van de vele) van het personage Don Juan, de legendarische vrouwenversierder. De ober maakt een elegante buiging en een uitnodigende armzwaai alsof hij schatplichtig is aan zijn fictieve stadgenoot of - waarschijnlijker - op zoek is naar een fooi.


Don Juan, archetype van de universele womanizer, vinden we na een puzzeltocht door Santa Cruz. Het standbeeld is weggezet op een plein met palmbomen, naast de uitgestrekte tuinen van het Alcazar; Sevilla is behalve een bloedhete stad (45 graden in de zomer) ook een groene stad. Voor wie het weten wil: Don Juan is een klein mannetje, maar wel een stoer klein mannetje, met een vastberaden blik, een trots snorretje en een cape over zijn arm die deels wit is geschilderd door de stadsduiven.


Voor het herkenbaarste operamonument in Sevilla moeten we naar de universiteit. Die is gevestigd in de voormalige Real Fábrica de Tabacos uit de 18de eeuw. Een engel met een trompet bekroont de reusachtige poort die toegang geeft tot het al even reusachtige industriële monument uit Spanjes gouden tijd. De in de koloniën verworven rijkdom is af te lezen aan de versierde façades, de grote patio's en de hoge marmeren hallen, waarin studenten nu in groepjes bij elkaar zitten.


Duizenden jonge vrouwen, onder wie veel zigeunerinnen, kwamen hier vroeger sigaretten en sigaren rollen. Ook Carmen was een cigarrera volgens het verhaal, het was hier dat ze de naïeve Don José verleidde, om er later vandoor te gaan met die glamourboy van de Plaza de toros. Als de fabriek leegstroomde na werktijd stond er een legertje bewonderaars bij de poort waaruit nu studenten naar buiten komen, druk in de weer met hun mobieltjes.


Waar zijn de zigeunerinnen van Sevilla eigenlijk gebleven? Niet zo lang geleden trof je de donkere, gewiekste straatverkoopsters in het hele centrum. Ze zijn rigoureus uit het stadsbeeld geveegd, op een paar rozemarijnverkoopsters na die hun kruidentakjes proberen te slijten voor de buena suerte, het geluk, van de voorbijganger. Het is niet ondenkbaar dat ze, oogluikend in de gaten gehouden door de toeristenpolitie, worden gedoogd voor de couleur locale, figuranten in een decor.


OPERAROUTES

Informatie over de operaroutes in Sevilla is vooralsnog schaars. Op het centraal gelegen Plaza Nueva staat een informatiebord met operalocaties. De twee toeristenbureau in het centrum hebben geen verdere gegevens, maar zijn wel behulpzaam met het praktisch uitstippelen van de routes die zijn te vinden op andalucia.org - zoeken op 'ruta de opera'.


Verdere info over stad en locaties: visitasevilla.es, spain.info/nl, realmaestranza.com. De openbare ruimten van de universiteit-tabaksfabriek zijn vrij toegankelijk.


WAAR CARMEN WERKTE

In de 19de eeuw was de tabaksfabriek met 185 bij 147 meter het op één na grootste gebouw in Spanje en het grootste industriële gebouw in Europa. Tabak was, mede door de accijns, een goudmijn. Veel fabrieksarbeidsters kwamen met bootjes over de rivier de Guadalquivir naar hun werk. Ze legden aan bij de bekende Torre de Oro, een torentje uit de Moorse tijd, en liepen naar de fabriek die permanent werd bewaakt door soldaten.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden