Journalist Elsbeth Stoker past een kogelvrij vest aan.

Eén dag leven zoals misdaadjournalisten John van den Heuvel en Paul Vugts

Journalist Elsbeth Stoker past een kogelvrij vest aan. Foto Marlena Waldthausen

Volkskrant-verslaggever Elsbeth Stoker is voor één dag een TBP: een Te Beveiligen Persoon. En zelfs in die paar uren blijkt hoe beklemmend en vermoeiend de constante aanwezigheid van vier mannen en vrouwen is. Ze weten alles van je, letterlijk elke stap wordt gepland.

Een vreemde kerel loopt over de redactievloer. Hoofden kijken verbaasd op van hun beeldschermen. Wie is die vent? Wat doet hij hier? Niemand loopt zonder begeleiding van een collega over de Volkskrant-redactie. Hij haalt een pocketcamera uit zijn zwarte donsjack en maakt foto’s. Van deel­redacties – sport, buitenland, economie. Van de loopbrug richting hoofdredactie. Alles wordt vastgelegd. Onder zijn openhangend jack draagt hij een smetteloos wit overhemd met daaronder, duidelijk zichtbaar, een donker kogelwerend vest.

‘Noem me maar Ron’, stelt hij zich voor. ‘Ik kom de voorverkenning doen.’

Ron, een veertiger die niet met zijn echte naam in de krant wil, werkt voor de Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB). Namen zijn geheim, het werk is vertrouwelijk. Een eerder verzoek om een dag mee te lopen werd afgewezen wegens privacy. Maar, reageert de woordvoerder, de DKDB wil bij hoge uitzondering toch een inkijkje geven in zijn functioneren: een team komt collega ­Elsbeth Stoker een dag lang beveiligen.

Dat is niet niks, had de politie van ­tevoren gezegd. Ook al is in dit geval geen sprake van een dreiging en dus ook niet van angst. Maar het betekent wel een inbreuk op je privacy, ook voor familie. ‘We gaan mee naar je huis, naar je ­hotelkamer, naar de wc. We willen weten met wie je spreekt, hoe vertrouwelijk dat voor de krant misschien ook is, met wie je luncht, met wie je gaat slempen in de kroeg.’ Het is, waarschuwde de voorlichter, ‘echt heel beklemmend’.

Heftigste maatregel

Jaarlijks worden tientallen mensen beveiligd. Sommigen kortdurend, anderen jarenlang. Enkelen worden ondergebracht in geheime safehouses, of naar het buitenland gebracht. Anderen kunnen – min of meer – hun leven ‘normaal’ voortzetten. ‘Wij zijn, samen met het ­getuigenbeschermingsprogramma voor kroongetuigen, de zwaarste, duurste en heftigste maatregel’, zegt DKDB-diensthoofd Harro Kras. Precieze aantallen wil hij niet noemen. Maar, zegt hij, ‘het aantal beveiligde personen nam scherp toe na de politieke moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh’.

De laatste jaren kwam daar de verharding in het criminele circuit bij. Zo worden twee journalisten die de misdaad al vele jaren op de voet volgen – John van de Heuvel van De Telegraaf en Paul Vugts van Het Parool – al maanden ernstig in hun vrijheid beknot. Vugts en Van de Heuvel arriveren geregeld in de rechtbank met een zwaarbeveiligd transport en schrijven daar hun artikelen geflankeerd door beveiligers. Een officier van justitie die in het arrondissement Noord-Nederland een onderzoek leidde naar de ­motorclub No Surrender moest vorig jaar onderduiken. Deze motorclub zou ook een prijs op het hoofd van aanklager Greetje Bos hebben gezet.

Briefing voor beveiligers ’s ochtends in Den Haag. Foto Marlena Waldthausen

Kogelwerend vest

‘Nee, we vertellen je niet hoeveel wapens we bij ons hebben, ook niet waar ze liggen’, zegt Ron. Het is acht uur ’s ochtends en hij zit aan mijn ontbijt­tafel. Naast hem ligt een zwarte tas, met daarin mijn kogelwerende vest voor de dag. ‘Dat leg ik straks in de auto. De precieze plek waar je hem in nood kunt vinden, wijs ik je straks aan.’

‘Mama, wat komt die meneer doen?’, vraagt mijn 4-jarige dochter die inmiddels samen met haar zusje verkleed­jurken, knuffels en een springkoe uit de woonkamer heeft gehaald om ze vol trots aan de vreemde te laten zien. ‘De meneer komt meekijken met mijn werk’, antwoord ik.

Ik ben vandaag zijn ‘Te Beveiligen Persoon’, de TBP – een journalist op wiens hoofd een prijs staat. Althans, een fictieve prijs. Vandaag is een oefening. ‘Maar we voeren het zo realistisch mogelijk uit’, benadrukt Ron. ‘We zullen er alles aan doen om jouw leven zo normaal mogelijk te laten doordraaien.’ Dat betekent dat ik mijn werk kan blijven doen maar dat er constant vier beveiligers in de buurt zullen zijn. Vier zichtbare beveiligers. Want, zegt Ron, er zijn nog meer mensen aan het werk.

En als ik iets spontaans wil doen? Dan ‘adviseert’ Ron of het kan.

‘Jij bent onze eerste prioriteit’, zegt de beveiliger, terwijl ik mijn kogelwerende vest moet passen. ‘Als jij wordt beschoten en je gezin is erbij, dan zullen we jouw kind of jouw partner de auto in trekken, mits het kan. Maar als de situatie dat niet toelaat, dan draait het om jouw veiligheid en laten we de rest achter.’ De opdracht luidt immers: mij in ­leven houden.

Voorverkenning

Eerder die ochtend, het is nog donker en stil op straat, komt het team beveiligers voor de briefing naar het hoofdkantoor in Den Haag. Het is iets voor zessen, maar hier lopen mannen en vrouwen in sportkleding die er al 20 kilometer hardlopen op hebben zitten. Dit zijn de mensen die Geert Wilders en het Koninklijk Huis beveiligen.

Via een projectiescherm in een tl-verlicht zaaltje krijgen Ron en drie collega’s foto’s te zien van hun straks Te Beveiligen Persoon, de ‘TBP’. De dienst weet veel van Elsbeth: waar ze woont, naar welke school en crèche haar kinderen gaan, wat haar man doet en, dankzij Rons voorverkenning een dag eerder, wat haar afspraken zijn, hoe haar werkplek eruitziet en waar de vluchtroutes zijn. Drinkend van automaatkoffie uit plastic bekers worden de rijroutes doorgesproken. Snelwegen, busbanen, sluiproutes. Elke afspraaklocatie is gecontroleerd, overal is gekeken waar het dichtstbijzijnde ziekenhuis is – voor het geval dat.

‘De heftigheid ervan. Dat verbaasde me het meest’, zegt Berthold Gersons. De emeritus hoogleraar psychiatrie van het AMC is expert op het gebied van trauma’s. Na de aanslagen in Londen in 2005 werd hij door Tjibbe Joustra, de toenmalige baas van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), gevraagd om de impact van bedreiging en beveiliging te onderzoeken. De NCTV is de instantie die beslist of iemand moet worden beveiligd die een landsbelang dient, zoals de koning, buitenlandse staatshoofden, politici die landelijk opereren of mensen die werken in de strafrechtpleging. Voor overige personen geeft de lokale hoofdofficier de ­beveiligingsopdracht.

‘Beveiligen is niet zo moeilijk’, zei Tjibbe Joustra tegen Gersons, die nog steeds advies geeft aan de NCTV. ‘Dat is ons vak.’ Veel lastiger is het volgens de trauma-expert om bedreigde personen psychisch goed te begeleiden. ‘Sommige TBP’en zijn boos en recalcitrant, anderen zijn angstig en stellen zich afhankelijk op. Want wat blijkt: bedreiging en beveiliging vormen een potentieel trauma. Zo bleken veel bedreigde politici moeite te hebben om te blijven functioneren.’

Samen met een team psychologen interviewde Gersons tal van bedreigde personen. Ze verliezen hun gevoel van veiligheid. Elke stap wordt gepland. Constant wordt over je schouder meegekeken. Familie en vrienden reageren bezorgd, sommigen willen niet meer langskomen. En ook in de straat ontstaat onrust: stel dat hier een aanslag wordt gepleegd? De bedreigde personen worden bovendien uit het niets geconfronteerd met hun kwetsbaarheid. En met ­levensvragen: is dit het waard?

Dikke bak

‘Ja, we komen er nu aan’, zegt Ron met zijn pols dicht bij zijn mond – onder zijn horloge zit een microfoontje verstopt. ‘De deur gaat open’, vervolgt hij, terwijl hij als eerste naar buiten stapt en de straat scant. Hij draagt een minuscuul oortje, daarmee hoort hij wat zijn twee andere collega’s verderop zeggen. ‘Ik word hiermee de hele dag bijgepraat door het andere team en de meld­kamer’, legt hij uit. Eén verdachte auto hebben de beveiligers al laten controleren. ‘Het was een leaseauto’, hoort Ron in zijn oortje. Niks bijzonder. Oké, we kunnen, gebaart Ron.

Buiten staat ‘de dikke bak’ – een gepantserde BMW uit de 7-serie – al op me te wachten. Met een chauffeur: ‘Noem me maar Wout.’ De achterbank is jouw kantoor voor de dag, legt Ron uit terwijl hij op de bijrijdersstoel gaat zitten. Hier kan ik onderweg werken en bellen. ‘Maar’, waarschuwt Ron alvast, ‘jij mag nooit zelf de autodeur opendoen.’ Dat mogen alleen hij en zijn collega’s. Want zij zijn het die vandaag bepalen waar het veilig is om te gaan en staan.

‘En het zakje dat je hier ziet hangen aan de hoofdsteun’, legt Ron even later uit, ‘bevat eerstehulpmiddelen. Het is afgestemd op alle mogelijke gevaren. Messteken, schotwonden. Dat soort zaken. Zodat we alles meteen kunnen behandelen.’ Of hij het ooit heeft moeten gebruiken? ‘Daar’, antwoordt hij, ‘kan ik niets over zeggen.’

Verderop in de straat staat de ‘dunne’ bak, de ongepantserde wagen. Daar stappen de twee voorverkenners in, ‘José’ en ­‘Ronald’. Zij hebben het afgelopen uur mijn straat in de gaten gehouden. Zodra zij wegrijden, mogen wij ook. Zo snel mogelijk, want te lang stilstaan maakt je kwetsbaar. ‘De A2 is het schoonst’, hoort Ron in zijn oortje. ‘Begrepen. Over.’

Wachten op geweld

‘Als je een beveiliger ziet staan, denk je: een kleerkast van 1,90 meter’, zegt diensthoofd Harro Kras. Maar bij de training weet je niet wat je ziet, vervolgt hij. ‘Je ziet hem autorijden, schieten, situaties analyseren, in zijn oortje praten. Alles tegelijk. En, als het moet, 24 uur heel scherp blijven. Dat is niet iedereen gegeven, dat is echt een vak. Zij zien meteen bij het uitstappen: hé, die man daar op die plek, dat klopt niet.’

Kras is het nieuwe diensthoofd, ­afkomstig van de Amsterdamse recherche. Meteen viel hem het grote verschil op met de arrestatieteams die hem vertrouwd zijn: ‘Arrestatie- en interventieteams gaan met gepland geweld een ­wereld binnen, maar beveiligers wachten – tijdenlang – tot een onbekende met geweld hun wereld binnentreedt.’ Op elk moment, overal, kan dat plotseling gebeuren.

En dat is een heftige gedachte. Niet alleen voor de beveiliger, maar ook voor de beveiligde.

Elsbeth Stoker onderweg naar haar werk. Foto Marlena Waldthausen

‘Veel bedreigde personen weten niet precies waar het gevaar vandaan komt. Ze worden beveiligd naar aanleiding van informatie van de AIVD en kennen geen details. Sommigen raken in paniek en zien overal gevaar’, zegt trauma-expert Gersons. ‘Daarom probeert de NCTV de beveiligde persoon vooraf uit te leggen wat chronische angst met je doet. Zodat je weet wat je kunt verwachten.’ Beveiligde mensen worden volgens hem gespannen, raken sneller geïrriteerd. Door het gevoel van onveiligheid is de kans groot dat iemand slecht slaapt en zich minder goed kan concentreren. De angst blijft bovendien vaak lang aanwezig, ook als de dreiging allang is geweken.

Altijd aanstaan

Waarom zou je je leven riskeren voor een vreemde? Omdat, zeggen de beveiligers, dit speciaal werk is. ‘Hoe beter wij ons werk doen, hoe ­beter wij iemands veiligheid kunnen ­garanderen’, vertelt Ron. ‘En die van onszelf.’ En dat maakt het interessant voor iemand die, zoals hij zelf zegt, ‘altijd aanstaat, altijd alert is, zelfs op vakantie’. ‘Als ik met mijn vriendin uit eten ga’, voegt chauffeur Wout toe, ‘mag ik van haar niet met zicht op de deur zitten. Anders ben ik alleen maar aan het kijken wie er binnenkomt.’

We zitten weer in de ‘dikke bak’. De eerste afspraak in de Utrechtse rechtbank zit erop, nu gaan we naar Den Haag. Zodra ik – of ‘het rechterdeurtje’ zoals Ron mij noemt – ben ingestapt en de rolluiken van de beveiligde rechtbankgarage opengaan, ‘rollen we weg’. Met een hogere snelheid dan is toegestaan. Want dan valt het meteen op als ­iemand ons volgt, zegt de chauffeur.

Bij dit werk, stellen de beveiligers, komt veel meer kijken dan ‘iemand van A naar B brengen’. Ze komen zomaar iemands ­leven binnenvallen, op een moment waarop er soms een heel concrete dreiging is. ‘Soms is het ­gevaar zo groot dat we iemand moeten onderbrengen in een safehouse. We ­leren hem of haar door en door kennen. We maken alles mee: als ­iemand boos, chagrijnig en verdrietig is. We weten zelfs waar hij of zij z’n wc-papier en sokken koopt.’

Maatwerk

De DKDB probeert maatwerk te leveren. Er zijn beveiligers die meegaan marathonlopen, bergklimmen, stijldansen of diepzeeduiken als de beveiligde persoon dat wil. Maar lastig is dit wel, erkent diensthoofd Harro Kras: de dienst kampt met tientallen openstaande vacatures. Nee zeggen tegen een beveiligingsopdracht is nooit voorgekomen. Kras: ‘Maar als er echt iets ernstigs gebeurt, moeten we kijken hoe we dat rondbreien. We hebben nu ruim driehonderd mensen. Maar in een ideale situatie hebben we meer vet op de botten.’

De bedreigde Parool-journalist Paul Vugts zei onlangs op een hoorzitting voor Kamerleden over toenemende bedreiging van journalisten: ‘Ik woon al maanden in een safehouse en heb met eigen ogen gezien hoe de dienst DKDB kampt met een ontzettend capaciteitsgebrek. Alle beveiligers doen vreselijk hun best, maar mensen die al om 06.00 uur komen om je te beveiligen, die ook nog meegaan naar je avondklus – zonder te sputteren overigens – dan lijkt me sprake van een structurele weeffout in het systeem.’

Diensthoofd Kras zou niet alleen graag een groter, maar ook een gevarieerder personeelsbestand hebben. ‘We hebben nu relatief veel robuuste mariniers. Maar we willen ook andere types, en hebben ook een grote behoefte aan meer vrouwen. Een goeie mix van mensen is belangrijk voor het sociale component van ons werk en in sommige ­situaties valt een vrouwelijke beveiliger bijvoorbeeld minder op.’

Veilig winkelen

‘Kunnen we ergens chocola halen?’, vraag ik aan Ron. Ik moet onverwacht een eerder vergeten cadeautje voor een collega kopen. Ja, knikt de ­beveiliger, en hij weet ook precies waar: de ‘Fred’ in Den Haag. Verspreid over heel Nederland kent hij inmiddels tal van winkelgebieden waar het relatief veilig is om spontaan met een beveiligde ‘TBP’ te komen. ‘En ik weet ook overal restaurants die goed te beveiligen zijn.’

De ‘dikke bak’ rolt de Haagse Statenlaan in. Zo meteen, op het hoekje van de Frederik – ‘Fred’ – Hendrikstraat zullen we stoppen. De voorverkenners hebben de straat al gescand en geven precies door waar we zo onopvallend mogelijk kunnen parkeren. Wat opvalt: het grootste deel van het winkelend publiek heeft een grijze coupe. ‘We weten wel wat we uitzoeken’, zegt Ron lachend als hij me in de richting van een patisserie begeleidt die gevuld is met keurig geklede ­bejaarden. ‘Als zich hier boze bikers ­begeven die jou het op jou voorzien hebben, valt dat meteen op.’

Toenemend aantal bedreigingen

Aantallen van levensdreiging en beveiligde personen wil DKDB niet noemen, en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid evenmin. Hoewel topman Gerrit van der Burg begin dit jaar in De Telegraaf zei dat hij ‘geen opwaartse trend’ ziet in bedreiging van officieren van justitie, concludeerde onderzoeksbureau Pro Facto afgelopen jaar dat bijna een kwart van de ondervraagde burgemeesters weleens bedreigd was door een criminele organisatie – een forse toename. En Telegraaf-journalist John van den Heuvel zei onlangs dat hij al sinds de jaren negentig met bedreiging wordt geconfronteerd, maar de laatste jaren ‘een toename in aantal en intensiteit’ ziet. De misdaadjournalist denkt dat het ‘op toeval berust’ dat onder journalisten ‘nog geen heel ernstige ongelukken’ zijn gebeurd.

Uit politiecijfers blijkt dat journalisten afgelopen jaar 59 meldingen deden van ernstige bedreiging, mishandeling en stalking. Eerder werden die cijfers nog niet nationaal geregistreerd, maar de Nationale Ombudsman zegt dat er sprake is van een toename. Volgens criminoloog Marjolein Odekerken worden journalisten hierdoor terughoudend: ‘Sommigen beschermen zichzelf door middel van zelfcensuur. Dus vormt de toegenomen onveiligheid een reëel gevaar voor de persvrijheid, die noodzakelijk is voor het functioneren van onze ­democratische rechtsstaat.’

Ongemakkelijk

Al drie uur zit Ron aan een tafeltje midden in het café, met zicht op zowel de ingang als de nooduitgang. Voor zijn neus staat een spa rood. Soms komt een van zijn collega’s erbij zitten. De rest is buiten – houdt de omgeving daar in het oog.

Ik zit een paar meter verderop en heb een gesprek met een onderzoeker en een collega. De namen zijn van tevoren doorgegeven, de personen zijn nagetrokken.

Het voelt ongemakkelijk: vier mensen zitten al uren op me te wachten. De serveerster heeft door dat we iets met elkaar te maken hebben, maar kijkt enigszins verbaasd naar de afstandelijke manier waarop we met elkaar omgaan. Als ik opsta om naar de wc te gaan, veert Ron op. Hij volgt me naar binnen en kijkt of de kust veilig is. Als we naar buiten gaan, passeert hij me snel: hij gaat voorop.

Zo lang stilzitten en alert blijven, leren we tijdens onze opleiding, zegt Ron later in de auto. ‘Daar worden we op geselecteerd.’ Zo zijn ze getest op hun scherpte: tijdenlang moesten ze een balletje dat van het ene stipje op het andere stipje springt volgen op een computerscherm. ‘Om de zoveel tijd miste het balletje een stipje. En dat mochten wij dan weer niet missen’, zegt chauffeur Wout.

Zo heeft Ron vandaag al zes kentekens opgeslagen in zijn hoofd. Het zijn ken­tekens van auto’s die hij atypisch vond. ‘Dan is het handig het kenteken te onthouden, voor het geval we de auto opnieuw ­tegenkomen.’ Dat doet hij ook met auto’s die hij ziet staan bij grote parkeerplaatsen, zegt hij, terwijl we langs een McDonald’s rijden. ‘Kijk! Dat is raar – die zwarte BMW staat stil vlak bij de plek waar de oprit begint. Die noteer ik dan in mijn gedachten.’

Openheid

De Nederlandse beveiligers werken zo min mogelijk ‘vierkant’, aldus diensthoofd Harro Kras. Waar Barack Obama’s dochters per gepantserde limousine met rondom een cordon motorrijders naar school werden gereden, gaan de Nederlandse prinsessen gewoon op de fiets. ‘Dat opzichtige past niet in onze cultuur. Wij willen dat de koning op een selfie kan met het publiek.’ Hij vindt het een groot goed dat gekoesterd moet worden. ‘Het werkt, totdat het een keer onderuit wordt gehaald. Dan ga je ­andere gradaties krijgen.’

Elsbeth Stoker ’s ochtends met haar jongste dochter thuis. Foto Marlena Waldthausen

Maar er worden ook eisen gesteld aan de beveiligde persoon zelf: hij of zij moet openheid van zaken geven. Kras: ‘Als je niet meewerkt, kom je ook niet bij ons.’ Iedereen die beveiliging krijgt, moet een contract ondertekenen. Soms weigeren bedreigde personen: ze willen geen inzage geven in hun agenda, willen hun vrijheid niet opgeven of denken dat het zo’n vaart niet zal lopen.

Te dicht bij het raam

Even later rijden we het terrein van de Volkskrant op. Pal voor de deur, waar gewoonlijk geen auto’s mogen komen, gaat het ‘rechterdeurtje open’. ‘Wij mogen overal parkeren’, zegt Ron. Als we even later bij mijn werkplek komen, begint hij moeilijk te kijken. Te open, te veel mensen, oordeelt hij. En de plek waar ik even rustig met mijn chef wil overleggen, keurt hij af. Te dicht bij het raam. ‘Je kunt ­beter in een afgesloten werkcel gaan zitten’, adviseert hij uiteindelijk.

We lopen naar een andere afdeling, naar een hokje van nog geen 2 vierkante meter waarin ik mijn laptop installeer. Ron en zijn collega positioneren zich bij mijn open deur en de nabijgelegen gang terwijl ik een verhaal probeer te schrijven. Ze blijven constant om zich heen kijken. Het voelt raar – je bent je steeds bewust van hun aanwezigheid. Ik voel me verplicht tegen mijn gezelschap te kletsen, maar ben tegelijkertijd vermoeid door hun constante aanwezigheid en moet me concentreren op mijn verhaal. Even weglopen is er niet bij. Al is het maar een minuutje. Dus als ik zeg: ‘Ik moet even wat met een andere collega die verderop op de afdeling zit, bespreken’, gaat de pols van Ron meteen omhoog. ‘We hebben een verplaatsing’, zegt hij in zijn microfoontje. Hij staat op en loopt achter me aan. Zijn collega is al vooruitgegaan.

Debriefing

Na zeven uur, als het op straat weer koud is en Elsbeth thuis is afgezet, worden de auto’s gewassen en volgetankt. Vervolgens rijden de beveiligers door naar het Haagse hoofdkantoor voor hun debriefing. De routes, plekken en situaties van vandaag worden in dezelfde zaal als vanochtend geëvalueerd. Het draaiboek wordt in de shredder verpulverd. Zoals altijd. Want informatie over de TBP mag niet via het afval naar buiten komen. ‘Elsbeth ging ineens bij de hoofdingang in het volle licht met iemand staan praten’, meldt Ron. ‘Dat heb ik snel ­beëindigd.’

‘Wat een gek volk, daar bij de Volkskrant’, grapt chauffeur Wout. ‘Er stond een auto stil met een vent erin die er maar niet uitkwam. Echt heel gek volk.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.